maandag 14 juni 2021

Er zijn meer kippen dan alle andere vogels bij elkaar

een infuus gevuld met wodka
het evangelie volgens VOKA
de valse lach van de econoom
een requiem voor elke kerstboom
iedereen voetbalcoach op Facebook
vermiste katjes in de Seefhoek
defenestratie van een tsarin
en zonder handen het nieuwe jaar in
moeder van acht wacht op een eisprong
een snelheidstrein die eens op tijd komt
de leugens van een burgemeester
en fuck die anderhalve meter
de harde stoelgang van een bizon
een bommengordeldier op Schiphol
een explosieve endeldarm
spuit die 5G maar in mijn arm
herdenk het lockdownsurrealisme
wat met het virus van racisme?
in het vagevuur geen rijstebrij
ik zit op TikTok, kijk naar mij!


Afbeelding: street art van Alain Welter

zondag 6 juni 2021

H.H.H.H.

Vooruit dan maar. Musea bezoeken mag hij nog wel van zijn schoolmeester. Antonio had niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn. Hij kan probéren Bea minder vaak te zien, maar de relatie tijdelijk bevriezen, dat ziet hij echt niet zitten. Het kunstmuseum aan de kaaien heeft een interessante collectie uit de laatste tweehonderd jaar. Al gauw laaft Antonio zich aan het multiversum dat de vele werken van Picasso, Dalí , Miró, Ensor, Gauguin, Rops en Alechinsky opwekken.

Bij een van de meest moderne schilderijen verstijft hij. Meteen herkent hij het serene vernuft van de meesterhand van Théodore Géricault. Vreemd dat de Medusa niet in het Louvre maar in een Antwerps museum van zakdoekformaat hangt. Dan merkt Antonio dat er iets in het doek is veranderd. Dit is de Méduse niet. Dit is net zo min het beroemde werk van Géricault als L.H.O.O.Q. van Da Vinci is. Die postmodernistische arrogantie ook.

Het werk is van 2018, wat de schipbreukelingen onvermijdelijk bootvluchtelingen maakt, want zo werkt maatschappelijk geëngageerde kunst. De Turkse schilderes, Gulcan Tatar, razend populair op Instagram, heeft niet eens iets toegevoegd aan het meesterwerk. Integendeel, ze heeft elementen verwijderd, en dat is haar toevoeging, haar toegevoegde waarde.

De gezichten van de 19e-eeuwse pechvogels zijn weggevaagd. Grillige witte vlekken waar voorheen lijdende karakterkoppen. Anoniem afzien, als dat geen treffend concept van onze tijd is. Zou de artieste doelen op de ontmenselijking van die zogenaamde gelukszoekers in de sociale media? Was er vroeger meer compassie, empathie, respect, begrip, eender wat van menselijke gevoelens die we in de loop van de gedigitaliseerde jaren zijn kwijtgeraakt?

Zijn de vele levens die de Middellandse Zee, de eigentijdse verbrandingsoven, de mediterrane moloch, gretig tot zich neemt, gezichtlozen, anoniem in hun overvloedige en dus onbelangrijke aanwezigheid in de statistieken? De vele vele cijfers als een monoliet van de dreiging, het hulpeloze gevaar. Persoonlijkheden die door de publieke perceptie tot maden worden vermalen, de mens die schilfert, erodeert, verkruimelt tot een gestalte waarin vaagweg nog de contouren van een individu kunnen worden opgemaakt. Is dit een mens?

Dat sterft maar massaal. Dat verzuipt en spoelt aan en vergaart faam als opgezwollen bolle blauwe grauwe approximatie van een peuter. Lijken langs de kustlijn gelijk lijken langs de omheining, aan elkaar vastgevroren in de sneeuw, als uit één blok carrara gehouwen. En onze tenen krulden en onze maag kromp en ons geweten wist van schaamte niet waar kruipen. En onze monden spraken klanken die zich in honderden talen laten vertalen als dit nooit meer. Rijstvelden, oerwouden, stranden, kampen, woestijnen, metrostations, scholen, promenades, hospitalen, stadions, concertzalen – identieke taferelen die zich ad infinitum herhalen als goedkope spaghettiwesterns waarvan je het einde al kan raden. Dit nooit meer.

De vraag stellen is ze beantwoorden. Jazeker, Primo Levi. Maar een compleet verwoeste vervlakte verkruimelde verscheurde opgevreten en uitgescheten en daarom verfoeide restwaarde ervan. De eindhalte ervan, het nulpunt ervan, ground zero.

Nooit eerder schreeuwde een kunstwerk zo machteloos om hulp. Geen Schreeuw geen Guernica geen Medusa vertolkt de complete ontreddering zo eloquent als dit werk.

Zijn ogen dalen ettelijke minuten af naar de titel van het werk. Het heet H.H.H.H. Wanneer hij zijn blik weer op het doek laat vallen, merkt hij tot zijn ontsteltenis dat de blanco gezichten nu in schaterlachende smileys zijn veranderd. Compleet met dikke tranen op de wangen. 

donderdag 3 juni 2021

Literaire tip: Meriswin

Hoe lyrisch bezingt woordsmid Hafid Bouazza zijn 'stad van muzen en muizenissen' bij de aanhef van Meriswin, zijn roman uit 2014. Zijn gevleugeld proza drink je het best gulzig maar nadrukkelijk, met volle teugen zoals de wijn die ons zo dronken voert, een chemisch proces dat hij zo meesterlijk beschrijft. Gulzig, maar met een gepast verpozen tussen de slokken door, opdat zijn eigen woorden goede kansen hebben om maximaal door te dringen. Want gemakkelijk zijn de boeken van de Marokkaans-Nederlandse auteur niet. Meer dan eens geeft zijn onmetelijk rijke woordenschat je de drang om naar een verklarend woordenboek te grijpen. Al kan je dat net zo goed zo laten.

Na Bouazza's dood in de afgelopen lente werd het tijd dat ik me in zijn werk verdiepte. Eerst nipte ik van de novelle Spotvogel, een stylistisch meesterwerk met een verhaal dat flinterdun is, en haast ongeloofwaardig wreed. Het was echter zijn rijke schrijfstijl die me honger naar meer gaf.

In Meriswin schuiven we bij op het terras van een taverne waar de kastelein en elke stamgast uitvoerig worden beschreven. Met het hoofdpersonage belanden we in de kliniek. Pijn, cirrose en delirium worden evne trefzeker beschreven. Samen met hem struikelen we van werkelijkheid naar delirium en weer terug. De reis is episch en penetrant, exdtatisch en meedogenloos. We huiveren met hem mee, want lijf en geest zijn in levensgevaar.

Dat Bouazza en vogelkenner was, schemert niet zelden door. De roeken, eenden en pestvogels fladderen lustig tussen de bladzijden; net als de namen van medicijnen die hem op zijn beurt vleugels zouden moeten geven: lorazepam, tramadol, paracetamol, imipramine... De wind die tussen de takken struikelt, de dronkelap wiens geest in zijn mondhoeken hangt, een regenval als een ineenstortende burcht, borstjes als egelsnuitjes; en lees zelf maar eens wat anatomische gierigheid zoal inhoudt. En dan is er nog zijn tot de verbeelding sprekende beschrijving van een innige ontmoeting tussen neus en mond enerzijds en de labia anderzijds, een pagina's lange befbeurt.

Enivrez-vous.

"Onze weg vonden we niet terug, uitgeput als we waren van plezier en genot. Meeuwen en reigers en zwanen deden wij opschrikken, maar opvliegen deden ze niet, gewend als ze waren aan grachtenvallers en waggelaars aan de rand van de kades en waanzin. Wit en zilver sierden ze de jaden hemels van ons delirium. Straatlantaarns aan de verlaten grachten keken naar hun reflecties alsof ze zelfmoord overwogen."

maandag 10 mei 2021

De Carrousel: Ballonnenvrees 9 mei 2021

Beeld je in. Een mini-colosseum. Een globe op zakformaat. In het midden een ronddraaiend podium. Met daarop dichters en een muzikant. Vijftig mensen in de loges. En dat begin mei 2021. Dankzij De Carrousel was een live-editie van Ballonnenvrees er veel sneller dan verwacht. En wat hebben we er allemaal zo van genoten. Zelfs de VRT kwam even kijken en zo haalden we het laatavondjournaal.
De Carrousel is een heerlijk megalomaan initiatief van het MartHa!tentatief. De hele zomer zullen er activiteiten plaatsvinden, van theater en dans tot muziek en - inderdaad - poëzie. Het indrukwekkende bouwwerk zal op drie verschillende plekken in Antwerpen staan, om te beginnen op de Ledeganckkaai, dus op slechts enkele stappen van de Schelde. Een magische locatie, want je zit niet alleen op de eerste rij van de voorstelling maar ook van de zonsondergang. In de verte herken je de vele landmarks die Antwerpen rijk is. Op een voorstelling van de organisatie zelf na was Ballonnenvrees er het allereerste evenement. En het werd extra memorabel door een aankondigde, maar daarom niet minder spannende storm.
Als organisator opende Gert Vanlerberghe door enkele Covid-klassiekers op het publiek af te vuren. Eindigen deed hij met zijn gekende nummertje met publieksparticipatie. Kwestie van meteen aan het publiek duidelijk te maken dat dit geen avondje vol stoffige poëzie zou worden. Ook de rest van de line-up maakte deze impliciete belofte meer dan waar. Cleo Klapholz schrijft over haar stad, haar Antwerpen, en al haar facetten, de positieve en de negatieve. Ze stak van wal met een Israëlisch lied, en volgde met gedichten voor de organisatie Pak ze aan de Turnhoutsebaan. Heerlijk poëtisch fulmineren over wat een ramp de mobiliteit in Antwerpen is. Ook de liefde voor de lichtjes aan de Schelde kwam aan bod, evenals de stad tijdens de lockdown. De warmbloedige stad als heelmiddel. Ook riep ze collega-esculaap Kibi Puati op het podium. Samen maakten de organisatoren van het podium Proza-k een verbale vuist tegen racisme.
Er is leven na Cold Open. Remo Verdickt verblijdt ons ondertussen met een nieuwe band. Die heet arrandt, al mochten we hebben gisterenavond solo verwelkomen in De Carrousel. Enkel Remo, zijn gitaar en een muisstil publiek. Eerst en vooral bracht hij een eerbetoon aan de zopas overleden grote schrijver Hafid Bouazza. Zijn dronkemanswalsje kwam extra lekker binnen, nu de horeca weer open zijn. Voor een onaf liedje dat hij die dag nog schreef, riep Remo Gert op het podium, voor die innige, krakkemikkige improvisatie die ze om de zoveel jaar op een podium brengen. Kibi Puati Nelen zagen we daarnet al op het podium. Zijn ode aan de hulpverleners was ontroerend, zijn 'Bipolaire Façades' grandioos. Hij sloot af met een triptiek over imperialisme, slavernij en discriminatie. Leopold II, en eigenlijk het Westen tout court, kwam er niet ongeschonden uit. Meermaals verontschuldigde hij zich voor deze harde - maar ware - woorden, maar dit is een van de meest literaire aanklachten van het westerse geweld die ik al op een podium heb gezien. Als zijn woorden vleugels hadden, dan waren het die van een condor, die hoog boven die vervloekte handelsdriehoek zweefde. De woede leek zich weerkundig te vertalen in de storm die over de Schelde begon te razen. Hold on to your butts.
Vervolgens een van de dichters die Ballonnenvrees het vaakst heeft mogen verwelkomen in de afgelopen acht jaar. De koning van Turnhout. Tom Driesen speelt zo overduidelijk graag met woorden en wij drinken gulzig, en vanavond extra gulzig. Zijn collectie oneliners van op zijn Instagram-account Droombazuiner leest als een volwaardig gedicht; zijn wiskundig gedicht is zo heerlijk speels; zijn eerbetoon aan de culturele sector is zijn laatste literaire hit, de zoveelste in het rijtje, en zoiets hier op De Carrousel ten berde brengen... ja... dat komt binnen. Daarna weer fun met zijn sterk ritmische stafrijm, en als slot zijn Utopiagedicht, dat klikte dat de legosteentjes ervan af spatten. Grote meneer. In de tweede set van arrandt, zette het onweer een tandje bij. De huilende wind werd zijn Griekse koor tijdens een droevig liedje over Ikaros. Ook regen zorgde voor special effects, zowel horizontaal als vertikaal. 'Bukowski's Blue Bird' was een bloedmooie afsluiter, terwijl de regen rond ons heen kletterde, de wind door De Carrousel raasde, en podium, zanger en techniek zo stilletjesaan kletsnat werden. Tijd om ermee te kappen.
Die laatste momenten waren magisch. De ontroerende liedjes, de ongenadige storm, het visuele spel van licht en regen. En een groot applaus na zo'n geslaagd avondje cultuur, op een ongewone locatie, en na zoveel maanden van het Grote Niets. Meer cultuur en snel graag. Wat Ballonnenvrees betreft, gaan we daar alvast weer werk van maken. Bedankt iedereen!
 
Foto's: Els Crauwels, An Leenders en Cleo Klapholz

dinsdag 27 april 2021

Flavours of the month

From Iceland to Niger, from electropunk to afrobeat, our new top 30 and playlist is much more diverse than the last ones. So slightly less rock, more... well... anything that sounds great and that 2021 should be remembered for. As always when Godspeed You! Black Emperor releases a new album/single it immediately goes to the top. This brand new epic composition is the opener of the new album and consists of four parts, adding up to 22 minutes of what post-rock should sound like in the 2020s. When it comes to experimental rock black midi is one of the leading bands in the last few years, and their latest single is truly mesmerizing... and utterly confusing to anyone used to nice and easy radio pop. The late Tony Allen posthumously released an amazing collaboration with Ben Okri and Skepta, check it out. His good friend Damon Albarn did a song with French rapper Poté, and it's absolutely gorgeous. Last but not least, we have some interesting comebacks: Villagers, A Place To Bury Strangers, Arsenal, John Grant and more. Enjoy my new playlist here.
 

  1. Godspeed You! Black Emperor - A Military Alphabet / Job's Lament / First Of the Last Glaciers / Where We Break How We Shine
  2. black midi - John L
  3. Peeping Drexels - Miami Lounge
  4. Tony Allen feat. Skepta, Ben Okri - Cosmosis
  5. Sons Of Kemet feat. Kojey Radical - Hustle
  6. Mdou Moctar - Afrique Victime
  7. Poté feat. Damon Albarn - Young Lies
  8. Arsenal - Animal
  9. Amon Tobin - Rise To Ashes
  10. Whispering Sons - Satantango
  11. The Maydream - Winter
  12. Matt Berry - Summer Sun
  13. Iceage - Shelter Song
  14. Babyhair - Nature Full Blown
  15. John Grant - Boy From Michigan
  16. Oscar and The Wolf - James
  17. English Teacher - R&B
  18. Whispering Sons - Surgery
  19. Death From Above 1979 - One + One
  20. Everything Everything - Supernormal
  21. A Place To Bury Strangers - End Of the Night
  22. Villagers - The First Day
  23. St. Vincent - The Melting Of the Sun
  24. Little Simz - Introvert
  25. Pond - Pink Lunettes
  26. Dinosaur Jr. - Take It Back
  27. Wolf Alice - Smile
  28. Beachy Head - Destroy Us
  29. CIVIC - Tell the Papers
  30. Compact Disk Dummies - On Repeat

donderdag 22 april 2021

Staycation: meer blijftips

Omdat reizen nog altijd zo goed als verboden is en ik graag reisverhalen schrijf, zadel ik jullie nog een derde keer op met blijftips. Tot België uit al onze oren en andere lichaamsholten komt. Gelukkig is die gevreesde dag nog ver weg, want ons land heeft zoveel te bieden. Sinds mijn vorige verzameling blijftips heb ik net als de meeste mensen het land niet verlaten. Dat is ondertussen meer dan een halfjaar geleden. Wel heb ik alleen, met vriendin, of met vrienden het hele land afgereisd - per trein, bus, fiets of te voet. Ik raad jullie graag enkele hoogtepunten aan.
Zo maakte ik eind november een prachtige fietstocht ten zuiden van Leuven, dwars door het Meerdaalwoud, even flirten met de taalgrens, die in deze streek door de Dijle wordt gevormd, over de steile heuvels van Huldenberg - toch even afstappen bij bergop - voorbij het gezellige domein van Tervuren, het kasteel van Leefdaal, en zo terug naar Leuven. Een stevige 75 km in de benen en oh zo voldaan.
Er waren ook de vele wandelingen in het natuurschoon van Vlaams-Brabant. Op het platteland van Landen, op een steenworp van Limburg, koersten drie reeën voorbij. Op een tocht door de Dijlevallei in Neerijse konden we heel wat bjizondere vogels spotten. Vollezele en Urbanusdorp Tollembeek boden een wandeltocht dwars door mystieke mistgordijnen. Een schattig ezeltje was de troostprijs. We gaven het Pajottenland enkele maanden later nog een kans. Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek is de thuis van Kapitein Zeppos. Je kan er zijn Hertboommolen nog bezoeken. In Ninove was het chillen tussen de ruïnes in de tuin van de Norbertijnenabdij.
In thuisstad Antwerpen kan ik de Architectuurroute aanraden, en de musea MAS, DIVA, Mayer van den Bergh. In Kasserne Dossin te Mechelen werd het ijzig kil in mijn hart. Zoveel getuigenissen van zoveel wreedheid. In Brussel verorberde ik heel wat kunst en architectuur in het Museum voor Schone Kunsten, BOZAR en de frappante Villa Empain in Elsene, een meesterwerk van art deco middenin de ambassadewijk en op een steenworp van het Ter Kamerenbos, waar we ons in februari op glad ijs begaven.
In Bergen valt sowieso veel te beleven, vooral sinds de Henegouwse stad culturele hoofdstad van Europa was. Het uitzicht bovenop de heuvel met het belfort verlicht in suggestief roze, tijdens zonsondergang, spreekt tot de verbeelding. De collegiale kerk bevat heel wat schatten. En de expo over de popart van Roy Lichtenstein was een aardig extraatje. Met Teutë ging ik dan weer op hotel in het majestueuze maar ijskoude Doornik. Een culturele citytrip in een bevroren spookstad, met het sierlijke belfort, de vijftorenkathedraal en enkele musea als hoogtepunten. We deden ook een kort uitstapje naar Antoing en haar sprookjeskasteel aan de Schelde.
Met Jeroen fietste ik in maart de Balenbergroute, met stops aan de woning van Pater Damiaan in Tremelo en het Sven Nys Cycling Center op de top van de Balenberg in Baal. Hier brak mijn ketting, waardoor ik te voet verder moest, om in het station van Begijnendijk te worden opgepikt. Een prachtige fietstocht met spijtige afloop. Dit overkwam me een dikke maand later opnieuw, wanneer ik ging fietsen in het zonnige Waasland maar opnieuw m'n fietsketting brak, ergens in Nieuwkerken. Te voet onderweg naar Sint-Niklaas brak er ook nog eens een wolk. Gedaan met fietsen voor een tijdje.
Nogmaals op hotel, deze keer in de Vlaamse Ardennen. Buiten Ronse kwamen we met Pasen even de Ronde van Vlaanderen tegen, al was dat niet de bedoeling, aangezien we allebei geen fan zijn van de koers. Wij kwamen voor het Muziekbos en stiekem ook om een van de slechtvalken te spotten die in de 90 meter hoge kerktoren van Oudenaarde broedden. We schuwden ook de meer populaire plekken niet. In ander gezelschap ging ik in april wandelen in het Hallerbos in Lembeek, beroemd omwille van de bloeiende blauwe hyacinten en witte bosanemonen. En ja, de Vlooybergtoren he. Die Instagram-waardige constructie te midden van de akkers van Tielt-Winge.
Ook Gent was gul de afgelopen maanden. Samen met Teutë bezocht ik er het Museum Dr. Guislain, een voormalige psychiatrische instelling. We leerden er over de mentale gezondheid doorheen de eeuwen en bewonderden groteske kunstwerken en foto's van onder meer Roger Ballen. Hoogst inspirerend. Tot slot deden we eind april een uitstapje naar Waals-Brabant. Het Domein Solvay in Terhulpen moet je daar absoluut eens bezoeken. Hoe heerlijk is het om rond te dolen in het uitgestrekte park met sprookjeskasteel, enkele vijvers en golvende weilanden tjokvol bijzondere flora en fauna. Ideaal om je er te komen onthaasten. We pikten zelfs een bijeenkomst mee van een Waalse groepering die de maatregelen bestrijdt. Een uitgelaten menigte verzamelde zich rond een groepje muzikanten. Dat ze weer wilden dansen, zongen ze in het Frans. We bolden uit aan het Meer van Genval, dat mooi tussen Vlaanderen en Wallonië gekneld zit. Ideaal om even aan de drukte van de hoofdstad te ontsnappen. De eendengangbang die zich daar voor onze neus voltrok, was dan weer een schokkende verrassing.
En dat waren dus enkel de hoogtepunten. In mei komen de versoepelingen en krijgen de horeca en evenementen voorrang. Toch blijft reizen een essentiële bezigheid, misschien minder frequent, maar verder weg. De vleugels verder uitslaan. Wallonië is bij momenten betoverend mooi en we trekken er maar zelden naartoe. De Ardennen zijn uitstekend om nog eens een dagje in te verdwalen. De trein tussen Luik en Luxemburg voert me langs woeste naaldbosheuvels en lieflijk kabbelende riviertjes - merk de reiger op, kniediep en in bevroren geduld naar lekkers turend. Voorbij kastelen bovenop hoge rotsen geparkeerd, landhuizen als kleine kastelen met zoete oevertuinen, door Canadese gevederde troepen ingepalmde velden. Ik stap uit in Gouvy, aan de Ourthe; Ostbelgien, Duitsland en Luxemburg liggen elk achter een andere horizon. Ik volg een Romeinse weg, dwars door een desolaat heuvellandschap en moet ergens de grens zijn overgestoken. Grappig hoe de plaatsnamen compleet kunnen verschillen. Hautbellain heet Beesslek in het Luxemburgs, zijn broertje Basbellain kent men onder de naam Kiirchen.
Tijdens een lange voettocht naar Troisvierges, dat ik al eens tijdens een koude winter had bezocht, kom ik geen enkele tegenligger tegen. Wel spot ik heel wat boeiende vogelsoorten, tientallen roofvogels en honderden zwaluwen, en de gebruikelijke kwik- en roodstaarten, maar verder ook kramsvogels en een koddig goudvinkje. Lang leve het gratis vervoer. Ik trakteer mezelf op de hoofdstad, mijn geliefde, vertrouwde, erg gemiste Luxembourg. Het volledige land rolt aan mijn raam voorbij. Ik kijk uit naar het eindpunt.
De gouden vrouw verwelkomt me voor de zoveelste keer. De kathedraal. Plëss. De Kazematten. De enorme bruggen over diepe dalen. Torentjes, stadspoorten, paleisjes. De hele haast onwerkelijk mooie, steengeworden nostalgie naar alle keren dat ik hier in de afgelopen vjiftien jaar ben geweest, alleen of met twee. Al primeert de ontroering bij de aanblik van al die cafés en restaurants met drukbezette maar veilig geregelde terrassen. Een hoofdstad die weer ademhaalt. En binnen minder dan een week is het aan ons.
In de wirwar van steegjes vind ik een alternatief barretje terug waar ik enkele zomers geleden al eens stevig heb zitten drinken, diep verborgen in de kelder. Nu kies ik voor het terras. Boven het stadhuis zweeft een slechtvalk, voor wie de vrijheid absoluut is. Heerlijk klein Groot-Hertogdom, luilekkerland waar ik wel eens mijn wonden kom likken, maar nu met gelukzalige glimlach door je straten zwerf. Ik blijf niet voor de nacht, heb nog een hele tipsy terugreis voor de boeg. Ik kom echter terug en breng weer iemand mee. Gekend door te weinig Belgen, ik ben je beste ambassadeur. Auf Wiedersehen.
Mei is kletsnat. Bijna gans de maand verlaten we Antwerpen niet. Met het Pinksterweekend besluiten we dan toch maar voor een ingekorte versie van een lang weekend in Wallonië te gaan. De horeca zijn geopend, althans de terrassen, en die van 't Stad hebben we de afgelopen weken overvloedig bezocht - meestal onder een afdak of parasol (die je in mei 2021 gewoon 'paraplu' mag noemen). Het wordt een weekendje Luik. Het paleis. De zeven collegiale kerken. De Maas en haar bruggen. De steegjes, de street art, de levendige terrasjes. Op La Batte vinden we een van de grootste zondagsmarkten van Europa, verder stroomafwaarts de opmerkelijke gevel van Le Grand Curtius, met al die bizarre koppen en dieren, en de schattige Eglise Saint-Barthélémy.
Verschillende steegjes kronkelen de Montagne de Bueren op, maar elke toerist neemt hier natuurlijk de monumentale 19e-eeuwse trap. Al verschillende keren maakte ik de klim, maar omwille van een omgeslagen enkel moet ik vandaag verstek geven. Terwijl ik op de binnenplaats van een voormalig begijnhof, nu taverne, in de cocktails duik, klimt Teutë de heuvel op, voor een spectaculair zicht op Luik en de wijde omgeving. Het wijke rond Cour des Minimes blijft een van de meest pittoreske plekken van Wallonië. Ook van de volkse wijk Outremeuse, waar schrijver Georges Simenon opgroeide, laat ik haar proeven. Parijse taferelen op het grote terras van Cafe Randaxhe, maar dan met het Luikse bier Curtius. Deze keer slaap ik niet in de jeugdherberg, ondergebracht in een voormalig klooster. We overnachten in het historische centrum, tegenover de Eglise Saint-Denis, een van de collegiale kerken.
Eerst nog Le Pot au Lait, een van de meest opmerkelijke cafés van het land. Een aangeschoten circus voor de lavelozen, een tempel voor de dorst en de verbeelding. Doorheen het steegje klinkt een onontwarbare kakafonie van uitgelaten Liégeois. Een gigantische mechanische spin domineert het zicht in een muurtuin van metalen bloemen. Prins Laurent zit vast in de trip van zijn leven. Binnen overvalt je een heerlijke freakshow waar je ogen te kort komt, een psychedelisch vagevuur met patroonhelige E.T. en Kindeke Homer. Vervolgens storten we ons in de zondige straatjes van Le Carré, dat tegen 22u, het verplichte sluitingsuur van de bars, haast festivalproporties krijgt. Honderden studenten zijn nie tin het minst bezig met hun smartphone, maar oprecht geïnteresseerd in elkaar. Een aanstekelijke levenslust. Leve la ville ardente. Cocktails, shotjes. De nacht - of toch alvast de schemering - is weer van ons. Dronken Luik, ik groet je als een verre vriend.
Terwijl we onze roes uitslapen, geneest de zwelling van m'n nu paarse enkel grotendeels. Na enkele barretjes klimmen we naar de Terrasses des Minimes voor een wijds panorama over de stad. In de welriekende tuintjes op de Buerenhelling sluiten we onze uitstap naar de Waalse metropool bij uitstek af. Per trein doorkruisen we Limburg. Geen Jurgen te bespeuren.
Meer Wallonië een week later. Het is erg warm, het laatste weekend van mei maakt alles goed. Solo trek ik naar de streek van Maas en Lesse, voor enkele dicht bij elkaar gelegen hoogtepunten in de provincie Namen. De Waalse hoofdstad heeft nu een kabelbaan die je naar de citadel voert. Ik slenter kortstondig door de plezierige straatjes in de buurt van de kathedraal. Vanuit Namen volgt mijn trein de Maas stroomopwaarts, altijd een mooie rit. Mijn ogen twijfelen tussen het uitzicht en het zielsverheffende proza van Hafid Bouazza op mijn schoot. Een dubbele match ping-pong. Over de rivier is een snoer gespannen met aalscholvers als kralen. Als gevederde heilanden spreiden ze hun vleugels. Die drogen niet vanzelf, zoals bij eenden. Kasteelruïnes en riante villa's rusten bovenop de rotsen - postkaartje naast postkaartje.
Nu de wereld behoedzaam weer op gang komt, is het doodgeknuffelde Dinant, gonzend van de toeristische bedrijvigheid, heerlijk om te aanschouwen. De citadel. De collegiale kerk. De met vlaggen en saxofonen beladen brug over de Maas, waar Generaal De Gaulle in de oorlog gewond raakte. De toeristische bootjes. De motorbendes. Dit koddige stadje, waar Adolphe Sax een uitvinding verrichtte die de mzuiekgeschiedenis zou veranderen, behoort de hele wereld toe.
Ik beland in Gendron, waar de Lesse vriendelijk kabbelend tientallen kajakkers draagt. Van hier is het een korte wandeling naar een sprookjeskasteel met zes torens. Het 15e-eeuwse Château de Vêves zit bovenop een groene heuvel die uitkijkt over de hele vallei. Een kasteelbezoek met alles wat je daarvan doorgaans kan verwachten, inclusief een Schone Slaapster. Het personeel draagt zelfs middeleeuwse outfits. Je bent er snel door, maar hebt dan wel een hele reeks van boeiende vertrekken zien passeren, van de wapenzaal tot de weelderige salons.
Naar Celles, terecht tot een van de mooiste dorpjes van Wallonië verkozen, is het even klimmen. Langs de weg ligt het lijkje van een das. Nog nooit gezien. Na een halfuur bereik ik rustige steegjes en een vredige tuin vol Belgische toeristen. Net als zij blaas ik uit tussen de bloesems en kijk naar de Eglise Saint-Hadelin pal voor ons, met haar versterkte toren, te midden van al dat groen. Hier een boekje lezen en een Ricard degusteren is puur genieten. De naam van de taverne zegt genoeg: Le Val Joli. Drie soorten zwaluwen buitelen onophoudelijk door de lucht. Een Brits gezin reciteert 'Daffodils' van Wordsworth. Ik wil hier blijven.
Het stralende weer houdt aan. Twee weekends later neem ik Teutë mee naar deze zonovergoten streek die zich rond de Maas heeft genesteld. Weet je nog, aalscholvers als kralen aan een snoer? Daar. Godinne is een rustig dorpje op de oever van de Maas. Een fijne wandeling langs een groen eiland boordevol vogels brengt ons naar de romantische tuinen van Annevoie, bovenop een heuvel die over de Maasvallei uitkijkt. Zalig om door deze schitterende 18e-eeuwse tuinen te kuieren. De 50 waterpartijen, watervallen, fonteinen worden gevoed door het exact 365 meter lange Grand Canal. Hier is geen mechaniek aan het werk. Al meer dan 250 jaar lang vindt het water zijn weg louter via de hellingen en dus dankzij de zwaartekracht! Franse, Engelse en Italiaanse stijlen lopen harmonieus door elkaar, en de Romeinse mythologie is nooit ver weg. De twee hoogtepunten zijn wat mij betreft het unieke Buffet d'eau en de hellende bloementuin.
En wat een vogelweelde. Zwaluwen vliegen af en aan het kasteel. Op de schouw rust een reiger. Kwikstaartjes huppelen in het gras terwijl een zwanenkoppel met kroost in het Petit Canal gaat zwemmen. Uitgelezen oord om trouwfoto's te nemen. Tot slot een deugddoende cocktail of twee op het altijd levendige Place du Marché-aux-Légumes in Namen. Van op de brug boven de monding van de Samer in de Maas heb je het beste zicht op de citadel. Opvallend is de bekende schildpadscultuur, ofwel Searching For Utopia, van Jan Fabre, die vanop de papenmuts uitkijkt over de Waalse hoofdstad.

zaterdag 10 april 2021

BLA BLA BLA

afstand = afstand
in aftands verband
watertrappelen wij
 
zender - ruis - ontvanger
werkgever - ruis - werknemer
 
in communication breakdown
dobberen wij
 
de grijze oceaan
kleurloze kooi
kauwen herkauwen
turen tureluren
 
naar een scherm
waar even goed een film
of zo
 
my way
or the highway
I'll move on when
I feel like it
 
herken in vermoeiende
talking heads
met moeite m'n superiors
 
afstandelijk tandeloos
talmen walmen in traagheid
tesamen erbarmelijk
 
O Supreme Geezer
spaarzaam spraakgebrek
Dear Leader
 
geblindeerd ivoor
een toren torsen
 
strijkkwartet
sociale afstand
society brassband
tussen mijn oren
ook violen zwellen aan
is de Solo haast gedaan
 
amerikaans kader
kaaiman van kanimeer
collegiale afstand
standeloos staar ik
pixelwit bakselzwart
 
hoe durven jullie
BLA BLA BLA BLA BLA
een scherm een powerknop
ON/OFF alarm snooze
zoom zoom zoom
 
de naakte noodzaak
het kinderslot erop
belabberd in slaapstand
gebrabbel in blafstand
trappetafstand
trompetvogel drietand
 
lees tussen de lijnen
lees mijn zwijgen
lees het einde
de punten
de komma's
lees de afstand
 
mijn brein braakland
een symfonie door de knieën
had even goed een booswicht
in een serie als zovelen
even ver van bed
I am the danger

virtueel verdeeld
stand-up streaming
de grootste komiek aan het woord
(weeral)
ik aan een koord
(weeral)
bengelt in mijn brein
snijdt in mijn slokdarm
druipend zuur
 
vult de eenzame ruimte met
BLA BLA BLA BLA BLA BLA BLA
talking head > 6000 km afstand
gecomprimeerd op mijn scherm
ver van bed
in gedachten al lang weg
BLA BLA BLA BLA BLA BLA BLA
BLA BLA BLA BLA BLA BLA
BLA BLA BLA BLA BLA
BLA BLA BLA OFF