donderdag 16 april 2026

Fietstips voor kniekastijders - De Elf

En zo begin ik aan een nieuw fietsavontuur in meerdere delen, een workout-in-progress. Het plan is om de hoofdplaatsen van de Belgische provincies, plus de hoofdstad, met elkaar te verbinden. L'union fait le fiets. Aan mijn tempo zal ik daar wellicht 15-20 dagen over doen, verspreid over één of twee jaar. Ik begin met de gemakkelijkste afstanden en eindig met de meest pittige etappes. Van het mooie Brugge, hoofdplaats van West-Vlaanderen, fiets ik naar het oosten, eerst via de Begijnenvest en het romantische Minnewater, voorbij de Poertoren, dan via het Kanaal Gent-Brugge het Brugse Ommeland in. Te Moerbrugge stop ik bij een pakkend vredesmonument. Op de trein naar Brugge had een oudere man me de vernieuwde taverne van de jachthaven van Beernem aanbevolen. Inderdaad een fijne plek om rustig op het terras aan het water te zitten. Het is mijn laatste halte in deze provincie. Al gauw bereik ik het Meetjesland in Oost-Vlaanderen.
Ik verlaat het jaagpad in Aalter en trek naar Knesselare voor een curiositeit, het graf van Nicole Annys. Haar weduwnaar, de beruchte oplichter Jean-Pierre Van Rossem, had een diepvriezer in haar graf ingebouwd, die haar lichaam maandelang lekker koel hield, tot het toestel kortsluiting kreeg en ontplofte. Ik volg weer de vaart, zie scholeksters, futen, bergeenden en de eerste oeverzwaluw. In Merendree bekijk ik het Gekke Fietsen Museum, niet echt een omweg waard, maar ik moest er nu eenmaal langs. Uiteindelijk herken ik de Sint-Baafskathedraal en het belfort in de verte. Gent is de eerste van de elf steden die ik bereik, aangenomen dat ik uiteindelijk in 2027 of 2028 weer in Brugge zal eindigen. In de diverse buurt Brugse Poort is De Redding nabij. Amper zet ik een voet in Gent of ik kom iemand uit het poëziewereldje tegen. Zo klein is Gent. Of zoveel Gentenaren ken ik. Om de hoek van de Fatima tref ik een schitterende ROA aan.
Ik steek de Leie over bij de Portus Ganda en passeer de Sint-Baafsabdij. Ik ruil de Leiestreek om voor het Waasland, de streek van de vossenstreken. In Lokeren volg ik de schilderachtige Durme. In Sint-Niklaas tref ik opnieuw een ravissante ROA aan. Aangezien er geen eindpunt is vastgelegd fiets ik gewoon door naar huis en verbreek zo mijn eigen dagrecord. Ik moet tegen de 125-130 km hebben gefietst vandaag. Achter de velden van Zwijndrecht duikt de fiere kathedraal van Antwerpen op en aan de oevers van het Galgenweel en van de Schelde kijk ik uit over de skyline van de tweede stad van de Elf, mijn thuisstad. Voor de liftdeuren van de Sint-Annatunnel geven punkers een fietsbelconcert. Ik duik met hen de tunnel in en eindig in het middeleeuwse centrum. Ik passeer de Sint-Andrieswijk, het Maagdenhuis, het Mechelseplein en eindig op de Leien. Wellicht was dit de langste etappe maar mogelijk ook de gemakkelijkste. Platter zal het landschap niet meer worden want volgende keer duik ik zuidwaarts naar de hoofdstad en uiteindelijk ook de taalgrens.
De streek tussen Antwerpen en Brussel ken ik zo mogelijk nog beter dan die tussen Gent en Antwerpen. Ik volg de Schelde, vier dagen later: Zuid, Nieuw Zuid, Hobokense Polders, Fort van Hoboken - allemaal in de vroege avond van een werkdag. Ik doorkruis Rivierenland en steek per veerboot de Rupel over van Boom naar Klein-Willebroek. Aan het Sasplein, dat een zekere charme uitstraalt, begin ik het kanaal te volgen richting Brussel, en sta in Willebroek oog in oog met de metalen muil van de Vredesbrug. En zo kan ik ook de provincie Antwerpen afvinken. Ik kom er op deze route niet meer terug. Heel wat van die enorme sasbruggen later bereik ik het gehucht Heienbeek, ook bekend als Verbrande-Brug, een naam die bij filmfanaten allicht een belletje doet rinkelen. Ik heb de taart die Vlaams-Brabant is aangesneden, en Brussel is de vulling. Na Vilvoorde is de hoofdstad niet ver meer. Ik verbaas me er zelfs over hoe vlot het gaat.
Daar duiken de kantoorgebouwen van Brussel al in de verte op, terwijl het kanaal me trakteert op de aanblik van zijn industriële erfgoed. Ooievaars en zwaluwen zijn formeel: de lente is begonnen. Ik observeert ze vanop de elegante Salangaanbrug in Kassei-Borgt. Een veelzeggend beeld: kwade en luidruchtige meeuwen trachten de pas ingeweken ooievaars alweer te verjagen. Ik volg het kanaal door de Haven van Brussel. De avondzon tekent de silhouetten van de Basiliek van Koekelberg en van het Atomium af tegen de horizon. In de dichtbevolkte gemeente Schaarbeek krijg ik letterlijk met de eerste hellingen van mijn Elfstedentocht te maken. En met Brussel zit ik dus aan de derde stad van de Elf. Ik eindig in het aangename Josafatpark en meer bepaald op het terras van de buvette van de Sint-Sebastiaansgilde. Deze tweede etappe was in elk geval een schot in de roos.
Eind april begin ik de derde etappe op het Ambiorixplein, tussen de art nouveau dus. Op zaterdagochtend verlaat ik onze hoofdstad en fiets naar de hoofdplaatsen van mijn vierde en mijn vijfde provincie. Ik doorkruis de Europese wijk, voorbij het Jubelpark, de fraaie burgerlijke huizen van Etterbeek, maar vooral het schitterende Cauchiehuis, en dan in Sint-Pieters-Woluwe het opvallende Stocletpaleis. En leve de tweetaligheid: het café genaamd Le Schievelabavo, helaas gesloten. Via het al wat groenere Woluwedal bereik ik Wezembeek-Oppem, met op het gemeenteplein het absurde ruitersbeeld Straufhain. In Sterrebeek bereik ik, voor het eerst sinds Zwijndrecht, weer velden. Het is de Brabantse buiten met alles erop en eraan - holle wegen in glooiende weilanden, boerenzwaluwen buitelen boven akkers, altijd wel ergens een buizerd hoog in de lucht, en is dat een Brabants trekpaard? Niets dan mooie vergezichten tot ik de vierde stad bereik, voorbij het romantische Kasteel van Leefdaal, kikkerconcert op de achtergrond.
 
Via de Dijle fiets ik de universiteitsstad Leuven binnen en drink koffie op het terras van fietscafé Soigneur, in de schaduw van de Sint-Antoniuskapel, waar Pater Damiaan in zijn crypte rust. Bij de cafeetjes van de Oude en de Grote Markt - het mooiste stadhuis van het land zit in de steigers - keer ik 'op mijn trappen terug'. Tussen Kasteel Arenberg en het Celestijnenklooster gaat het zuidwaarts met de route, dwars door het Heverleebos, met de idyllische Kapel van Steenbergen in Oud-Heverlee, en door het machtige Meerdaalwoud. Ik volg de Dijle - en de Brabantse Pijl - in tegengestelde richting van een wielerevenement, en wip na enkele stevige hellingen de taalgrens over. Met Waals-Brabant doe ik mijn eerste provincie van Wallonië aan op deze Elfstedenroute. Al vrij snel fiets ik het heuvelachtige Waver binnen, de vijfde stad van de Elf alweer. Ik eindig in de namiddag bij het iconische blotebillenbeeldje Le Maca. De vierde etappe, van Waver naar Hasselt, van Le Maca naar de Macca, wordt een stevige pil, door drie provincies en verschillende streken - met veel heuvels op het programma.


april 2026: (Brugge), Gent, Antwerpen, Brussel, Leuven, Waver

Geen opmerkingen:

Een reactie posten