dinsdag 22 september 2015

Balkan 13-20 september 2015, deel 1

Balkan, deel 1: Bruggen tussen beschavingen


Montenegro. Een land dat eigenlijk nog maar amper negen jaar van zijn onafhankelijkheid geniet, sinds het in 2006 van Servië afscheurde, met een bloederige Balkanoorlog van enkele jaren eerder nog vers in het geheugen. Het ligt aan de Adriatische Zee en is één van de vele landen die nog niet zo heel lang geleden deel uitmaakten van de Socialistische Republiek Joegoslavië. In de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica is de zomer bijlange niet van plan om de aftocht te blazen. De kleine stad aan de Moraca, een rustige rivier met groene oevers bezaaid met witte keien, waar de Montenegrijnen bij deze hitte gaan zonnen. Aan de horizon doemen bruine rotsen op. Klokkentorens, minaretten, cypressen en palmbomen klauwen naar een azuurblauwe hemel. De hypermoderne witte Millenniumbrug staat in schril contrast met de oude, slordige huisjes en 20e-eeuwse appartementsblokken. Het monstrueuze sportpaleis ligt aan de oever van de Moraca te verkommeren, beklad met graffiti, de ramen ingegooid. De Stara Varos, het oude stadsgedeelte, komt over als een dorp op het platteland. Het wordt gekenmerkt door een 18e-eeuwse Turkse moskee en een 17e-eeuwse klokkentoren.
Het moderne deel van Podgorica ligt aan de overkant van de rivier. Achter het sportcomplex ligt het Petrovicapark, met enkele sculpturen, een orthodoxe kapel en een roze-wit paleis. Echt niets spectaculairs of bijzonders. Ik dineer op het levendige Rimski trg, een groot plein omgeven door kantoorgebouwen, met zicht op de grote koepel van de kathedraal, iets verder naar het noorden. Tientallen gelovigen volgen er een orthodoxe mis, diep in religieuze vervoering, her en der verspreid in de schitterend vergulde en met magnifieke fresco's versierde kathedraal. Overal waar je kijkt, staren expressieve schilderingen je aan. Een interieur om van te snoepen, zoals vaak bij het orthodoxe geloof. De geur van wierook overheerst. De zangen zijn intens en mengen zich, terwijl ik het gebouw verlaat, met de beats van Major Lazer, op de kermis een tiental meter verderop. Verder bestaat deze wijk enkel uit een complex van appartementsblokken, als uit een nachtmerrie van Escher onttrokken. De avond valt hier veel vroeger dan bij ons, aangezien we hier helemaal in het oosten van onze tijdzone zitten.
Via de Millenniumbrug keer ik terug naar de rechteroever. De wijk net ten noorden van Stara Varos huisvest het bruisende uitgaansleven van Podgorica. Kinderen snorren er in stoere go-cart jeeps rond een grote lichtgevende fontein. De bar en clubs in de gezellige straatjes rond het grote Republica trg stromen stilaan vol. In de Tarantino Culture Club proef ik een Viljamovka takovo, tussen de kunst en de boeken. In een viersterrenhotel is een trouwfeest aan de gang. De ontroerende gipsymuziek van een liveband galmt over het kalme, donkere water. Koppeltjes knuffelen op de oude versterkingen aan de woeste oever, die als een soort van strand fungeert. Ook mijn hostel ligt aan het water, in de straatjes van de Stara Varos, op een heuvel die uitkijkt over de Moraca rivier. Slaapwel feestend Podgorica.

Na wat socializen met de andere reizigers in het hostel ga ik het Goricapark wandelen, een heuvel in het noorden van de stad. Mooie orthodoxe kapel en verder het Monument van de Onbekende Soldaat, ter herdenking aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Ik kom voortdurend Belgen tegen, van dezelfde lading als waarin ze me gisteren hier hebben gedropt. Nog even zonnen in de heerlijke rust aan de waterkant en dan de bus in, voor een erg lange tocht door het balkanlandschap. Bergen, meren, prachtige rotsformaties, bossen. We wippen de grens over en bereiken Trebinje, een stadje in Herzegovina, in een mooie, groene omgeving. Hooggelegen op een rots prijkt het klooster. Een opmerkelijke brug over de Trebisnjica is een voorbode van eindbestemming Mostar. In de Republiek Srpska moeten we verschillende keren plots remmen omdat een koe over de weg loopt. We houden even halt in het zonovergoten stadje Gacko, met bijbehorende orthodoxe kerk en moskee. Srpska wordt voornamelijk door etnische Serviërs bevolkt en is een niet-erkende republiek die samen met de Federatie Bosnië-Herzegovina het land Bosnië-Herzegovina vormt. Grenzen en nationaliteit zijn in deze streek absoluut niet vanzelfsprekend, en al helemaal niet in Kosovo, waar het nog allemaal een pak ingewikkelder is. Het schemert. We passeren een duister middeleeuws kasteel in een desolaat landschap. Mostar is niet ver weg.
De Bosnische stad is erg toeristisch en heeft iets magisch met haar smalle straatjes, verlichte minaretten en natuurlijk het zicht over de Neretva rivier. Best indrukwekkend is de centraal gelegen Karadjozbey moskee, gebouwd in de 16e eeuw. Aan de Koski Mehmed pasa moskee begint ene gezellige weg met oosterse winkeltjes en restaurants, ingelegd met keien. Je krijgt het gevoel dat oost en west hier elkaar ontmoeten. Dat maakt het nog geen Istanboel natuurlijk, maar de Balkan is sowieso een smeltkroes van verschillende culturen, volkeren en religies. De burgeroorlog woedde hier dan ook heftig. Ik haal wat Bosnische marken uit de muur en dineer in een traditioneel balkanrestaurant. Na zeven uur in de bus door kronkelige wegen vlammen, smaakt dat eens zo goed. De oude ober is genoodzaakt bedelende kindjes weg te jagen. Maar ook strandhonden komen op het terras schooien.
Waar Podgorica niet echt overtuigde, doet Mostar dat uiteraard wel en dat heeft heel veel te maken met de imposante Oude Brug en haar wachttorens Tara en Halebija. Ik kijk uit over de donkere rivier en het woud van minaretten dat Mostar is. Het is trouwens best moeilijk om over die brug te wandelen, als je ter plekke bent, zal je merken waarom. Hierachter ontvouwt zich de magische nachtstad, met keiensteegjes boordevol restaurants en café's, gevestigd in oude huisjes en ruïnes langs de waterkant. De Radoboua kabbelt rustig onder sprookjesachtige bruggetjes en gezellige balkons. Uit de Black Dog Pub klinken covers van Pearl Jam. In deze heerlijke wijk hoor je te verdwalen, liefst lichtjes aangeschoten. Ook hier daal ik af tot op het strand, bijna met mijn voeten in de Neretva. De Oude Brug vormt met haar waterige weerspiegeling een groteske ovaal. Vleermuizen dartelen boven het water. Honden rusten uit op de rotsen. Jongeren hangen rond op het strand. Geliefden kussen in de romantische schijn van het wereldberoemde monument. Niemand ziet de bedelende kinderen nog.

In mijn zorgeloze kindertijd was het hier de hel. Het is moeilijk om me in deze serene oase dood en verminking voor te stellen. Toch is het allemaal echt niet zo lang geleden gebeurd. Op de brug herinnert een steen aan de vernietiging ervan: Don't forget '93. En dat mag ook nooit vergeten worden. Zolang we ook uit het gewelddadige verleden leren. Soms zit de oorlog gewoon achter een hoekje te schuilen dat nationalisme of religie heet, wachtend tot genoeg heethoofden zich dicht genoeg in de buurt wagen. De Ali Baba Lounge Bar is in de rotsen uitgekapt. Helemaal in oosterse stijl, met kussens en tafeltjes, en bovenin de rots zelfs een hemelbed om onder een laken van beats weg te dommelen, of weet ik veel wat hier allemaal nog gebeurt.
Ontbijten doe ik met een Française op het dakterras van hostel, met zicht op de minaretten en de ruige rotsen die de stad omsluiten. Het is vroeg maar nu al stralend weer. Samen met een Duitse student kuier ik door de prachtige binnenstad, tot aan de lelijke moderne kathedraal in het noorden en het compleet verlaten en overwoekerde partisanenkerkhof, een wat luguber monument met trapjes en gangen, waar hagedissen zich een weg banen door een doolhof van gebroken flessenglas. Perfecte locatie voor een horrorfilm. Hier liggen de dappere slachtoffers uit het partisanenleger, gesneuveld in hun strijd tegen de nazi's. De swastika's geklad op de muren zijn dan ook nergens zo misplaatst als hier. Spanski trg is dan weer een levendig plein in een wijk vol verlaten skeletten van gebouwen. Het knappe gele gymnasium domineert er het zicht. We nemen afscheid en ik stap nog eens een reisbus in, die enkele uren later in het Kroatische wijnlandschap zigzagt, langs azuurblauwe baaien en piepkleine eilandjes in de Adriatische Zee, met pittoreske dorpjes en koddige stranden. Alles is hier grillig, vooral de grenzen. Na een eerdere grenscontrole van bijna een uur, wordt de Zuid-Dalmatische kustlijn nog een keer kort onderbroken door Bosnië-Herzegovina, met dus nog twee douaneposten voor we Dubrovnik, Kroatië bereiken, de parel van de Adriatische Zee, als we Lord Byron mogen geloven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen