maandag 20 oktober 2014

Roadtrip Maramureș

Er staat een weekendje Transsylvanië op het programma maar net als Jonathan Harker begin ik in Boedapest. Deze zomer had ik al enkele dagen in deze magische stad vertoefd in een blitzbezoek aan mijn favoriete plekjes en enkele duikjes in het nachtleven van Pest. Het was een gelukkig weerzien. En dat is deze keer niet anders. Ik verblijf bij Portugese vrienden in de gezellige wijk aan de Kalvin tér. We drinken palinka en eten goulash, waarna we het nachtleven van Belváros in duiken. We ontmoeten een Brit en een Antwerpenaar die op nog geen kilometer van mij woont - what are the chances? We kuieren langs de vele antiquariaten en bibliotheken die Pest rijk is en drinken Hongaarse wijn en Tsjechisch bier in de alternatieve bars. Boedapest moet je gewoon 's nachts beleven...


Boedapest
Ik laat de nacht in me verdwalen,
En de dageraad slechts in schilfers op me dalen.

De volgende morgen bezoek ik het kantoor, waar ik mijn Hongaarse collega's groet. Vervolgens neem ik in het oude Weststation de trein naar Oost-Hongarije en de op een na grootste stad van het land: Debrecen, 'het Rome van de Calvinisten', en tevens belangrijke studentenstad. Het landschap van Midden-Hongarije is saai, de woonstadjes zijn grijs en onooglijk. Bijna drie uur na vertrek arriveer ik in Debrecen, klaar om me tijdens mijn stadswandeling te laten nat regenen. Ik volg de elegante boulevard Piac utca en bewonder de prachtige gevels van de art nouveau paleisjes. Vooral het roze provinciehuis en de winkel Rossmann zijn de moeite. Op de Kossuth tér probeert een sierlijke feniksfontein tevergeefs de deprimerende grauwe sfeer in positieve zin te veranderen. Drijfnat vlucht ik het nabijgelegen hotel binnen, waar ik mijn ogen de kost geef in de schitterende lobby.
De calvinistische kerk, uit 1819, domineert het zicht op het plein. Hier werd in 1849 de Hongaarse onafhankelijkheid uitgeroepen. Sober want protestants interieur, opvallend mechanisch orgel. Iets verderop bezoek ik het protestants college, een tempel van kennis, een bedevaartsoord voor humanisten. Het museum toont verschillende religieuze en pedagogische voorwerpen, humanistische manuscripten, een drukpers enzovoort. De bibliotheek bevindt zich op de tweede verdieping, waarvan de wandel wel een stripverhaal lijken van de calvinistische geschiedenis van Debrecen. Er zijn 600.000 boeken te vinden!

Ook het Déri Múzeum is een bezoekje waard. Het imposante gebouw herbergt een gevarieerde collectie, met in het middelpunt van de belangstelling de klederdracht, sieraden en gebruiksvoorwerpen van de wilde herders die in de poesta woonden. Aandoenlijk. Het embleem van de tweekoppige arend is hier een constante. Verder toont een donkere zaal de gigantische doeken Ecce Homo en Golgotha van Mikály Munkácsy. Het derde deel van deze schitterende trilogie zou zich in Canada bevinden. Waarom doet iemand zoiets? Wanneer de avond valt (veel vroeger dan in het westen van de tijdszone GMT+1) houdt ook de neerslag het voor bekeken. De Kossuth tér krijgt iets magisch. Ik sukkel een bruine kroeg aan het station binnen en wacht op mijn metgezellen, die na het werk per auto de meer dan 200 km overbruggen om aan onze roadtrip in Roemenië te beginnen. Het sör is bijlange niet zo goed als het pivo van gisteren. Ik krijg net een oneerbaar voorstel wanneer de auto het plein voor het station oprijdt. Euforie troef!
In uitsluitend vrouwelijk gezelschap vertrek ik per auto richting Roemeense grens, waar we onze klok een uur verder zetten. In het eerste dorpje, Mihalyfalva, kopen we een wegenvignet. De eerste bezienswaardige stad is Carei, al is het natuurlijk al lang donker.  Er zijn enkele bombastische kerken te bezichtigen, met de typische aluminiumkleurige torens. Omdat dit deel van Transsylvanië vroeger Hongaars was, zijn de plaatsnaambordjes tweetalig. Zo heet Carei ook nog Nagykároly, en in het Duits Großkarol. Voor sommige Hongaren is het een gevoelige zaak. De eerste tekenen van hoe verschillend Roemenië is van pakweg België, laten niet op zich wachten. Verschillende keren moeten we plots remmen omdat een hond over de weg wandelt. In elk dorp hangen talrijke vlaggen en posters voor de presidentsverkiezingen. Het gaat vooral om Viktor Ponta versus Klaus Iohannis. We moeten in het heetst van de strijd zijn beland, want Satumare bijvoorbeeld hangt werkelijk vol met deze propaganda. Waar je maar kijkt, staar je in het gezicht van centrum-links kopstuk Viktor Ponta, op het absurde af.

We dineren belachelijk goedkoop en ontmoeten een wat oudere Engelsman die zijn zinnen op de dames lijkt te hebben gezet. Hij heeft een stempel op zijn voorhoofd, want hij was de eerste klant van een nachtclub die zonet haar deuren heeft geopend. We zoeken nog een bar, maar vinden niets naar onze zin. Na een korte stadswandeling bewapenen we ons in een nachtwinkel met alles waar alcohol in zit. Met Ursus, Stella en Stalinskaya wodka hebben we genoeg munitie voor de rest van de nacht. Die spenderen we in een bijzonder aangename guesthouse, Casa Transilvania genaamd. Het wordt laat.
Een koffie de volgende morgen kan de kater amper weg wassen. De enthousiaste eigenaar laat trots het hele guesthouse zien en vertelt honderduit. Beste lezer, mocht u ooit de nacht willen doorbrengen in Satumare, doe het hier! Satumare is best een aardig stadje, met heel wat stevig uit de kluiten gewassen kerken. We kiezen het ruime sop van het Roemeense platteland, en al in de randstad zien we hoe een oude man zijn geit uitlaat. Daarna is het de ene paard en kar na de andere, één enkele keer zelfs met een koe achterin, in plaats van de familie. De zon schijnt eindelijk en we passeren kleurrijke dorpen. In de verte lonken de eerste groene heuvels die uiteindelijk de Karpaten worden, met hier en daar een historische houten kerk. We zijn in de streek Maramureș en dit landschap is erg kenmerkend. We stoppen nog heel kort in het fleurige Seini, waarna we in de stad Baia Mare belanden. Er is een motorrijdersmeeting op de pittoreske Piata Libertătii, een kleurrijk plein boordevol bomen en moderne sculpturen, en omgeven door tavernes en historische gebouwen. Erg charmant allemaal! We brunchen op een zonovergoten terras, in de hitte van deze oktobermiddag, met de knallende motoren als achtergrondmuziek. Kleine meisjes komen aan het terras voor eten bedelen.
We kuieren rond in de gezellige straatjes, langs de vele mooie kerken, kopen eten voor 's avonds en ontmoeten Kata, onze vijfde metgezel, op de parking. Ze was die ochtend nog uit Boedapest vertrokken. We gaan weer op pad, door Roemeense bossen in herfstkleuren, langs weilanden met de typische hooibergen. De auto klimt steeds hoger in de bergen en het uitzicht over de streek is verbluffend. Voor we Mara binnen rijden, houden we halt op een toeristische plek aan een waterval en watermolen, met verschillende houten hutjes en winkeltjes waarin oude vrouwen kanjers van paddenstoelen verkopen. Desesti is dan weer bekend om haar 17e-eeuwse houten kerken. We kiezen er een uit en klimmen naar de top om het prachtige houtsnijwerk en het uitzicht te bewonderen. Ook het interieur is prachtig, met vrij moderne schilderingen, zo lijkt het toch. De avond en onze bestemming zijn niet meer ver weg. Toch is het moeilijk om die laatste te vinden. Ondertussen zijn we ver weg van de zogenaamde beschaving en zien we het Roemeense platteland in z'n meest traditionele vorm. We ontmoeten vriendelijke oude mensen, halen steeds opnieuw paard en kar in, passeren de typische houten portalen en genieten met volle teugen van de hele sfeer die deze streek oproept. Voorbij Hoteni wordt het steeds moeilijker rijden op de rotsachtige paden.
Wanneer we eindelijk ons verblijf in Breb bereiken, moeten we zelfs allemaal de wagen uit, zodat Ligia deze tot boven kan rijden. We ontmoeten Duncan en Penny, de Britse eigenaars van het uitstekende Village Hotel, een domein dat bestaat uit traditionele houten huisjes, elementair maar toch van alles voorzien. We krijgen palinka als welkomsdrink voorgeschoteld en gooien ons vervolgens in het bier en de wodka, we spelen ukelele, brengen poëzie, verorberen kip en chips en maken er een feestje van.
Zondagmorgen. Vrouwen steken de velden over en gaan in traditionele kledij naar de mis. Ik maak een ochtendwandeling naar de kerk. De dames zijn er al. Het dorp is een levensecht Bokrijk, overal kippen en honden, heuvels en weilanden boordevol hooibergen, tot waar het oog reikt. Wat een idyllische en vredige omgeving. Onderweg naar de kerk kom ik mijn vier reisgenoten tegen. De viering was een begrafenis, dus ze zijn er subtiel van onder gemuisd. We rijden naar Budești, waar we weer naar enkele houten kerken gaan kijken. De oude dorpelingen nodigen ons uit om met hen te komen bidden. Sommigen van hen lijken wel tachtig of negentig, elk om het minst tanden in de mond. Enkele van de vrouwen hebben hun rug helemaal krom gewerkt. Ze lachen. Ze begrijpen geen woord Engels, maar toch hebben we een aangename 'conversatie'. De kerken zijn van binnen versierd met prachtige tapijten en schilderingen, gepaard met Cyrillische teksten.
Een echte trekpleister in deze streek is het Cimitirul Vesel, een 'vrolijk' kerkhof in Săpânta, waar we tussen de blauwe graven lopen, kleurrijk versierd met taferelen over het leven van de overledene en zelfs de doodsoorzaak. Wel een beetje luguber. Zo zie je heel wat figuren stevig drinken, overreden worden door een wagen of zelfs onthoofd of neergeschoten worden. De meeste vrouwen zie je aan het werk in de keuken. We rijden tot aan de Oekraïense grenspost, maar omdat niet iedereen een internationaal paspoort bij heeft, worden we vriendelijk verzocht terug te keren. Dan maar gezellig een koffietje drinken in een bar iets verderop. We zijn moe na al die nachten weinig slapen. De afgelopen dagen waren van onschatbare waarde, en de roadtrip is een van de absolute hoogtepunten van dit wilde jaar vol reizen en poëzie. Ik wil hier langer blijven, te midden van deze vriendelijke tandeloze tachtigers, die geen woord Engels spreken en twee woorden Italiaans verstaan, die samen met ons willen bidden en de palinka rijkelijk laten vloeien, leven tussen de kippen, koeien en geiten, in het voorgeborchte van de Karpaten, ver weg van alles wat we kennen, hier aan de uiterste grens van de EU. We keren terug. De zon staat steeds lager aan de grillige heuvels, werpt steeds een andere tint op de spitse kerktorens die heel af en toe de horizon doorprikken. We wuiven naar voorbijgangers, goed wetende dat wij voor hen een grotere curiositeit zijn dan omgekeerd, de vrouwen met hun Roemeense en Portugese sjaaltjes om het hoofd gebonden, ik met de traditionele rieten hoed, die ik in Săpânta kocht. We spenderen onze laatste leis en rijden de grens en de nacht tegemoet.
De aankomst in Boedapest, vele uren later, is als een thuiskomst en de volgende ochtend probeer ik nog zoveel mogelijk van de stad te inhaleren. Ik loop voorbij de markthal van Eiffel, werp een blik over de vertrouwde landmarks in de verte vanop de Szabadság híd (Vrijheidsbrug), bewonder de sierlijke inkomhal van de beroemde Gellert spa en verdwaal in de straatjes rond de Váci utca en mijn geliefde Vigadó tér, met de concertzaal en het standbeeld van Kiskirálylány, de 'koningin van Boedapest'. Ik ben verliefd op deze stad. Steeds meer. Dus ik moet terugkeren. En snel. De stad huist in mijn vacht, huist in mijn vel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen