's Morgens sta ik vroeg op en neem de trein oostwaarts, naar de historische stad Guimarães. Die wordt omringd door een aaneenschakeling van aangename wandelboulevards en pleinen bevolkt door tal van leuke kerkjes, waaronder de slanke Igreja dos Santos aan het fleurige Largo da Répública do Brasil, vanwaar je een goed zicht hebt op het dorpje Penhã. Op het zonovergoten Largo do Toural vertelt een massieve toren dat Portugal hier werd geboren. Dat is zo. Guimarães was namelijk de eerste hoofdstad van dit lapje grond dat Hendrik van Bourgondië van zijn schoonpapa kreeg. De binnenstad ligt er rustig en bijna verlaten bij op deze woensdagvoormiddag. Pittoreske pleintjes volgen elkaar op en mijn voorkeur gaat naar Largo Oliveira, met de gelijknamige robuuste kerktoren en een losstaande constructie van gotische spitsbogen. Heel middeleeuwse sfeer.
De Av. Sampaio leidt me langs de oude stadsomwalling naar een groene heuvel ten noorden van het centrum. Hier kan je rustig kuieren tussen het kolossale hertogelijke paleis, een sobere romaanse kapel uit de 12e eeuw en het 30 meter hoge Castelo, dat zelfs op een stralende dag als deze een onheilspellende indruk geeft, met z'n typische gekartelde torens. Een meer dan duizend jaar oud toonbeeld van macht te midden van een historisch slagveld. Van dit wijnstadje neem ik de bus naar een andere bezienswaardige stad in Minho, de universiteitsstad Braga, een grotere, drukkere stad met een erg klein historisch centrum.
Deze stad bruist! Dat merk je met name aan de uitgestrekte, levendige Praça da República, met haar sculpturen en fonteinen, en de drukke winkelboulevard Av. da Liberdade. Het zeer religieuze Braga telt heel wat kerken. Er is natuurlijk de Sé, maar ook de twee karakteristieke kerken op het Largo Amarante mogen er zijn. Maar het meesterwerk van de streek ligt iets ten zuiden van de stad, op een van de vele groene heuvels: het heiligdom Bom Jésus.
Ik neem de bus op de boulevard, na een frigideira om een hongertje te stillen, en rijd enkele minuten later de heilige heuvel op. Vervolgens te voet via een zigzaggende sobere trap met in elke bocht een kapel, die vanaf het eerste terras afgelost wordt door een waanzinnige monumentale trap, een gigantische accordeon vol met beelden en fonteinen, gerangschikt per thema (vijf zintuigen en drie deugden), een monster van graniet dat je na een stevige klim naar de kerk van Bom Jésus brengt. De esplanade loont de moeite en dwingt een religieus respect af: bemoste beelden, fonteintjes, tuintjes, kiosken, een casino, een grot die aan Lourdes doet denken, met vele stalagtieten, en een uitzicht om U tegen te zeggen, over de golvende groene heuvels, en de buitenwijken van Braga, breed uitgesmeerd over de vallei. In de kerk is een schitterende beeldengroep van de gekruisigde Christus te zien. De escalador brengt me weer naar de bushalte.
Ik bezoek nog de indrukwekkende romaanse Sé, met binnenin de gouden pracht en praal van het orgel. Bij het verlaten van deze fiere kathedraal beginnen de klokken oorverdovende, bijna agressieve deuntjes af te ratelen. Kippenvel. En wellicht ook gescheurde trommelvliezen. Verder brengen de restanten van het bisschoppelijk paleis me ver terug in de tijd. De rest van mijn korte stadswandeling brengt me nog de middeleeuwse Torre, de Arco da Porta Nova en menig cruzeiro, de stenen kruizen waar de stad vol mee staat. Op de Praça da República bespeur ik in de verte Bom Jésus do Monte, erg klein vanaf hier, als een speelgoedkerkje in een grote molshoop geplant. Ik dineer mijn buikje rond en vol voor de spotgoedkope prijs van nog geen €4. Daarna probeer ik de plaatselijke vinho verde in het populaire Café Vianna. Bijzonder lekker, die 'groene' wijn!
Barcelos wil ik eigenlijk vooral bezoeken omwille van die opvallende legende van de gebraden haan die weer tot leven komt als teken van de onschuld van een ten onrechte tot de galg veroordeelde pelgrim, al zijn er nog andere trekpleisters. Er zijn twee plaatsen die een bezoek meer dan waard zijn: de centrale markt en de archeologische site. Ze worden in verbinding gesteld door de winkelstraat. Aan de grote markt ligt de veel grotere Campo da República, waar ik eventjes gewillig verdwaal in de drukte van een van de grootste markten van Portugal. Iets verder liggen een knappe barokke kloostertuin, een massieve donjon en aan de overkant een barokke kerk met mooi interieur.
Nog knapper is de romaanse kerk die op een rots over de rivier Cavado en zusterstadje Barcelinhos uitkijkt. De azulejo's binnen zijn verbluffend. Hoogtepunt van mijn vrij korte bezoek aan het druilerige Barcelos zijn de overblijfselen van het 15e-eeuwse grafelijke paleis, dat nu een klein archeologisch openluchtmuseum is. De stenen monumenten, wapenschilden, sarcofagen en kruizen komen wat Keltisch over, zeker tegen de achtergrond van de Cavado en de middeleeuwse brug, en met deze motregen. De drang om 'La Tribu de Dana' te neuriën is groot. Mooi is de 18e-eeuwse kleurrijke lavabo en opmerkelijk is het monument ter ere van de verrezen haan. Je ziet de pelgrim aan de galg hangen maar door heilige krachten in leven gehouden terwijl de haan kraait.
Die haan vind je hier trouwens overal in het straatbeeld. Niet moeilijk. Het icoon is bekend over heel Portugal. Ik koop een metalen haantje deze keer en rep me naar het station. We gaan nog wat meer noordwestwaarts, tot bijna aan de Spaanse grens. Viana Do Castelo is een vissersstadje dat in de 13e eeuw door Afonso III uit de grond werd gestampt. Het weer is opnieuw omgeslagen: stralend blauwe hemel. Het centrale plein van dit levendige stadje doet wat Italiaans aan. Ik vind er een mooie fontein, een middeleeuws voormalig stadhuis en een prachtig paleis met arcaden en kariatiden, al zitten er ook mannen bij. Ernaast het witte Hospital da Misericórdia, met een typische kapel.
Jas uit, het is warm en we gaan klimmen. Een lange, lange trap kruipt de beboste Santa Luziaheuvel op, recht naar een bedevaardsoord: een indrukwekkende vuilgrijze basiliek. Het uitzicht over stad, strand en oceaan is spectaculair te noemen, en de Lima, met haar lange bruggen, kan je een heel eind met het oog volgen, snijdend tussen de grillige heuvels, tot haar monding in de Atlantische Oceaan. Je kan helemaal naar boven in de koepel van de basiliek, waar het uitzicht natuurlijk nog knapper is. Een elevador brengt me weer naar de voet van de heuvel. Ik kuier nog wat rond in de pittoreske straatjes, spot de Sé met haar twee met gekke gezichten versierde torens en zak af naar het water. Heerlijk om in t-shirt aan de Lima uit te blazen, en dat in de winter. Het geeft me een zomers vakantiegevoel!
Een volgende trein volgt de kustlijn doorheen pijnboombossen en brengt me naar Caminha, een dorp dat heel erg dicht bij Spanje ligt. Mooie treinrit, met aan de rechterkant rotsen bezaaid met kruisbeelden (dit is nog steeds het ultrakatholieke Minho) en links de rotsachtige kust. Caminha maakt zich duidelijk klaar voor het carnavalsweekend. In alle straten hangers met feestelijke maskers. De grote markt is om in te lijsten. Ik zet me er met een koffie op het terras en bewonder de historische gebouwen: de torre do relógio, het imposante gemeentehuis, het kerkje. Het geklater van de fontein en geschater van de meeuwen vervolledigen het plaatje.
Een straatje met kinderkopjes leidt naar de collegiale Matrizkerk, die zich schuilhoudt achter een oude stadsmuur. Hier stroomt de Rio Coura in de Rio Minho en de heuvels in de verte zijn Spaans. Ik neem de brug over de Coura. Het water staat laag, het riet hoog en dit is dus een ideale plek om vogels te spotten. Heel mooi uitzicht hier! In Seixas doorkruis ik het centrum en maak ik een mooie, zonnige wandeling langs de Rio Minho, de grens tussen Portugal en Spanje. Prachtig.
Enkele uren later ben ik in Porto en vreet ik met mijn Russische gastvrouw en de Duitser pizza, overgoten met liters Portugese wijn. We kijken cartoons en luisteren naar The Notwist en dEUS. Het is mijn laatste avond in Portugal maar dat wil niet zeggen dat we daarom de stad in moeten. Zolang de wijn niet op raakt voor de slaap ons overmant...
Vrijdag. Carnaval begint. Kinderen gaan verkleed naar school. Ik steek de D. Luísbrug over, naar de andere kant van de Rio Douro, zusterstad Vila Nova de Gaia. Meteen kom ik aan een parkje, met een kleine grot. Je kan helemaal naar boven tot aan de palmbomen. Een meesterlijk zicht op Porto ontvouwt zich. Tussen Arrábidabrug en D. Luísbrug toont de stad zich als een feest van kleur, zelfs op deze grauwe morgen, een schilderij van kleurrijke huisjes en bruine middeleeuwse torens, van Ribeira tot Guindais, met als uitsteker de Torre dos Clérigos. Een andere uitkijkpost vind je aan het Mosteira da Serra da Pilar. In een kort filmpje stellen een grootmoeder en haar kleinzoon de UNESCO-sites van Noord-Portugal voor. Daarna volg ik een gids doorheen het klooster.
Het is een uitzonderlijk gebouw, in een renaissancestijl die je niet zou verwachten van 16e-eeuws Portugal, een klooster dat open stond voor handel, en waarin sinds de 19e eeuw een militaire basis is gevestigd. De gids praat honderduit over de geschiedenis van het klooster en geeft enkele interessante details: het atrium in een perfecte cirkel, volgens de Gulden Snede, de hiërarchie van beelden in de sobere kerk, met Constantijn als hoogste macht en de inquisiteur als evenwaardig aan... de paus!, de pelikaan als symbool voor de zorg voor de gemeenschap, de spellingfout in een opschrift, de scheve boog, de deur die naar nergens leidt, de 'matricide' die Alfonso pleegde wanneer hij inging tegen de wil van moederlief en een staatsgreep pleegde om Portugal te stichten, de Napoleontische oorlogen en de Burgeroorlog die voor opschudding zorgden... Een soldaat begeleidt ons naar boven in de koepel, het hoogste punt van Porto-Gaia. Na nog wat rondhangen in Porto, is het tijd om huiswaarts te keren. Hopelijk keer ik nog eens terug naar dit vriendelijke land, er valt nog zoveel te ontdekken. Lissabon bijvoorbeeld. Tchao Portugal!
zondag 2 maart 2014
zaterdag 1 maart 2014
Noord-Portugal 24-28 februari, deel 1: Porto
2014. Een nieuw jaar dat weer boordevol reizen moet zitten. Op enkele tripjes in de Benelux na is deze reis naar Portugal, in de laatste week van februari, de eerste in enkele maanden tijd. Bijzonder lang geleden was een bezoek aan het Iberische schiereiland, en Portugal zelf, temmer van de Atlantische Oceaan, is een primeur voor mij. Het vliegtuig pronkt met het zicht op de Costa Verde en op het rood-groene Porto, in twee gesneden door de Rio Douro maar gehecht door de vele beroemde bruggen.
Samen met enkele tv-figuren stap ik uit en ik neem meteen de metro naar de Avenida da Boavista. Na een spotgoedkope schuilsnack van cappucino en gebak waag ik me toch maar in de regen. België heeft momenteel beter weer. Aan de leeuwenzuil (of beter: een leeuw die een arend heeft geveld) op de rotonde neem ik rechtsaf naar een interessant bouwwerk van de hand van Rem Koolhaas, het Casa da Música. Het golvende terrein rond dit vreemde gebouw moet een natte droom zijn voor skaters.
De wandeling door het centrum begin ik in de autoluwe Rua de Santa Catarina, waar ik voor het eerst kennismaak met de azulejo's, tegels die met blauwe balpen lijken volgekribbeld. Op de vele kerken en kapellen in deze katholieke stad levert dat vaak magnifieke taferelen op. Ik volg deze gezellige art deco winkelstraat en daal vervolgens af naar een erg charmant wijkje langs de Av. d'Afonso Henriques. Vooral de schattige Rua Châ mag er wezen. Aan de avenue heb ik een knap panorama over de vele torens van Porto, waaronder de Sé. Ik daal verder de straat af naar het Sao Bento station, met z'n meesterlijke azulejo's in de grote hal. Iets verderop bezoek ik de Igreja dos Congregados, een van de vele rijkelijk versierde kerken van Oporto. Zo beland ik vanzelf op het centraal gelegen Praça da Liberdade, gekenmerkt door z'n statische bankgebouwen en ruiterstandbeeld, en natuurlijk het stadhuis in de verte.
Aan het architecturaal interessante Praça de Lisboa (zeer knap vanuit de lucht!) lonkt de hoogste klokkentoren van Portugal, al valt dat met 75 m nogal mee. Ik beklim de barokke Torre des Clérigos, gebouwd door de Italiaanse architect Nasoni, via een erg smalle spiraaltrap en geniet van het prachtige uitzicht: de kerken, de rivier, de bruggen, de oceaan... Heerlijk! Zo ook het weer ondertussen. Aan de andere kant van de Praça de Lisboa lonkt een aardig wit huisje. Het is de boekhandel Lello e Irmão, een meer dan 100 jaar oude literaire tempel en dus uit het juiste hout gesneden. Boeken rijken tot aan het versierde plafond en via een zeer opvallende trap die wat aan dat van een Portugees ontdekkingsschip doet denken, bereik je de bovenverdieping, waar je een glaasje kan drinken te midden van al die wijsheid. De winkel ligt aan de Praça Teixeira, waar charmante oude trammetjes langsheen palmbomen en fonteinen snorren, waar de universiteitsgebouwen van Porto beginnen, en de met azulejo's getatoeëerde duokerk Igrejas do Carmo e dos Carmelitos nog het meest opvalt. Twee maal prachtig gouden rococo-interieur in deze karmelietenkerken.
Meer naar het westen, op een heuvel boven de Douro, ligt een bijzonder charmant park, in de schaduw van het foeilelijke Crystal Palace, bijlange niet zo indrukwekkend als z'n Madrileense evenknie, maar ook totaal niet te vergelijken qua stijl. Hier wemelt het van de pauwen en kan je met je geliefde rotsachtige paadjes volgen naar verschillende uitkijkpunten over de rivier. Vooral de Ponte da Arrábida springt in het oog, de laatste brug voor de rivier in de oceaan stort.
Na de rust van het park begeef ik me oostwaarts naar de gezellige Ribeirawijk, een waar doolhof van straatjes en trapjes, zwaar hellend naar de rivier toe. De schattigste huisjes vind je in de Rua das Flores en de Rua dos Traipas, die in een wel zéér schuine hoek staat. In de Rua Infante D. Henrique vind ik de Igreja S. Francisco, het Mercado Ferreira Broges en het beurspaleis. Aangezien het schemert en de monumenten gesloten zijn, stel ik een bezoek uit tot morgen. Volg je de straat naar het oosten, dan duik je een tunnel in, aan het eind waarvan je plots oog in oog staat met de beroemde metalen Luísbrug, ontworpen door een Belgische collega van Eiffel. Best overweldigend eigenlijk.
Langs de rivier kan je heerlijk flaneren voorbij kleurrijke huisjes en horecazaken. Wanneer ik het aardige Praça da Ribeira bereik, is de avond reeds gevallen en kan zelfs de regen de charme van deze plek niet ontnemen. De Portugese gebakjes waren al onweerstaanbaar. In de culinaire Ribeirawijk ga ik nu ook de Portugese specialiteit bacalhau (stokvis) eten in een restaurant met een voortreffelijke wijnkelder. Wanneer ik plaatsneem, werpt de ober al meteen een broodmandje en diverse snacks op mijn tafel. Die moet ik een aantal keren resoluut weigeren want in Portugal betaal je ook voor hapjes die ze spontaan aanbieden (en die niet op de kaart staan, dus je weet de prijs niet). Als je dat niet weet, kan je na het vragen van de rekening wel eens voor een verrassing komen te staan. De regen zwelt aan wanneer ik het pand verlaat en terugkeer naar de Luísbrug. De heuvel beklimmen doe ik met de funicular, die me een mooi zicht biedt op de brug en op het in een oranje licht badende Mosteira da Serra do Pilar, in Gaia op de andere oever. Ook de Sé kathedraal is indrukwekkend bij nachte, zoals het baadt in een dan weer bleke, witte schijn. Dat is voor morgen. Ik ben doorweekt wanneer ik het appartement, in het noorden van de stad, van mijn gastvrouwen bereik, een Russin en een Portugese, maar gelukkig is er porto. Die heb ik zelf meegebracht.
De volgende morgen begint mijn tocht op de indrukwekkende Bolhãomarkt, een kleurrijke hal met honderden vis-, vlees-, fruit- en bloemenkraampjes uitgebaat door in dikke truien gehulde oude vrouwtjes. Ik koop er een keramieken haantje. Verder naar het zuiden vind ik nog een klassieke vismarkt, vlakbij de monumentale Sé, die met haar vele trappen en versterkte toren aan een middeleeuwse burcht doet denken, zoals wel meer kathedralen in Portugal, die eerder massief dan hoog zijn gebouwd. Iets verderop het bisschoppelijk paleis. Het interieur van de kathedraal is heel knap, en vooral een bezoek aan de kruisgang en het klooster blijft bij. Er is ook een opmerkelijke trap van Nasoni. Gewelven en azulejo's gaan hier mooi hand in hand. Via een kluwen van middeleeuwse stadsmuren en trapjes beland ik weer in het doolhof dat de Ribeirawijk is. Al die oude huisjes lekker knus tegen elkaar gebouwd! Het labyrint van trapjes komt uit op de Cais da Ribeira en de Rio Douro.
Ik kuier door charmante middeleeuwse steegjes als de Rua dos Mercadores en de Rua da Reboleira, die uitmondt aan de gotische Igreja São Francisco, waarvan het interieur een overdadig geheel is van gouden gewelven, pilaren, beelden. Een woud van goud zowaar. Het goud lijkt zelfs van de gewelven af te druipen! Vooral de beeldengroep de Boom van Jesse is werkelijk verbluffend. In dit paleis van barokke waanzin kan je je ogen goed de kost geven, al is het misschien net iets te veel van het goede allemaal en is het risico op een esthetische indigestie niet te onderschatten! Naast de kerk bezoek ik het museum van de Franciscanenorde, met in de kelder de lugubere catacomben. Ik laat me voeren langs de honderden zwart-witte graven, versierd met doodshoofden. Je loopt hier zelfs op de graven. Inderdaad, ook onder de houten planken liggen lijken. Door een glazen bodem kan je zelfs een blik werpen op het ossuarium, een verzameling van schedels en beenderen. Een operamuziekje draagt nog bij tot de doodse sfeer die in de catacomben heerst.
Ik bezoek de Miragaïawijk, met het overdekte winkelstraatje, en de Guindaiswijk, met de Igreja Santa Clara, interessant om haar renaissancepoort. Hier ligt langs het traject van de funicular die ik gisteren nam een indrukwekkend stuk stadsmuur afgewerkt met kantelen en massieve torens. Samen met een groep toeristen beklim ik het gevaarte. Enkele Canadezen herkennen de carré rouge die ik nog steeds op mijn rugzak draag, en vragen of ik ook uit Quebec kom. Ik vertel hen over mijn reis naar Canada nu al bijna twee jaar geleden, en over de betogingen. Ook zij waren erbij. Vlakbij ligt de D. Luísbrug. Het uitzicht dat zich hier van tussen de kantelen uitvouwt, is om van te smullen. Aan de overkant de stad Gaia. Die zal ik later nog bezoeken.
We gaan naar zee! Die bereik ik via het Parque da Cidade, een rustig groot park met enkele uitgestrekte vijvers. Ik vat post op de rotsachtige kust ter hoogte van Sea Life en het Forte de São Francisco Xavier, dat moedig de woeste, hongerige oceaan trotseert. Ik zou uren naar dit schouwspel van de natuur kunnen kijken. Hoe hoge golven op de rotsen inhakken en bij de impact metershoog de lucht in springen, als ware het uit een fontein. Vooral aan de monding van de Douro vieren de golven hoogtij. Het water spat metershoog de lucht in bij elke clash met de golfbrekers, als bij een bominslag. Aan de monding ligt nog het Forte de São João Baptista da Foz, en iets verderop de oudste vuurtoren van Portugal. Aan de overkant lonken de kleurrijkste huisjes van Gaia's buitenwijken. Dit is al het platteland. Ik keer terug naar het centrum.
Ook hier is de crisis erg voelbaar. Bedelaars spreken je aan en doen in een sneltreintempo hun ellendige levensverhaal, of zitten aan de ingang van kerken. Er zijn er bij die zelfs handtastelijk worden in hun aandringen. Soms geef ik iets, soms niet. Bij een weigering is de reactie vaak nogal grof, naast een duidelijke ontgoocheling loopt het wel eens uit op vermoeide spot of woede. De Griekse bedelaars waren veel vriendelijker, maar dat is alweer een jaar geleden. De crisis blijft woekeren. Kan je het hen kwalijk nemen? Na een stadswandeling en een lange stop in een koffiebar zoek ik de weg naar het busstation. Een werkloze moeder wijst me die spontaan en loopt ongevraagd mee, terwijl ze onsubtiel in het Frans honderduit praat over haar situatie. Ik geef haar heel weinig en leg haar uit dat zij zelf op mij was toegestapt en dat ik niet meer ga geven. Hard? Misschien. Maar als ik telkens wanneer ik op mijn map van Porto sta te kijken geld moet uitdelen, hou ik niets meer over. Portugal is een van de landen die het hardst door de crisis werd getroffen. Voor heel wat mensen betekende het een val van de lage middenklasse in onverbiddelijke armoede. Samen met mijn Russische gastvrouw en een Beierse vriend gaan we eten in een gezellig en goedkoop restaurant dat Grootmoeders Museum heet. Daarna is er wijn.
Samen met enkele tv-figuren stap ik uit en ik neem meteen de metro naar de Avenida da Boavista. Na een spotgoedkope schuilsnack van cappucino en gebak waag ik me toch maar in de regen. België heeft momenteel beter weer. Aan de leeuwenzuil (of beter: een leeuw die een arend heeft geveld) op de rotonde neem ik rechtsaf naar een interessant bouwwerk van de hand van Rem Koolhaas, het Casa da Música. Het golvende terrein rond dit vreemde gebouw moet een natte droom zijn voor skaters.
De wandeling door het centrum begin ik in de autoluwe Rua de Santa Catarina, waar ik voor het eerst kennismaak met de azulejo's, tegels die met blauwe balpen lijken volgekribbeld. Op de vele kerken en kapellen in deze katholieke stad levert dat vaak magnifieke taferelen op. Ik volg deze gezellige art deco winkelstraat en daal vervolgens af naar een erg charmant wijkje langs de Av. d'Afonso Henriques. Vooral de schattige Rua Châ mag er wezen. Aan de avenue heb ik een knap panorama over de vele torens van Porto, waaronder de Sé. Ik daal verder de straat af naar het Sao Bento station, met z'n meesterlijke azulejo's in de grote hal. Iets verderop bezoek ik de Igreja dos Congregados, een van de vele rijkelijk versierde kerken van Oporto. Zo beland ik vanzelf op het centraal gelegen Praça da Liberdade, gekenmerkt door z'n statische bankgebouwen en ruiterstandbeeld, en natuurlijk het stadhuis in de verte.
Aan het architecturaal interessante Praça de Lisboa (zeer knap vanuit de lucht!) lonkt de hoogste klokkentoren van Portugal, al valt dat met 75 m nogal mee. Ik beklim de barokke Torre des Clérigos, gebouwd door de Italiaanse architect Nasoni, via een erg smalle spiraaltrap en geniet van het prachtige uitzicht: de kerken, de rivier, de bruggen, de oceaan... Heerlijk! Zo ook het weer ondertussen. Aan de andere kant van de Praça de Lisboa lonkt een aardig wit huisje. Het is de boekhandel Lello e Irmão, een meer dan 100 jaar oude literaire tempel en dus uit het juiste hout gesneden. Boeken rijken tot aan het versierde plafond en via een zeer opvallende trap die wat aan dat van een Portugees ontdekkingsschip doet denken, bereik je de bovenverdieping, waar je een glaasje kan drinken te midden van al die wijsheid. De winkel ligt aan de Praça Teixeira, waar charmante oude trammetjes langsheen palmbomen en fonteinen snorren, waar de universiteitsgebouwen van Porto beginnen, en de met azulejo's getatoeëerde duokerk Igrejas do Carmo e dos Carmelitos nog het meest opvalt. Twee maal prachtig gouden rococo-interieur in deze karmelietenkerken.
Meer naar het westen, op een heuvel boven de Douro, ligt een bijzonder charmant park, in de schaduw van het foeilelijke Crystal Palace, bijlange niet zo indrukwekkend als z'n Madrileense evenknie, maar ook totaal niet te vergelijken qua stijl. Hier wemelt het van de pauwen en kan je met je geliefde rotsachtige paadjes volgen naar verschillende uitkijkpunten over de rivier. Vooral de Ponte da Arrábida springt in het oog, de laatste brug voor de rivier in de oceaan stort.
Na de rust van het park begeef ik me oostwaarts naar de gezellige Ribeirawijk, een waar doolhof van straatjes en trapjes, zwaar hellend naar de rivier toe. De schattigste huisjes vind je in de Rua das Flores en de Rua dos Traipas, die in een wel zéér schuine hoek staat. In de Rua Infante D. Henrique vind ik de Igreja S. Francisco, het Mercado Ferreira Broges en het beurspaleis. Aangezien het schemert en de monumenten gesloten zijn, stel ik een bezoek uit tot morgen. Volg je de straat naar het oosten, dan duik je een tunnel in, aan het eind waarvan je plots oog in oog staat met de beroemde metalen Luísbrug, ontworpen door een Belgische collega van Eiffel. Best overweldigend eigenlijk.
Langs de rivier kan je heerlijk flaneren voorbij kleurrijke huisjes en horecazaken. Wanneer ik het aardige Praça da Ribeira bereik, is de avond reeds gevallen en kan zelfs de regen de charme van deze plek niet ontnemen. De Portugese gebakjes waren al onweerstaanbaar. In de culinaire Ribeirawijk ga ik nu ook de Portugese specialiteit bacalhau (stokvis) eten in een restaurant met een voortreffelijke wijnkelder. Wanneer ik plaatsneem, werpt de ober al meteen een broodmandje en diverse snacks op mijn tafel. Die moet ik een aantal keren resoluut weigeren want in Portugal betaal je ook voor hapjes die ze spontaan aanbieden (en die niet op de kaart staan, dus je weet de prijs niet). Als je dat niet weet, kan je na het vragen van de rekening wel eens voor een verrassing komen te staan. De regen zwelt aan wanneer ik het pand verlaat en terugkeer naar de Luísbrug. De heuvel beklimmen doe ik met de funicular, die me een mooi zicht biedt op de brug en op het in een oranje licht badende Mosteira da Serra do Pilar, in Gaia op de andere oever. Ook de Sé kathedraal is indrukwekkend bij nachte, zoals het baadt in een dan weer bleke, witte schijn. Dat is voor morgen. Ik ben doorweekt wanneer ik het appartement, in het noorden van de stad, van mijn gastvrouwen bereik, een Russin en een Portugese, maar gelukkig is er porto. Die heb ik zelf meegebracht.
De volgende morgen begint mijn tocht op de indrukwekkende Bolhãomarkt, een kleurrijke hal met honderden vis-, vlees-, fruit- en bloemenkraampjes uitgebaat door in dikke truien gehulde oude vrouwtjes. Ik koop er een keramieken haantje. Verder naar het zuiden vind ik nog een klassieke vismarkt, vlakbij de monumentale Sé, die met haar vele trappen en versterkte toren aan een middeleeuwse burcht doet denken, zoals wel meer kathedralen in Portugal, die eerder massief dan hoog zijn gebouwd. Iets verderop het bisschoppelijk paleis. Het interieur van de kathedraal is heel knap, en vooral een bezoek aan de kruisgang en het klooster blijft bij. Er is ook een opmerkelijke trap van Nasoni. Gewelven en azulejo's gaan hier mooi hand in hand. Via een kluwen van middeleeuwse stadsmuren en trapjes beland ik weer in het doolhof dat de Ribeirawijk is. Al die oude huisjes lekker knus tegen elkaar gebouwd! Het labyrint van trapjes komt uit op de Cais da Ribeira en de Rio Douro.
Ik kuier door charmante middeleeuwse steegjes als de Rua dos Mercadores en de Rua da Reboleira, die uitmondt aan de gotische Igreja São Francisco, waarvan het interieur een overdadig geheel is van gouden gewelven, pilaren, beelden. Een woud van goud zowaar. Het goud lijkt zelfs van de gewelven af te druipen! Vooral de beeldengroep de Boom van Jesse is werkelijk verbluffend. In dit paleis van barokke waanzin kan je je ogen goed de kost geven, al is het misschien net iets te veel van het goede allemaal en is het risico op een esthetische indigestie niet te onderschatten! Naast de kerk bezoek ik het museum van de Franciscanenorde, met in de kelder de lugubere catacomben. Ik laat me voeren langs de honderden zwart-witte graven, versierd met doodshoofden. Je loopt hier zelfs op de graven. Inderdaad, ook onder de houten planken liggen lijken. Door een glazen bodem kan je zelfs een blik werpen op het ossuarium, een verzameling van schedels en beenderen. Een operamuziekje draagt nog bij tot de doodse sfeer die in de catacomben heerst.
Ik bezoek de Miragaïawijk, met het overdekte winkelstraatje, en de Guindaiswijk, met de Igreja Santa Clara, interessant om haar renaissancepoort. Hier ligt langs het traject van de funicular die ik gisteren nam een indrukwekkend stuk stadsmuur afgewerkt met kantelen en massieve torens. Samen met een groep toeristen beklim ik het gevaarte. Enkele Canadezen herkennen de carré rouge die ik nog steeds op mijn rugzak draag, en vragen of ik ook uit Quebec kom. Ik vertel hen over mijn reis naar Canada nu al bijna twee jaar geleden, en over de betogingen. Ook zij waren erbij. Vlakbij ligt de D. Luísbrug. Het uitzicht dat zich hier van tussen de kantelen uitvouwt, is om van te smullen. Aan de overkant de stad Gaia. Die zal ik later nog bezoeken.
We gaan naar zee! Die bereik ik via het Parque da Cidade, een rustig groot park met enkele uitgestrekte vijvers. Ik vat post op de rotsachtige kust ter hoogte van Sea Life en het Forte de São Francisco Xavier, dat moedig de woeste, hongerige oceaan trotseert. Ik zou uren naar dit schouwspel van de natuur kunnen kijken. Hoe hoge golven op de rotsen inhakken en bij de impact metershoog de lucht in springen, als ware het uit een fontein. Vooral aan de monding van de Douro vieren de golven hoogtij. Het water spat metershoog de lucht in bij elke clash met de golfbrekers, als bij een bominslag. Aan de monding ligt nog het Forte de São João Baptista da Foz, en iets verderop de oudste vuurtoren van Portugal. Aan de overkant lonken de kleurrijkste huisjes van Gaia's buitenwijken. Dit is al het platteland. Ik keer terug naar het centrum.
Ook hier is de crisis erg voelbaar. Bedelaars spreken je aan en doen in een sneltreintempo hun ellendige levensverhaal, of zitten aan de ingang van kerken. Er zijn er bij die zelfs handtastelijk worden in hun aandringen. Soms geef ik iets, soms niet. Bij een weigering is de reactie vaak nogal grof, naast een duidelijke ontgoocheling loopt het wel eens uit op vermoeide spot of woede. De Griekse bedelaars waren veel vriendelijker, maar dat is alweer een jaar geleden. De crisis blijft woekeren. Kan je het hen kwalijk nemen? Na een stadswandeling en een lange stop in een koffiebar zoek ik de weg naar het busstation. Een werkloze moeder wijst me die spontaan en loopt ongevraagd mee, terwijl ze onsubtiel in het Frans honderduit praat over haar situatie. Ik geef haar heel weinig en leg haar uit dat zij zelf op mij was toegestapt en dat ik niet meer ga geven. Hard? Misschien. Maar als ik telkens wanneer ik op mijn map van Porto sta te kijken geld moet uitdelen, hou ik niets meer over. Portugal is een van de landen die het hardst door de crisis werd getroffen. Voor heel wat mensen betekende het een val van de lage middenklasse in onverbiddelijke armoede. Samen met mijn Russische gastvrouw en een Beierse vriend gaan we eten in een gezellig en goedkoop restaurant dat Grootmoeders Museum heet. Daarna is er wijn.
Saudade
Kijk hoe schuimbekkende golven
Als hongerige wolven
Portugal te lijf gaan.
Hoor hoe ze razen en scheuren,
Verscheuren van geulen,
En koppen als snijtanden
Wit als de dood.
De oceaan vecht en het fort
Biedt weerstand, dapper
In't midst van't gebries
Van de zee.
Kunnen de carnivoren hoger,
Heeft het land de strijd
Op voorhand verloren,
Heeft Neptunus heimwee
Naar 't slijk op het droge?
Hoe ver nog kan 't springtij
De rotsen doorboren,
Doorklieven met zeewier
En schelpen en water,
En teren op windkracht,
Broodnodige benzine
Die steeds kan gaan liggen,
Met pijn in de rug.
Het land haalt weer adem,
Maar de wolven komen
Steeds weer terug.
Barcelos
Volgens de overlevering maakte een pelgrim die onderweg naar Santiago de Compostela in het Portugese Barcelos halt hield, indruk op een vrouw daar. Maar aangezien hij op spirituele missie was, moest hij de vrouw teleurstellen. Deze voelde zich bedrogen en beschuldigde de man van diefstal.
Tot aan de galg, met de strop rond de nek, beweerde deze dat hij onschuldig was, en hij wees naar het geroosterde haantje dat de rechter na de executie zou verorberen. "God weet dat ik onschuldig ben", zei hij, "En als bewijs zal die haan daar tot leven komen en beginnen kraaien." De man hing al aan zijn koord wanneer dat, oh mirakel!, gebeurde en de rechter haastte zich om de onschuldige pelgrim los te maken. Maar de man leefde nog want hij werd door heilige krachten in de lucht gehouden.
De haan van Barcelos zie je overal in Portugal en is een ware volksheld. De iconische veelkleurige vogel herken je meteen. Keramieken of metalen haantjes kan je overal kopen.
Hieronder een gedicht dat ik ter plaatse schreef. Het verhaal is een klein beetje naar mijn hand gezet.
Het gerecht heeft mij berecht,
Ik word gerecht nog voor de avond,
En even onterecht zie ik
Een pelgrim naar de galg gaan.
Een vrouw die afgewezen
Is een leeuwin die niet loslaat,
Die aftastend met tanden
Naar de slagader op zoek gaat.
Het moordwapen is zilverwerk,
Kostbaar, onvervangbaar en
Toevallig in de tas van haar vlam,
Die ze vol wrok uitblaast.
Op heterdaad betrapt,
Zo zegt de rechter in wiens maag
Ik straks verteerd door sappen
Na gepluimd, verscheurd, gesmaakt.
Ik heb het niet gedaan, huilt hij.
De vrouw grijnst in haar baard.
Bij God, ik zal vrij zijn van blaam
Zodra uw lunch daar kraait.
De kruk die krijgt een harde trap,
Het koord verstijfd en strak.
De levenslust schiet door mijn lijf.
Ik leef!, kraai ik verrast.
De vrouw vloekt, maar de rechter
Haast zich naar de prooi die hangt,
Maar die zweeft in alle onschuld.
Hij geen dief, zo weet de Heer, en
Hij zet koers naar Compostela
En de vrouw eet haan met peren.
zondag 23 februari 2014
De Powezie Is Dood
Woensdag 30 oktober 2013 19u30, Belgische avant-première
De Kleine Hedonist, Sint-Jacobsmarkt, Antwerpen
Zaterdag 30 november 2013, 14u, Nederlands avant-première
B.@.M., Tarwelaan, Eindhoven
Maandag 3 februari 20u, Première
JC Kavka, Oudaan, Antwerpen
Woensdag 5 februari 21u, Poetsclub
Café de Schouw, Witte de Withstraat, Rotterdam
Zondag 16 februari 20u, Buurtpremière
Café het Halve Maantje, Kleiweg, Rotterdam
Zaterdag 22 februari 20u, Kultvertoning met Drink My Puke
Café De Bel, Gerard Scholtenstraat, Rotterdam
Vrijdag 21 maart 20u, Tilburgse première met Drink My Puke
atelier-complex NS16, Tilburg
Woensdag 21 mei 20u, Grootse vertoning op bioscoopformaat
WORM, Zwarte Paardenstraat, Rotterdam
donderdag 20 februari 2014
Monthly singles chart
Mogwai still at the number one position! Like a boss.
- Mogwai - Remurdered
- Silversun Pickups - Cannibal
- Depeche Mode - Should Be Higher
- The National - Lean
- U2 - Invisible
- St. Vincent - Birth In Reverse
- Blaudzun - Promises Of No Man's Land
- Balthazar - Leipzig
- Alcest - Délivrance
- Sisters - Hush Hush
- The Dead Color - Places
- Madensuyu - Haul In/High Tide
- Wild Beasts - Wanderlust
- The Notwist - Closer To the Glass
- Depeche Mode - Goodbye
- Dum Dum Girls - Lost Boys & Girls Club
- Alice In Chains - The Devil Put Dinosaurs Here
- War On Drugs - Red Eyes
- Pearl Jam - Getaway
- Asgeir - Torrent
- Moddi - Run To the Water
- Elbow - New York Morning
- The Bohicas - Swarm
- Pixies - Indie Cindy
- Broken Bells - Holding On For Life
- Daft Punk feat. Julian Casablancas - Instant Crush
- Pixies - Blue Eyed Hexe
- Of Montreal - She Ain't Speaking Now
- Alcest - Opale
- Mogwai - The Lord Is Out Of Control
Ballonnenvrees 19 februari 2014
Ballonnenvrees heeft weer toegeslagen in 't Werkhuys, en wel op 19 februari. We zijn weer vertrokken voor een seizoen boordevol ballonnenpoëzie!
Openen deden we met Gents dichter/schrijver/performer Joris Pinseel, die werk van zijn project Schrijnwerk bracht, zingend, vertellend, roepend, gevolgd door de scherpe stadspoëzie van toekomstig stadsdichteres - althans dat hopen we - Johanna Pas, de derde telg van Woordwasdraad. Eerder traden ook al Runa Svetlikova en Stefan Heulot aan, en die laatste kan je volgende maand weer live aan het werk zien op Ballonnenvrees.
We hadden ook hoog bezoek uit Breda. Rick Baggermans, frontman van het experimentele muzikale project Yogosi, bracht zijn excellente poëzie, niet veel later gevolgd door ex-stadsdichter Kees Van Meel en zijn rake gedichten. Dat hij stadsdischter af is, komt vooral omdat hij er zelf de brui aan heeft gegeven. Breda zou niet zo poetry-minded zijn. Tussen beide heren in las Gert Vanlerberghe een stukje uit zijn roman-in-wording Verdwenen voor. Het vervolg van deze passage dat zich in het dubieuze café Het Hol afspeelt, krijg je binnen exact een maand, op 19 maart.
Vlak voor de pauze was het de beurt aan De Figuur Daan Hafkamp, die op zijn rooftocht doorheen Antwerpen al mening vrouwenhart heeft verovert, in elk café wel tien aan elke vinger. Hier ging hij voor een intieme set van twee songs, en wat was dat weer goed zeg! Tijdens de eerste pauze galmden de deuntjes nog in de naar bier en taart snakkende hoofden rond.
Meer Van Peer beet de spits af met een verhaal over hoe weinig strak het plan is om voor een sollicitatiegesprek eerst nog naar de kapper te gaan. Hij las ook enkele smakelijke vissengrappen voor van op enkele met tekeningen versierde boxershorten. Hopelijk waren ze gewassen. Hilarische performer waar ik zeker nog meer van wil zien, en daarmee bedoel ik niet meer boxershorten of andere weinig appetijtelijke kledingstukken.
Gert las nog enkele nieuwe gedichten voor, waaronder iets over het BAM-tracé, waar Johanna het eerder op de avond ook al over had, en voor de tweede pauze hadden we nog Limburgs dichteres Evy Van Eynde, met adembenemende lange gedichten, en de ex-stadsdichter van Turnhout en bezieler van Collectief Dichterbij (waartoe ook onder meer Charlotte Van den Broeck, Tom Driesen, Meer Van Peer en Sara Eelen behoren) Wim Paeshuyse, die reclame maakte voor zijn creatieve minidichtenbundeltjes. Hij haalde na zijn bekende gedichten over jongenskamers en dingen die ouders nooit tegen hun kinderen zeggen, een Dode Zeerol naar boven, waarna hij apocrief begon te knallen.
In deel drie startten we met Sara Eelen en haar betoverende poëzie, gevolgd door Bornems dichter en all-round kunstenaar Akim A.J. Willems' ode aan Charles Bukowski. Eigen Wolk Eerst slammer en rapper Droge Piet sloot de avond af met een slam (naar eigen zeggen een a capella rap) om U tegen te zeggen, en hij had nog een verrassing bij: een ter plekke geïmproviseerde samenwerking met Daan Hafkamp, opdat deze ook zijn meezinger 'Drink Meisje Drink' op ons af kon vuren. Twee straffe performers die ik vaker samen op het podium wil zien.
Ballonnenvrees was ook deze keer weer bijzonder geslaagd en dat hebben we vooral te danken aan de vele artiesten en aan U, beste bezoeker. Kom gauw terug! Op 19 maart bijvoorbeeld. Dan schotelen we onder meer Hinda House, Mike De Ridder, Nachtlawaai en Vitalski voor.
Foto's door Gust Peeters
Openen deden we met Gents dichter/schrijver/performer Joris Pinseel, die werk van zijn project Schrijnwerk bracht, zingend, vertellend, roepend, gevolgd door de scherpe stadspoëzie van toekomstig stadsdichteres - althans dat hopen we - Johanna Pas, de derde telg van Woordwasdraad. Eerder traden ook al Runa Svetlikova en Stefan Heulot aan, en die laatste kan je volgende maand weer live aan het werk zien op Ballonnenvrees.
We hadden ook hoog bezoek uit Breda. Rick Baggermans, frontman van het experimentele muzikale project Yogosi, bracht zijn excellente poëzie, niet veel later gevolgd door ex-stadsdichter Kees Van Meel en zijn rake gedichten. Dat hij stadsdischter af is, komt vooral omdat hij er zelf de brui aan heeft gegeven. Breda zou niet zo poetry-minded zijn. Tussen beide heren in las Gert Vanlerberghe een stukje uit zijn roman-in-wording Verdwenen voor. Het vervolg van deze passage dat zich in het dubieuze café Het Hol afspeelt, krijg je binnen exact een maand, op 19 maart.
Vlak voor de pauze was het de beurt aan De Figuur Daan Hafkamp, die op zijn rooftocht doorheen Antwerpen al mening vrouwenhart heeft verovert, in elk café wel tien aan elke vinger. Hier ging hij voor een intieme set van twee songs, en wat was dat weer goed zeg! Tijdens de eerste pauze galmden de deuntjes nog in de naar bier en taart snakkende hoofden rond.
Meer Van Peer beet de spits af met een verhaal over hoe weinig strak het plan is om voor een sollicitatiegesprek eerst nog naar de kapper te gaan. Hij las ook enkele smakelijke vissengrappen voor van op enkele met tekeningen versierde boxershorten. Hopelijk waren ze gewassen. Hilarische performer waar ik zeker nog meer van wil zien, en daarmee bedoel ik niet meer boxershorten of andere weinig appetijtelijke kledingstukken.
Gert las nog enkele nieuwe gedichten voor, waaronder iets over het BAM-tracé, waar Johanna het eerder op de avond ook al over had, en voor de tweede pauze hadden we nog Limburgs dichteres Evy Van Eynde, met adembenemende lange gedichten, en de ex-stadsdichter van Turnhout en bezieler van Collectief Dichterbij (waartoe ook onder meer Charlotte Van den Broeck, Tom Driesen, Meer Van Peer en Sara Eelen behoren) Wim Paeshuyse, die reclame maakte voor zijn creatieve minidichtenbundeltjes. Hij haalde na zijn bekende gedichten over jongenskamers en dingen die ouders nooit tegen hun kinderen zeggen, een Dode Zeerol naar boven, waarna hij apocrief begon te knallen.
In deel drie startten we met Sara Eelen en haar betoverende poëzie, gevolgd door Bornems dichter en all-round kunstenaar Akim A.J. Willems' ode aan Charles Bukowski. Eigen Wolk Eerst slammer en rapper Droge Piet sloot de avond af met een slam (naar eigen zeggen een a capella rap) om U tegen te zeggen, en hij had nog een verrassing bij: een ter plekke geïmproviseerde samenwerking met Daan Hafkamp, opdat deze ook zijn meezinger 'Drink Meisje Drink' op ons af kon vuren. Twee straffe performers die ik vaker samen op het podium wil zien.
Ballonnenvrees was ook deze keer weer bijzonder geslaagd en dat hebben we vooral te danken aan de vele artiesten en aan U, beste bezoeker. Kom gauw terug! Op 19 maart bijvoorbeeld. Dan schotelen we onder meer Hinda House, Mike De Ridder, Nachtlawaai en Vitalski voor.
Foto's door Gust Peeters
zondag 16 februari 2014
Besmette Stad
BAM
AANSLAG
daar sterft alles een langzame DOOD in A
de democratie wankelt ligt er
alle respect GEVALLEN
-efficiënt als antrax
-langzaam als een mensenleven
STOP!
NEE IS NEE!!!
maar een goede gezondheid gaat boven alles.
AANSLAG
daar sterft alles een langzame DOOD in A
de democratie wankelt ligt er
alle respect GEVALLEN
-efficiënt als antrax
-langzaam als een mensenleven
STOP!
NEE IS NEE!!!
maar een goede gezondheid gaat boven alles.
zaterdag 15 februari 2014
Samenspel
Wij defecte lijven
Snakkend naar cafeïne
En een schop of een streel
Verzegeld met een kus.
Wij uithangborden
Van uitgepuurd verlangen,
Duurzaam in ons dromen
Van een bed waarin het knus,
Waar ons krenken en ons klagen
Steeds gepaard met trage lust,
Waar een koning niet kan vallen
Voor het fort verslagen rust,
De trombone niet solo
Maar samen in een lus,
Met de trommel als een hartslag
Die de brand op bühnes blust.
Mijn wachten is een arend die
Wil grijpen maar begrijpt
Dat de schoonheid van verbeiden
In het holst ligt van de tijd.
Hier kan je ook de video zien van mijn voordracht van 'Samenspel' in Theater De Kapel in Groningen.
donderdag 6 februari 2014
Ballonnenvrees 5 februari 2014
De zevende Ballonnenvrees vond plaats in het kleine maar gezellige Bar Nadar, en dit voor het eerst. Dichters Gert Vanlerberghe, Tess Van Deynse, Antistresspoweet, Jef Louisa Versmissen, Gilles Torfs en Cobra winnaar Gust Peeters gaven het beste van zichzelf, en gitaargast Jelle Vanacker sloot af met een concert als een warm en knus deken. Er waren enkele sympathieke en oude bekende stoorzenders, maar die pasten perfect in het licht chaotische plaatje, al was het op den duur wel mooi geweest met de ongevraagde communautaire monologen en toespelingen op de dichters. Gert en Jelle zorgden voor de tweede keer voor artistiek samenspel en Gert las voor de tweede maal voor uit Verdwenen, het wild in het rond slaande manuscript dat maar niet tot een roman gekneed geraakt. Haikus, acrostichons en occasioneel gebrul vloog ons rond de oren. 'Baronnenvlees' was een schot in de roos. Bedankt dichters/muzikant, publiek en Bar Nadar!
Enkele foto's van de hand van Gust Peeters en Jef Louisa Versmissen:
Enkele foto's van de hand van Gust Peeters en Jef Louisa Versmissen:
De volgende edities:
19 februari 2014 in 't Werkhuys, Borgerhout
19 maart 2014 in 't Werkhuys, Borgerhout
9 april 2014 in De Kleine Hedonist, Antwerpen
We staan ook in de Zone 03:
Abonneren op:
Posts (Atom)












