zondag 2 maart 2014

Noord-Portugal 24-28 februari, deel 2: Minho

's Morgens sta ik vroeg op en neem de trein oostwaarts, naar de historische stad Guimarães. Die wordt omringd door een aaneenschakeling van aangename wandelboulevards en pleinen bevolkt door tal van leuke kerkjes, waaronder de slanke Igreja dos Santos aan het fleurige Largo da Répública do Brasil, vanwaar je een goed zicht hebt op het dorpje Penhã. Op het zonovergoten Largo do Toural vertelt een massieve toren dat Portugal hier werd geboren. Dat is zo. Guimarães was namelijk de eerste hoofdstad van dit lapje grond dat Hendrik van Bourgondië van zijn schoonpapa kreeg. De binnenstad ligt er rustig en bijna verlaten bij op deze woensdagvoormiddag. Pittoreske pleintjes volgen elkaar op en mijn voorkeur gaat naar Largo Oliveira, met de gelijknamige robuuste kerktoren en een losstaande constructie van gotische spitsbogen. Heel middeleeuwse sfeer.
De Av. Sampaio leidt me langs de oude stadsomwalling naar een groene heuvel ten noorden van het centrum. Hier kan je rustig kuieren tussen het kolossale hertogelijke paleis, een sobere romaanse kapel uit de 12e eeuw en het 30 meter hoge Castelo, dat zelfs op een stralende dag als deze een onheilspellende indruk geeft, met z'n typische gekartelde torens. Een meer dan duizend jaar oud toonbeeld van macht te midden van een historisch slagveld. Van dit wijnstadje neem ik de bus naar een andere bezienswaardige stad in Minho, de universiteitsstad Braga, een grotere, drukkere stad met een erg klein historisch centrum.
Deze stad bruist! Dat merk je met name aan de uitgestrekte, levendige Praça da República, met haar sculpturen en fonteinen, en de drukke winkelboulevard Av. da Liberdade. Het zeer religieuze Braga telt heel wat kerken. Er is natuurlijk de Sé, maar ook de twee karakteristieke kerken op het Largo Amarante mogen er zijn. Maar het meesterwerk van de streek ligt iets ten zuiden van de stad, op een van de vele groene heuvels: het heiligdom Bom Jésus.
Ik neem de bus op de boulevard, na een frigideira om een hongertje te stillen, en rijd enkele minuten later de heilige heuvel op. Vervolgens te voet via een zigzaggende sobere trap met in elke bocht een kapel, die vanaf het eerste terras afgelost wordt door een waanzinnige monumentale trap, een gigantische accordeon vol met beelden en fonteinen, gerangschikt per thema (vijf zintuigen en drie deugden), een monster van graniet dat je na een stevige klim naar de kerk van Bom Jésus brengt. De esplanade loont de moeite en dwingt een religieus respect af: bemoste beelden, fonteintjes, tuintjes, kiosken, een casino, een grot die aan Lourdes doet denken, met vele stalagtieten, en een uitzicht om U tegen te zeggen, over de golvende groene heuvels, en de buitenwijken van Braga, breed uitgesmeerd over de vallei. In de kerk is een schitterende beeldengroep van de gekruisigde Christus te zien. De escalador brengt me weer naar de bushalte.
Ik bezoek nog de indrukwekkende romaanse Sé, met binnenin de gouden pracht en praal van het orgel. Bij het verlaten van deze fiere kathedraal beginnen de klokken oorverdovende, bijna agressieve deuntjes af te ratelen. Kippenvel. En wellicht ook gescheurde trommelvliezen. Verder brengen de restanten van het bisschoppelijk paleis me ver terug in de tijd. De rest van mijn korte stadswandeling brengt me nog de middeleeuwse Torre, de Arco da Porta Nova en menig cruzeiro, de stenen kruizen waar de stad vol mee staat. Op de Praça da República bespeur ik in de verte Bom Jésus do Monte, erg klein vanaf hier, als een speelgoedkerkje in een grote molshoop geplant. Ik dineer mijn buikje rond en vol voor de spotgoedkope prijs van nog geen €4. Daarna probeer ik de plaatselijke vinho verde in het populaire Café Vianna. Bijzonder lekker, die 'groene' wijn!
Barcelos wil ik eigenlijk vooral bezoeken omwille van die opvallende legende van de gebraden haan die weer tot leven komt als teken van de onschuld van een ten onrechte tot de galg veroordeelde pelgrim, al zijn er nog andere trekpleisters. Er zijn twee plaatsen die een bezoek meer dan waard zijn: de centrale markt en de archeologische site. Ze worden in verbinding gesteld door de winkelstraat. Aan de grote markt ligt de veel grotere Campo da República, waar ik eventjes gewillig verdwaal in de drukte van een van de grootste markten van Portugal. Iets verder liggen een knappe barokke kloostertuin, een massieve donjon en aan de overkant een barokke kerk met mooi interieur.
Nog knapper is de romaanse kerk die op een rots over de rivier Cavado en zusterstadje Barcelinhos uitkijkt. De azulejo's binnen zijn verbluffend. Hoogtepunt van mijn vrij korte bezoek aan het druilerige Barcelos zijn de overblijfselen van het 15e-eeuwse grafelijke paleis, dat nu een klein archeologisch openluchtmuseum is. De stenen monumenten, wapenschilden, sarcofagen en kruizen komen wat Keltisch over, zeker tegen de achtergrond van de Cavado en de middeleeuwse brug, en met deze motregen. De drang om 'La Tribu de Dana' te neuriën is groot. Mooi is de 18e-eeuwse kleurrijke lavabo en opmerkelijk is het monument ter ere van de verrezen haan. Je ziet de pelgrim aan de galg hangen maar door heilige krachten in leven gehouden terwijl de haan kraait.
Die haan vind je hier trouwens overal in het straatbeeld. Niet moeilijk. Het icoon is bekend over heel Portugal. Ik koop een metalen haantje deze keer en rep me naar het station. We gaan nog wat meer noordwestwaarts, tot bijna aan de Spaanse grens. Viana Do Castelo is een vissersstadje dat in de 13e eeuw door Afonso III uit de grond werd gestampt. Het weer is opnieuw omgeslagen: stralend blauwe hemel. Het centrale plein van dit levendige stadje doet wat Italiaans aan. Ik vind er een mooie fontein, een middeleeuws voormalig stadhuis en een prachtig paleis met arcaden en kariatiden, al zitten er ook mannen bij. Ernaast het witte Hospital da Misericórdia, met een typische kapel.
Jas uit, het is warm en we gaan klimmen. Een lange, lange trap kruipt de beboste Santa Luziaheuvel op, recht naar een bedevaardsoord: een indrukwekkende vuilgrijze basiliek. Het uitzicht over stad, strand en oceaan is spectaculair te noemen, en de Lima, met haar lange bruggen, kan je een heel eind met het oog volgen, snijdend tussen de grillige heuvels, tot haar monding in de Atlantische Oceaan. Je kan helemaal naar boven in de koepel van de basiliek, waar het uitzicht natuurlijk nog knapper is. Een elevador brengt me weer naar de voet van de heuvel. Ik kuier nog wat rond in de pittoreske straatjes, spot de Sé met haar twee met gekke gezichten versierde torens en zak af naar het water. Heerlijk om in t-shirt aan de Lima uit te blazen, en dat in de winter. Het geeft me een zomers vakantiegevoel!
Een volgende trein volgt de kustlijn doorheen pijnboombossen en brengt me naar Caminha, een dorp dat heel erg dicht bij Spanje ligt. Mooie treinrit, met aan de rechterkant rotsen bezaaid met kruisbeelden (dit is nog steeds het ultrakatholieke Minho) en links de rotsachtige kust. Caminha maakt zich duidelijk klaar voor het carnavalsweekend. In alle straten hangers met feestelijke maskers. De grote markt is om in te lijsten. Ik zet me er met een koffie op het terras en bewonder de historische gebouwen: de torre do relógio, het imposante gemeentehuis, het kerkje. Het geklater van de fontein en geschater van de meeuwen vervolledigen het plaatje.
Een straatje met kinderkopjes leidt naar de collegiale Matrizkerk, die zich schuilhoudt achter een oude stadsmuur. Hier stroomt de Rio Coura in de Rio Minho en de heuvels in de verte zijn Spaans. Ik neem de brug over de Coura. Het water staat laag, het riet hoog en dit is dus een ideale plek om vogels te spotten. Heel mooi uitzicht hier! In Seixas doorkruis ik het centrum en maak ik een mooie, zonnige wandeling langs de Rio Minho, de grens tussen Portugal en Spanje. Prachtig.
Enkele uren later ben ik in Porto en vreet ik met mijn Russische gastvrouw en de Duitser pizza, overgoten met liters Portugese wijn. We kijken cartoons en luisteren naar The Notwist en dEUS. Het is mijn laatste avond in Portugal maar dat wil niet zeggen dat we daarom de stad in moeten. Zolang de wijn niet op raakt voor de slaap ons overmant...
Vrijdag. Carnaval begint. Kinderen gaan verkleed naar school. Ik steek de D. Luísbrug over, naar de andere kant van de Rio Douro, zusterstad Vila Nova de Gaia. Meteen kom ik aan een parkje, met een kleine grot. Je kan helemaal naar boven tot aan de palmbomen. Een meesterlijk zicht op Porto ontvouwt zich. Tussen Arrábidabrug en D. Luísbrug toont de stad zich als een feest van kleur, zelfs op deze grauwe morgen, een schilderij van kleurrijke huisjes en bruine middeleeuwse torens, van Ribeira tot Guindais, met als uitsteker de Torre dos Clérigos. Een andere uitkijkpost vind je aan het Mosteira da Serra da Pilar. In een kort filmpje stellen een grootmoeder en haar kleinzoon de UNESCO-sites van Noord-Portugal voor. Daarna volg ik een gids doorheen het klooster.
Het is een uitzonderlijk gebouw, in een renaissancestijl die je niet zou verwachten van 16e-eeuws Portugal, een klooster dat open stond voor handel, en waarin sinds de 19e eeuw een militaire basis is gevestigd. De gids praat honderduit over de geschiedenis van het klooster en geeft enkele interessante details: het atrium in een perfecte cirkel, volgens de Gulden Snede, de hiërarchie van beelden in de sobere kerk, met Constantijn als hoogste macht en de inquisiteur als evenwaardig aan... de paus!, de pelikaan als symbool voor de zorg voor de gemeenschap, de spellingfout in een opschrift, de scheve boog, de deur die naar nergens leidt, de 'matricide' die Alfonso pleegde wanneer hij inging tegen de wil van moederlief en een staatsgreep pleegde om Portugal te stichten, de Napoleontische oorlogen en de Burgeroorlog die voor opschudding zorgden... Een soldaat begeleidt ons naar boven in de koepel, het hoogste punt van Porto-Gaia. Na nog wat rondhangen in Porto, is het tijd om huiswaarts te keren. Hopelijk keer ik nog eens terug naar dit vriendelijke land, er valt nog zoveel te ontdekken. Lissabon bijvoorbeeld. Tchao Portugal!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen