zondag 30 november 2014

Sinterklaasverhaal: De Roe

DE ROE
“Sinterklaas bestaat helemaal niet!”, lachte Pedo me in mijn gezicht uit. Het was genoeg om hem het pak slaag van zijn toen nog in aantal winters bijzonder beperkte leven te geven, maar ook om even stil te staan bij wat mogelijk wel eens de grootste hoax van die dolle, hoogbejaarde eeuw zou kunnen zijn. Sinterklaas had toch elk jaar, vriendelijk als hij was, de kleuterschool op een bezoekje verrast, met zijn zwarte knecht en dat naar een huidaandoening vernoemde witte paard dat niemand ooit te zien kreeg, behalve op televisie? Hoe kon het dan in hemelsnaam zo zijn dat deze goedheiligman niet zou bestaan?
Pedo heette natuurlijk niet echt zo. Hoewel. Wettelijk gezien dan weer wel. De onderbetaalde en tot in de diepste krochten van zijn vadsige lichaam verveelde ambtenaar, had namelijk de R’s uit de naam van baby Jesus Pedro Maria Van De Walle weggelaten, toen hij het rijksregister vervolledigde, onopzettelijk natuurlijk en wellicht onder invloed van de overdosis Jommekes die zijn leesbril de avond voordien waren gepasseerd (wat anders deden vadsige, onderbetaalde ambtenaars die aan bore-outs avant la lettre leden op maandagavond? – let op, dit is nog voor de uitvinding van schietspelletjes op de computer!), met dat irritante personage dat de R maar niet kan uitspreken (of was dat Asterix?), waardoor de meest suggestieve letter van het alfabet door een impotent afkappingsteken werd vervangen. Het zij zo. Het was de tweede naam die het tot roepraam van deze Hispano-Vlaming schopte, een naam die hij, zo bleek later, ook beroepsmatig alle eer zou aandoen, aangezien hij zijn ware roeping als zwartrok had gevonden. Zijn hobby als mythekraker van het bestaan van ingebeelde weldoeners zou hij daarvoor natuurlijk moeten laten vallen. Tenslotte zit er meer toekomst in (goed)gelovigen een fictieve weldoener aan te praten dan ze er één af te pakken.
Maar daar was ik dus vet mee op die druilerige woensdagavond 5 december, vlak nadat de schoolbel haar verlossende kreet had geslaakt en wij naar huis mochten om knarsetandend op de volgende morgen te wachten. Want dan zou er snoep zijn. En speelgoed. Maar dus niet van Sinterklaas, aldus Pedo. Van wie dan wel?
Ook was het de vooravond van Sinterklaas’ bezoek aan onze kleuterschool. Een hele eer, zo vond ik elk jaar opnieuw, dat Sinterklaas onze school had uitgekozen om al op 6 december met knecht en goed verstopt paard met een bezoekje te vereren. Meer nog, ik was jarenlang het gelukkigste kind op aarde op 6 december, want het was ook die hoogdag dat deze sympathieke honderdplusser uitkoos om bij ons thuis zijn voeten aan de deurmat te vegen en te komen vragen of ik blij was met het speelgoed dat ik die ochtend had gekregen.
De Sinterklaas van de voormiddag leek, op baard en plunje na, in de verste verte niet op die van de avond. Was dit een van die zogenaamde hulpsinten? Ook was Zwarte Piet zo goed als zeker een andere persoon. Dat zag je. Niet alleen had hij bijlange niet dezelfde fysionomie als de negertjes die ik wel eens in het journaal zag, ook leek deze Zwarte Piet sprekend op nonkel Wim, maar dan met een verwelkt rastakapsel en zwart geverfd gelaat. Hoewel verder de hele familie present tekende in onze woonkamer, was nonkel Wim nergens te bespeuren, maar ook tante Nelly was er niet bij, dus daarmee had ik mogelijk al meteen de verklaring voor deze opmerkelijke afwezigheid gevonden.
Net als Sinterklaas was ook Zwarte Piet heel blij me te zien, maar hij leek vooral enthousiast over mama’s aanwezigheid. Het was op dat moment dat ik merkte waar Zwarte Piet die beruchte roede bewaarde. Ik had werkelijk nooit kunnen vermoeden dat dit op zo’n oncomfortabele plek zou zijn. Misschien een Afrikaans ritueel waar ik geen weet van had en ik als blanke nooit enige finesse mee zou hebben, hoe vaak ik dat ook door een multiculturele drang naar ontdekking van het onbekende zou proberen.
Na wat verplichte Sinterklaasliedjes en een hele hoop snoep en chocolade keerde iedereen huiswaarts, zo ook de Sint en Piet. Althans dat dacht ik aanvankelijk, want een halfuur later, toen ik de slaap maar niet kon vatten, hoorde ik wilde kreten uit de slaapkamer van mijn mama en papa. Dit was op z’n zachtst gezegd opmerkelijk want papa was op café pinten gaan hijsen met nonkel Freddy en bompa. Voetje voor voetje daalde ik de trap af en na enkele seconden aarzelen opende ik de slaapkamerdeur, die toch al op een kier stond.
Ik probeerde zo weinig mogelijk kabaal te maken, maar zelfs al had ik geprobeerd, ik zou het slaapkamerlawaai toch nooit hebben kunnen overstemmen. Zodra mijn slaperige oogjes gewend waren aan het duister, probeerden ze mijn brein een zo coherent mogelijk overzicht te geven van wat er aan de hand was. Wisten zij veel. De optelsom van de delen sloeg immers werkelijk nergens op.
Her en der verspreid in de slaapkamer lagen groen en geel gekleurde kledingstukken, een zwarte krullenbos en gouden stoffen schoenen, alsook het kleedje dat mama die dag had gedragen en textiel dat ik niet meteen kon thuisbrengen. Zwarte Piet en mama leken in bed een bijzonder wild spelletje te spelen. Ravotten dat ze deden! Mama’s gelaat vertoonde rode en zwarte vegen. Was ze stout geweest? Was dit haar straf? Net toen ik me afvroeg waar de roe in dit alles paste, doemde het antwoord al voor me op. De roe zat haar als gegoten, paste haar perfect, alleen had ik nooit gedacht dat Zwarte Piet zijn gevreesde knuppel op deze compleet willekeurige en volstrekt absurde manier zou gebruiken. Daar kon ik met mijn kinderbrein gewoon niet bij. Dit leek me in alle opzichten honderd keer erger dan de straf met de zak. Of zou die nog volgen voor mama?
Ik duwde de deur dicht en sloop de trap weer op, om in het veilige nest van mijn beddengoed eens diep na te denken over de indrukken die ik de afgelopen dagen had meegekregen, en bij uitbreiding over de betekenis van het leven. In mijn eerste levensjaren werd daar heel wat afgefilosofeerd in bed, maar ik werd er geen sikkepit wijzer van, en dat was die nacht niet anders. Hoe kon Sinterklaas tegelijk niet bestaan en toch overal opduiken? En waarom had Zwarte Piet het echtelijke bed nodig om stoute mama’s de roe te geven? Ik begreep er helemaal niets van en dus kon ik enkel nog hopen dat ik gauw naar Dromenland zou afzakken, en misschien ook dat mama het komende jaar niet meer zo stout zou zijn. Het zou me in elk geval minstens één slapeloze nacht per jaar besparen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen