dinsdag 23 februari 2016

Cyprus 15-22 februari 2016, deel 3

Cyprus, deel 3: Lazarus en Othello


De middeleeuwse ommuurde stad Famagusta, door de Turken Gazimagusta genoemd, is mijn volgende halte. Net buiten de noordelijke bastions van Lefkosa word ik begroet door een lange stoet van Noord-Cypriotische scouts, met Turkse vlaggen en muziek. Het is vandaag de Internationale Ronde van Noord-Cyprus. Aan het busstation speelt een man een episch gevecht met zijn kleinzoon. Hilarisch. De bus passeert de twee in de bergflank getatoeëerde vlaggen en rijdt oostwaarts. Wat een heerlijk stadje, met een bewogen geschiedenis en dus een veelvoud aan invloeden: Frankisch, Venetiaans, Osmaans, Brits... Achter het glorieuze standbeeld van Atatürk ligt de stadspoort, die me binnen de imposante, 7 meter dikke stadsmuren leidt. Een gezellige winkelstraat kruipt naar het centrale plein, waar verschillende ruïnes elkaar ontmoeten. De Sinan Pashamoskee was vroeger de Venetiaanse Sint-Petrus-en-Pauluskerk. Van het Palazzo del Provveditore schiet niet veel meer over dan enkele hoge muren. Op het binnenplein herinneren kanonnen en hun kogels aan de strijd tussen de Venetianen en de Osmanen. Achter de restanten van de Franciscanenkerk ligt een voormalige hamam. Ooit was Famagusta de rijkste stad van het oostelijke Middellandse Zee gebied, tot het verval kwam binnensluipen.
Het juweel is natuurlijk de gotische kathedraal, van begin 14e eeuw. In 1571 werd er een minaret bij gebouwd en het interieur in een moskee veranderd, net als met de Selimiyemoskee in Lefkosa. En zo werd de Sint-Nicolaaskathedraal de Lala Mustafa Pasa moskee. Tegenover de zeepoort zit de pompeuze patisserie Petek Pastanesi. Het assortiment aan taarten en andere desserten is overweldigend. Ik bewonder het geduld van de kassier, die voortdurend moet verkondigen dat koffie aan de tafel besteld moet worden, want de overwegend Zuid-Europese toeristen op leeftijd schijnen het niet te snappen. Het wordt moeilijk om mijn lach in te houden. Het interieur is een weelde van schilderijen en versieringen, en er staat zelfs een grote fontein. Voor de zeepoort vind ik het beeld van een Venetiaanse leeuw, een symbool voor het land. Van bovenop de poort kijk ik uit over de hele stad, met de kathedraal en de vele ruïnes, de Middellandse Zee en de spookstad Varosia, voor 1974 een toeristische badplaats, tot het Turkse leger er introk en de Griekse inwoners moesten vluchten. Het leger zit er nog steeds en laat deze al veertig jaar verboden stad verkommeren.
Iets verderop staat het kasteel waar Shakespeare de belangrijkste scène van Othello en Desdemona situeert, in zijn wereldberoemde stuk Othello, Moor Of Venice, dat zich in een haven op Cyprus afspeelt, wat volgens experten zo goed als zeker Famagusta moet zijn. Een San Marco leeuw houdt de wacht boven de toegangspoort. Ik ben alleen in de citadel. Dichtbij de kathedraal staan nog de restanten van een Byzantijnse kruiskoepelkerk en van een orthodoxe kathedraal. Die laatste heette Agios Georgios en was gebouwd in gotische stijl. Een unicum. De ruïne is een indrukwekkende afsluiter voor een fijne uitstap naar Famagusta.
Het verbaast me niet dat er geen bussen naar Larnaka rijden. De absurde politieke situatie zorgt ervoor dat ik weer via de hoofdstad moet. En zo rijdt mijn bus opnieuw door het brave vlakke land van Noord-Cyprus, met in het noorden de woeste muur die het Kyreniagebergte opwerpt. Wellicht is er geen vergelijking met de zomer, maar 's avonds loopt Nicosia best vol. In heel wat bars spelen bands traditionele muziek, soms met dans.
Al de ganse week kreeg ik uitzonderlijk warm en mooi weer voorgeschoteld, maar dat kon niet blijven duren. Niet in februari. De eerste regen valt wanneer ik voor een laatste keer over Lidras Street slenter en de bus neem naar Larnaka. Ik maak er een strandwandeling tot de golven tot tegen de dijk aan klotsen. Niet ver van de authentieke wijk Laiki Geitonia ligt de knappe Agios Lazaros, een mooie versierde 10e-eeuwse orthodoxe kerk die een sarcofaag tentoonstelt waarin de restanten van de eerste bisschop van Kitios zouden liggen. Wij kennen hem als Lazarus, de man die door Jezus weer tot leven werd gewekt. Het schitterende gouden interieur biedt koelte en een serene sfeer. De vele iconen worden gekust door vooral jonge gelovigen en ook Lazarus' tombe krijgt het nodige eerbetoon. De orthodoxe geloofsbelijdenis blijft een van de aandoenlijkste aller godsdiensten.
In het westen van de stad, aan een zoutmeer met flamingo's, ligt Hala Sultan Tekke, een indrukwekkende moskee met het graf van Mohammeds tante Hala, die hier in 649 van haar paard totterde. Het is een eind wandelen langs het meer, en plots barst een hagelstorm van formaat los, onverbiddelijk, en in een mum van tijd ben ik doorweekt. De moskee wordt een toevluchtsoord en druipend van het ijskoude water stap ik het huis van Allah binnen. Enkele toeristen uit Bangladesh zijn zo vriendelijk me na het bezoek weer in Larnaka af te zetten, en onderweg vertellen ze over wat islam voor hen betekent: één god in plaats van duizenden die elkaar tegenwerken, zoals bij het Hindoeïsme. We praten over moslim-extremisme als pion in het spelletje Risk dat Amerika en Rusland spelen en over het Britse referendum om in de EU te blijven. Zelf wonen ze in Nottingham. We lachen met Nigel Farrage en zijn valse beloften, en zijn benieuwd naar hoe Labour het zal doen onder Jeremy Corbyn. We nemen afscheid en ik haast me naar een taverne op de dijk, waar ik hoop het eindelijk wat warm te krijgen. De rest van de dag gebruik ik Larnaka waar Larnaka hoofdzakelijk voor dient: lui niets doen op het strand (bij zon) of in een taverne op de dijk (bij hevige regenval). Maar hey. Het is goed geweest.
De vlucht terug, de dag nadien, begint mooi, met een prachtig zicht op Cyprus en op de vele Griekse eilanden, daarna zijn er enkel nog wolken. Ik praat honderduit met een Cypriotisch koppel, en ze vertellen een emotioneel verhaal over de politieke situatie en hoeveel pijn dit nog steeds doet. De grootvader van de jongeman werd door Turkse soldaten doodgeschoten toen hij enkele Griekse kinderen wou redden. Enkele dagen geleden werd er niet ver van Nicosia nog een moskee in brand gestoken. De hostiliteiten zijn zeker nog niet voorbij. Het is hopen dat deze traumatische situatie de komende jaren wordt opgelost en dat Cyprus weer één kan zijn, een harmonie tussen de twee volkeren, want er zijn al genoeg grenzen. Veel te veel grenzen en regels en woede en haat, en al wat de vrijheid en het geluk aanvreet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen