zondag 17 juni 2012

Canada deel 4

Verslag reis naar Oost-Canada 1-13 juni 
Deel 4: De derde hoogste toren ter wereld, de zonnige Toronto Islands, The Maid of the Mist en de T.O. underground

9 juni 2012, SkyPod, 447 meter hoog, Toronto
Net zoals New York City is Toronto een grootschalige mengeling van torenhoge buildings en historische pleintjes, hoekjes, tuintjes... Het stratenplan lijkt op een schaakbord, met lange avenues en straten die elkaar steeds recht op recht kruisen. Ik begin mijn wandeling tussen de betonnen reuzen. Al meteen wanneer ik Union Station buiten stap, heb ik zicht op de wereldberoemde CN Tower, die meer dan een halve kilometer hoog is en dertig jaar lang de hoogste toren ter wereld is geweest. Ik trek door het woud van buildings, waarvan vooral de gouden Royal Bank Plaza, de Dominion Bank Building en het Toronto Dominion Centre, waar de Toronto Stock Exchange is gevestigd, het vermelden waard zijn. Je krijgt al gauw een stijve nek door steeds zo hoog naar boven te kijken. Ook passeer ik twee luxueuze hotels: het imposante Fairmont Royal York Hotel en het niet minder sjieke Royal Meridien King Edward Hotel, genoemd naar de Britse koning uiteraard.
Iets oostelijker verlaat ik even het Financial District en beland ik in het St. Lawrence District. Ik passeer de St. James Cathedral en rust even uit in een gezellig tuintje, waar duiven zich wassen in een fontein. Bezienswaardig in deze wijk is de St. Lawrence Market, een grote overdekte markt waar het gezellig druk is. Binnen kan je zelfs nog de gevel van het oude raadhuis bezichtigen.
Ik moet weer langs alle wolkenkrabbers om uiteindelijk de Inner Harbour te bereiken. Toronto heeft er werk van gemaakt om Queen's Quay aantrekkelijk aan te leggen. Het is er heerlijk kuieren. In de verte landen vliegtuigen, varen zeilboten voorbij; je ziet de Toronto Islands liggen. De kade voert je langs de CN Tower en het Roger's Centre, beide giganten in hun volle glorie, langs dokken en plezierbootjes, een strand met gele parasols, en vooral heel veel groen. Er zijn heel wat tuintjes en parkjes aangelegd langs de kade, waarvan het mooiste Toronto Music Park is. Hier zie ik een paar kardinaaltjes, waarvan het mannetje vuurrood is. Kan je niet missen wanneer dit vogeltje voorbijvliegt. Zo is er ook Little Norway Park, waar een behoorlijke grote totempaal in hout is uitgesneden, dit met erg veel versieringen, vooral van dieren. In het westen passeer ik de architecturaal interessante appartement aan de Harbourfront, en nog verder is de stad steeds nieuwe buildings en woonblokken - de zogenaamde condos - aan het bouwen. Toronto blijft in beweging.
Verderop is er het Historic Fort York, dat destijds als verdediging tegen de Amerikaanse troepen diende. De Amerikaanse vrijheidstroepen legden het in de as, maar de Britten reageerden hevig door niet veel later het Witte Huis af te branden. Nu is er enkel nog een leger bosmarmotten op de heuvels van de wieg van Toronto te bespeuren. Ik bereik de grote avenues. Op een van de kruispunten staan en liggen twee gigantische beelden van speelgoedsoldaten. Ik wandel een lang stuk van Bathurst Street af, langs oude huisjes en enkele parken. Wanneer ik rechts moet afslaan, om Ediths neighbourhood te bereiken, passeer ik Honest Ed's, de wereldberoemde, geschifte koopjeszaak, met duizenden knipperende lichtjes en enkele maffe slogans op de gevel, zoals "Honest Ed never goes out! But his prices keep saying, "Good buy!!" en "A bargain centre like this happens once in a lifetime!! Sometimes never!!"
Ik neem Bloor Street, een van de hipste  en drukste straten van T.O. Edith woont in een zijstraat, Madison Avenue in The Annex. Dit is een hoofdzakelijk rustige buurt met ook hier weer veel groen en oude huisjes, vooral in rode baksteen opgetrokken. Edith is allesbehalve rustig. Ze is een zeer coole griet die in een punkband speelt en romans schrijft. Ik vermoed dat dit vijf geweldige dagen gaan worden. Haar appartement, in de kelder, is ontzettend klein, en ik ga op de grond moeten slapen. Waar ik de afgelopen dagen steeds in volle luxe van een bed heb kunnen genieten, gaat het hier dus net iets anders zijn.
Na een lange kennismaking neem ik de metro naar Downtown om het Entertainment District te verkennen. De twee meest opvallende gebouwen zijn natuurlijk Roger's Centre, een gigantisch wit stadion dat de thuishaven is voor de Blue Jays, en de CN Tower, waarop de hoogste bliksemafleider ter wereld prijkt. Ik neem de lift naar de beroemde SkyPod, op 447 meter hoog. Het valt op hoe ver je nog boven de toppen van de andere wolkenkrabbers zit. Ook merk je nu pas hoe groot T.O. is!! Zelfs aan de horizon zie ik buildings, al behoren die eerder tot zusterstad Mississauga. We moeten eerlijk zijn. Ook heb ik een knap zicht op de Toronto Islands en daarachter Lake Ontario. Hier, hoog in de lucht, heb je het roterende restaurant, met de hoogste 'wijnkelder' ter wereld. De attractie met de glazen vloer van de SkyPod is duizelingwekkend. Hoewel die zeer stevig is en er niks kan gebeuren, is het toch met een klein hartje dat mensen naar beneden kijken. Om het effect van een mindfuck te bereiken, moet je op de vloer gaan liggen, met je gezicht tegen het glas. Adrenalinestoot verzekerd! Dit is de hoogste toren waar ik ooit heb gestaan. Het is hoger dan het World Trade Center en hoger dan de Sears Tower, en de hoogste toren van Noord-Amerika en zelfs de westerse wereld. Een bezoek aan de CN Tower is sowieso een zotte ervaring!

10 juni 2012, Nathan Philips Square, Toronto
Even uitrusten op een populair plein in het centrum van Toronto. Het is middag en ontzettend warm. Ik schrijf van op een bankje tegenover de New City Hall en probeer niet weg te dommelen.
Na een bezoek aan de CN Tower heb ik gisteren de rest van het Entertainment District bezocht. Eerst Roundhouse Park, waar je te midden van oude locomotieven en wagons kan wandelen. Aan de andere kant van de CN Tower is er de Roy Thompson Hall, een concertzaal met een hoogst opvallende vorm. Van op een podium in de straten klinkt er reggaemuziek. Hier, op King Street West, vind je de Canadian Walk of Fame, de tegenhanger van die in Los Angeles, met sterren ter ere van Leslie Nielsen, Jim Carrey, Daniel Lanois, William Shatner, Pamela Anderson, Nickelback, James Cameron, Cirque du Soleil, Fay Wray, Bryan Adams en natuurlijk Neil Young.
Enkele blokken verder, in Queen Street Village, ligt CHUM City, het centrum van Canadese muziek. Hier zijn ze volop bezig het podium voor de Much Music Awards 2012 te bouwen. In deze wijk serveren gedecolleteerde jongedames in hippe restaurants, maar de coolste bar is zonder twijfel de legendarische Horseshoe Tavern, een mekka voor rock'n'roll liefhebbers. Naadloos wandel je om de hoek van de straat Chinatown binnen, waar alle straatnamen in twee talen zijn vermeld. Het steeds groeiende Chinatown heeft ondertussen ook het trendy Kensington opgeslorpt. Dit is een van de vele aparte wijkjes van T.O., en het is vooral zo charmant door de erg kleurrijke huisjes die je er vindt. Op een van de stoepen sla ik mijn voet om en ik kan nog net tot een Mexicaans restaurant wandelen om er een wrap te bestellen. Het is al zeer laat en ik ben warempel de enige klant in het etablissement. Nog even doorbijten en ik ben in Madison Avenue. Ik mank een groot stuk van Spadina Avenue door en kijk af en toe eens achterom, naar de rood verlichte CN Tower, dat als een afschuwelijk groot ruimtetuig H.G. Wells-gewijs dreigend door de straten van Toronto loopt. In het donker is het nog indrukwekkender hoe hoog deze toren eigenlijk is!
Edith is nog aan het werk maar ik maak het me al gemakkelijk op haar appartement. Na een paar keer in slaap te vallen, komt Edith terug. Mijn voet doet pijn, maar ik wil nog niet gaan slapen. Tot vijf uur 's nachts praten we honderduit en drinken we middelmatig Amerikaans bier. Voor we écht gaan slapen, eten we nog snel een bagel als ontbijt. Mijn slaapplaats is ontzettend oncomfortabel, zo niet een subtiele marteling van de ruggengraat. Hierna moet ik hier nog drie nachten doorbrengen, maar het feit dat Edith een erg fascinerende persoon is, maakt veel goed. Wat heb ik toch geluk met mijn vier couchsurfers. Magali, Alvaro, Katie, Edith, allemaal hebben ze ervoor gezorgd dat ik een onvergetelijke tijd heb in Canada.
Vanmorgen zijn Edith en ik op stap geweest. Kwestie van nog enkele aantrekkelijke plekjes in Toronto te bezichtigen. We rusten uit in Queen's Park en bezoeken vervolgens het imposante Ontario Houses of Parliament, dat bol staat van de versieringen en schilderijen van Britse vorsten en belangrijke MPPs. Hier krijgen we een interessante rondleiding; zo leren we over de gestolen scepter en bewonderen we zowel de originele scepter als de vervanger, die de twee eerste diamanten bevat die ooit in de streek zijn gevonden. We leren over de penibele taak van de speaker destijds: als de vorst het niet eens was met een beslissing van het parlement, liet deze het hoofd van de speaker afhakken en het opsturen naar Canada. We bezoeken de mooie parlementskamer, waarvan het plafond met afbeeldingen van ahornbladeren is versierd. Na het bezoek zet ik alleen mijn tocht verder.
Nu zit ik dus op het Nathan Philips Square, met zicht op zowel de Old als de New City Hall, waarvan het hoofdgebouw een witte UFO lijkt tussen twee enorme accolades als bijgebouwen. Er is hier een Filipijns feest aan de gang, met vele kraampjes. Mijn stadswandeling is bijna ten einde. Daarna staat een boottocht naar de Toronto Islands op het programma.

11 juli 2012, Hard Rock Café, Niagara Falls
Op een steenworp van Nathan Philips Square ligt Eaton Centre, een populair winkelcentrum waar enkele dagen geleden bij een schietpartij twee bendeleden zijn omgekomen. Opvallend is Flightstop, Michael Snows kunstwerk waarbij het lijkt alsof zestig Canadese ganzen in volle vlucht door het winkelcentrum vliegen. Yonge Street verdeelt T.O. in East en West en zou ook de langste straat in Noord-Amerika zijn. De beroemdste plek is zonder twijfel Dundas Square, met zijn grote neonborden de Canadese tegenhanger van Times Square. Je vind er ook het Hard Rock Café, en verder nog enkele interessante historische gebouwen.
Aan de Harbourfront neem ik een veerbootje naar de Toronto Islands. Het is bijna overbodig om te vertellen hoe mooi het zicht op de wereldberoemde skyline is. De eilandjes zelf zijn een groen paradijs voor heel wat vogelsoorten. Zo zie ik vele Canadese ganzen, meeuwen, zwanen, aalscholvers en een stern. De veldjes zijn ook begeven van de eekhoorns, zoals overal in de Canadese steden. Het is zondag en dus is er heel wat volk op de been. Bezoekers wandelen, fietsen, kanoën, varen en zonnen erop los. Er is dan ook veel te beleven. Het centrale eilandje heeft zelfs een pretparkje. De stranden zijn goed bevolkt met toeristen. Ik zet me neer op een pier en geniet van het matig verfrissende zeebriesje en het zicht op de wolkenkrabbers van Mississauga in de verte. Ik volg de kustlijn tot aan Gibraltar Point. Daar staat een van de oudste vuurtorens in Canada. Het is drukkend warm en ik heb spijt dat ik een zwembroek heb meegenomen. Het strand waar kledij slechts optioneel is, biedt een mogelijke oplossing. Hier geniet iedereen naakt of halfnaakt van een welverdiende strandvakantie, terwijl ze stilaan 'ondergesneeuwd' worden door de pollen afkomstig van de vele populieren die de eilanden tellen.
Ik neem de boot terug en begin dan aan een stevige wandeling van een uur, van Harbourfront tot The Annex. Niet ver van Queen's Park ligt een dode wasbeer in een voortuin. Toronto zou de belangrijkste wasberenpopulatie van alle steden hebben. Edith werkt in een ijsjeszaak op Bloor Street. Ze laat me ijs met 'stoutsmaak' proeven. Bierijs! Hoe verzinnen ze het? Na het werken aan mijn eerste blogbericht over Canada val ik in slaap op Ediths bed. Wanneer ze terugkomt, maakt ze snel een grote bokaal mochito, met veel rum en suiker. Die nemen we mee naar Casa Loma, een kasteel op een heuvel in het noorden van The Annex. Die liet de excentrieke miljonair Henry Pellats bouwen, en hij leidde er een decadent leven... tot het geld op was! We zetten ons op het muurtje van de trap die naar dit kasteel met middeleeuws karakter leidt, als twee gargouilles die turen naar de stad in de verte, met een CN Tower die ons een mooi schouwspel biedt door steeds van kleur te veranderen. Het is erg laat alweer. Opmerkelijk hoe ik aan het begin van mijn reis steeds relatief vroeg ben gaan slapen, omdat ik gewoon op was, en nu tot in de vroege uurtjes wakker kan blijven.
Nochtans moet ik de volgende dag - vandaag - vroeg op. Ik neem de trein naar de wereldberoemde Niagara Falls. Onderweg ontmoet ik twee Italianen en ben al snel in een boeiend gesprek verwikkeld. Hierdoor vergeten we uit te stappen in Burlington, maar gelukkig hebben we snel weer een trein terug. In Burlington moeten we nu wel veel langer wachten op een bus, en zo missen we in totaal een uur van onze dag.
Opvallend in het stadje Niagara Falls is de Skylon Tower, die iets weg heeft van de Strat Tower in Las Vegas, maar dan veel minder hoog natuurlijk. En dan ontvouwt het prachtige zicht zich op beide watervallen, de American Falls en de veel bekendere Horseshoe Falls. De waterdamp van de watervallen stijgt hoog de hemel in. Hier, aan de Canadese kant, kan je de promenade volgen tot achter de watervallen. De 'afgrond' van de Horseshoe Falls heeft iets subliems. Hier over de richel gaan betekent een zekere dood, en toch kan je van hier niet zien hoe diep de waterval gaat. Nochtans hebben in de loop van de jaren verschillende waaghalzen hier hun leven op het spel gezet, waarvan enkelen het niet hebben kunnen navertellen. De Niagara River is een van de snelst stromende rivieren ter wereld, en meteen ook een van de kortste. Het is indrukwekkend om te zien met wat voor geweld het water zich een weg langs de rotsen baant en na een gevaarlijke bocht de diepte in stort.
De Canadese kant van de rivier is ook bezaaid met allerlei attracties, casino's, restaurants. De waterval is dan ook een wereldwonder dat volledig uit zijn natuurlijke context is gehaald. Vroeger, toen alles hier nog maagdelijk woud was, moet dit nog meer impressionant zijn geweest. Een van de coolste attracties is de Maid of the Mist. Dit bootje vaart tot vlak voor de waterval, een hele belevenis. Ik twijfel nog of ik deze attractie ga doen, want ik ben de douche aan de Montmorency waterval, ondertussen alweer meer dan een week geleden, nog niet vergeten. Gelukkig krijg je hier een blauwe regenjas. Maar toch...
Ook opvallend is de Rainbow Bridge, die naar de Verenigde Staten leidt. De rivier is namelijk de grens tussen de V.S. en Canada, New York en Ontario. Die grens ga ik straks via de brug oversteken. Nu zit ik van een cola te slurpen in het Hard Rock Café, de grootste van de drie café's die ik deze reis ben tegengekomen.

13 juni 2012, Toronto Pearson Int. Airport
That's it, folks. Dag 13. Het einde van mijn trip naar Canada. Wat zal ik dit land missen. De openhartige mensen. De gezellige drukke maar groene steden. De maple sirop bagels. De geur van de hotdogs die ze overal in Toronto verkopen. Hell, zelfs het irritante gekrijs van de epauletspreeuw. Hieronder het relaas van mijn laatste dagen in Canada.
Waar waren we gebleven? Oh ja, Niagara. Eergisteren heb ik na mijn stop in het Hard Rock Café de Niagara River via de brug overgestoken. Zo belandde ik in Niagara Falls, NY. Aan de Amerikaanse kant van de rivier is het veel rustiger, met amper attracties. Het mooie parkje dat deels op Green Island en deels op Goat Island ligt, staat in schril contrast met de madness aan casino's, hotels, pretparkattracties... aan de Canadese zijde. Je kan de American Falls, die ook zeer indrukwekkend zijn, erg dicht benaderen, net zoals de Horseshoe Falls en de sterke stroomversnelling die aan het destructieve monster vooraf gaat. Te midden van de chaos drijft een aalscholver een niet al te aangename dood tegemoet. Pas te laat schijnt het dier het te beseffen en tegen het einde van de rit probeert het nog weg te vliegen, wat niet lukt. En dan verdwijnt het over de rand van de waterval. Een harde les.
Het is prachtig om de watervallen langs beide kanten te bewonderen. Hoewel ik mijn voeten, die vol blaren staan, tot het uiterste heb gedreven, moet ik nu natuurlijk terug. Ik steek de brug weer over en strompel naar het marktje aan de waanzinnig populaire attractie Maid of the Mist. We krijgen allemaal een blauwe regenponcho, stappen aan boord van het Amerikaans-Canadese bootje en varen stroomopwaarts, voorbij de American Falls, die eindigt in een labyrint van scherpe rotsen, voorbij de met honderden meeuwen bevolkte kliffen van Goat Island, waar toeristen in regenponcho's een natte tocht langs de American Falls maken, en dan rechtdoor naar onze lotsbestemming: de natte hel. Wanneer het bootje de Horseshoe Falls nadert, begint de motor een wilde worsteling met de kolkende golven. Een wit inferno doemt voor ons op en gaat ons met vlugge natte tongen te lijf. Het bootje slingert wild heen en weer, terwijl onze ogen nog weinig meer dan water - overal water - kunnen bespeuren en onze oren gevuld worden met het angstaanjagende geraas van de waterval. Adrenaline schiet door ons lichaam en met ontzag in de ogen en een opgelucht lachje merken we hoe de Maid of the Mist langzaam maar zeker terug vaart, met een drijfnat dek vol dolenthousiaste passagiers. Wat een ervaring.
Na drie uur ben ik weer in The Annex, waar ik enkele uren op adem kom van de vermoeiende en voor mijn voeten belastende dag. Wanneer Edith thuiskomt van haar repetitie trekken we het nachtelijke Toronto in. We belanden in de jazzbar The Rex en drinken er bier uit de streek.
Gisteren was een rustiger dagje, hoewel ik zowat half Toronto heb rondgewandeld. Ik begon in het oosten van de stad. Daar ligt Greektown, de belangrijkste Griekse gemeenschap in Noord-Amerika. Een gezellige buurt, waar witte standbeelden, Griekse zuilen en blauw en wit het straatbeeld domineren. Griekenland moet het goed doen op het EK, want een groep van twintig jongens zingen uitbundig overwinningsliederen, met Griekse vlag en trommel in de aanslag.
Ik stap iets verder de tuin van een kunstschool binnen, waar een orkest van zo'n dertig studenten "The Suburbs" van Arcade Fire speelt. Mooi gedaan. In mijn lange maar trage wandeling door de stad ontdek ik nog veel meer gezellige buurten met die typische huisjes. In tegenstelling tot de voorbije dagen prop ik me vandaag vol: eerst met heel veel fruit, dan een uitgebreide lunch, dan nog enkele muffins. Ik slenter over de boulevards. Het zijn lange afstanden en ik word er moe van. Ik zet me neer op het Nathan Philips Square en val zelfs in slaap. Ik drink een pintje in de Horseshoe Tavern en wacht er op Edith. Het is met de grootste moeite dat ik me wakker probeer te houden, maar de weinige slaap die ik in Toronto heb gehad, eist al zijn tol.
Samen met mijn T.O. couchsurfer, die eigenlijk afkomstig is van Oost-Québec, kuieren we door Graffiti Alley, een aaneenschakeling van smerige steegjes langs de achterkant van restaurants. Dit gaat eindeloos door. Hier zitten erg knappe kunstwerkjes bij, maar ook enkele gedrochten. Edith gaat werken en ik leg me neer in Trinity Park. Het is al avond, maar het toch nog erg warm. Na even uit te rusten, wil ik Historic Fort York bezoeken, maar de gekostumeerde werknemers zeggen me dat het gesloten is. Ik neem de streetcar naar het noorden en stap af bij Honest Ed's.
's Avonds laat wandel ik voor de laatste keer Spadina Avenue af richting Downtown. Het lichtspektakel op de CN Tower, die op een kruising van een minaret en een ruimteantenne lijkt, is verbluffend. Ik sla af in Queen Street West en ga enkele punkoptredens in The Bovine bekijken, een van de coolste bars van Canada. De bands die optreden zijn The Stragglers, The Cola Heads en The Burnouts, maar de eerstgenoemde zijn veruit de beste. Edith komt in het laat nog af en samen ontmoeten we hier en daar nog wat mensen en drinken we bier aan de lopende band. Dit was mijn laatste avond in Canada, en nu wacht ik met spijt in het hart om op het vliegtuig te stappen dat me naar JFK Airport zal brengen. Vandaar heb ik nog één laatste vlucht te gaan, over de grote, donkere waterplas die mijn wereld afscheidt van deze wereld waarin ik bijna twee weken lang heb mogen vertoeven. Een reis die ik nooit zal vergeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen