zondag 15 september 2013

Alexandre Dumas in Parijs

Alexandre Dumas in Parijs: Eén voor allen, allen voor één!

Al enkele jaren neem ik af en toe de trein naar Parijs om daar met Bart Van Loos Parijs Retour onder de arm te verdwalen in de decors van m'n favoriete romans en in het leven van de geniën die ze hebben geschreven. Aan alles komt een einde. Het slotstuk van mijn reisjes naar Parijs staat in het teken van een Franse schrijver met wie ik tot nu toe amper affiniteit heb gehad, behalve dan met de talloze verfilmingen van zijn boeken. Wie kent er de drie musketiers niet, samen met d'Artagnan de geesteskinderen van Alexandre Dumas. Zelf heb ik Le Comte de Monte-Cristo gekozen als begeleidende roman. Sinds ik de film, met Guy Pearce en Jim Caviezel, vele jaren geleden zag, heb ik het boek altijd willen lezen - het verhaal sprak enorm tot de verbeelding en ik wou meer te weten komen over het onwaarschijnlijke verhaal van Edmond Dantès, maar het volume schrok me altijd wat af. Nu ik vorige zomer Les Misérables van Victor Hugo heb doorworsteld en er bijzonder hard van heb genoten, wist ik dat nu de tijd rijp was om een Dumas te verslinden. Al bijna een maand leef ik in de wereld van Edmond Dantès, Mercédès, Danglars, Gérard de Villefort, Gaspard Caderousse, Fernando Mondego en Albert de Morcerf en reis ik mee van Marseille naar Rome naar Parijs.
Net als de graaf keer ik terug van het zonovergoten Italië en arriveer ik in Parijs. Die week dat ik nog even in België doorbracht, vergeten we even. Van het zwoele Perugia, waar Monte-Cristo mevrouw Villefort en haar zoon ontmoet, in het druilerige 9e arrondissement van Parijs dus, want het is daar dat de metro me uitspuwt. Wanneer de jonge Alexandre Dumas, net als zoveel jongeren en aspirerende schrijvers van die tijd, zijn heil in de Franse hoofdstad gaat zoeken, klopt hij aan bij le Général Foy, in de rue de la Chaussée d'Antin. Op nummer 62 herinnert een gedenkplaat ons aan deze bekende redenaar, die in dit huis is gestorven. De man wil Dumas best wel helpen maar al gauw is het duidelijk dat de mulat erg weinig kwaliteiten heeft. Behalve dan schoon schrift. Zo kan hij aan de bak als bediende bij de hertog van Orléans, die na de revolutie van 1830 koning wordt: Louis-Philippe.
Ik slenter verder door de regen en beland in de rue Laffitte, waar ik in de verte de Sacré Coeur zie, nu een grijze massa in de mist. Op het einde van zijn leven richtte de schrijver, nadat al zijn geld op was als gevolg van zijn decadente leven, nog enkele dagbladen op, om zo zijn vel te redden. Het aanvankelijke grote succes houdt helaas niet aan. De kantoren waren gevestigd op nummer 1 van deze rue Laffitte, een fraai negentiende-eeuws gebouw waarvan de gevel erg mooi versierd is met beeldjes van herten, everzwijnen, vossen... Het gebouw komt uit op de boulevard des Italiens en staat tegenover het imposante witte Crédit lyonnais.
Dan volg ik de boulevard en sla ik rue du Helder in. Wanneer Monte-Cristo en Albert, de jonge burggraaf van Morcerf, in Rome afscheid nemen, spreken ze af in Parijs, bij de burggraaf thuis, om zo de graaf te bedanken voor het diplomatische optreden bij Luigi Vampa, die Morcerf had ontvoerd. Nietsvermoedend dat hij door een ontzettend groot toeval huize Mercedes en Fernand komt aantreden en dat Albert hun zoon is, rept Monte-Cristo zich in zeven haasten naar rue du Helder 27. Hij arriveert er net op tijd. Ik zoek het adres, maar door ingrijpende veranderingen in de straat, stoppen de huisnummers ver voor 27. Nu zijn er vooral nog restaurants in de straat.
Verder nu naar place Boieldieu, waar de indrukwekkende Opéra Comique staat, met daartegenover het geboortehuis van Alexandre Dumas fils, een van de vele kinderen van de auteur, maar een van de weinige die hij heeft erkend. Onderweg naar het Palais Royal, passeer ik toeval het huis waar Stendhal enkele maanden heeft verbleven en waar hij aan Le Rouge et le Noir heeft gewerkt. Ik moet even terugdenken aan mijn Stendhal-wandeling enkele maanden geleden in Grenoble. Ook een monument ter ere van Molière ontsnapt niet aan mijn aandacht. De tuin en de binnenplaats van het Palais Royal zijn minder fraai nu het zo'n slecht weer is. Op de Place Palais Royal is de Eiffeltoren nagebouwd in hout, zij het een pak kleiner natuurlijk.
Voor ik mijn tocht verder zet, ga ik tot aan de Tuileries. Ik passeer een gouden standbeeld van Jeanne d'Arc en wandel op de lijn tussen het Louvre en de vermaarde tuin. Na enkele wereldberoemde monumenten te hebben opgesnoven, ga ik terug naar de rue Saint-Honoré. Hier moet ik de Eglise Saint-Roch hebben, waar Dumas in het huwelijksbootje treedt met Ida Ferrier, slechts een van zijn vele maîtresses. Zijn getuige is de eminente Chateaubriand. Lang duurt het huwelijk niet. De man is en blijft een echte rokkenjager. De kerk heeft een mooi interieur, ga zeker binnen kijken mocht je er eens passeren.
Ik neem de metro naar de place de la République. Hier had Dumas vroeger zijn eigen theater. De man was een ongelooflijk succes in zijn tijd en de theaters zaten steeds overvol. Iedereen moest zijn stukken gezien hebben. Nog voor hij zich aan zijn beroemde historische romans waagde, was Dumas dus de ster van de boulevard du Temple. Ook vandaag is hier heel wat te beleven. Een stoet van wagens met dj's paradeert over de boulevard en honderden jongeren gaan compleet uit hun dak op de meest platte techno die je je maar kan inbeelden. Tientallen wagens van de gendarmerie en de Parijse equivalenten van de Witte Tornado's volgen de stoet op een afstand. Het is op deze boulevard dat Gustave Flaubert, niet zo'n fan van de Lichtstad trouwens, meer dan tien jaar heeft gewoond. Een bordje op de voorgevel herinnert ons hieraan.
Weer de metro in, naar de Seine. In de regen langs deze rivier kuieren is uiteraard minder aangenaam, maar aangezien dit het sluitstuk is op mijn literaire wandelingen door Parijs, is het fijn om in een oogopslag al mijn vorige tripjes terug te zien. Victor Hugo's Notre-Dame, waar ik zo goed als elke keer ben gepasseerd, het schattige schiereiland van het Île-de-la-Cité met het Square du Vert-Galant van Zola, het begin van de Marais, waar ik met Hugo en Daudet heel wat fijne momenten heb beleefd, dan het Louvre, de Pont des Arts, dat vol liefdessloten hangt, over naar de linkeroever, langsheen het sterfhuis van Voltaire, nu restaurant Voltaire, om dan uiteindelijk in de rue de l'Université te belanden, waar Alexandre Dumas op nummer 25 heeft gewoond, ten tijde van de opstand van 1830, waaraan hij enthousiast heeft deelgenomen. Niet ver daar vandaan is de Eglise Saint-Thomas d'Aquin, waar le nègre wel eens tot rust kwam. Mooi interieur!
Ik volg de boulevard Saint-Germain en passeer dus door een van m'n favoriete wijken van Parijs. Hier moest ik zijn voor een groot deel van de Hugo-wandeling. Ik houd halte aan de imposante Eglise Saint-Sulpice, niet ver van rue Servandoni, waar zowel Dumas' hoofdpersonage d'Artagnan als Hugo's Martinus volgens hun verhaalwereld zouden hebben gewoond. Tot slot wil ik nog de woonplaats van Monte-Cristo op de avenue des Champs-Elysées gaan zoeken. Dat is op nummer 30. De aanhoudende regen maakt m'n wandeling op deze immer drukke straat vrij onaangenaam. Na nog even de naam van Dumas' vader, die in het leger van Napoleon heeft gevochten, op de Arc de Triomphe te gaan spotten, hou ik het voor bekeken.
Blij nog eens in Parijs te zijn geweest, maar het slechte weer en de relatief onspectaculaire ontdekkingen maakten het toch een mindere ervaring dan alle vorige wandelingen. Misschien heb ik het ook even met Parijs gehad. Of nee... dat kan niet. Parijs blijft vol verrassingen zitten. Zo ook de Franse literatuur. Ik zit nét in het midden van Le Comte de Monte-Cristo, ik geniet er al een maand dagelijks met volle teugen van en net zoals na het lezen van Les Misérables weet ik dat ik in een zwart gat zal vallen wanneer het boek uit is en ik mijn 'dagelijkse feuilleton' niet meer kan volgen. 

Dat de wandelingen voorbij zijn, dat geeft niets. Franse literatuur zal er altijd zijn. Er valt nog zoveel te ontdekken en er is zoveel dat ik nooit zal kunnen lezen. Reden te meer om er meteen weer aan te beginnen! Meer dan een dag Le Comte de Monte-Cristo opzij laten liggen, is namelijk onmogelijk.

Bronnen

Dumas, Alexandre, 1844, Le Comte de Monte-Christo I, Parijs: Gallimard, 1998.
Dumas, Alexandre, 1844, Le Comte de Monte-Christo II, Parijs: Gallimard, 1998.
Van Loo, Bart, 2006, Parijs Retour, Antwerpen: Meulenhoff | Manteau.

Tot slot nog Bart Van Loo's blog. Ga zeker hier eens kijken!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen