Ik was er laat bij. De naam van het festival kende ik al jaren, net als de indrukwekkende line-ups, maar pas vorig jaar ging ik voor het eerst een dagje kijken op het Absolutely Free Festival in het Genkse Winterslag. Dit jaar gingen we, aangemoedigd door alweer een straf programma, ineens voor twee dagen. Het festival is groter geworden en het terrein is dan ook opgeschoven naar de site van de C-mine zelf. De twee grootste zijpodia waren dit weekend in het cultureel centrum, dat is gevestigd in de hallen van de voormalige mijnsite, terwijl zowel het hoofdpodium als het piepkleine vierde podium zich aan de voet van een van de schachttorens hadden gevestigd. Op vrijdag begonnen we met de rechttoe rechtaan rammelrock van het Amerikaanse Friko. De jonge honden toonden op dit vroege uur op de Mainstage alvast dat ze wel wat in hun mars hebben. In het zaaltje XPRMNT zag ik de band van de jonge Engelse god ELLiS D voor de derde keer live aan het werk. Voor mij is hij een van de strafste muzikanten van de laatste vijf jaar en het is telkens een plezier om zijn band aan het werk te zien. Na wat technische problemen tijdens de soundcheck kwam het met het concert helemaal goed. We kregen twee nog niet verschenen songs en verder werd er uit de vorige ep geplukt. 'Humdrum' blijft een dansbaar meesterwerkje dat meteen aan Talking Heads en The Cure doet denken, en zowel 'Chasing the Blue' als 'Drifting' zijn proggy meesterwerkjes van bijna 10 minuten. Speels, dansbaar, intens, urgent. Twee keer sprong Ellis het publiek in en de eerste keer kreeg ik zelfs een knuffel. Al een paar jaar lang lijkt hij op het punt om door te breken maar dat is voorlopig nog niet gelukt.
Op de Mainstage pikten we dan enkele nummers van hun landgenoten van Westside Cowboy mee. Hun aanstekelijke indierock werkt. We werden goedgezind van de jeugdige drive in songs als 'Dobro' en 'Don't Throw Rocks'. Natuurlijk is het zonde om het Antwerpse Flying Horseman, eigenlijk een van de beste bands van dit weekend, te moeten missen. Echter is kiezen verliezen. De kans is kleiner dat ik het Londense My New Band Believe gauw terug zie. In XPRMNT kon ik Cameron Picton, bekend van het legendarische black midi, met zijn nieuwe project aan het werk zien. Zijn beste nummer 'Numerology' kregen we einkel in een onafgewerkte versie tijdens de soundcheck te horen, wat zonde is. Met zulke korte sets worden natuurlijk hartverscheurende keuzes gemaakt. Naast het upbeat 'Lecture 25' lag de nadruk op de geniale maar moeilijk te verteren langspeelplaat, en daaruit dan nog de meer experimentele stukken, met lekker bizarre arrangementen, zoals 'Actress' en 'Heart Of Darkness'. Het rustige 'Love Story' kreeg een noisy en rommelig slot. Eigenwijs noemt men dat dan, maar toch ben ik blij dat ik erbij was. My New Band Believe is een intrigerende band als je je in hun muziek verdiept maar zeker niet voor iedereen weggelegd.
Bleech 9:3 is een fenomeen. De jonge Ieren, die eruit zien alsof ze uit de Romance-era van Fontaines D.C. zijn weggelopen, zijn een hit. Hoe kan het ook anders met straffe songs als 'Overrated' en 'Jackie', die ons nostalgisch doen mijmeren naar de Amerikaanse alt-rock uit de jaren '90. Met radiohit 'Ceiling' ging het plafond van de Main er helemaal af. Enkel het middenstuk van de set was eerder matig, met zwakkere nummers, maar verder toonden ze vooral dat ze helemaal klaar zijn voor de grote podia. Gaan we nog veel woorden vuil maken aan de hordes rechtse trollen die Sophie Straat van alle klanten aanvallen? Misschien kunnen we er niet om heen. De Nederlandse zangeres is nu al een icoon en deze zomer van stormpjes in een glas water en luide leeghoofdige mannenbaby's is voor de verkeerde redenen misschien zelfs historisch te noemen. Ook na het optreden op AFF regende het weer haatberichten van woeste witte mannen met een of meerdere complexen, opgejut zoals altijd door de ragebaitmedia en pseudo-intellectuelen als Boudry en Sintobin. Ook minister Theo Francken gebruikt het gerecycleerde voorval om zijn kiesvee af te leiden van zijn zoveelste schandaal. Sophie Straat had niet de fijnste zomer, zo gaf ze toe, maar dat betekent ook niet dat ze nu moet inbinden. Ze herhaalde dat iedereen welkom was op een concert van Sophie Straat, nuance die in de mediaberichtgeving vakkundig werd weggelaten. Ze legde ook nog eens haarfijn uit wat de bedoeling was van de stunt waarbij ze voor één liedje witte mannen vraagt om naar achter te gaan en hoe de kritiek het punt volledig mist. Al meer dan vijf jaar lang was ik geen fan van haar muziek, en ik wilde dat zo houden (de meeste nederpop vind ik echt brol), maar de afgelopen weken ontdekte ik het puike 'Vrijheid Gelijkheid Zusterschap' en daar zette ze haar concert dan ook mee in gang. De schlager bleeft grotendeels achterwege en ik hoorde poppunk met knappe lyrics en relevante boodschappen. Kunnen we haar vollédig ongelijk geven wanneer ze, misschien wat overdreven, stelt dat Nederland en België neo-fascistische kutlanden zijn? Met alles wat er fout gaat? Met een dwaas als Theo Francken achter de knoppen? Dat we licht werden gefouilleerd toen we de zaal Green House binnendruppelden, bewijst net haar punt. Extreemrechts staat gelijk aan geweld.
Als afsluiter zagen we Geordie Greep, die andere nazaat van het opgedoekte black midi. De Londense virtuoos had een al even getalenteerde band bij, met instrumenten gaande van trompet tot vibrafoon. We kregen een bijna twee uur lange set op de Main, met op een paar na alle tracks op die meesterlijke plaat The New Sound en heel wat ruimte voor experiment. Soms werden nummers wel heel ruim uitgesponnen, maar het paste allemaal in het concept van een lange headlineshow. Nummers van drie minuten haalden live moeiteloos het driedubbele. 'Bongo Season' kreeg een reprise. Het zenuwachtige en hoekige 'Blues' en het voluptueuze 'Holy, Holy' (een van de beste nummers van de afgelopen jaren) kregen een geïmproviseerd intermezzo dat eveneens lang kon uitlopen. Guitig, grappig, geil. Baldadig en barok. Greep was het allemaal. Met 'The Magician' was er een afsluiter die ook alweer tegen het kwartier aantikte, maar wat een afwisselend wild en ingetogen nummer. Greep toont heel graag zijn muzikale kunnen maar weet ook oprecht te raken. Voor menig aanwezige zal het allemaal wat lang hebben geduurd maar ik kan alleen maar onder de indruk zijn van dit concert. En net als bij My New Band Believe, van zijn ex-collega Cameran Picton, helpt het om de plaat goed te kennen. The New Sound is een mijlpaal in de Londense scene. Vanavond was het een voorrecht om die live te ervaren.
Op de tweede dag van Absolutely Free Festival kregen we best wat noiserock en postpunk door de maag gesplitst. We werden wakker met de weemoedige softrock van Neighbourman, waarna de winnaars van De Nieuwe Lichting een straffe indieset neerpootten in het Green House. We waren niet de enigen die bij Rosie Stuart aan PJ Harvey dachten. 'Boomerang' en 'Cupid' zijn leuke meezingers. Terug naar het hoofdpodium voor de grauwe postpunk van het piepjonge Ierse vijftal THEATRE. Zeker niet slecht. In XPRMNT was het aan de hype van het moment, het Zeelandse quintet Grote Geelstaart. Ornitologen komen mogelijk bedrogen uit, tenzij ze houden van schreeuwerige mathrock of berekende noiserock, gekruid met geflipte elektronica en ditto sax, en maar liefst twee drumstellen. Bij prettig gestoorde beukers als 'Vracht 7' en 'Barch' koren natuurlijk gekke danspasjes. Het ging er wild aan toe. Er vloeide bloed. Aan de lauwe kleinkunst van Frans Kalf hadden we niet echt een boodschap na al dat geweld. Het is ons ding niet zoals pakweg Yevgueni ons ding niet is.
In heel het festivalweekend stonden we maar één keer bij het kleinste podium van de vier, de Superette Okay, en wel voor de Gentse scherpschutters van CESAR SUN. De afbraakwerken hielden het midden tussen stonerrock en punk. Anthems als 'Where Is the Wine?' en 'Piss In Peace' zorgden voor een verwoestend feestje in de volle zon. De Engelse band Little Grandad volgde op de Main. Hun meerstemmige muziek zweeft dan weer tussen americana en indierock of zo, met hier en daar een verdwaalde trompet. Niet elk nummer was even raak, maar het palmares is eclectisch, van 'Sleepwalking' tot 'Babe, We've Run Out Of Time'. De Londenaars van Crows nam ik in een ver verleden op een doordeweekse nacht eens mee op sleeptouw naar de cafés van Antwerpen. Vele jaren later zie ik ze nog eens live. Hun gitzwarte postpunk bezingt de lamentabele staat van Engeland, eigenlijk ook een neo-fascistisch kutland. XPRMNT werd getrakteerd op snoeiharde songs à la Idles en Gurriers, al was ook Joy Division nooit ver weg. Met nummers als 'Garden Of England', 'Wednesday's Child' en 'Bored', dat laatste opgedragen aan eenieder met een rotjob, zorgden ze voor een van de beste concerten van AFF 2026. "I know everything hurts but I know everything can heal."
Terug op de Main geraakten we verstrikt in de duistere droomwereld van het Ierse Just Mustard. Hun inventieve shoegaze schopt en zalft, en met songs als 'Seven' en 'POLLYANNA' bewijst de band dat ze klaar zijn voor een groter publiek. Zangeres Katie Ball bleef vrijwel onbeweeglijk en in zichzelf gekeerd voor haar microstatief staan terwijl haar bloedmooie stem ons deed wegdromen. Het hoogtepunt was voor ons de tandem 'Deaf' en 'Frank', allebei garant voor een festivalterrein vol kippenvel. We bleven wat wezenloos achter. Steengoede band. En dan het beste concert van AFF 2026, door een van de beste groepen van over het Kanaal. DEADLETTER is een postpunkhitmachine die voor de volle overgave gaat, met een frontman die het publiek bleef mennen tot ver voorbij ons kookpunt. We kregen een stomende maar korte set waarbij gretig werd geplukt uit de twee albums en de vele losse singles die daaraan vooraf gingen. Hoogtepunten? Alles. Van opzwepende anthems als 'To the Brim', 'Fit For Work', 'Hero' en 'Binge' tot de tragere treurnis van 'It Comes Creeping' en 'Songless Bird'. Dan is er nog 'Deus Ex Machina', een nummer dat live altijd werkt, al was het in Genk al van bij de eerste akkoorden van opener 'Purity I' moshen geblazen. Zanger Zac Lawrence, charismatisch als altijd, begaf zich meerdere keren in het strijdgewoel, al was zijn T-shirt al gescheurd van voor het concert. Ondertussen vertelde de saxofoon zijn eigen aberrante verhaal. DEADLETTER staat net als elke postpunkband uit de 21e eeuw op de schouders van reuzen zoals Gang Of Four en The Fall, maar is vooral steeds meer zichzelf. Na een, "Free Palestine!", sloten de Britten af met een uitbundig 'Cheers', een laatste voltreffer.
Voor een laatste keer trokken we de hallen van de C-mine in voor een verschroeiend concert van Antwerp's finest in het Green House. Hoewel The Hickey Underworld even dodelijk uit de hoek kwam als altijd kwam de moshpit deze keer pas laat op gang. Nochtans misten ook deze keer klassiekers als 'Blonde Fire' en 'Of Asteroids and Men... Plus Added Wizardry' hun doel niet. Ook de nieuwe nummers klonken live bijzonder snedig. Younes Faltakhs woeste zanglijnen kwamen van heel diep en joegen al zijn demonen, en meteen ook die van ons, de zaal uit. Afsluiter 'Flamencorpse' was een laatste dodelijke knuffel want de band ziet ons heel graag en wij hen. De tweede en laatste festival dag werd in Portugese sferen afgesloten met de inventieve band Ão, dat met hun weemoedige en dansbare pop nog een laatste feestje bouwde op de Mainstage, inclusief een bezwerende kattendans. Vol van saudade heupwiegden wij op populaire songs als 'Mulher' en 'Talvez'. Ook dit jaar was Absolutely Free het toonbeeld van een bescheiden festival met relevante en boeiende acts in een unieke setting. Niet alleen de postpunk, hun paradapaardje, maar alle muzikale stijlen werden gevierd, met natuurlijk een lichte voorkeur voor het experiment. Heel graag tot volgend jaar.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten