PERU 23 september - 10 oktober 2026
Deel 1: Costa
Ruim een halfjaar na onze vorige reis vertrekken Teutë en ik naar Peru, het derde grootste land van Zuid-Amerika. Nooit eerder was ik zo dicht bij de evenaar (er net onder) en mogelijk nooit zo ver van huis. Ook bezoek ik voor het eerst dit verre mysterieuze continent. De laatste keer dat ik de oceaan overstak, is alweer bijna 15 jaar geleden. Wat zijn we benieuwd naar dit exotische land met een rijke geschiedenis en cultuur, met stranden, bergen en jungle, ruïnes van oude beschavingen en moderne hybride samenlevingen. Van de navel van de wereld tot de hoogtes van de Andes verkennen we op iets meer dan twee weken tijd een soort van 'best of' van het land van de Inca's en de alpaca's, van Atahualpa en Mario Vargas Llosa, van ceviche en pisco.
Via Madrid vliegen we naar de hoofdstad Lima. Deze gigantische metropool, met evenveel inwoners als België, ligt aan de Stille Oceaan. Net als heel wat andere steden in Latijns-Amerika is het een boeiende mengelmoes van koloniale en moderne architectuur, met hier en daar een eeuwenoude ruïne. Lima werd in 1535 gesticht door de wrede Spaanse kolonist Francisco Pizarro, die de al even wrede Incakoning Atahualpa liet terechtstellen en zelf de macht greep. Ook in Peru is karma een bitch want enkele jaren later werd hij zelf op de trappen van zijn paleis in Lima vermoord. Bij dageraad rijdt een transfer ons door de buitenwijken en langs de stranden naar ons hotel in de mondaine wijk Miraflores, waar we met streetart en specialty coffee om de oren worden gekletst. Na een kort slaapje in de ochtend is de mist-troostige garúa uit de stad weggetrokken maar de mist van de jet lag hangt nog in ons lichaam. In het Parque Kennedy voelen zowel katten als troepialen zich thuis. Na elk een empanada wandelen we naar de parken op de kliffen. Gieren cirkelen hoog boven het Parque del Amor, waar het aangenaam kuieren is langs de kleurrijke mozaïeken, tot bij El Beso, een populair kunstwerk van een innig verstrengeld koppel. In het winkelcentrum Larcomar vinden we een beeld van beertje Paddington, 'een van de bekendste Peruanen'.
In de namiddag leidt een gids ons en drie Canadezen rond in het historische centrum, met kerken, kloosters, koloniale huizen en uitgestrekte plaza's. Zwarte gieren, talrijk als kraaien, strijken neer op de heiligenbeelden die de façade van de kathedraal tooien. De gids troont ons mee naar drukbezochte overdekte markten, streetfoodstandjes en Chinatown, en laat ons erg uiteenlopende gerechten proeven - de godendrank chica morada (gemaakt van paarse maïs), het overheerlijke visgerecht ceviche, allerhande soorten maïs en aardappelen (die laatste trouwens afkomstig uit Peru), en heel wat exotische vruchten. We leren over de corruptie en de maffia, weten nu wat chifa betekent en hoe Lima aan haar naam kwam. We passeren het presidentieel paleis en bezoeken het indrukwekkende Klooster van San Francisco. De kleurrijke tegels in de kloostergang zijn overduidelijk geïnspireerd door die van de kathedraal en het paleis van Sevilla. De heiligenbeelden in de kapellen, het koor en de sacristie ontroeren en zijn uiterst gedetailleerd. De 25000 oude boeken in de bibliotheek, die ons aan de Antwerpse Nottebohmzaal doet denken, zijn danig beschadigd door heel wat aardbevingen en door... het zonlicht. En dan zijn er nog de catacomben, een lugubere opeenstapeling en rangschikking van duizenden schedels en botten. Het klooster is een haast overdadig versierd katholiek oord van verderf en van eeuwigheid. Heel veel hebben we nog niet van Lima gezien maar dit lijkt ons toch het pronkstuk.
