zondag 25 september 2022

Noord-Spanje 9-23 september 2022, deel 2

Noord-Spanje 9-23 september 2022
deel 2: Costa Verde

 
Het is woensdagavond en Burgos is sprookjesachtig mooi verlicht. We werpen een laatste blik op de Arco Santa Maria en de gelijknamige kathedraal, een van de mooiste van Spanje, en kruipen er na een laatste pintxo pote (dat kan hier in Castilië-Léon ook gewoon) vroeg onder de lakens. Opstaan om 3 uur doet pijn, maar het is meer dan vier uur rijden naar Oviedo, en dat doen we bij voorkeur 's nachts. We rijden door het mistige berglandschap van het Prinsdom Asturië, waar Oviedo de hoofdstad van is. Het is vanuit deze stad dat koning Alfonso II als eerste pelgrim de camino primitivo naar Santiago de Compostella wandelde. Oviedo werd voor een groot deel verwoest tijdens de burgeroorlog; het oude en nieuwe stadsdeel vormen een harmonieus geheel. Het is een vrolijk stadje met kleurrijke huisjes en overal sculpturen in de straten: marktkramers, een volkszanger, Rufo de hond, zelfs Woody Allen.
Rond de centrale Plaza Alfonso II El Casto bevinden zich heel wat kloosters en kerken, maar de gotische Catedral San Salvador steelt hier de show. Het gouden retabel is magnifiek, de kloostertuin rustgevend, en het kathedraalmuseum toont een knappe verzameling religieuze kunst. Toch maakt dit twee dagen na de esthetische explosie in de kathedraal van Burgos wat minder indruk. Asturië is een echte ciderstreek en Oviedo heeft een ciderboulevard boordevol sidrerías. Aan het eind van deze Calle Gascona stuit ik op een 9e-eeuwse fontein waarin een duif een verfrissend bad neemt. Gelijk heeft ze, er zijn slechtere badplaatsen dan deze preromaanse fuente Foncalada.
Ik onthoud ook de kleurrijke patio bij Mercado del Fontán, het atrium van de universiteit, het Parque San Francisco, met bomen ouder dan pakweg de Successieoorlog, een 18e-eeuws hospitaal, en te midden van fraaie nieuwbouw een 16e-eeuws aquaduct dat er mag wezen. En het congrescentrum Buenavista is werkelijk gigantisch. Het moederschip van een keizerlijk ruimteleger met een Sint-Jacobscomplex... of zoiets. Maar we komen vooral voor de twee preromaanse kerken op de Monte Naranco, allebei een uniek staaltje preromaanse kunst! Het is een hele klim maar deze loont absoluut de moeite: de twee kerkjes treffen we aan in een idyllisch decor. Je moet alleen het moderne Oviedo op de achtergrond weg denken. Een gids leidt ons rond in zowel de Iglesia Santa Maria del Naranco als Iglesia San Miguel de Lillo, die vrij goed zijn bewaard: kapitelen, bogen, zuilen met subtiele dierenmotieven. Het bezoekerscentrum bezit een collectie middeleeuwse muziekinstrumenten. Ik denk niet dat ik ooit al een luit had gezien.
Al de hele dag worden in het centrum voorbereidingen getroffen voor de zoveelste avond feest op rij. Drie weken lang wordt San Mateo geëerd. Overal in Oviedo zijn er festiviteiten, denk: de Noord-Spaanse versie van de Gentse Feesten. Wij vliegen alvast in de cider. Is ons glas leeg, dan vult de barvrouw bij tot de grote groene fles leeg is. En dan bestel je er natuurlijk een nieuwe. We schranzen als Asturische vorsten. Op de Plaza de Porlier wordt het nog een feestje met Mediocre DJ. Dansen op The Clash en Caribou. De cider vloeit van op grote hoogte om zich diep in vele kelen te storten. Een fiesta op een Spaans plein, feesten in open lucht, misschien wel voor het laatst dit jaar.
Nog één kerk te gaan, de San Julián de los Prados bezoek ik de volgende ochtend. Dit 9e-eeuwse godshuis is uniek in Europa. Het was de privékerk van koning Alfonso II en van alle fresco's en versieringen is enkel het Vera Cruz religieus geïnspireerd. Hier kwam het plebs toch niet. Omwille van haar basiliekvorm met transept is deze kerk ook uniek in de Asturische kunst en meteen ook de grootste preromaanse Asturische kerk. Zoals vaak is de rondleiding in het Spaans maar een Frans-Cantabrisch koppel uit Santander vertaalt de belangrijkste informatie voor mij. Na het bezoek betuigen ze hun respect voor de onlangs overleden zanger Arno. Hun woonplaats Santander, hoofdstad van Cantabrië, is onze volgende halte. Teutë en ik reizen opnieuw per bus. Groene heuvels maken plaats voor uitlopers van het bergmassief Picos de Europa aan onze rechterkant, met de Cantabrische kustlijn links. Berg en klif zijn hier goede buren. Het voelt alsof we niet door Spanje maar door Ierland rijden.
Santander is geen mooie stad, maar de stranden zijn om over naar huis te schrijven. We kuieren op de boulevard langs de Bahia de Santander en zijn enkel te spreken over het uitzicht aan de overkant: idyllische groene heuvels. Verveeld nippen we van ons biertje en observeren enkele strandlopertjes. We gaan helemaal tot aan het voormalige zomerverblijf van Alfonso XIII op het Magdalenaschiereiland. Onderweg zien we hoe zeehonden, zeeleeuwen en pinguïns worden gevoederd. We bekijken Vital Alsars scheepsmodellen en 'zeebel' (een veiliger alternatief voor reddingsvesten). En bij het paleis kijken we uit over de kliffen van de Cantabrische kust, met op de voorgrond Isla de Mouro, dat me aan Shutter Island doet denken. Aan het strand zien we een rots die lijkt op een badende kameel. Dat strand heet dan ook Playa d'El Camello. Rest ons nog de bars van het centrum.
Spanje is geen ontbijtland en goede koffie is blijkbaar geen must. We genieten veel meer van de maaltijden later op de dag. Al eet ik hier als vegetariër hopeloos eentonig. Al van 's morgens vroeg wordt er in de barretjes gegokt. Geen Spaans spreken lijkt soms wel een halsmisdaad. De ochtenden zijn er om snel door te spoelen. Tijd voor weer wat hoogtepunten. We bezoeken Santillana del Mar, volgens Sartre het mooiste stadje van Spanje. het zal nog niet zijn. Een zeer oude steile straat vol zeer oude stenen huisjes leidt naar de mooiste romaanse kerk uit de wijde omgeving. In de prachtige versierde kloostergang is een mechanische miniatuurstad uit bijbelse tijden nagebouwd, de vele details zijn ingenieus.
We klimmen door de Cantabrische boerenbuiten naar de befaamde grotten van Altamira. Deze prehistorische grotten werden in 1868 toevallig ontdekt. De grotschilderingen zijn van een ongelooflijke schoonheid, maar niet toegankelijk voor toeristen. Gelukkig is er een uitstekende replica en kunnen we alsnog de beroemde bizons bewonderen. Hoedje af voor de artiesten die meer dan 16000 jaar geleden deze schilderingen het leven in riepen, maar even goed voor de makers van de perfecte replica's van zowel de oneffenheden in het grotplafond als de schilderingen zelf. Dankzij hen kunnen we ook in 2022 nog van deze 'Sixtijnse kapel van de oertijd' genieten. In het multimediale museum bekijken we nog werktuigen en beenderen van zoogdieren uit de prehistorie. Op de terugweg zien we de Ermita de San Sebastian beneden in de weilanden van Herrán liggen. Terug in Santillana bekijken we de knappe woningen en torens in het middeleeuwse centrum. En in Santander bezoeken we klooster en kathedraal, met de tombe van schrijver Don Pelayo en gouden retabels uit de barok.
Na nog een avondje in de vele bars die Santander rijk is, reizen we verder oostwaarts langs de Costa Verde. We stoppen in Santoña, een badplaats aan de monding van de Treto. Rustig vakantiestadje omgeven door heuvels en moerassen. Bij de monding hebben we zicht op Laredo met haar aantrekkelijke stranden. Tegen de Monte Buciero aan leunt het Fuerte de San Martin, een van de napoleontische forten. Er is ook een charmant romaans kerkje, een halte op de pelgrimsroute. Bij het fonteintje aan het stadhuis proeven we de beroemde ansjovis uit Santoña. Op een steenworp van een van de grootste gevangenissen van het land beginnen de moerassen, waar de vogelliefhebber in mij weer naar boven komt. Ik spot rosse grutto, visarend, ijsvogel, kuifaalscholver, zilverreiger, koereiger, blauwe reiger, wulp, bonte strandloper en grote stern, die als een dolle acrobaat loodrecht het water in duikt voor een lekkere sardine. Ik kom uit op het strand van Berria, dat er maagdelijk wit bij ligt tussen twee beboste kliffen, Punta El Brusco en Punta del Aguila. Hier en daar een wandelaar of twee windsurfers, that's it. Het kan aan de stevige wind liggen.
Terug via de duinen, moerassen, conservenfabrieken. Op de Plaza San Antonio genieten de Cantabriërs van hun zondagnamiddag. Tevens een pleisterplaats voor pelgrims. Ik zet me met een Asturische cider en een Baskische pintxo op een terras bij de kiosk. Ik wil de gezellige drukte van uitgerekend dit plein op deze nazomerse zondagmiddag vastleggen in een gedicht. Ik doe het niet. In de voorravond klim ik met Teutë naar de Virgen del Puerto, een enorm beeld van Madonna met Kind, en het Fuerte de San Carlos, daar waar de klif de oceaan aanraakt. Helemaal in de verte zien we de Baskische kliffen bij de Golf van Biskaje. 's Avonds cider op de Plaza San Antonio. Op tv het misselijkmakende vermaak met een matador die een stier afmaakt dat ze hier in Spanje 'traditie' noemen. Weg met die wrede stierengevechten.
Op maandag willen we de afstand van Santoña naar San Sebastian overbruggen. Eerst nemen we de bus naar de overkant van de baai, de badplaats Laredo. Het lange strand ligt als een croissant rond de baai geplooid, met zicht op de Monte Buciero en de napoleontische forten van Santoña. Enkele uren later brengt een tweede bus ons naar Bilbao. Alweer een schitterend landschap door ons raampje. Zo passeren we het Castillo en de Iglesia de Santa Maria de la Asunción van Castro Urdiales, bovenop een rots hoog boven de oceaan. In Bilbao slenteren we langs onze favoriete plekjes. Heerlijke pintxos en txakoli op de Plaza Nueva en in El Globo. De zuilen van Azkuna Zentroa en de cocktails van Abando. Puppy.
's Avonds nemen we dan eindelijk de bus naar de mondaine badplaats San Sebastian of, in het Baskisch, Donostia. Deze 'gelukkigste stad ter wereld', maar ook een van de duurste van Spanje, ligt in de provincie Gipuzkoa, en daarmee hebben we alle drie de provincies van Baskenland bezocht. We rijden Donostia binnen via de pompeuze Maria Cristina zubia, een van de vele bruggen over de rivier Urumea. We zien boulevards om te flaneren in het Centro en smalle straten boordevol extreem drukke pintxobars in het Parte Vieja. Toeristen storten zich in de txikiteo. Veel Fransen, want la douce France ligt hier om de hoek. Zelfs op maandagavond is het hele historische centrum één grote kroegentocht. Deze wijk werd na een brand in 1813 helemaal heropgebouwd in neoclassicistische stijl, al werd het middeleeuwse stratenplan behouden. We eindigen onze eerste avond in San Sebastian op de Consti, een magnifiek plein waar vroeger stierengevechten werden gehouden, en dat zie je er nog aan.
Ontwaken met een rommelmaag in een juweel van een stad. De kou is tot in het diepst van mijn vezels geslopen en ik ga actief op zoek naar een streep zonlicht om in te zitten. Ik neem het allemaal in mij op: het Playa de la Concha of Schelpenstrand, het Isla de Santa Clara, de Monte Urgull met het Jezusbeeld bovenop de ruïne van het Castello della Mota, het voormalige casino (nu stadhuis), en al de hotels en paleizen die samen de belle-époquegrandeur vertegenwoordigen. In dit decor slijten we de laatste dagen van onze vakantie. Let's do this.
Ik loop naar het Palacio de Miramar en krijg weer een heel ander uitzicht voorgeschoteld. Het is nu duidelijk dat Donostia drie heuvels telt - vier als je het eiland mee rekent. Ook de kerktorens van het Parte Vieja zijn nu goed zichtbaar. Wanneer ik de voet van de Monte Igueldo bereik, ben ik de hele schelpvormige baai rondgegaan. Hier vind ik Eduardo Chillida's drie roestkleurige sculpturen, die samen het kunstwerk Peine del Viento XV vormen. Deze windkam is Chillida's eerbetoon aan de wind en aan zijn thuisstad San Sebastian. Golven breken op de rotsen, het geruststellende geluid stemt tot meditatie. En terwijl steeds meer toeristen zich bij de sculpturen verzamelen, kom ik tot rust met zicht op deze magnifieke baai. Ik wandel zo goed en kwaad als ik kan - een van de pintxos moet me slecht zijn gevallen - terug naar het centrum en verken het 19e-eeuwse stadsdeel. Hoogtepunten zijn de neogotische kathedraal en het ontspannende Gipuzkoa Plaza, een praline van een stadspark, mét zwanenvijver - zo hoort dat in een stad zo elegant als San Sebastian. Bij het Kursaal begint het Internationaal Filmfestival aan een nieuwe dag vol evenementen en m'as-tu-vu-selfies. Het ontwerp van de brug die naar deze moderne evenementenhal leidt, mag er trouwens ook wezen.
Ik haal Teutë op in het pension en de twee mottige zieken leggen zich neer op het Playa de la Concha om er enkele uren te zonnen. Zalig bij dit stralende weer, maar pas na een siësta in bed voelen we ons weer wat beter. Tegen de avond bezoek ik de basiliek Santa Maria del Coro, inclusief kerkmuseum, een expo van Jorge Oteiza's sculpltuurtjes, en een 18e-eeuws tafereel met honderden poppetjes. Net als in veel kerken zijn er allerlei legendes over de Zwarte Madonna, die ik in het altaar terugvind. Die van Donostia is diefstalbestendig. En dan met vernieuwde krachten die Monte Urgull op, helemaal tot bij Jezus. Halverwege bots ik op de Cementerio de los Ingleses, een serene begraafplaats voor de Engelse soldaten die hier tijdens de oorlog tegen Napoleon stierven. Een bijzondere plek op de beboste heuvelflank, waar de tijd is blijven stilstaan. In de ruïne van het fort maak ik een vredige wandeling tussen 16e-eeuwse kanonnen. Het panorama met stad, baai en zee is weergaloos. Aan de voet van de heuvel vind ik een alternatief barretje. Drinken en lezen met zicht op de Schelpenbaai, terwijl de zon achter de verre Baskische heuvels verdwijnt. We dineren in het mooiste Italiaanse restaurant, maar we krijgen niet veel binnen. Wanneer we op de terugweg het Kursaal passeren, spotten we een regisseur en actrices op de rode loper. Wisten we maar wie.
De volgende morgen voelen we ons veel beter. Op het strand van Gros kijk ik naar de surfers en ontbijt in een hippe surfbar. Die pintxos zijn we letterlijk kotsbeu. Ik krijg maar net een croissant binnen. Vervolgens neem ik de trein naar grensstad Irun en steek de rivier Bindasoa over, die hier de grens vormt met Frans-Baskenland. In Hendaye kijk ik uit over de Baai van Txingudi, met de landingsbaan van de luchthaven van Donostia en het fraaie vissersstadje Hondarribia aan de overkant. Van op dit rustige Franse pleintje is een onafhankelijk en verenigd Baskenland alvast visueel niet ondenkbaar - praktisch, dat is andere koek. Vakantiestemming overheerst in de jachthaven van Hendaiako, de Baskische naam van dit stadje. In het heldere water kan ik de vissen tellen, mocht ik die ambitie koesteren. Van op het strand zie ik in de verte de tweelingrotsen waar Hendaye bekend voor staat, net twee vingerhoeden in het water.
Met een volgeladen bootje steek ik de baai over naar Hondarribia, het mooiste stadje van Baskenland. Het voelt bijna verkeerd aan, ik ben namelijk veel liever in Frankrijk dan in Spanje. De vrolijke kleurrijke huisjes van de Casco Histórico steken fel af tegen Keizer Karels robuuste paleis op de Arma Plaza. In de kerk ernaast vond het huwelijk van Lodewijk XIV en Maria Theresia van Oostenrijk plaats. Dit ommuurde stadje bevat nog tal van stadspoorten, bastions, ondergrondse gangen. De typische herenhuizen met balkon en wapenschild maken een onuitwisbare indruk. Via de Calle San Pedro bereik ik de visserswijk, een verrukkelijk extraatje. Kleurrijke huisjes en cafés troef. En in geen enkel stadje zag ik zoveel Basken de typische baret dragen als in Hondarribia.
Ik neem de bus naar het havenstadje Pasaia, waar men op een werf aan het water een replica van de San Juan bouwt, een walvisvaartschip uit de 16e eeuw. Ik neem een bootje naar Pasai Donibane, een droom van een vissersdorpje. Hier vertrok Markies De Lafayette per schip naar Amerika om mee te strijden voor de onafhankelijkheid. En Victor Hugo verbleef hier in een van de schattige huisjes. Vandaag toont de provincie Gipuzkoa me haar mooiste troeven, terwijl Teutë in de Schelpenbaai plonst. Ik pik haar op en we bezoeken samen het Museo San Salmo, ondergebracht in een oud klooster. We bewonderen de werken van Ignacio Zuloaga, Nicolás Lekuona, Esther Ferrer, Nestor Basterretxea, Antonio Ortiz Echagüe, Tintoretto, Jean Fouquet,  El Greco, Jorge Oteiza, Eduardo Chillida... Van die twee laatste loopt er een tijdelijke expo, en we maken er een spelletje van te raden welke sculptuur bij welke beeldhouwer hoort. Ook het deel over de Baskische samenleving is erg interessant.
Donderdag reizen we terug naar Bilbao, met nog een laatste stop in Zumaia. Hier heeft de natuur zich weer van haar meest artistieke kant getoond. De flyschformaties aan de kust zijn hier wonderbaarlijk. Door de fijne laagjes lijken de rotsen haast op enorme naslagwerken. Het Playa de Itzurun is een van de mooiste stranden waar ik al heb gezwommen. De hoge kliffen doen aan Ierland denken - ik zie zelfs geitjes grazen - maar het is herfst en warm genoeg voor een duik in de oceaan. En dat doen we ook ineens in een decor van Game Of Thrones. Al kunnen de surfers deze hoge golven beter benutten. Een betere afsluiter voor deze fijne reis door Noord-Spanje kan ik niet bedenken. In het stadje zelf staat op een groot bord nog eens te lezen dat dit niet Spanje of Frankrijk is, maar wel Baskenland, met een eigen taal en gebruiken. Voor alle duidelijkheid.
's Avonds zak ik samen met alternatief Bilbao af naar Kafe Antzokia. In dit mooie zaaltje speelt de Australische rockband Tropical Fuck Storm een eigenzinnige, speelse, wilde set. Baskische indierocker Joseba Irazoki verzorgt het voorprogramma. Na het concert passeer ik de Jardines de Albia, waar jongeren met een drankje in de hand de nacht terug nemen. Donderdagnacht. Laatste ochtend. Net op tijd, want het weer gaat keren. Succes aan de pelgrims. Na een ontbijt bij El Arenal keren we terug met een hoofd en hart vol indrukken... maar we kijken wel uit naar onze eerste goede koffie in twee weken :)

zaterdag 24 september 2022

Noord-Spanje 9-23 september 2022, deel 1

Noord-Spanje 9-23 september 2022
deel 1: Bilbo & Burgos


En dan gaan we naar Spanje. Meer bepaald naar Baskenland, Asturië, Cantabrië en Castilië. Twee weken lang, met extra focus op Baskenland, een kleine autonome regio in het noorden van Spanje. Teutë en ik vliegen naar Bilbao, de hippe metropool van Baskenland, dankzij het 'Guggenheimeffect' geen deprimerende industriestad meer. Oude en moderne architectuur gaan hand in hand. We nemen de bus naar het centrale plein, het fleurige Plaza Federico Moyúa. Er zijn heel wat interessante paleisgevels te spotten in deze buurt, zoals het Casa Montero. De fosteritos, de glazen metro-ingangen, kregen hun naam van architect Norman Foster. We verkennen Casco Viejo, de historische binnenstad, maar beginnen in de multiculturele wijk San Francisco. In een drukke bar bestellen we pintxos, de Baskische variant van tapas. Een lekkere snelle hap. We steken de Rio Nervión of Nerbioi over naar de Siete Calles, de zeven straatjes die het hart van de oude stad vormen.
De Mercado de la Ribera is de grootste overdekte markthal van Europa, maar zeker niet de mooiste. Typisch Spaans is de Plaza Nueva, een rechthoekig plein met arcaden, palmbomen en gezellige pintxosbars. Een ander charmant pleintje is het Plaza Unamuno, waar we de trappen nemen naar het Parque Etxebarria bovenop de heuvel. Vroeger stond hier een stinkende fabriek, waar de eenzame schoorsteen nog van getuigd. Mooi zicht over Bilbao en de verre heuvels van het achterland. We dalen af naar de rivier, waar het Teatro Arriaga Antzokia ons met zijn neobarokke gevel kan bekoren, en duiken weer de Siete Calle in. De bibliotheek is zeker een bezoekje waard, omwille van de prachtige leeszaal en aula. Maar het liefst zitten we gewoon aan de oever met een San Miguel in de hand en zicht op de markthal en de Siete Calle. Dat doen de Basken zelf ook graag. Barretjes genoeg. Casco Viejo verbluft niet, maar 's avonds is het wel gezellig druk in de Siete Calle. We gaan van bar tot alternatieve bar, eten pintxos, drinken txakoli, en vieren met de Basken dat het weekend is begonnen. En overal hangt de ikurriñavlag.
Op zaterdagochtend trek ik er alleen op uit. Na een zoet ontbijt in een pastelería, waar ik een karolina proef, verken ik het moderne en dure Indautxu. Te midden van al dat glas en beton tref ik af en toe een architecturale schat aan, zoals een modernistisch theater of een futuristisch overheidsgebouw. Uitblazen in het romantische Parque de Doña Casilda Iturizzar, het grootste park van El Botxo, het koosnaampje voor Bilbao. Deze groene long, die uitloopt tot aan de oever van de Nervión, is een welkome afwisseling na de brede straten van de kantoorwijk Indautxu. In de pergola kom ik helemaal tot rust. De enorme rode hijskraan Carola herinnert aan de Euskaldunawerf en het maritiem verleden van de stad. Deze museumwijk doet me wat aan Manchester of Lissabon denken, smaakvol modern met respect voor het verleden. Een driemaster ligt hier voor anker, het stadion, 'de kathedraal van het voetbal', domineert het zicht als een walvis die naar lucht komt happen, en de rivier zet koers naar de oceaan. En Jezus is hier God. Hij kijkt van op zijn reusachtige sokkel uit over het reilen en zeilen van de Gran Via. Teutë ontmoet ik in een artistiek cafeetje niet ver van het Plaza Indautxu en samen bezoeken we het cultuurcentrum Azkuna Zentroa en wandelen door een cartoonesk bos van 43 originele zuilen. Hoog boven ons zien we de glazen bodem van een zwembad, grappig om de zwemmers op deze manier gade te slaan. Een unieke plek en sowieso het hoogtepunt van het wat teleurstellende Indautxu.
We nemen de metro naar Portugalete, stroomafwaarts aan de Nervión. Bezienswaardig is de zweefbrug Puente Vizkaya of Puente Colgante, uit 1893, een verbluffend staaltje architectuur van de industriële revolutie dat Portugalete met Getxo verbindt. Een subliem zicht op de zweefbrug hebben we aan het pleintje dat is opgedragen aan kroniekschrijver Lope García de Salazar, met 14e-eeuwse toren en kerkje. Portugalete is een aangenaam stadje met een wirwar van stegen en trappen. Een ingenieuze cabine zweeft vlak over het wateroppervlak, zo steken we een eerste keer de rivier over, samen met andere voetgangers, fietsers en automobilisten. Vervolgens nemen we in Getxo de lift naar de pasarela en wandelen op 50 meter hoogte boven het water. Indrukwekkend panorama en best een spannende ervaring. In de verte de monding van de rivier in de Golf van Biskaje met bijbehorende kliffen en vuurtorens, alsook de haven van Bilbao. Op het populaire strand van Las Arenas pootjebaden we tussen de Baskische zonnekloppers. Een paar uurtjes strandvakantie onder de Spaanse zon doet ons goed. Aan de Puente Colgante nemen we de bus terug, back to Bilbo.
In een pintxosbar hoor ik Angèle en ik vraag de barman of ze beroemd is in Spanje. Helaas, het is van zijn eigen afspeellijst, hij is grote fan. Half opgegeten pintxosschoteltjes vormen een feestmaal voor de mussen. Ook de hippe wijk Abando valt in de smaak. De voetgangersstraatjes tellen vele gezellige en originele bars, vooral die aan de oever. De toog van de Baobab-bar is versierd met een moderne interpretatie van Picasso's beroemde werk Guernica. Een pintxo pote in Café El Globo is ook altijd een goed idee. Zaterdagavond en op elke straathoek staan tientallen mensen weer te drinken en te snacken. Die gezellige sfeer is een van mijn favoriete eigenschappen van de Spaanse cultuur.
Zondagmorgen genieten we van het briesje dat door de straten van Abando waait. Binnen enkele uren is het een moordende 38°C. We verkennen de straten die uiteindelijk naar Guggenheim leiden. Het eerste bekende kunstwerk dat ons komt begroeten is een bloemenhond, een reusachtig huisdier met kleurrijke bloemenvacht. Het gaat om Jeff Koons' meesterwerk Puppy. Achter het compleet maffe ontwerp van het museum vinden we het angstaanjagende Maman, de gigantische spin op de oever van de Nervión, van de hand van Louise Bourgeois. De golvende glinsterende muren van de door Frank O. Gehry ontworpen kunsttempel hebben soms wat weg van een woeste oceaan, dan weer van een aluminiumroos, een geblutste blikken doos, een ruimteschip, een vreemde vis uit een surrealistische nachtmerrie, een gekneusde vuist van titanium. Ook de Puente La Salva is bezienswaardig, voornamelijk omwille van de geslaagde muurschildering aan de kant van de Castaños-wijk.
In het museum beleven we Richard Serra's stalen doolhoven, Jenny Holzers verticale led-boodschappen, Richard Longs Bilbao Circle. Er loopt een expo waarin de geschiedenis van de auto wordt getoond aan de hand van blitse modellen en enkele kunstwerken: Henry Fords eerste automodellen, Andy Warhols pop art, de snelheid van racewagens en de Italiaanse futuristen, verder nog David Hockney en Le Corbusier en Nick Masons supersnelle soundscapes.
We pintelieren in de snikhete straten van Abando en steken de rivier over naar Castaños, waar we de kabelbaan nemen naar de Monte Artxanda. Vanuit een pittoresk tuintje met moderne sculpturen is het uitzicht over de hele stad en de heuvels, tot aan Getxo en de oceaan, bijzonder mooi. De rode woorden BILBO en BILBAO die in veelvoud de omheining vormen, geven een extra touch. We verkassen naar een tweede hotel, in Casco Viejo, hebben weer wat nood aan een decor dat ouder is dan de 19e eeuw. We passeren de authentieke gevel uit 1902 van het treinstation La Concordia en de prachtige kiosk van El Arenal. Daarna weer ouderwets pintxo pote in de drukke bars van het Plaza Nueva en de Siete Calles, pro-Baskisch, feministisch en LGBTQ-vriendelijk.
In 1937 bombardeerden de nazi's de voor de Basken heilige stad Guernica, in opdracht van Spaans dictator Franco. Dit eerste bommentapijt uit de geschiedenis eiste 1600 burgerslachtoffers en was een van de ergste aanvallen uit de Spaanse burgeroorlog. Enkele jaren geleden bewonderde ik het schilderij Guernica van Pablo Picasso in Madrid. Zelden heeft een schilderij me zo ontroerd als toen. Spanje heeft de Basken altijd behandeld zoals pakweg England de Schotten en de Ieren. Hoewel geweld altijd moet worden veroordeeld, is het geen wonder dat terroristische organisaties zoals de ETA en de IRA zijn ontstaan, of dat er veel Schotten, Basken of Catalanen van het toxische vaderland willen afscheuren. Dat blijft een netelige kwestie, met veel argumenten pro en contra, zeker in het geval van Baskenland. Met bakken sympathie voor deze symbolische plek nemen we de trein naar Guernica en aanschouwen een replica van Picasso's schilderij. In het park vinden we twee intrigerende sculpturen, van Eduardo Chillida en Henry Moore.
De herinnering aan het bombardement is overal in de stad aanwezig. We bezoeken een voormalige schuilkelder van tijdens de burgeroorlog, waarin we een simulatie van het bombardement ervaren. Na de versmarkt bezoeken we het Casa de Juntas, het parlementsgebouw van Vizcaya. Het schitterende glas-in-looddak stelt de heilige eik voor met alle steden van Vizcaya errond vertegenwoordigd door hun bekendste monument. Van de oorspronkelijke boom blijft enkel nog een stuk van de stam over. Rest ons nog het Vredesmuseum. Hier komen verschillende conflicten aan bod, maar 26 april 1937 staat natuurlijk centraal. We slenteren over een glazen vloer en staren naar het puin, stappen een woonkamer binnen en beleven de bange minuten vlak voor de Duitse vliegtuigen arriveren. Op interactieve wijze leren we over de verwoestende kaken van het fascisme. Laat ons van elke wannabe Franco of Hitler een paria maken en zo onze democratische samenleving behoeden voor de totale onderdrukking of zelfs verwoesting.
Net als in Bilbao komen we hier af en toe bedevaarders tegen onderweg naar Santiago de Compostella. Het zal een constante worden op deze reis. Terug in Bilbao wandel ik symbolisch een kort stuk van de bedevaartstocht af. Ik bezoek de kathedraal en de Iglesia San Antón, allebei haltes op de pelgrimsroute van de Sint-Jacobsschelp. Van zodra ik de rivier oversteek, wordt de route afgrijselijk saai, en besef ik dat ik even goed de Turnhoutsebaan kan uit lopen. Toch stop ik niet tot ik aan het eind van die eindeloze Calle Autonomía de groene heuvels bereik. In de verte knikt de gouden Jezus me toe: het is goed geweest, je bent toch atheïst. Mijn stappenteller vertrouwt me toe dat ik vandaag geen records ga breken, dus na een verfrissende Estrella Galicia vervolg ik mijn weg. Ik klim naar de wijk Altamira, bovenop de heuvel, en zie Bilbao in de diepte liggen. Aan de andere kant lonken de bergen en een scheut oceaan. In de Kadaguavallei zie ik de 15e-eeuwse Puente del Diablo liggen, een stenen nietje te midden van het niets. En de wegen van de Heer zijn bezaaid met groot huisvuil. Uren later dineren Teutë en ik voorlopig voor de laatste keer in Baskenland. Morgen nemen we een vroege bus naar Burgos, in Castiliaans Spanje, volgens de Castilianen het 'echte' Spanje.
Pelgrims die via Bilbao naar Santiago de Compostella trekken, passeren niet langs Burgos, dit is een andere camino. Wanneer onze bus 's morgens vroeg Castilië binnenrijdt, worden we verwelkomd door het iconische silhouet van een Spaanse stier, dat je overal in het land langs de snelwegen ziet. Groene heuvels maken plaats voor een dor gelig landschap. Deze conservatieve provinciestad was de hoofdstad van Franco's fascistische regime, het is de plek waar El Cid faam verwierf en waar de jonge Filips de Schone, hertog van Bourgondië, zijn laatste adem uitblies in het Casa del Cordon, waar Columbus ook zijn privileges kwam opeisen na de ontdekking van Amerika. Werkelijk schitterende renaissancegevel. Ook de Arco Santa Maria en de Arco de San Esteban, die laatste in mudejarstijl, zijn imposant. Mudejar? I have a feeling we're not in Basque Country anymore.
We volgen de oude stadsmuur en klimmen naar de kasteelruïne. Van op de vestingmuren is er al een fraai uitzicht, maar het beste panorama krijgen we bij het Mirador del Castillo. Van deze hoogte is de Catedral de Santa Maria zo mogelijk nog indrukwekkender. Een van de vele kerken van Burgos is de Iglesia de San Nicolás de Bari, ter ere van onze Sinterklaas, net als in Bari. Het retabel van Simón de Colonia is ongelooflijk gedetailleerd. De stenen beeldjes van heiligen en engelen zijn niet te tellen. Een voorsmaakje voor wat ons in de kathedraal te wachten staat. Alleen al de buitenkant is een festijn: torentjes, spitsen, sculpturen en portalen, een ongelooflijke complexiteit. Ook binnen staan we met open mond in het rond te kijken. Een uur lang geven we onze oververzadigde ogen de kost. Net als die van Toledo is de kathedraal van Burgos een copieuze maaltijd die op een indigestie aanstuurt. Hooggotische kapellen, flamboyante retabels, uiterst gedetailleerde koorstoelen, een churrigueresk plafond met overdaad aan cherubijnen, bisschoppenportretten (één ontbreekt, want de ijdele man was er niet blij mee), Vlaamse wandtapijten, kloostergangen... Ook de laatste rustplaats van El Cid, meteen onder de prachtige koepel, ontbreekt niet. Haast belachelijk hoeveel esthetisch genot onze arme ogen ervaren.
We volgen de Río Arlanzón naar El Real Monasterio de las Huelgas, een klooster uit de 12e eeuw. Een Spaanstalige gids leidt ons door de kloostervertrekken en de romaans-gotische kerk. Opvallend zijn de draaiende preekstoel, het grafmonument van koning Alfonso VIII en Leanor Plantagenet, het Moorse stucwerk en de mudejarpoorten. Een onweer bereidt zich voor boven de kloostergang. Via de pelgrimsroute keren we terug naar het centrum, waar we de dag afsluiten in de alternatieve Bardeblás.
Omdat er een uitstap vanuit Burgos wegvalt maar we voor twee nachten hebben betaald, nemen we de volgende dag de bus naar Vitoria ofwel Gasteiz, de hoofdstad van Baskenland. We passeren de Montes Obarenes, bezaaid met kloosterruïnes, en steken de Ebro over naar Baskenland. Gasteiz is een prettig maar pittig stadje. Toch hoeven we niet altijd te klimmen, roltrappen vergemakkelijken onze stadswandeling. Typisch Baskische huisjes, bevallige renaissancepaleizen, veel street art, groen. Gezellige bars op de Plaza de España en de Plaza de la Virgen Blanca, waar een monument de overwinning op Napoleon herdenkt.
Bij de Catedral de Santa Maria vind ik het standbeeld van Ken Follett, die zich voor zijn literaire werk door deze wankele kathedraal liet inspireren. Samen met een groepje toeristen uit Lebbeke word ik rondgeleid door deze eeuwige bouwwerf. We sluipen door nauwe gangen hoog boven het koor, nemen een spiraaltrap naar de klokkentoren, waar we een 360° panorama van Gasteiz voorgeschoteld krijgen. De amandelvorm van het historische centrum is van bovenaf duidelijk te herkennen. In de toren hebben werkers door de eeuwen heen hun naam op de muren aangebracht. Overal op de binnenmuren zien we barsten en scheuren. Een van de zuilen staat wel héél scheef. In het ondergrondse van de wankele kerk bekijken we enkele opengewerkte graven uit de 12e eeuw. De skeletten hebben een muntstuk in de mond, als betaling voor de veerman Charon. Een lichtspektakel in het hoofdportaal leert ons op originele wijze in welke kleuren de beelden waren geschilderd in de middeleeuwen. Een uniek en verrassend avontuurlijk bezoek dus! Nog wat genieten van een terrasje in de zon en we trekken weg uit Baskenland. Het is tijd voor het tweede deel van onze reis.

En dat verslag volgt gauw!

donderdag 1 september 2022

Flavours of the month

The London jazz scene is hot nowadays. Think of artists such as Sons Of Kemet, The Comet Is Coming, Nubya Garcia, Ezra Collective, several of whom are listed in our September top 30. Kendrick Lamar proves to be invincible, as 'The Heart Part 5' is still the number 1. The Lounge Society is one of the most exciting post-punk bands at the moment, and each single of their debut album Tired Of Liberty is a real pleasure to listen to. Amazing feat for The Mars Volta, with three songs in this month's list, and two songs each for Ezra Collective, The Comet Is Coming, Djo, and Danger Mouse (one with Broken Bells, one with Black Thought). Interesting collab of Gorillaz with Tame Impala and Bootie Brown. And oh yes, Arctic Monkeys are back, and their seventh studio album The Car is expected soon.
 

  1. Kendrick Lamar - The Heart Part 5
  2. Ezra Collective - Victory Dance
  3. The Lounge Society - No Driver
  4. Yeah Yeah Yeahs - Burning
  5. The Mars Volta - Blacklight Shine
  6. The Comet Is Coming - CODE
  7. Bob Vylan - Wicked & Bad
  8. The Killers - Boy
  9. Frankie Cosmos - Aftershook
  10. black midi - Sugar/Tzu
  11. The Mars Volta - Graveyard Love
  12. Interpol - Gran Hotel
  13. Viagra Boys - Punk Rock Loser
  14. Stella Explorer - House Arrest
  15. Ezra Collective feat. Sampa the Great - Life Goes On
  16. Djo - Gloom
  17. Broken Bells - Saturdays
  18. Billie Eilish - TV
  19. Arctic Monkeys - There'd Better Be a Mirrorball
  20. The Comet Is Coming - LUCID DREAMER
  21. Djo - Figure You Out
  22. Gilla Band - Backwash
  23. De Staat - Head On the Block
  24. Danger Mouse & Black Thought feat. A$AP Rocky and Run the Jewels - Strangers
  25. De Mens - Mooie Verliezers
  26. The Mars Volta - Vigil
  27. Arabnormal - Gum
  28. Gorillaz feat. Tame Impala and Bootie Brown - New Gold
  29. Chet Faker - It Could Be Nice
  30. cleopatrick - OK