vrijdag 28 december 2018

Rustiek

Zijn geprefabriceerde colgategrijns zie ik het eerst. Zijn zoon en dochter zo fel in een omhelzing knellend alsof ze in een of ander plaatje moeten passen, wellicht het zijne. De beeldengroep lijkt zo uit een brochure van de CD&V geknipt.

"Ben jij van hier?", vraagt hij, de grijns keurig gestijfd, het buiksprekerseffect. Want schone schijn primeert altijd boven de praatspieren roeren in je bek.

Op mijn bevestiging volgt een nieuwe vraag. Waar kan hij met zijn kids een goede hamburger gaan eten. Waarop ik zeg dat een goede hamburger niet bestaat. Waarop hij schaapachtig meelacht, hoewel ik dat zelf niet doe, en tracht zijn in een schijn van sympathie gebeitelde gezicht niet te verliezen, zeker niet in de nabijheid van zijn kinderen. "Ha ha HA. Nee nee, makker, maar serieus nu. Ha ha HA. Wat kan je ons aanbevelen?"

"Wel, ik weet alvast wat ik je niet kan aanraden. Ga zeker niet naar Manhattan Burgers. Die draaien de koeienvlaaien zo mee in hun burgers en noemen dat 'rustiek'. Dus daar zou ik in jouw plaats al zeker niet naartoe gaan."

Hierop doet de man uit beleefdheid alsof hij het echt niet kan helpen dat hij zo luid en uitgebreid moet lachen. Het heeft iets pathetisch, die angstvallige drang om tof over te komen. Ik moet weer aan Fight Club denken. Stel dat ik de onvriendelijkheid en arrogantie opvoer, hoe lang zou het duren eer er alsnog wat van zijn zorgvuldig in lagen van beschaving en fatsoen gewikkelde primitieve essentie komt door prikken, als een opstandige tak door de plastic verpakking van een pas op de kop getikte kerstboom. Scheur... oeps... een twijgje van mijn natuur zomaar open en bloot. Hoe lang voor we ruzie beginnen maken. Voor hij tegen die twee pannenkoeken zegt, "Kom kinderen", en zich gauw van me verwijdert. Ik moet vaak aan Fight Club denken tegenwoordig.

Mijn antwoord op zijn onhandige lachbui is een diep zuchten, waarna ik in de richting van zo'n eethuis wijs waar fastfood tot gourmet wordt verheven, een mirakel waar men stevig voor durft doorrekenen, en hij er zijn nageslacht met een bedankt en een fijne dag opgelucht naartoe sleept.

Eigenlijk had ik hem geheel gratuit op zijn bek moeten timmeren. Ik timmer de mensen niet meer op hun bek tegenwoordig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten