woensdag 17 oktober 2018

Kruimelfees

Mijn neusgaten groeien zienderogen en de randen vertonen scheurtjes. Iemand heeft er zijn vuistdikke vingers in gestopt en peutert nu als een bezetene. Korsten van snot vallen tussen mijn voeten op de tegels. Ze vormen een cryptisch kattenbelletje, krioelen eerst nog als pissebedden over en door elkaar heen en vormen tot slot een gezicht, bloedkorstkleurig. De Waarschuwing. Ik voel mijn hart bonzen onder beide schouders. Twee duistere werkplekken verscholen tussen arm en zij. Ongebreidelde industriële manie. Mijn sleutelbeen als onvrijwillige schokdemper. Er wordt gesleurd en gehouwen aan mijn lichaam dat het een lieve lust is.


Het gezicht dat uit mijn neus is komen kruimelen is dat van een vrouw. Ze hoeft geen half woord te zeggen om mij te doen begrijpen dat de kwestie ernstig te nemen is. Ik weet dat ik niet slaap. Ik blaas haar weg als zand van een handdoek. Schud haar uit.


Vlugvooruit vierentwintig en ik ben een oceaan van plastic. Stil zoals mijn naam doet vermoeden, een mystieke westenwind bespeelt mijn zeewierhaar. De parasieten zetten hun rampkoers verder. Mijn besmette massa vermeerdert. Eureka. Voor mij graag een witbeer. On the rocks? Je kent me. Ik kom hier te vaak. Laat hem balanceren als een acrobaat. Koorddanser van het hoge noorden. En maar dansen. Zonder neusring. Zonder bezoldiging. Bezondering. Uitgezonderd zonderdakslui in roze limousines.


Waarom ik niet opsta. Mijn maag protesteert. Mijn slokdarm is een stuk lek geschoten rubber, druipend van verspild talent. De kernreactor in het holst van mijn lijf pruttelt en borrelt giftig gas als rooksignalen naar mijn brein. Welke tempel davert op welk plein? Sla een bres in de muren want er dient dringend een heilige tekst te worden geloosd. De opluchting blijft tintelen. Koortsachtig doorzoek ik mijn appartement. Ik vind stekkers en draden en breek verbindingen. Alle volt moet worden ontmoedigd. Onoplettende waaklampjes worden snel gesmoord. Ik struikel over de oorzaak van mijn nachtelijk gedrag. Na mijn roes = eerste werk een uitje naar de glascontainer. Er groeit een woud van lege getuigen onder mijn aanrecht. Morgen sla ik al mijn schaamte aan diggelen.

zondag 14 oktober 2018

Ballonnenvrees 12 oktober 2018

Ballonnenvrees hield vier maanden een zomerstop. Op 12 oktober waren we terug, met de zestigste editie, en was de zomer er nog steeds. Dat was niet de afspraak. Na zo'n lange pauze zo'n grote opkomst, daar kan ik als organisator alleen maar heel blij van worden. En dan heb ik het nog niet over de kwaliteit van de performers gehad.
Want die was weer torenhoog, en van een diversiteit die je niet zo vaak op andere podia ziet. Bijna letterlijk elke leeftijd die een mens kan hebben stond hier gisterenavond op het podium, van een baby van zeven maanden oud tot dichters die al geruime tijd op tram 7 zitten. Qua stijlen ging het van spoken word over stand-up comedy tot muziektheater en zelfs de term 'autistic metal' passeerde even.
De mede-oprichter van de Indische spoken-wordorganisatie Bullock Cart Poetry mocht de spits afbijten. Het was een eer om de jonge dichteres Priyam Redican in Café Boekowski te mogen ontvangen. Haar baby lag rustig tegen haar aan te soezen terwijl Priyam een ontroerend verhaal vertelde over Mr & Mrs B., een jong gezinnetje uit Mumbay, en een blauw vogeltje met een gebroken vleugel. Haar evocaties van verwoestingen door bulldozers waren sterk, en uiteindelijk bleek het concept 'decivilization' centraal te staan. Huizen afbreken om meer bossen te bouwen.
Evy Van Eynde had al geruime tijd niet meer opgetreden, en ze toonde dat ze dat nog bijlange niet verleerd was. Haar intense gedichten bol van de krachtige beelden werden geschreven "om een patat van een liefdesbreuk te doorworstelen", wat tot een "wispelturig verwerkingsproces" heeft geleid. We kregen onder meer 'Ergens', 'Overlevingsmechanisme: Pantser', 'De Dood Van Een Ster', 'Blijven Drijven', 'Ik Ben Een Sirene Op Sterk Water', 'Huis', 'L'Amour', en als afsluiter het 'stoute' gedicht 'De Hollander', waarbij Evy de wat sensulere tour opging.
Blij dat ik eindelijk Les Moretales, het Gentse dichterscollectief van Anna Perneel en Rinze Lich, in Antwerpen mocht ontvangen. Ze gaan altijd voor het experimentele, de tongue-in-cheek, en het is puur genieten van de lekker absurde dynamiek tussen de twee. Het komische duo hanteerde een heerlijk pathetische stijl in zang en woord, met op de achtergrond deuntjes uit een kinderkeyboard. Lachen geblazen.
Voor de pauze kregen we de Gentse singer-songwriter Jim Cain (een artiestennaam die Michiel door Bill Callahan liet inspireren) over de vloer. Zijn eerste nummer verhaalde over de kracht van boeken - toepasselijk te midden van dit boekenparadijs. Met de single 'For The Road' liet hij heel het café meezingen. Zijn nieuwste album heet It's All Here. Hieruit plukte hij 'What Else Can We Do?', op de piano, een nummer over het desastreuze jaar 2016 en over met Ed Sheeran worden vergeleken, en afsluiter 'It's All Here', waarbij hij de mondharmonika bovenhaalde.
Na de pauze kregen we van Anke Verschueren twee korte teksten die een gevoelige snaar wisten te raken. 'Sneeuw' gaat over wakker liggen van de wereld en dan door het donker gaan dwalen. 'Dolfijnenvlees' is opgedragen aan 'de bomma' en haar volkswijsheden. Wat een mooi eerbetoon. Shari Van Goethem trakteerde ons op enkele gedichten uit haar debuut Een Man Begraaft Een Boom. Het was haast nostalgisch om nog eens over die drie hurkende meisjes, die transistorradio en die vloer vol vrouwen te horen. De nieuwere teksten gingen over de zee en over mensen met pijn. Dat belooft mogelijk weer een straffe bundel te worden.
Veelvraat is een bevreemdende samenwerking tussen elektronicadokter Tom Tiest en poëzieman Gert Vanlerberghe. Hun mariage van knetterende electro en verwarde performance kreeg al snel iets jazzy, haast Lynchiaans. De opener 'Momos' wordt de eerste single, elegant én gestoord, catchy flarden muziek en een alarmerende tekst over overbevolking. Ook de kaasverslaving van de frontman werd erbij gehaald.
En dan de legendarische open mic natuurlijk, met meer inschrijvingen dan ooit. Toon Krijnen had enkele limericken en slimmericken voor ons. Peter Hens bracht steengoede comedy over snoozen en IKEA-stoelen. Femke Verschueren, zus van, verblufte gans het café met haar twee pianoliedjes en prachtige stem: over het goede in de mens (fuck die terroristen) en over hoe nerds elkaar versieren. Bijzonder breekbaar en dan weer erg grappig. Gerrit De Feyter brak een lans voor mensen met mentale moeilijkheden. We kregen onder meer 'By The Sea' van hem. Maike Bretschneider had enkele oude en nieuwe teksten bij, zowel in het Duits als in het Nederlands, hoofdzakelijk over haar verbondenheid met de natuur: haar klassieker 'Zwerfdroom', 'S.O.S.', 'Golven'... Jirosj pakte de Boekowski opnieuw in met een catchy Nederlandstalig nummer op de gitaar en mondharmonika, met zelfs een referentie naar Luc Bomans, of all people.
Dan oldskool homie Tryggve Bauweraerts met eerst 'Go With The Flow' en vervolgens de anti-politiektekst 'Tijd Voor Revolutie'. Deze man komt uit het tijdperk van toen Ballonnenvrees en You On Stage nog in hun kinderschoenen stonden, een welkome blast from the past. Als afsluiter droeg hij het kortste Nederlandstalige gedicht ooit op aan zijn vriendin. Dat zal wel voor vondelvonken gezorgd hebben. Silke Crols had een bloedmooi pianoliedje voor ons. De Turkse dichteres Müesser Yeniay bracht Turkse en Engelse gedichten ten berde, met een uitval naar het patriarchaat. Nour was weer heel Nour met een ijzersterke maar ook erg persoonlijke tekst. Slam op z'n best. Bij Bart Daems ging het over verslaving. Tot slot had Liza Willfrieda een fragment uit een monoloog bij, waarin ze erg geestig speelde met de metafoor van de vis en de haak.
We hebben er nog drie voor dit najaar:

24 oktober, 't Werkhuys, Borgerhout
9 november, bibliotheek, Mechelen
30 november, Hedonismuz, 252cc, Ekeren 

Foto's: Gust Peeters

vrijdag 12 oktober 2018

Momos

De ramen zijn dichtgespijkerd,
de muren horen, zien en zwijgen,
de buren geluidsdicht
met een gaatje in hun hoofd,
demper zodat niemand
de snelle exodus van hun ziel hoort.

Alleen als in een discotheek,
dronken zoals op kantoor,
dans alsof je pensioen ervan afhangt,
niemand die je ziet of hoort.

Je oefent de schande,
de ogen die branden.
Verbanning smaakt naar zand:
ze schuurt je keel rauw
en er koekt altijd wel wat aan.

Momos, de overbemensing
maakt jou niet zo gezinsgezind.
De aarde kreunt en bloedt
bij de oogst van een nieuw kind.
Het laatste taboe gekoesterd,
gekluisterd aan de borst
van elke vorst.

Walden Berglund geketend,
pek en veren, een zotte hoed.
Dans alsof je pensioen ervan afhangt,
niemand die je vermoedt.

Confisceer een eiland,
verdwijn in een oerwoed.
De twistappel toont hoe het moet.
Democratie begon te rijpen
in de fruitschaal van Richter,
een demo van kraters en moed.
En nu ze zelf zowat aan diggelen,
Momos, doe ik het nog goed?

woensdag 3 oktober 2018

Sri Lanka 15-30 september 2018, deel 3

Sri Lanka, deel 3: De rand van de wereld


Voor de ochtendwandeling in de hoogvlakte Horton Plains is het vroeg uit de veren. Aan het visitors center wordt de ochtend inge-luid door consonant gekwaak. We zijn wakker. We wandelen 9 km door de hoogvlakte, voorbij Baker's Fall en World's End, waar door de mist letterlijk enkel het Grote Niets te zien is, alsof dit echt de rand van de wereld is. Nec plus ultra. Bij Little World's End klaar het een klein beetje op. Bij helder weer kan je tot aan de kust zien. Nog verder is er enkel water, een halve wereldbol vol niets. De olifanten zijn hier al lang weg. Wel wonen hier nog luipaarden, maar die zien we deze keer niet. In de graslanden grazen grote sambarherten.
Na de middag rijden we naar het station Nanu Oya in Nuwara Eliya. We reizen derde klas naar Bandarawela. Verschillende passagiers hangen uit de trein. Plots vliegt er een zwaluw op Kee's schoot. Katja laat ze bij de eerstvolgende stop weer het raam uit.
In ons hotel is er een rooftop tranquil garden. Ik beklim de gladde treden en krijg een panorama over heel Bandarawela, om de paar seconden opgelicht door bliksem. Ik denk dat we dat Lion-pilsje binnen zullen drinken. Het is volle maan, dus 's nachts worden we nog een tijdje wakker gehouden door speciale ceremonieën in de lokale boeddhistische tempel.
 Het is opstaan met stralend weer en het vooruitzicht door de lokale rijstvelden te trekken en bij lokale inwoners van het dorp Kahagolla rijst en curry te gaan eten. We gaan op bezoek in een kleuterklasje, passeren verschillende boerderijtjes en knikken vriendelijk Ayubowan! naar de breed lachende landbouwers. De tocht is zwaar want met heel wat hellingen en bij drukkende hitte, maar die eerste slot van het frisse water bij de lunch van het gastvrije moslimgezin aan het eind van de klim smaakt dan net zo verlossend.
Na de overheerlijke lunch worden Igor, Nele en ik naar Ella gereden, een charmant stadje te midden van theeplantages en watervallen. Met de umbrella in Ella. Een hippe plek vol onderkoelde beats, wereldkoffie en cocktails op basis van arrack. Hipster's paradise ligt aan de voet van Little Adam's Peak. De regen deert ons niet. Dit is een klein beetje thuiskomen. Het One Love-geneuzel nemen we er met plezier bij. Terug in Bandarawela is er 's avonds karaoke.
's Morgens rijden we weer naar Ella. Zuidwaarts. Ella Gap is de kloof tussen Ella Rock en Little Adam's Peak. Vanaf hier begint het landschap kustwaarts te vervlakken. Ravena Ella Falls is onze tweede fotostop. We verlaten dit memorabele bergland en rijden naar Udawalawe National Park, in het zuiden van Sri Lanka. Hier is een olifantenweeshuis gevestigd, waar kalfjes tot vijf jaar melk worden gevoederd. Het opvangcentrum behandelt de olifanten met respect en liefde: geen kettingen, toeristen mogen er niet mee op de foto etc. Echt bijzonder om ze te zien eten en spelen. Eén van de dieren heeft een pootprothese.
Na de lunch gaan we op safari in dit prachtige reservaat en zien oosterse dwergooruil, Bengaalse varaan, Indische olifant, beo, ijsvogel, Smyrna-ijsvogel, buulbuul, witte pelikaan, damhert, waterbuffel, zilverreiger, Indische kuifarend, baardagame, malabarneushoornvogel, bontbekplevier, bijeneter, wilde waterbuffel, witbuikzeearend, groene parkiet, mangoest, wilde kat, Indische nimmerzat, blauwe reiger, lepelaar, krokodil, Indisch paapje, grijze wouw en een zwerm sterns.
Wat een beeld: kuddes olifanten en buffels voor een meer vol krokodillen en ooievaars met aan de horizon het bergland gehuld in onweer, af en toe een bliksemschicht. Wij zijn fan van dit park.
Verder zuidwaarts naar Tissamahara, aan het Tissa Wewa. Bezienswaardig zijn een handvol impressionante dagoba's. 's Avonds drinken we cocktails in het zwembad, met vliegende honden in de lucht en een hele keversafari in het water. Vakantie, ik zou er nog aan wennen. Aan de biljarttafel verbroederen we met de reisgroep van Lottes zus. Een goede nachtrust na heel wat drank. Vervolgens de lange rit naar het westen, die bijna de hele dag duurt, met enkele stops. In ons hotel ligt een Bengaalse varaan in de zon. De jarige Arthur gaat ermee op de foto en een Japans koppeltje vraagt of dit een krokodil is. In de bus zingen we voor Arthur en eten we taart.
Vlak naast de stoepa van Tangalle staat een hindoetempel met een groot kleurrijk beeld van Skanda, de god met de vele gezichten en de pauw als rijdier. Verder moskeeën en kerken, en oh daar is de oceaan weer. Die krijgt van Igor een groot applaus. Kort voor Matara is het zuidelijkste punt van Sri Lanka. Tussen hier en Antarctica is er niets dan water. Matara telt enkele Hollandse forten. Het meest bezienswaardig is echter dat van Galle. In Fort Galle komt de Gouden Eeuw weer helemaal tot leven: de Hollandse huisjes, kerkjes, steegjes, bastions, pakhuizen - inclusief een karakteristieke vuurtoren. Op de bastions spelen enkele langoerapen. Het Hollandse fort is bovenop dat van de Portugezen gebouwd.
In Midigama poseren enkele steltvissers voor ons. Daarna vertelt Wimal over de tsunami van 26 december 2004, die op enkele minuten tijd 50000 levens eiste in Sri Lanka alleen al. Een afgrijselijke klap voor het land. De economische kater was haast een even groot drama, met name voor de visvangst en de toeristische sector. Ons hotel met zwembad in Narigama, bij Hikkaduwa, komt meteen uit op de oceaan. Een bed aan de rand van de wereld. Dit badplaatsje is een surfparadijs. 's Avonds dansen we op het strand met de krabben tussen onze voeten.
Voor dag en dauw vertrekken we naar Mirissa. Vanuit het drukke haventje varen we uit naar open zee. Twee soorten dolfijnen (langsnuitdolfijn en langbektuimelaar) zwemmen in school voorbij onze boot, maar het hoogtepunt van onze whale-watchingtrip is de blauwe vinvis. Deze goedaardige kolos kan tot 30 meter lang worden en is zo het grootste dier dat ooit op aarde heeft geleefd - groter dan de dinosauriërs. We zien er verschillende zwemmen, hun minirugvin boven water, en plots diep duiken, met de staartvin in de lucht. Walvissen zijn altijd majestueus om te zien!
De rest van de dag vult zich snel met zon, zee, zwembad, koffie en Jonathan Franzen. Voor ons laatste avondmaal gaan we naar een gezellig restaurant in Hikkaduwa. Op onze laatste dag rijden we naar het noorden van Hikkaduwa. De zee is woest. Elders in de wereld razen orkanen en tsunami's, met vele slachtoffers. Het is bijna cynisch om het tsunamimuseum vandaag te bezoeken, met wat er nu in Indonesië gebeurt. Wat een krachtige en diep trieste foto's, getuigenissen, cijfers van de ramp van 24/12/04. De eigenares was ooggetuige en vertelt ons over deze tragedie. Eerst trok de oceaan anderhalve kilometer weg. Arme vissers begonnen haastig achtergebleven vissen te verzamelen. Twintig minuten later kwam een muur van zee met een ongelooflijke verwoestende snelheid terug en maakte al meteen duizenden slachtoffers binnen de eerste minuten. Achter het huis staan enkele graven.
We bezoeken een zeeschildpaddenopvangcentrum (Scrabble, anyone?) en leren over de verschillende soorten. Baby's en gehandicapte reptielen worden hier klaargestoomd om weer in het wild losgelaten te worden. Hun slaagkans in de natuur is vrij klein. De albino (wat een prachtig dier) moet blijven omdat zeeschildpadden nogal racistisch durven zijn. In de namiddag is het tijd voor afscheid. De groep vertrekt naar de luchthaven terwijl ik nog wat in da hood blijf rondhangen, tot mijn taxi arriveert.
In Indonesië loopt het dodental op. Aan onze kant van de Indische Oceaan blijft het bij razend water. Enkele hotelgasten gaan erin zwemmen maar krijgen de waarschuwing dat het gevaarlijk is. In onze stambar Top Secret hang ik nog wat rond met de Zweden die we de laatste dagen hier voortdurend tegen het lijf liepen, terwijl achter de rode vlag de oceaan als een bezetene te keer gaat. Dan volgt de storm, die meteen het moessonregen aankondigt. Tijd om te vertrekken.

Op de radio van mijn taxi naar de luchthaven speelt 'Another Day In Paradise'. Dat Aards Paradijs moet ik nu verlaten, net als Adam en Eva, de allereerste pioniers. Het is weer tijd om mijn plekje op de wereld te zoeken. De bo-boom moet ik er zelf maar bij bedenken.

dinsdag 2 oktober 2018

Sri Lanka 15-30 september 2018, deel 2

Sri Lanka, deel 2: Leeuwenrots en boeddhatand


Met de eerste twee koningssteden achter de kiezen reizen we richting meer cultuur. Op het menu vandaag staat de beroemde Leeuwenrots van Sigiriya, 200 meter hoog. Er staat een hele klim voor de boeg, maar de fresco's van de knappe rondborstige dames zouden de moeite waard zijn. Eind 5e eeuw bouwde koning Kasyapa hier zijn paleis en burcht. Dit is de koning die zijn eigen vader levend liet inmetselen om aan de macht te komen. Zijn halfbroer verbande hij naar India, maar toen deze 18 jaar later terugkwam met een leger, liet dat van Kasyapa hem in de verwarring van het strijdgewoel in de steek. Hierna pleegde Kasyapa zelfmoord en werd zijn halfbroer Mogallan koning.
De vrouwenfresco's zijn waardevolle overblijfselen van deze Hemelburcht, die ooit volledig was beschilderd. Ze zijn 1500 jaar oud en geschilderd in natuurlijke kleuren. In de Spiegelmuur werden al in de 8e eeuw recensies gekrast door toeristen avant la lettre. Ze leven als poëzie.
Wat een klim in deze hitte, maar ook: wat een uitzicht! Overal oerwoud, aan de horizon heuvels, hier en daar een heiligdom, zoals Dambulla, waar we later vandaag heen trekken. De laatste trap wordt ingeleid door twee reusachtige leeuwenpoten, uit de rots gehouwen en aangevuld met bakstenen. Eeuwen geleden was er ook een kop, maar die is verdwenen. Tijdens de afdaling zien we langoerapen en ceylonkroonapen verbroederen. Onze ogen klimmen naar de holtes in de muren, waarin soldaten de wacht hielden. Als ze indommelden, stortten ze de diepte in. Efficiënt hoor, koning Kasyapa. Een andere bezienswaardigheid hier is het 'parlement', een groot stuk uitgehakte rots. Tot slot is er de Cobrarots, die doet denken aan een... juist ja.
Dambulla was van op de Leeuwenrots al te zien omwille van haar nieuwe Gouden Tempel en 30 meter hoge gouden boeddha. Onze aandacht gaat vooral naar de antieke rotstempels met in totaal 165 sublieme kleurrijke beelden, waaronder grote boeddha's en Singalese koningen. Verder zijn er muurschilderingen van meer dan 2000 jaar oud. Dit is werkelijk verbluffend. We staan met open mond te kijken. Bij de afdaling zien we in de verte Sigiriya liggen.
We reizen door een berglandschap naar de culturele hoofdstad Kandy, de laatste der koningssteden. Onderweg houdt de bus halt bij een specerijenplantage in Palapathwela, gespecialiseerd in ayurvedische geneeskunde. Een herbalist biedt ons kruidenthee aan en toont allerhande medicinale planten en hun trucjes. We krijgen verschillende olies opgesmeerd en een massage, en voelen ons als herboren. In Matale bewonderen we de schitterende hindoetempel Sri Muthumariamman, met zijn 1001 godenbeelden. Al die heilige pracht en praal is een lust voor het oog. In de winkelstraten hangen honderden boeddhistische vlaggen.
Kandy telt enkele koloniale monumenten en ligt aan een kunstmatig meer, dat door de laatste Singalese koning, Sri Vikrami Rajasingha, werd aangelegd. Ah, de drukte van een stad na een week op het platteland. Laat op de avond drink ik een slaapmutsje op het rooftop terrace. Het grootste deel van Kandy ligt er donker bij, maar de grote boeddha en een witte stoepa zijn mooi verlicht. Buiten wordt me voortdurend hasj aangeboden.
De Tempel van de Tand is de heiligste plek op Sri Lanka. Hij staat centraal in Kandy en bewaart een tand van Boeddha. Het bedevaartsoord is streng bewaakt na de bomaanslag door Tamil Tijgers in 1998, waarbij het zwaar werd beschadigt en er doden vielen. In een stroom van honderden gelovigen laat ik me door dit prachtig versierde heiligdom voeren. Het is net offertijd, dus waanzinnig druk.
In een bar tegenover Saint Paul's Church kijk ik naar de Asian Cup. De barmannen leggen me de regels van cricket nog eens uit. Op de rotonde bij de charmante klokkentoren is er altijd veel verkeer. Er staan enkele standbeelden uit koloniaal Ceylon. In de overdekte markt, waar vlees- en visgeuren en -sappen zich met elkaar vermengen, koop ik wat fruit. Het zicht op de Tempel van de Tand, aan de overkant van het meer, is de moeite. De indruk van sereniteit steekt fel af tegen het middagspitsgeruis. Schildpadden en aalscholvers rusten in de Zuid-Aziatische zon.
In Royal Palace Park zoek ik verkoeling. De (vele) makaken observeren is entertainender dan een stand-up comedy show. Ze trekken aan elkaars staarten, duwen elkaar de heuvel af, jagen elkaar achterna voor een hapje eten, en rollebollen in het gras. Heel wat koppeltjes komen hier knuffelen bij de fonteinen, elk met een paraplu tegen de zon. Ik ben hier de enige toerist.
Kee, Chris, Arthur en ik wandelen heel het meer rond. We ontmoeten reigers, ooievaars, vliegende honden, varanen, schildpadden, pelikanen, en willen die kraaien eens vijf minuten hun snavel houden? Bij schemering voegen we ons bij de rest, op het rooftop terrace. De zonsondergang spuit een melkweg van oranje boven de heuvels. Vliegende honden bestormen de hemel. We nemen tuk-tuks tot in de heuvels van Kandy voor een rooftop dinner met zicht over de hele stad. De Kandyan Calypso Band speelt een orkest aan onze tafel.
Het is de nag nadien vroeg opstaan. We verlaten Kandy richting het centrale bergland, met de hoogste toppen van Sri Lanka. Kandy wordt begrensd door de langste rivier van het land, de Mahaweli Ganga. In Kitulgali gaan we met z'n vijven raften op de Kelani Ganga. Het is mijn eerste keer. Best kicken in het wilde water. Een paar keer voert een jonge gids ons tegen de stroming de helling op. Ik drink een paar borrels junglewater en Chris valt een keer uit het rubberen bootje. Op het laatste stuk is het kalmer en laten we ons drijven als otters op het water. Dat heet bodyrafting. Topervaring in dit landschap. Eindhalte is een typisch Brits-koloniaal hotelletje.
Nuwara Eliya ligt te midden van de beroemde theeplantages, en aan de voet van de Pidurutalagala, ofwel Mount Pedro, de hoogste berg van Sri Lanka. Op deze hoogte is het een pak koeler, weg van de hitte. We hebben ook voor het eerst felle regen, typisch voor het centrale bergland. Alles ademt hier de Brits-koloniale sfeer uit, van de Victoriaanse villa's tot de golfclubs. We bezoeken een theefabriek. Er zijn drie types thee, en bij Lipton worden die gemengd, al is blended tea niet zo kwaliteitsvol als de rest, met name High Grown Garden Fresh Broken Orange Pekoe, de Ferrari van de thee. Omdat theestruiken best hoog kunnen groeien, moeten ze regelmatig worden gesnoeid, om op plukhoogte te blijven. Zo goed als alle theeplukkers zijn vrouwen. Hoewel het zondag is, draaien de sorteermachines op volle toeren. 50% van de thee wordt geëxporteerd naar Rusland en de Emiraten.
We krijgen gratis kopjes Ceylon thee, de beste thee in de wereld. De vergezichten in dit mistige bergland zijn adembenemend. Er zijn ook enkele mooie watervallen te bewonderen. De vele dennenbomen zijn geïmporteerd.