Meer naar het noorden deint de stad steeds verder uit in een niet te stoppen stedenbouwkundige wildgroei, tot op en ver voorbij de helling van de berg San Cristóbal, afgetopt met een niet te miskennen kruisbeeld, en steeds verder de woestijn in. Want dat Lima midden in een woestijn is gebouwd, dat zie je van op de Plaza Mayor niet. Daarvoor moet je de stad uit. En dat is exact wat we de ochtend nadien, na alweer een korte nacht en veel te vroege wekker, gaan doen. We worden opgepikt aan ons hotel in Miraflores en reizen via de Panamericana de kustlijn af naar het zuiden, door de alomtegenwoordige dichte garúa. De eeuwig golvende duinen van de woestijn gaan haast naadloos over in de hoge golven van de oceaan. Vanuit onze nieuwe uitvalsbasis Paracas, gelegen in wat wel de filmset van Dune lijkt, varen we met een bootje de oceaan op, voor een tochtje naar de Ballestaseilanden, de 'Peruaanse Galapagoseilanden'. De vele vogels op de deze eilanden en op het schiereiland scheten een fortuin bij elkaar. Guano of vogelmest werd een lucratieve business voor Peru. Ze begonnen er zelfs een oorlog met Chili voor, die ze uiteindelijk verloren. We blijven netjes aan boord en bewonderen de diverse fauna van op een afstand, zonder de dieren te storen: humboldtpinguïns, humboldtgents, grielen, incasterns, pelikanen, kalkoengieren, Zuid-Amerikaanse visdiefjes, aalscholvers, strandlopers, scholeksters, zilverreigers, zeesterren, en de allerschattigste zeeleeuwen, eigenlijk zeeberen. Ze slapen op de roze-witte rotsformaties waaruit de eilanden bestaan of zwemmen in de oceaan. Een wijfje zoogt haar jong. Voorbij de visfabrieken werpen we een blik op een gigantische geoglief in de flank van een duin. De mysterieuze figuur stelt mogelijk een driearmige kandelaar, het sterrenbeeld Zuiderkruis of een cactus voor. Waarschijnlijk is deze Candelabra tientallen eeuwen oud, al is daar geen zekerheid over. Een boottochtje om nooit te vergeten.
We chillen met de pelikanen op het strand, eten ceviche, drinken pisco sour. Een taxi rijdt ons naar het natuurreservaat, waar we het Julius C. Tello-museum bezoeken en over de Paracascultuur leren - hun mummies, hun kleurrijke goden en hun schedeloperaties en -vervormingen. Op het einde van het bezoek kijken we uit over de duinen en de baai, met helemaal in de verte enkele Chileense flamingo's in het wild. Happy hour op de zeedijk. Bij valavond maken we een strandwandeling. Een kwam staart gefascineerd naar het aangespoelde lijk van een mannetjeszeeleeuw. Morbide. Na een door jetlag gedirigeerde nachtrust huren we een pedaalbootje om in de baai te varen tussen de humboldtpelikanen en de jan-van-gents, die als kamikazes loodrecht het water in duiken en zich op een nietsvermoedende vis storten (Kurt Vonnegut beschreef deze 'boobies' zeer treffend). Sterns scheren boven het wateroppervlak en trachten de anchovisjes uit de snavels van aalscholvers te stelen. Ik ga aan het zwembad van een willekeurig luxehotel zitten en lees in mijn boek Ik draag mijn stilte op aan jou, van Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa, over de cajon, het bekenste Peruaanse muziekinstrument. Een opzichter moet de meeuwen en kwakken voortdurend van het zwembad wegjagen.
In de late namiddag rijden we in buggy's de woestijn in, over zandduinen en langs ontzagwekkende rotsformaties. Vanop het woestijnstrand kijken we uit over het schiereiland en de baai. De volgende stop is een hoge klif, vanwaar we uitkijken over een rood strand, waar we vervolgens per buggy naar afdalen. Dode zeeberen zijn een speelbal van de branding. Wat een ongelooflijke panorama's, en wat een bijzonder ervaring met de buggy. Op de steile stukken voel ik de adrenaline door mijn lijf stromen. Terug in Paracas vegen we de zandkorrels uit onze oren en dineren we in het dorp dat we op twee dagen tijd goed hebben leren kennen. We hebben het gevoel dat we elke straathond kennen. Honderden Peruanen stappen mee in een politieke fanfare, met vuurwerk, vuvuzela's en uitzinnig gejuich. Binnenkort zijn het lokale verkiezingen in Peru en aan de kust is extreemrechts ontzettend podium. Overal wappernen vlaggen met de letter R - een beeld uit een parodie op de dystopische roman 1984 of zo. Dat er overal in Paracas racistische poppen opgesteld staan, dat er in heel Lima zo goed als geen mensen met donkere huidskleur wonen, ondanks het grimmige slavernijverleden van de streek rond Ica, dat de president zelf zo'n beetje de Peruaanse Meloni is - het zijn tekenen aan de wand, het zal wel iets betekenen, hoe oppervlakkig deze vaststellingen ook zijn.
Zondagochtend zijn we wat uitgekeken op Paracas en maken we ons klaar voor een tocht verder naar het zuiden. Na een laatste wandeling op het strand met de duizenden vogels worden we met een grote groep toeristen naar een piscowijngaard in de landelijke buitenwijken van de zonnige wijnstad Ica gebracht. La Caravedo is al sinds de 17e (!) eeuw een belangrijke distilleerderij voor pisco, een sterke drank op basis van druiven. De pronkerige hacienda heeft een kapel, een fontein en een tuin waar pauwen in de schaduw rusten. Tijdens de lunch is er een korte animatie. Een man op paard en een vrouw in helderblauwe jurk draaien rondjes in een charmante liefdesdans. En dan is er natuurlijk nog de rondleiding en piscoproeverij. We drinken het sterke goedje puur. Hierna rijdt de reisbus naar Huacachina, een natuurlijke oase in de woestijn, bekend omwille van het geneeskrachtige groene water. Deze pittoreske lagune wordt de Oase van Amerika genomed omdat ze uniek is in haar soort in heel Zuid-Amerika, al lijkt ze puur voor toeristen gefabriceerd. Opnieuw rijden we met buggy's de woestijn in, die hier meer aan de Sahara doet denken dan de kustwoestijn Paracas. Wat een fotogenieke zandduinen. Deze keer zitten we per tien in een buggy en rijdt een ervaren chauffeur. Sommige hellingen die we in volle vaart nemen, zijn wel héél spannend en de rit voelt eerder als een rollercoaster ride aan.
Op de top van een van de hogere zandduinen kijken we uit over de stad Ica, de woestijn en in de verte de Andes. We sandboarden de hellingen af, met onze buik plat op de plank. Anderen skiën of snowboarden naar beneden. Terug de buggy in en na alweer een korte dolle rit wacht ons in het midden van de woestijn een lange feesttafel met vruchten, hapjes, wijn en Inca Cola. We zetten ons in kleermakerszit rond die tafel en genieten van een van de allermooiste zonsondergangen ooit. Mijn God, die kleurschakeringen. Een weergaloze scharlaken schemering. Tijdens de laatste rit gaan de lichtjes van Ica in de diepte aan. Ook ons hostel zelf is een vermelding waard, al kan ik niet alle excellente hotels en restaurants hier noemen. Een heerlijke kleurrijke plek met een restaurant en bar aan het zwembad. De Cusqueña-biertjes gaan er vlot in.
Na een relatief rustige paar dagen in Paracas wordt vanaf maandag het tempo van de reis aanzienlijk opgevoerd. Onze chauffeur staat heel vroeg aan de deur voor een excursie naar de beroemde lijnen van Nazca. Die werden door de Duitse archeologe Maria Reiche in kaart gebracht. De mysterieuze lijnen vormen enorme figuren in het zand, in de trant van de kandelaar van Paracas. Lang werd in bepaalde kringen gedacht dat de lijnen het werk van aliens was maar het waren de Nazca's die hier in de 8e eeuw voor hebben gezorgd, als onderdeel van ene gigantische astronomische kalender. Diep in de pampa van San José werd dus lang voor de Inca's een uitgestrekt netwerk van lijnen en en tekeningen aangebracht, voornamelijk dieren en planten, die je het best vanuit het vliegtuig kan bewonderen. Deze zomer sloeg het noodlot - niet voor het eerst - toe en stortte zo'n vliegtuigje neer. Wij blijven aan de grond. Vanaf een uitkijktoren kunnen we nauwelijks drie van de geogliefen zien: de handen, de boom en de hagedis, waarvan de staart ironisch genoeg wordt afgesneden door de Panamericana. Vooral het aapje en de kolibrie zijn favoriete mascottes in Nazca. Mijn sterrenbeeld blijkt de boom. Intrigerende plek.
Ook bezoeken we de piramides en tempels van Cahuachi, een belangrijk ceremonieel centrum voor de Nazca's en een van de grootste archeologische sites van Zuid-Amerika.Er werden menselijke offers aan de goden gebracht. De val van de Nazca's had wellicht te maken met extreme droogte. Het herinnert de gids aan de Super El Niño die binnen enkele maanden voor extreme problemen zal zorgen in Zuid-Amerika. We stoppen nog bij een werkplaats, waar we bijleren over textielnijverheid en steenbewerking, en enkele poppetjes voor neefjes en nichtjes kopen. Omwille van aardverzakkingen tussen Nazca en Arequipa moeten we, in plaats van een eenvoudige nachtbus van punt A naar B te nemen, eerst helemaal terug naar Lima, en dan per binnenlandse vlucht naar Arequipa. Veiligheid primeert, maar dat maakt wel dat we op maandag ongeveer elf uur in totaal onderweg zijn: Huacachina > Nazca > Cachuachi > Nazca > Huacachina > Lima. We zien nog een Nazcakat op de flank van een heuvel en buiten Palpa zien we in nog oudere geogliefen de voorstelling van een rijke Paracas-familie.
Aan de lagune nemen we afscheid van onze sympathieke chauffeur en van de regio Ica. Na een diner in Huacachina stappen we op een reisbus richting hoofdstad. We arriveren laat op de avond in Miraflores en vliegen vroeg naar Arequipa. De Witte Stad, tweede grootste van Peru, is omringd door maar liefst acht vulkaantoppen, toch in de wijde omgeving, waaronder de met eeuwige sneeuw bedekte Misti. Net als Ica is Arequipa in volle verkiezingskoorts, met een overdaad aan verkiezingsaffiches, met allerhande symbolen, mascottes en slogans, botox voor de hoop. Mensen zouden op een partij met een voetballende kip stemmen omdat ze graag kip eten en voor het voetbal supporteren. Er is ook een hondenpartij, want wie houdt er nu niet van honden? Populisme werkt. We steken de snel stromende Rio Chili over naar Plaza de Armas, het centrale plein met arcaden en de 17e-eeuwse neoclassicistische kathedraal. Op de hoek van het plein bezoeken we de fraaie kerk La Compañia uit 1650, met ornduit schitterende Sint-Ignatiuskapel en twee gezellige kloostergangen met bars, kunstgalerijen en zelfs een spa. Op sommige katholieke schilderijen zijn inheemse stammen te zien en op de plafondschilderingen de kleurrijke vogels van de Andes en het Amazonewoud. Op een terrasje bij d fontein drinken we mate de coca tegen de naderende hoogteziekte.
In het uitgestreke Monasterio de Santa Catarina wanen we ons in Sevilla of Granada. De felgekleurde kloostergangen, de individuele wijken met fleurige steegjes, de zonnige patio's zijn een streling voor het oog. We bezoeken de appartementen van de nonnen, die een streng en sober leven leidden, en bekijken de religieuze kunst en fresco's, waarin niet zelden papegaaien figureren. De straten van dit aristocratische klooster dragen de namen van Spaanse steden: Calle Málaga, Calle Toledo etc. Wat een fantastische plek is deze stad-in-stad. Op het einde van het bezoek wordt ons bij de koepel een uitzicht over de stad en de vulkaantoppen voorgeschoteld. Ook de steegjes van Arequipa zelf zijn gezellig. We slenteren rond en bekijken de overige kloosters van de buitenkant. Bovenin de zuilengalerijen drinken we vina caliente en chicha de jora, met zicht op Plaza de Armas. In de winkelstraten flaneert iedereen die huachafo wil zijn, mens en alpaca. M'as-tu-vu op zijn Peruaans.
Deel twee volgt later dit weekend.








































