vrijdag 15 juni 2012

Canada deel 3

Verslag reis naar Oost-Canada 1-13 juni
Deel 3: Occupons Montréal, de Ottawa Locks en Westfest

6 juni 2012, Montréal

Rustige dag vandaag, maar alweer zeer bewogen avond. 's Morgens zijn Alvaro, Thomas en ik het kolossale bedevaartsoord Oratoire St-Joseph gaan bezoeken, dat op de helling van de Mont-Royal staat. Dit 20e-eeuwse bouwwerk heeft een gigantische basiliek, waar de orgelmuziek je sterke religieuze gevoelens geeft, of je dat nu wil of niet. Verder zijn er heel wat kapelletjes waar je een kaarsje kan branden, voor de familie, voor de doden, of voor wanneer je wil genezen van mank been. Aan de ingang van de kapel hangen zo demonstratief tientallen krukken, als 'bewijs' dat deze plek, met een beetje hulp van St-Jozef, wonderen kan verrichten. Er is ook een rots waarvan steeds straaltjes water druppelen en waarin je muntjes kan gooien om een wens te doen. Intrigerende plek!
Verder een dag van onthaasting. Ik neem een banlieuetrein naar Deux-Montagnes en rust wat uit aan het pittoreske meer. Tegen de vooravond ben ik weer in Montréal, waar ik enkele uren door Vieux-Montréal, Centre-Ville en de Vieux-Port wandel, die laatste tot aan de Tour de l'Horloge, vanwaar je een mooi zicht hebt op de skyline van mijn geliefde stad en op het Parc Jean Drapeau.

Ik wandel rustig verder tot in het Quartier Latin, waar al heel wat lawaai wordt gemaakt. Impulsief beslis ik om ook vandaag mee te lopen in de 'stoet'. Omdat het zo'n mooi weer is, is er veel meer volk dan gisterenavond. Honderden mensen maken lawaai met alles wat ze maar in handen krijgen, maar er zijn ook echte instrumenten aanwezig, zoals een gitaar en een accordeon. De politie komt de betoging net zoals elke avond illegaal verklaren, en de hele groep zet zich weer in beweging, luid aangemoedigd door voorbijgangers en andere studenten in de Rue Saint-Denis, waar we als helden worden toegejuicht. Het lawaai is oorverdovend. Wat een belevenis! Overal zie je mensen met maskers opduiken, of met pandaknuffels, uit protest tegen het maskerverbod en als steun aan de Anarchopanda, die de problematiek sterk in de verf zet door helemaal verkleed als panda door de straten te lopen. Als ik me niet vergis, is hij enkele dagen geleden gearresteerd. Bij het kruispunt met Rue de Mont-Royal, ontmoet UMAQ de Engelstalige universiteit McGill. Het is een ontroerend maar vooral oorverdovend weerzien, waarbij het kruispunt volledig wordt ingepalmd en er geen enkele bus of auto doorkan. Dit duurt nog minstens een halfuur lang, en de studenten en andere activisten zijn nog lang niet van zin om op te hoepelen wanneer ik dat wel doe en voor de laatste keer de metro naar Alvaro's appartement neem, voor mijn laatste nacht in deze complexe, fascinerende mierenheuvel met de klinkende naam... Montréal.
Ondertussen is Thomas ook binnengekomen. Het is na middernacht en hij wil gaan zwemmen. Geweldig idee, ook al ben ik erg moe! Tenslotte moeten we als couchsurfers toch minstens één keer gebruik maken van Alvaro's gratis zwembad?

7 juni 2012, Ottawa Locks, Rideau Canal, Ottawa
Wanneer je het centrum van Canada's kleine hoofdstad binnenwandelt, liefst langs de McKenzie King Bridge, trekt het Rideau Canal meteen de aandacht, met aan de linkerkant het magistrale Westminster Palace-achtige parlement en aan de rechterkant het Château Laurier Hotel, dat sterke trekjes van een willekeurig Loirekasteel heeft. Ottawa ligt dan ook aan de grens tussen de provincies Ontario en Québec.
Het Confederation Square is een ideaal vertrekpunt voor een wandeling door deze erg Britse stad, met Engelse pubs en rode dubbeldekbussen. Zeer opvallend is het enorme oorlogsmonument in het midden van het plein, maar ook de vele standbeelden van historische figuren waarmee het bevolkt is, heeft een leuk effect.
Aan het überluxueuze Château Laurier Hotel heb je een zeer goed zicht op de Ottawa Locks, een tiental sluizen die een hoogte van 25 meter overbruggen tussen de Ottawa River en het Rideau Canal. Dit wordt nog steeds handmatig geregeld!
Nu zit ik onderaan de Locks, met mijn blik op de rivier en de oever van zusterstad Gatineau en haar vele musea gericht en het geruis van een door de onderste sluis veroorzaakte waterval in het rechteroor. Ook zichtbaar zijn de Alexandra Bridge en Nepian Point, met het grote Samuel de Champlain standbeeld dat hoog boven Ottawa River uitkijkt over de provincie Québec. De hoorn van een cruiseschip galmt in mijn linkeroor. Tijd dat ik ook weer eens opstap. Eerstvolgende stop is de Commissariat Building, het oudste gebouw van de stad.

7 juni 2012, Murray Street, Ottawa
Dat het regelen van de sluizen handmatig gebeurt, heb ik vanmiddag zelf kunnen vaststellen. Twee bootjes moeten via de Locks de rivier bereiken, waarmee ze de sluisbedienden heel wat werk geven. Wanneer ik de heuvel opklim, zijn ze nog maar aan de tweede sluis bezig. Ik blijf een kwartiertje kijken, tot zo één sluis is opengezet, de bootjes erdoor zijn gevaren en de sluis weer is wordt gesloten. Dit zal nog een hele tijd duren, want er zijn nog zes of zeven van die sluizen. Wel eens interessant om te zien hoe dat in z'n werk gaat.
Ik wandel Parliament Hill op, dé trekpleister van Ottawa. Je vindt er het schitterende complex van maar liefst drie rijkelijk versierde parlementsgebouwen, en in totaal een tiental massieve torens met waterspuwers en andere beeldjes. De hoogste toren is de opvallende Peace Tower, die met zijn 92 meter hoogte erg op de Big Ben lijkt. Aan het portaal van het Center Block herinneren een leeuw en een eenhoorn ons aan het Britse verleden van de stad. Ik kuier op de promenade aan de achterkant van dit gebouw. Deze kant van de heuvel is bezaaid met zwarte standbeelden, heeft een mooi tuintje en een zomerpaviljoen en biedt een zeer knap zicht op de Ottawa River, vele bruggen, Gatineau en de bossen in de verte. 
Iets later laat ik me opslorpen door Downtown Ottawa, waar de buildings niet zo hoog zijn als in Montréal en wellicht ook Toronto. Interessant is de Sparks Street Mall, een lange winkel- en wandelstraat dat de Centre-Ville doorkruist. Wanneer ik Katies appartement bereik, is ze niet thuis. Het zal voor later zijn. Eerst de overkant van de rivier gaan verkennen. Via de Portage Bridge wandel ik van Ontario naar Québec, van Ottawa naar Gatineau, en meer bepaald het stadsdeel Hull. Hier heb je een zeer mooi zicht op Parliament Hill. Terwijl ik het schitterende panorama bewonder, belt Katie me. Ze vraagt me om vanavond naar het restaurant waar ze werkt te komen. Dat restaurant heet Murray Street en bevindt zich dan ook in Murray Street. Van daar schrijf ik nu, terwijl ik overheerlijke gerookte eendenborst op z'n Canadees verorber. Dit is een restaurant met lekkere Canadese vlees- en kaasgerechten. Ik heb het dus getroffen.
Na het telefoontje vervolg ik mijn wandeling door een parkje langs de rivier. Wanneer ik mijn leeg flesje frisdrank wil weggooien, kruipt er een jonge rode eekhoorn met een stuk kaas in de pootjes uit de vuilbak. Ontroerd wacht ik tot het na twee minuten besluit om in een van de omstaande bomen te verdwijnen, en pas dan kan ik het flesje weggooien. Eekhoorns zijn dagelijkse kost in de Canadese steden. Vooral de grijze en de zwarte. De rode zie je hier iets minder vaak. Even verder wandelt een groep Canadese ganzen nieuwsgierig voorbij. Ook aan hen geen gebrek in de Canadese rivieren en meren.
Het Canadian Museum of Civilization ofwel Musée Canadien de Civilisations telt twee architecturaal fascinerende gebouwen, die door het genie Douglas Cardinal zijn ontworpen. Ook de collectie is echt de moeite. Een uur lang wandel ik in toonzalen tussen schilderijen, ruïnes, nagebouwde totempalen en poppen van indianen en Inuits. Vooral de reconstructies van dorpen van de eerste volkeren die Canada bewoonden, zijn een echte aanrader. Zo zie ik er onder meer hoe de pelshandel met de eerste ontdekkingsreizigers in zijn werk ging. Er is ook een zaal over de Maya's, met prachtige kunstwerken en griezelige maskers van honderden jaren oud. Je kan ook het Canadian Postal Museum bezoeken, als dat je interesseert.
Het meest interessante aan het museum is Canada Hall, een knap staaltje van make-belief. Deze gigantische zaal herbergt een nederzetting in Saskatchewan, met een levensgrote kerk, een schip, verschillende huisjes en winkels waar je kan binnenstappen... Allemaal levensecht. Wanneer je in de straatjes wandelt, lijkt het alsof je echt buiten bent, omdat de verlichting doet vermoeden dat het schemert. Dit is een verbluffend museum dat je bij een bezoek aan de Canadese hoofdstad absoluut niet mag overslaan.
Ik steek de Alexander Bridge over. Het uitzicht op Ottawa lijkt op dat van een reisbrochure waarop enkele bekende monumenten uit Europa in hetzelfde landschap zijn gefotoshopt. Alleen vandaag al heb ik zo'n 35 foto's met een of meerdere parlementsgebouwen erop genomen. Zo mogelijk is het uitzicht vanop Neptian Point, aan het beeld van onze goede vriend Samuel, nog mooier. In de tuin van de nabij liggende National Gallery of Canada, met het bekende spinnenbeeld, genieten enkele bosmarmotten van de zon. Ze hebben niet veel tijd meer, want vanavond zal er een storm losbarsten boven Ottawa. Iets verder is er nog de Notre-Dame basiliek, een aardige kerk om eens binnen te springen.
Dan is er Byward Market, de meest levendige buurt van Ottawa. Ik stap Katies restaurant in Murray Street binnen om er mijn rugzakken te droppen en krijg er meteen een groot glas water. Na een vrolijke kennismaking, begeef ik me richting het Rideau Center winkelcentrum, dat ook 's nachts open is (behalve de winkels zelf dan). Vanop de McKenzie King Bridge heb ik een opmerkelijk uitzicht. In het noorden gaat de zon onder, wat de lucht achter het parlement en het kasteel een prachtige oranjegloed geeft, terwijl er in het oosten een onweer - inclusief bliksems - komt aanstormen. Het is nog even lopen tot aan Murray Street, maar ik ben nét op tijd binnen. Een korte maar hevige regen- en hagelbui zet de hele hoofdstad op z'n kop. Gelukkig ben ik droog en heb ik nog mijn eendenborst en het aangename gezelschap van het voornamelijk vrouwelijke personeel.

9 juni 2012, trein naar Toronto
De reis is ondertussen meer dan halverwege en ik ben onderweg naar de laatste etappe, Toronto. Deze treinreis zal bijna vijf uur duren. Tijd genoeg dus om terug te blikken op de afgelopen dagen.
Donderdagnacht ben ik met Katie, Jane en Sarah naar een hip-hop party geweest. Niet echt mijn ding, maar voor de gemiddelde homie is dit grijpfestijn wellicht het van het. Maar het was best leuk!
's Anderendaags is het weer wat uitbollen in Ottawa, waarvan je het grootste deel al op één dag hebt gezien. Eerst in een park aan een zijrivier van Ottawa River, waar de eekhoorns en meeuwen elkaar bekampen, daarna in de diplomatenwijk, en met name aan Rideau Hall, de woonst van de gouverneur-generaal, de op één na hoogste macht in Canada. Aan de rand van het park waarin dit gebouw ligt, vind je 24 Sussex Drive, het bekendste adres in heel Canada. Hier woont de eerste minister.
Ik neem een bus naar Downtown, waar ik een afspraak heb met Katie. Samen bezoeken we het Canadian Museum of Nature, waar niet alleen heel wat Canadese dieren zijn opgezet (bizon, beer, veelvraat, eland...), maar je ook tussen de skeletten en levensgrote poppen van dinosaurussen en mastodonten kan wandelen. Ten slotte zien we nog het geraamte van het grootste dier dat ooit heeft geleefd, de blauwe vinvis, enkele levende insecten, weekdieren en amfibieën, en - waarom niet? - een gouden munt ter waarde van $1000000.
Na het museumbezoek neem ik de bus naar Westboro, waar het hele weekend Westfest wordt georganiseerd, een gratis festival met Canadese bands. Na een djembéles en een concert van The Cougar Chick Tribute Band, komen er twee bands naar mijn hart. Eerst is er de synthpopband Silkken Laumann, die met zware beats en donkere synths het volk aan het dansen krijgen. Afsluiter is de populaire negenkoppige alternatieve groep The Hidden Cameras, die ondanks een mengeling van genres en invloeden - ik hoor onder meer The Smiths en R.E.M. - toch een eigen sound hebben, die vooral gekenmerkt wordt door straffe melodieën, sfeervolle blazers, catchy synths en een overdosis aan levenslust. Het werd een uitzinnig feest daar in de Ottawaanse suburbs. Na afloop slenter ik nog door de nachtelijke straten van de hoofdstad en stuit ik op het Hard Rock Café. In Murray Street wacht ik samen met Jane tot Katies shift erop zit. En dan slaaptijd! Vanmorgen ben ik om halfzes opgestaan om op tijd deze trein te halen. Nog vijf dagen in Canada. Het begint jammer genoeg te korten!

Deel 4: De derde hoogste toren ter wereld, de zonnige Toronto Islands, The Maid of the Mist en de T.O. underground

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen