zondag 27 september 2015

Ragusa Blues

En jazz kleurt de straten waardoor ik zwerf, de nacht domineert en de dag lijkt slechts een sluwe belofte in een verre toekomst. Maar jazz is het heden, zo ook de desolate mirages ingebakken in de stenen en de steegjes, waar de eeuwen langs de treden de rots afglijden, op zoek naar een riool donker genoeg om ze te vergeten. De leegte lonkt nog steeds en de wijn is nog niet op, maar doe alvast nog maar een fles. Hernieuw de radeloze roes, en leng de bodemloosheid van mijn bestaan nog wat aan met lekke dromen, praatjes die gaatjes al lang niet meer stoppen, maar de houdbaarheidsdatum van alweer een vat vol leugens alsnog probeert te verstoppen. Van de oude haven tot aan de kathedraal weerklinken piano en tromgeroffel, tot ver over de zee, zo lijkt het wel. Een heilige stad verketterd tot jazz en drank en de kille kreet die in mijn botten kruipt en daar nog even blijft zitten om te rijpen tot het kan verkondigen wat het al lang niet meer verkondigen wil. Bovendien zijn alle vensterluiken gesloten, net als elke ziel, ik sta alleen als enige getuige van het debacle van de nacht, waarmee elke dageraad wordt verward. De nacht is uit de stad gewassen, de jazz is gaan liggen, samen met de zoute zeebries. De knagende kever bezweert nu slechts mijn lever, maar ik ben de kater alweer bijna ontgroeid. En de zon verguldt de daken en de zee verzilverd door de zon, vleermuis ruimt baan voor zwaluw, en mijn hart, buiten adem, maakt plaats voor een nieuwe dag.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen