zondag 1 februari 2015

Demona

Demona bijt dansende tongen
tot ze nimmer zullen spreken,
dempt ze, dept ze in een bad
van martini en rode wijn.
Ze wil een bordeel beginnen
en oefent in haar bontjas en
met de hoed als sluitstuk op
haar brandende haren, het
vagevuur dat onophoudelijk uit
haar opperhuid opwelt, als een
brakende vulkaan die steeds
actief, want slapen doet ze nooit.
Toch niet ’s nachts, wanneer de jazz
haar slaapkamer kleurt, en de sneeuw
voorzichtig achter gesloten gordijnen
dwarrelt, als een belofte van verblinding
aan een grillige horizon. Demona waakt.

Veelvoudig Gents slamkampioen Bardtesque, bekend van Ten Adem, verkoos deze tekst vol dreigende duende als de tip van de week op http://azertyfactor.be. Waarvoor dank!

Hij schreef:

Bardthesque is dichter, performer, beeldhouwer en stem van poëzieband Ten Adem. Hij treedt vaak op doorheen de Lage Landen, wint al eens een of ander podium voor woordkunst en toerde begin 2014 doorheen Slovenië. Hij kiest voor Demona van Gert Vanlerberghe.
Uit betrouwbare bron vernam ik dat ‘Demona’ over ene dé Mona gaat. Nu, sta me toe om het in dit stukje over een andere, veeleer demonische boeg te gooien. Want er is natuurlijk ook een duistere kant aan poëzie. Een zelfkant aan de muze, zo u wil. Deze Demona klinkt als een walmend liefdesgedicht. Een liefdesgedicht is vaak een tragisch lied gebaseerd op liefde als een vorm van waanzin. Een waanzin die ontstaat uit een stukgelopen of onmogelijke verhouding. De smart en het verlangen die uit een dergelijke verhouding voortkomen zijn reacties op het ontstane gemis na het ervaren tekort. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Een liefdesrelatie activeert evengoed een onmogelijkheid. De verliefde kan per definitie nooit dicht genoeg bij zijn geliefde komen. Verliefden zijn bezeten door hun demon.
Het oprechte, onvervulde en daardoor drijvende verlangen zelf, volstaat om het lied zijn basale waarachtigheid te verlenen. Het verlangen betekent de waarachtigheid van het lied. Als dat verlangen niet alleen ten volle ervaren maar ook nog eens vakkundig wordt vormgegeven, dan is het resultaat daarvan zo goed als altijd treffend.
Weer anders gezegd, de waarachtige liefdestekst heeft duende, en ook Demona stinkt naar de duende. ‘Alles wat zwarte klanken heeft, bezit duende’ (Federico Garcia Lorca haalt Manuel Torres aan). De duende is tegenstelling noch synthese, het is de drijfkracht van tegenstellingen. Goethe definieert de duende als een ‘raadselachtige macht die iedereen voelt en geen enkele filosoof verklaart’. De duende is goed noch slecht. De slijkbedding van waaruit het doorgedreven eigene opwelt, huishoudt en uiteindelijk nooit helemaal verdwijnt. Er blijft altijd wel iets van natrillen, in een gestalte van de dreigende belofte: Demona waakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen