vrijdag 12 oktober 2018

Momos

De ramen zijn dichtgespijkerd,
de muren horen, zien en zwijgen,
de buren geluidsdicht
met een gaatje in hun hoofd,
demper zodat niemand
de snelle exodus van hun ziel hoort.

Alleen als in een discotheek,
dronken zoals op kantoor,
dans alsof je pensioen ervan afhangt,
niemand die je ziet of hoort.

Je oefent de schande,
de ogen die branden.
Verbanning smaakt naar zand:
ze schuurt je keel rauw
en er koekt altijd wel wat aan.

Momos, de overbemensing
maakt jou niet zo gezinsgezind.
De aarde kreunt en bloedt
bij de oogst van een nieuw kind.
Het laatste taboe gekoesterd,
gekluisterd aan de borst
van elke vorst.

Walden Berglund geketend,
pek en veren, een zotte hoed.
Dans alsof je pensioen ervan afhangt,
niemand die je vermoedt.

Confisceer een eiland,
verdwijn in een oerwoed.
De twistappel toont hoe het moet.
Democratie begon te rijpen
in de fruitschaal van Richter,
een demo van kraters en moed.
En nu ze zelf zowat aan diggelen,
Momos, doe ik het nog goed?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten