zondag 5 maart 2017

Zelfbediening

Enkele recente teksten die u wel eens op het podium heeft gehoord maar nog niet had gelezen. Bij deze. Over rusteloosheid en zo.

Aladdinges

Een geest komt uit de fles,
ik mag drie wensen doen. 
Hij heeft iets van een mens
maar met een apensmoel.

Haal mijn vader uit zijn coma.
Zet de oorlog op een stop.
Vind een partner voor mijn oma.
En rot nu maar lekker op.

Ik heb een baard. Die is langer dan een rode loper.
Noem me Taliban. Noem me struikrover.
Ik koester waar ik kan de tumor in mijn hoofd.
Het is mijn talisman, opdat ik niet ontspoor.

Je mag me plukken, elke dag, ik geef geen schatten prijs,
je hebt mijn koffers ingepakt, maar ik ben al op reis.
Woel in mijn aarde als een everzwijn.
Al wat van waarde zal er niet meer zijn.

Er is geen kaap die ik niet oversteeg
en als een aap roof ik je kamer leeg.
De decibels waarmee je hoop vastklampt
vallen in oren van een dove man.

Ik ben mijn eigen geest in mijn eigen fles.
Zelfbediening.
Zelfvoorziening.
Zelfontsiering.
Zelfvernieling.


Woelen

Zal slaap mij overmannen
wanneer de horla komt.
In de ergste gevallen
waarin mijn hart verstomt,

vindt vuur mij in een ritmestoornis,
een feest als bij leprozen,
visioenen van stromboli's,
een oorlog tussen rozen.

Gelijkheid gaat vervelen,
al na een week of vier.
Daar klinkt een schreeuw om meer bordelen,
verschaffers van plezier.

Een doekje voor het sproeien
wanneer de nood het hoogst.
Recessies om te bloeien,
vooruitgang weer gedoogd.

Ik neem vakantie om te stressen,
dat vind ik doodnormaal.
En na vijven en zessen
wordt niets doen mij fataal.

Ik wil de toverberg beklimmen,
mijn naam in het Sanskriet,
mijn bucketlist afwerken,
dat lukt me wellicht niet.

En gaan we bijna eten?
Ik wil de gelakte eend.
Kaviaar is niet te vreten
en stoofvlees mij vervreemd.

Grossieren in paniek,
hypochondrisch als de pest,
maar helemaal niet ziek,
de nacht kleurt oker in mijn bed.

Ik kan de toekomst niet voorspellen,
zit gevangen in een droom.
Bewustzijn laag per laag verveld
zoals een kaal geplukte boom.


Afdronk

zwart naar grijs naar wit
meeuwen scheren, schreeuwen
eksters op balkonbezoek
de wereld alle tijd nog
om te ontwaken
en ik om te gaan slapen

bijna thuis nu
het haar dylanesk grotesk
de laatste stofresten in
de neus-, keel-, oorwandelgangen
tintelend parfum in de baard
de geest wakker maar beneveld
beats blijven bonken
in mijn echokamer
sneller dan mijn h-a r-t s-l a-g
sneller dan mijn stap
en zijn dat de eerste
opstandige tanden
prelude op een salvo in de slaap
synchroon met het bonzen
bonzen bonzen bonzen

r.e.m. en pupillen die vernauwen
zout in de wonde, en wat met morgen
wat met de bagger in de aders
het b|r|e|i|n achter tralies
kaken krimpen, oren ploppen
kan de wereld even stoppen
beate glimlach ontward
in verwarring bij het waken
de pijn, de vieze smaak
en een dag bepaald door dralen,
valse voornemens, herbedrading en
de afdronk van vannacht in al haar smaken

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen