woensdag 22 november 2017

Literaire tip: The Satanic Verses

We schrijven 1988. De Brits-Indische auteur Salmas Rushdie publiceert zijn vierde roman The Satanic Verses. Het duurt niet lang voor deze in verschillende moslimlanden wordt verbannen. De Iraanse Ayatollah Khomeini roept zelfs een fatwa uit over de schrijver, waarmee hij hem vogelvrij verklaart, waardoor Rushdie, na verschillende moordpogingen, moet onderduiken. Wereldwijd worden ook enkele vertalers van het boek aangevallen. De oorzaak van deze woede is een vermeend geval van heiligschennis. De roman is namelijk voor een significant deel gebaseerd op het leven van de Profeet Mohammed, en de Duivelsverzen waar de titel naar verwijst, zijn uit de Koran verbannen regels die een verafgoding van drie godinnen zou toestaan, wat van de islam geen monotheïstische maar een polytheïstische godsdienst zou maken. Los van de schande ook nog eens een gemiste kans, want het meesterwerk pleit ervoor dat we onze blik verruimen en de mooie kans tot dialoog moeten grijpen die migratie ons biedt, maar waarschuwt ook voor de destructieve kracht van gesloten absolutistische religies gekaapt en gemanipuleerd door politieke belangen. Pijnlijk ironisch.
Net als in het eerder dit jaar besproken werk van Murakami staat magisch realisme centraal in The Satanic Verses. Hiervoor put Rushdie uit verschillende culturen, niet het minst uit de islam en het hindoeïsme. Er passeren heel wat goden en profeten, maar ook vele verwijzingen naar de Indische cultuur, inclusief Bollywood en popmuziek, en ook de Westerse cultuur mag niet ontbreken. Het resultaat is een multiculturele mozaïek die ervoor lijkt te pleiten om inderdaad ook eens buiten de monotheïstische lijntjes te kleuren. En daar worden dus heel wat magische en fantastische elementen bijgesleept, die op haast geloofwaardige manier in een verder relatief realistische narratief worden geschoven.

Zo tuimelen de twee protagonisten en tegenspelers Gibreel Farishta en Saladin Chamcha uit de Bostan, een door terroristen gekaapt en opgeblazen vliegtuig, een val die ze overleven, zij het niet in dezelfde gedaante. Beide Indische acteurs beginnen namelijk te muteren en wanneer ze elk op eigen kracht naar Londen trekken (nadat Gibreel Chamcha aan zijn lot overlaat), krijgt Gibreel een aureool en verandert Chamcha in een naar zwavel stinkende geit. De aartsengel Gabriël en Shaitan proberen ondanks hun metamorfose de draad van hun leven weer op te pikken, maar dat loopt uiteraard niet van een leien dakje.

Chamcha, die een voorliefde koestert voor Engeland en met zijn vader en vaderland heeft gebroken, wordt ironisch genoeg als illegale immigrant opgepakt en heel ruw door de politie behandeld. Gibreel zoekt de vrouw van zijn leven Allie Cone op, maar hun relatie krijgt het zwaar te verduren door Gibreels extreme jaloezie en aanleg voor schizofrenie. Chamcha maakt hier handig gebruik van om wraak te nemen op zijn vriend, door diens ziekelijke jaloezie te voeden tot deze volledig doorslaat en alles verwoest wat hem dierbaar is.

Rushdie stelt op geniale wijze in vraag wat wij als goed en slecht beschouwen. Zo gedraagt Gibreel, de engel, zich steeds meer als een egoïstische schurk, terwijl Chamcha, de duivel, keer op keer het deksel op zijn neus krijgt omwille van zijn goedheid. Door dit later in het verhaal nog een paar keer om te draaien, doet de schrijver vermoeden dat de dingen niet zwart-wit zijn, en  complexer dan ze vaak lijken. 

De hoofdstukken over deze twee opmerkelijke figuren worden afgewisseld met Rushdie's eigenzinnige interpretatie van verhalen uit de Koran in droomsequenties die aan Gibreel worden toegeschreven. Zo verhaalt Rushdie hoe de Profeet terugkeert naar Jahilia, de stad van zand, en er de vele afgoden verjaagt om een nieuwe godsdienst op te dringen: één god in plaats van vele. De subversieve dichter Baal moet onderduiken in een bordeel, waar hij de plaatselijke Mohammed wordt en de vele prostituees nemen de identiteit van Mohammeds vrouwen aan, als een soort van onkuise tegenhanger van de heilige huishouding van de Profeet.

Een ander verhaal vertelt hoe de jonge Ayesha, het vlindermeisje, een voettocht naar Mekka organiseert en haar voltallige dorp kan overtuigen mee te gaan, tot grote frustratie en wanhoop van Mirza Saeed Akhtar, wiens doodzieke vrouw medische verzorging verwerpt ten voordele van deze krankzinnige bedevaart. De sceptische Mirza volgt hen achteraan de processie, in een dure en comfortabele wagen, waarin de minst devote of meest afgepeigerde dorpelingen afwisselend op adem kunnen komen. Hoogtepunt op de reis is de Arabische Zee. Maar of die in twee zal splijten?

The Satanic Verses spreekt enorm tot de verbeelding, is een magische reis doorheen boeiende culturen, en gaat over identiteit, vervreemding, wedergeboorte, onderdrukking, het belang van migratie, en de nood aan dialoog tussen verschillende culturen. Net daarom blijft dit boek brandend actueel. #jesuisrushdie

1 opmerking: