Voor onze eerste reis samen in anderhalf jaar kiezen Teutë en ik de hoofdstad van een land waar we nog niet heel veel over weten. Midden februari reizen we naar Tunesië, een populaire Noord-Afrikaanse bestemming aan de Middellandse Zee. We kiezen Tunis als uitvalsbasis voor het uiterste noorden van het land. Van Hannibal tot Ben Ali, van de Punische Oorlogen tot de Arabische Lente, de geschiedenis van Tunesië is er een van wapengekletter en van vindingrijkheid, en laat een rijk cultureel erfgoed na. De archeologische sites, majestueuze moskeeën en militaire begraafplaatsen liegen er niet om. Op de eerste dag maken we een avondwandeling in onze wijk Le Passage, waar afgebladderde 19e-eeuwse en 20e-eeuwse hotels getuigen van een vroegere grandeur, vergelijkbaar met de Ville Nouvelle van Casablanca. Ook dit is een chaotisch en best lelijk stadsdeel. Downtown Tunis telt nog enkele
opmerkelijke monumenten, zoals een monumentale klokkentoren, een theater
in art deco, en enkele religieuze gebouwen, en daarnaast een handvol leuke barretjes, maar die moet je al echt gaan zoeken. De verwaarloosde Grote Synagoge, in art deco, staat onder strenge politiebewaking. Eigenlijk lijkt zowat alles in Tunis los te hangen, af te bladderen of ingedeukt of ronduit stuk te zijn, en dat geldt ook voor ons hotel. Dat was trouwens het hoofdkwartier van de nazi's tijdens de bezetting. Toch een opmerkelijk weetje.

We volgen de wandelboulevard avenue Habib Bourguiba, vernoemd naar de legendarische eerste president van het moderne Tunesië, richting de medina, en bezoeken de 19e-eeuwse Cathédrale Saint-Vincent de Paul. Op de place de la Victoire zit de Bab el Bhar of Zeepoort, tegenover het neo-Moorse Hotel Royal Victoria. Hier begint het doolhof van straatjes dat samen de medina vormt. We stappen de voormalige katholieke Eglise Sainte Croix binnen, nu een tentoonstellingsruimte, en klimmen naar de oude klokkentoren op het dak, waar we uitkijken over de zonsondergang, en de minaretten van de medina, terwijl overal de muezzin weerklinkt. In de soek worden de kraampjes opgedoekt. We ontmoeten enkele vriendelijke Tunesiërs en Algerijnen en ook die andere bewoners van de medina: de vele straatkatten van Tunis. Een oud Turks paleis is nu een luxehotel. Een medewerker geeft ons een grote tour van de kamers, de binnenplaats, het tuintje, de hammam, allemaal versierd met kleurrijke tegels. De grote Zitounamoskee, met fraaie minaret, is omgeven door soeks en enkele madrasa's met mooie tegels en versieringen. 's Avonds heeft de medina iets onheilspellends, maar overdag komt ze in al haar geuren en kleuren het best tot haar recht, een waar festijn van parfums, specerijen, juwelen en andere koopwaar, tegen een backtrack van hard werkende verkopers en jankende katten. Ook de centrale markt in de Ville Nouvelle is een en al bedrijvigheid in de ochtend. Hier kan je, tussen opengereten vissenmagen en rotte dadels, terecht voor groenten, fruit, noten, vleeswaren en kledij, bij met chechia gemutste verkopers.

Midden in de drukte van de medina stappen we Café Mrabet binnen, een smaakvol gedecoreerde bar in een voormalig schrijn. Vele soeks, moskeeën en paleizen later bereiken we de Hasbah Esplanade. Waar vroeger de fiere kasbah zat, strekt zich nu een gezellig plein uit, waar jongetjes voetbal spelen met zicht op diverse overheidsgebouwen en eeuwenoude moskeeën. Al wordt het zicht gedomineerd door het strakke stadhuis. De straatjes aan deze kant van de medina zijn wat rustiger en minder verstikkend, met romantische steegjes, authentieke werkwinkels en thee- en gebakbarretjes. Wat ons betreft de mooiste hoek van de medina, met telkens een fraai zicht op de verschillende minaretten. We bezoeken het mausoleumcomplex Tourbet el Bey, waar de Hussenidische prinsen en prinsessen onder fraaie koepels rusten, in marmeren graven afgetopt met gebeeldhouwde hoofddeksels. In de namiddag zit de rue Jamaa Ezzitouna, hoofdstraat van de medina, haast muurvast met shoppers en toeristen. Het is een stralende zaterdagnamiddag en we willen naar zee. Een taxi rijdt ons door de banlieu, tussen de zoutmeren door, met onder andere het 8 km lange kunstmatige Chikly-eiland en het Spaanse Fort Santiago. We stappen uit in het mondaine La Marsa, een badplaats aan de Middellandse Zee. In een rooftop bar vliegen we in de cocktails, zo is er een Tunesische vijgencocktail die erg in de smaak valt. Een week later nemen we elk een fles eau de vie op basis van vijgen mee naar huis. Valentijnsdiner in een burgertent.

Op zondagochtend nemen we de metro naar de westelijke buitenwijken voor het archeologische museum Bardo, gevestigd in een middeleeuws paleis. Het huisvest de grootste collectie Romeinse mozaïeken ter wereld, met voornamelijk prachtexemplaren uit de 2e en 3e eeuw, naast Punische, Libische, paleochristelijke en islamitische voorwerpen uit de streek. De mozaïeken zijn verbluffend, zowel de afmetingen als de fijne details. Een van de hoofdfiguren is natuurlijk de god Neptunus, omringd door dolfijnen en andere zeedieren. Verder zien we mozaïeken en sculpturen van diverse goden en helden, zoals een stervende Attis, een dronken plassende Hercules, Odysseus en de verlokking van de sirenen, Orfeus die harp speelt voor de dieren, Demeter, Horus, Pan, Baal, Saturnus, Artemis, Venus en zoveel meer. Gevleugelde pythons, sfinxen, saters, scarabeeën figureren op de vele sieraden, votieven en sarcofagen. Verder nog een schitterend dierenriemmozaïek, een Byzantijns doopvont, een blauwe Koran, een Romeins mausoleum, en ook de voorwerpen die werden gevonden in een scheepswrak. Een gedenkteken herinnert aan de zwartste pagina uit de geschiedenis van het museum zelf. Bij een terroristische aanval op het Bardomuseum in 2015 liet een twintigtal toeristen het leven, waaronder één Belgische vrouw.

We nemen een taxi naar de kust en passeren de Romeinse ruïnes van Carthago, de kolossale Grote Moskee met 55 meter hoge minaret en de ruïnes van een Byzantijnse basiliek. We stappen uit in het pittoreske stadje Sidi Bou Said, met z'n typerende witte huisjes met blauw geverfde deuren en ramen. Het is bijna idyllisch te noemen, al doen de felle wind en de opdringerige verkopers wel wat afbreuk aan de ervaring. Voor ik het weet, zitten twee uit de kluiten gewassen valken op mijn schouders en welk redelijk bedrag je als toerist na een ongevraagde fotosessie ook geeft, het is nooit genoeg. De hartelijkheid maakt vaak plaats voor onbeschoftheid zodra je te weinig geld geeft of niets koopt. We blijven uren rondhangen in het winderige stadje met gezellige koffiebars en restaurants en hebben een fijne tijd. We drinken thee met zicht op de jachthaven en de grillige kustlijn van Carthago, terwijl oude mannen waterpijp roken en jonge vrouwen zingen en dansen. We dalen af naar de jachthaven via een woestenij bezaaid met cactussen en genieten van de winterzon die door de wolken breekt. En bleue! is een hippe deli waar je heerlijk en rustig kan eten. Wat ons betreft een absolute aanrader.

Op alweer de vierde dag wandelen we naar het belangrijkste louagestation van Tunis. Beter te voet want de stadstrams puilen letterlijk uit. De Tunesiërs vertrekken al hangend uit de tram naar hun werk. Meer dan honderd louages staan losjes per bestemming gegroepeerd. Om zeker te zijn, schreeuwen medewerkers de plaatsnamen af. Wanneer het busje vol zit, vertrekken we naar zee, en meer bepaald naar de populaire badplaats Hammamet. Onder de naam Puput was dit al een belangrijke tussenstop halverwege Carthago en Sousse, en veel later kon de vakantieplaats, de eerste in het land, ook Oscar Wilde en Paul Klee bekoren. De 15e-eeuwse medina met de opvallende Grote Moskee is aan het strand gebouwd. In tegenstelling tot die van Tunis staan de muren en de kasbah hier nog overeind. Het is prettig dwalen door de nauwe blauw en wit geschilderde steegjes versierd met cartooneske visjes. Mogelijk redelijk verwarrend voor katten. Volgens de legende is het stoffelijke overschot van de 12e-eeuwse heilige Sidi Bou Hadid in de muren van de medina gebouwd, zodat hij kan blijven uitkijken over de Golf van Hammamet. Exact op die plek drinken we onze ochtendkoffie in een toeristische bar, terwijl de golven tegen de rotsen tikken. Een beeldengroep van drie blauwe sirenen draagt bij tot het mythische/toeristische karakter van de plek.

Na een korte strandwandeling duiken we de medina weer in. We beklimmen de dikke muren van de 15e-eeuwse kasbah en kijken uit over de witte stad. Ondanks de felle wind is het heerlijk om hoog in de toren van het fort te verpozen bij een thé royal en een roman, met rustgevende Arabische muziek op de achtergrond. In de soek trachten handelaars ons tot bij hun koopwaar te lokken. Met wisselend succes. Net buiten de kantelen vind ik op het kleine katholieke begraafplaats het graf van Bettino Craxi, een voormalig premier van Italië. En dan brengt een taxichauffeur ons naar een maffe plek. De teller slaat op hol en de vlotte chauffeur begint te vertellen en ons uit te horen. Hij praat over een nog mooiere medina in Yasmine Hammamet maar zet ons af ergens tussen de poepsjieke luxehotels. Voor een paar kilometers betalen we vier keer zoveel als normaal. Dat is deel één van de scam. We stappen een gigantische nepmedina met tientallen identieke winkels en restaurants binnen, met te veel verkopers en te weinig toeristen, en alle truukjes van de foor. Een hartelijke verkoper verwelkomt ons, en zegt dat zijn broer ons heeft herkend, want hij werkt in ons hotel in Tunis. Hij wist ook dat we uit België komen, het land met de beste friet en mayo. Allemaal zaken die onze chauffeur hen heeft doorgespeeld, zo realiseerden we ons lang nadat we de winkel buiten stappen zonder iets te kopen. Dat is deel twee van de scam. We bevinden ons in CarthageLand, een kruising tussen Maasmechelen Village en Plopsaland, maar dan in het thema van Hannibal en zijn olifanten. In dit oord van leeg vermaak passeren we een levensgrote Torre del Oro, die uit Sevilla, een levensgrote King Kong, en het leger van Hannibal in volle aanval. Het is fake. Het is kitsch. Het is leuk voor kinderen. Maar toch ook een beetje intrigerend. Paard en koets draven zonder toeristen langs een wildgroei van zielloze hotels die ons het zicht op zee ontnemen. Met open mond lopen we rond, benieuwd naar wat er nog allemaal op ons afkomt, maar de realiteit is dat je het wel heel snel hebt gezien. Tijd voor wat authenticiteit met een op en top Tunesisch diner in restaurant Bab Tounès, midden in de medina van Tunis. Overheerlijk vegetarisch menu.

Een chauffeur neemt ons dinsdag mee op dagtocht naar enkele bijzondere ruïnes in het noordwesten van het land, meer bepaald de governementen Jendouba en Béja. We rijden de groene heuvels in en zien ooievaars, koereigers, klapeksters. De eerste stop is in Bulla Regia, een Romeins stadje gebouwd onder keizer Hadrianus, in de huidige op slechts tientallen kilometers van de Algerijnse grens. De 3e-eeuwse villa's zijn vrij goed geconserveerd, met hier en daar schitterende achtergebleven mozaïeken - de rest zagen we al in het Bardo. Ook de baden en een 6e-eeuws Byzantijns fort staan nog min of meer overeind. In het theater las de Heilige Augustinus de stedelingen de les omdat ze te vaak naar het theater en de hoeren gingen. Mooie resterende mozaïek van een beer.

Dougga, een archeologische site gelegen in de uitlopers van het Atlasgebergte, is een van de best bewaarde Romeinse stadjes in Noord-Afrika. Hiervoor rijden we de bergen in, wat spectaculaire uitzichten oplevert. Enkele hoogtepunten van het bezoek zelf zijn het theater, het 2e-eeuwse capitool met de typerende zuilen, het forum, de tempels en triomfbogen, en het mausoleum van de Numidische prins Ateban, een opmerkelijke pre-Romeinse toren. Die laatste valt wat uit de toon, maar is net daarom zo bijzonder. Wat een machtige plek, zo afgelegen, zo fotogeniek hoog in de bergen.

Testour is onze derde en laatste stop. Het stadje heeft belangrijke Andalusische invloeden en een Grote Moskee met een bezienswaardige achthoekige minaret. Bij een kraampje kopen we lekkere chapati, een Tunesische specialiteit. En zo eindigt een gezellige daguitstap met een hartelijke privé-chauffeur naar een anders moeilijk te bereiken streek. Voor we Grand Tunis binnenrijden, zien we hoe uitgestrekt de witte hoofdstad is. Met een kleine drie miljoen inwoners is dat niet niets. Morgen meer Romeinse archeologie. Vanavond doen we de horeca van de medina. De cafeetjes van de rue Sidi Ben Arous en de snackbars van de place Ramadhan Bey vallen in de smaak. We kunnen het niet laten om opnieuw chapati af te halen.
Meer Tunesische taferelen volgen veel sneller dan u kan volgen. Stay tuned.