zondag 28 juni 2015

De Baltische Staten, 20-27 juni: deel 2


De Baltische Staten, deel 2: Tallinn, een Reval-atie

Via de bossen langs de Oostzee bereikt de bus de Estse grens. Estland is de transfer van Oost- naar Noord-Europa, en zowel Rusland als Scandinavië liggen 'net om de hoek'. Sint-Petersburg en Helsinki zijn niet meer ver weg. Het Ests leunt taalkundig gezien meer tegen het Fins aan, en Tallinn, vroeger Reval genoemd, vertoont enkele Scandinavische toetsen. Na enkele uren rijden door Estse wouden, arriveren we in de hoofdstad. Ik bereik de binnenstad via het zuiden. Aan een groot plein met Ests kruis kan je meteen de oude stadsmuren van het ooit onneembare Reval op. De massieve torens met brede rode puntdaken zijn heel kenmerkend. Van de oorspronkelijke 40 zijn er nog 28 over! Ik volg de stadsmuur aan de binnenkant van de stad en bereik de knappe resten van het sprookjesachtige bastion Viruvärava. Hier loop je zo het centrum van de hanzestad binnen. Het totaal van brede, puntige koopmanshuizen, thematische restaurants, decoratieve beeldjes en straatkeien is om van te smullen, en naar mijn mening nog geslaagder dan in Riga. En dan is er nog de slanke toren van het gotische raadhuis, met helemaal vanboven een gouden beeld van de stadsknecht Vana Toomas. Hier in hartje Tallinn wordt hard gepoogd de middeleeuwse sfeer te doen heropleven. Sommige mensen zijn zelfs in middeleeuwse kledij uitgedost.
Aan het bastion volg ik nu de schilderachtige straat Uus, met schattige, kleurrijke huisjes. Deze straat volgt netjes de stadsmuur en leidt me voorbij de Hellemanstoren, en iets verderop piept de toren van de St.-Olaf over de daken. Het geheel doet wat aan Stockholm denken. In deze straat vind ik een gezellige hostel. De Uus eindigt aan het zeepoortbastion, met de 25 m brede stadstoren, Dikke Margereta genaamd. Een kolos. Jongeren zuipen in het gras. Zwaluwen maken hun laatste acrobatentoeren. Hoewel... het zal best nog lang licht blijven. Een onderbroken boog herdenkt de dood van maar liefst 852 mensen toen de boot Estonia zonk. Ik stap onder de stadspoort door, laat de Sint-Olfa links liggen en volg de stadsmuur, voorbij een oude molen, tot aan het zeer charmante park Tornide Väljak, weer buiten de muren. De rode pinnemutsen van de vele torens schitteren in de late-avondzon. Spreeuwen pesten een luid schreeuwende zeemeeuw weg. Verder enkel wat getsjilp en gesuskewiet, en het lichte geraas van het weinige verkeer langs de weg. Maandagavond in een Ests park. En ik drink de rust met volle teugen en geniet van het stralende weer.

Onder de torens loop ik tussen ludieke, originele kunstwerken, zoals een mier op mensengrootte en de Olympische Spelen der Bloemen. Weer de benedenstad in, waar ik de prachtige versierde gildehuizen in de Pikk bewonder. Die van de Zwartkoppen heeft net als in Riga de Moorse heilige Sint-Mauritius als embleem. In een van de vele bars geniet ik van een Estse cider. Hell Hunt heet die, enkel verkrijgbaar in deze gelijknamige bar. Met een gelukzalige glimlach zoek ik mijn weg terug naar de hostel, maar niet zonder me eerst te laten verdwalen in deze idyllische binnenstad. De haven ligt op een boogscheut van de hostel verwijderd. Om 23u laaf ik me aan een zonsondergang om in te lijsten. De oranje-roze wolken weerspiegeld in de kalme zee, met op de voorgrond twee vissers op de pier, hier en daar slaan meeuwen hun laatste vleugels uit. Het lijkt wel een postkaartje!
Naast me slaapt een Oostenrijker die al sinds midden-april met de fiets onderweg is naar Noorwegen. Binnen drie dagen zal hij de ferry naar Finland nemen. Ik neem dan weer de tram naar Kadriorg, het Catharinadal. In het park schittert het Russische kasteel van Peter I in het zonlicht. Rood en groen zijn de overheersende kleuren. Mooie tuin. Ik doorkruis het park, tussen eekhoorns en lijsters, en bereik de zee. Hier staat het Russalka-monument, opgedragen aan de 177 doden toen in 1893 een oorlogsschip verging. Het is heerlijk strandweer. Hier zie je de ferry's die Estland met Zweden en Finland verbinden. Links van me ligt Tallinn, met haar spitse kerktorens. Ik passeer de mosselvormige concertzaal, waar in 1988 zo'n 300.000 mensen al zingend hun wens voor onafhankelijkheid duidelijk maakten. Zo kan het ook. Voor me herdenkt een 35 m hoge obelisk gesneuvelde Sovjetstrijders, die door de Esten met tegenzin wordt getolereerd.
Ik bereik Pirita en haar jachthaven. Erachter liggen de ruïnes van het 15e-eeuwse Sint-Birgittaklooster, met de imposante driehoekige gevel. Tijdens de Lijflandse Oorlog werd het door Iwan de Verschrikkelijke vernield. Het is aangenaam kuieren tussen de vele brokstukken.
Terug naar de binnenstad. In het raadhuis is er Draakon, een middeleeuwse taverne, ofwel donker hol, waar ik een kom traditionele soep van de deerne overhandigd krijg. Er speelt middeleeuwse muziek. Aan de Sint-Nicolaikerk beklim ik de Toompea of Domberg. Daar kom ik recht uit op de Russisch-orthodoxe Alexander Nevskikathedraal, met de typische puntige koepels; het wit-roze kasteel waar de president resideert; en Lange Herman, een 45 m hoge wachttoren. In de Nevskikathedraal bewonder ik de overdadige decoraties. De orthodoxe priester draagt een lang gewaad en een lange grijze baard. Voorbij de 13e-eeuwse witte Domkerk ligt een uitkijkpunt waar je zicht hebt op de hanzestad en de zee. Een gouden weerhaan op het puntdak van de stadspoort aan het einde van de Pikk jalg draait zachtjes mee met de wind. Een zilvermeeuw is duidelijk niet bang van de vele toeristen en komt heel dichtbij wat uitrusten. Een uitbundige Hare Krishna-stoet paradeert door de Pikk. Helaas zijn heel wat kerken en andere monumenten gesloten op deze 23 juni. Vannacht wordt namelijk de midzomernacht gevierd. De gotische Heilige Geestkerk, belangrijk voor de Estse onafhankelijksstrijd, is wel open. Mooi vleugelaltaar, tientallen schilderijen, knap houtsnijwerk. In de doorgang Katariina kaik, aan het Dominicanenklooster, staan enkele grote grafstenen uit lang vervlogen tijden.
Voor het Sint-Jansfeest zijn er festiviteiten in het Olympisch stadion. De opkomst is niet zo groot. Het is stevig beginnen regenen en eigenlijk vieren de Esten dit liefst op den buiten. Ondanks de regen danst jong en oud op de vrolijke muziek die een afgeborsteld bandje er speelt. De perencider is voortreffelijk!

Symmetrie moet er zijn, en aangemoedigd door de regenval neem ik na een verblijf van 24 uur in Tallinn alweer een bus. Ook in Riga regent het pijpenstelen, en ik stap er een Wit-Russische bus op die onderweg is naar Minsk. De dag breekt al op kousenvoeten aan wanneer we om 4u30 Vilnius binnen rijden. In totaal ben ik meer dan 9 uur onderweg geweest de afgelopen (midzomer)nacht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen