zondag 31 oktober 2021

Ballonnenvrees 30 oktober 2021

Yes yes yes, we hebben ze weer gevreesd, de ballonnen.
 
Op de vooravond van Halloween was er de eerste editie van Ballonnenvrees sinds juli, opnieuw in Who's Afraid Of Red, Yellow & Blue, maar dan binnen. Na een verkleedpartijtje van de presentator was het de buurt aan gitarist en frontman Gert-Jan Luyckx, die sinds enige tijd ook de pen hanteert. Na een leuk gedicht over Kaïn en Abel, kregen we een ontroerende ode aan moeder. Er was het korte kortverhaal 'Het Pad', en nu al een hit is zijn motorgedicht, waarin de voor- en nadelen van het stoere voertuig op poëtische wijze tegen elkaar worden afgewogen. Vervolgens BAI, uit Dendermonde. Die net als andere dichters deze avond voor het audio-experiment kozen. Zijn eerste rake tekst kreeg achtergorndmuziek mee, over de zoveelste racistische ervaring, en hoe onmenselijk, heel existentieel ook: hoe ga je ermee om? Ook maakte BAI gehakt van de soms nogal gratuite aanvallen op woke. Van zijn tweede tekst waren we eveneens fan, een liefdesgedicht met refreinen in het Frans.
Op een trage trapbeat bracht Reinier feelgood hipop die bijna dansbaar was. Catchy muziek, grappige danspasjes, lekker vreemde teksten. Met deze vintage weirdo het witte konijn naar beneden volgen staat garant voor een surealistische trip. Zelfs op het nummer over repressie in Rusland hadden we gewoon zin om te chillen met een joint in ons bakkes. En het was niet eens zijn laatste optreden van de avond. Hij werd iets later nog in een kasteel in Booischot verwacht. Sarah Vanheuverzwijn vermaakte ons met hilarische kortverhalen over IKEA-seks, eerste dates, tekenlestwijfels, croquemachineborrels en gepersonaliseerde reclame. Als climax was er haar nu al legendarische act 'Fifty Shades Of Grijze Muis', een meerstemmige poging om het populaire boek herkenbaarder te maken. Erg spitsvondig.
Zeg nooit nooit. Het werd toch echt eens tijd dat ik Nooit Nooit, die al ettelijke keren kwam open mic'en, in de line-up opnam. Niemand had daar spijt van. We kregen gedichten uit zijn debuutbundel Toeval en Fabrieksinstellingen, en af en toe nieuw werk, dat alles aaneengepraat met grappige bindteksten. Zo was er zijn geestige sneer naar nostalgie. Er volgde een knap stadsgedicht over het eeuwige heraanleggen en lockdownlege straten. Dan weer een interactief gedicht over de Koopzondag. De goden van de techniek waren ons al de hele avond gunstig gezind, want ook de muzikale begeleiding van op de smartphone kwam tot haar recht. Zijn afsluiter kreeg niet alleen audio- maar ook lichteffecten mee. Een dansbaar slot voor een hoogst entertainende set. Waarvoor dank.
Ondertussen had presentator Gert Vanlerberghe zijn gouden masker afgezet. Ter vervanging van Sven De Potter, die helaas moest afzeggen, las hij de twee nagelnieuwe kortverhalen 'Zebra Op de Zuidpool' en 'Je Bent Op Dreef' voor. Pierrette COffrée had het lumineuze idee om een geüpdatete versie van kanonklassieker Elckerlijc te maken. 'Elcker-like' werd een spitsvondige performance over de dreiging van een mediale dood, fake news, cryptogeld, klaarkomen in de ruimte, QR-codes en stappentellers. En voor het eerst heeft een artiest op Ballonnenvrees zichzelf gegeseld op het podium. Ik vind dat een prachtige primeur.
Op een korte open mic las Kristel Van Wesenbeeck haar eenvoudige gedichten over de lockdown en het geluk in kleine dingen voor. Met de twee laatste open mic'ers zetten we de lichtshow van Nooit Nooit weer aan. Blij dat Herman De Greve weer helemaal terug is met zijn zachte slam poetry. De man kan zelfs fascistische metaforen troostend doen klinken. En de eeuwige Sven de Swerts, die binnenkort voor de tweede maal naar de finale van het BK Poetryslam mag, las het gedicht 'Cornflakes', met metaforen als toverbollen. Zo zag het podium van het ateliercafé er ook een beetje uit, met al die magische flikkerende lampjes. Het publiek inpakken kan hij als geen ander. Met 'Slaap Nu, Baal Later' trok Gert Vanlerberghe een streep onder een heel diverse line-up.
Kom op 26 november zeker kijken naar de 88e editie, deze keer in Café Boekowski op het Zuid.

vrijdag 29 oktober 2021

Zebra op de zuidpool

Er is geen enkele gunstige weg die je kan volgen. Er bestaan geen pad dat je naar een happily ever after leidt. Geen happy endings voor jou. Had je ooit durven vermoeden dat het zo voor je zou aflopen? Lucht ben je voor zij die zich ooit wat van je aantrokken. Je bestaat niet meer voor wie je graag ziet. Tenzij als wrange nasmaak in de mond. Een bitter residu in hun brein. Je vergeten is voor hen het hoogste goed.
 
Je lag dwars. Je maakte van slag. Geen dag voorbij of je belaagde, besmeurde, berokkende. Soms voltrok je. Soms niet. Je pleegde en beraamde. Verachten deed men je nog niet. Je schijn van goede intenties was hardnekkig, je glimlach aanstekelijk, goedgemutst smeedde en kneedde je. Men zag en zei je had flair. En ook charme, zwier en panache. Je was het toonbeeld van goedgeluimd en monter. Nu liggen je beenderen in de zon te bleken.
 
Bij wijze van spreken. Je bent rook. Nooit meer vuur. De cartooncontouren in een bakstenen muur. Een lacune van jouw omtrek. Een was-ooit-maar-is-niet-meer. Een hasbeen. Verdwenen ben je voor de wereld. Je blinkt uit in afwezigheid zoals een zebra op de zuidpool. Of een toekan in een ziekenhuis. Dat laatste is misschien nog net iets waarschijnlijker dan een zebra op de zuidpool, al vraag ik me dan wel af wie zoiets ooit al heeft gezien. Is het cliniclowns bijvoorbeeld toegestaan om tropische vogels in hun acts op te nemen? En als dat mag, zou men dan als eerste keus voor toekans opteren? Wordt de zuidpool ooit zo warm dat we er gaan wonen en er supermarkten, bowlingbanen en bruine kroegen komen? En wie weet ook een zoo?
 
We dwalen af. Nee. Ik dwaal af. Jij hebt niets meer te dwalen. Je ziet wat er van al dat dwalen komt. Een gat in de lucht heb je jezelf gedwaald. Je ongein bracht je tot aan de afgrond en je eigen capriolen zetten je pootje lap. En daar lig je nu. Besluiteloos. Kies je voor een tragische afloop of ga je toch maar voor een ongewisse dood? Voor een naargeestig einde sla links af. Ongenade heeft je nooit gestaan, het is je kleur niet. Je straalde toen je gebakken lucht verkocht. De wereld hing aan je lippen en lag aan je voeten. Nu ben je een zebra op de zuidpool.

vrijdag 22 oktober 2021

Grohl

Voor een wedstrijd daagde Radio Willy de luisteraar uit om een gedicht te schrijven over Dave Grohl. Ik heb me wat laten gaan, maar heb nie gewonnen.
 

De bass, de snare, de toms,
het sidderen van de snaren
vertellen vlijmscherpe verhalen,
geroosterde woorden, gevleugelde akkoorden.
Vlieg met me mee, mijn vriend,
mijn held, maar eerst nog leren hoe.
 
Al heel m'n leven onderweg in witte limousines,
en ik weet nog hoe je zei: Dave,
het is Lemmy voor de vrienden.
Alweer wat dichter bij de flosj,
nog lang niet klaar, ik blijf nog even hangen.
 
In tijden als deze moet je niet met de stroom mee
(QotSA) maar net je ketenen doorbreken,
er is geen weg terug.
Het nirvana kan je niet bereiken
onder een brug, haastig en vlug;
een beetje vastberadenheid en een duw in de rug.
 
Als ik nu zeg ik ben niet als de rest.
Als ik nu zeg ik geef me niet over.
Alleen ben ik een gemakkelijke prooi,
maar ik keer terug en ik verover.
Als ik nu zeg ik tel geen koeien
maar gitaren voor het slapen,
verpulver bergen met cymbalen,
en heb nog energie te geef.
 
Zet die plaat op, ik ben de zon,
de maan, de sterren in februari,
ik ben de regen in elk lied, of nee, de storm.
Zet 35 jaren razen on repeat, ik ben in vorm.
Al heel mijn leven koester ik de hyperbool,
want mijn naam rijmt niet voor niets op rock'n'roll.

donderdag 21 oktober 2021

j-i-j

Eigenlijk zitten enkel de gedachten in een kooi,
en dan nog kan je die als een bedje spreiden.
Met minder vast(houdend)heid en meer flexibiliteit
kan elke gestalte zich door een sleutelgat wurmen,
bij wijze van spreken, van schrijven, van dwaze ideeën morsen.
 
Jij bevrijdt me.
 
Op meer manieren dan je kan vermoeden,
er zijn myriaden mogelijkheden en jij nuttigt gans het assortiment.
Waarvoor bedankt trouwens.
Jij met je meerderverenpracht, je kruin een wisseling van wacht,
een kirrend kleurenpallet, meervoudig kattenvacht.
Met je guitige kuiltjes en de meest oprechte lach.
Je zorgvuldig achteloos gekozen woorden,
geen matrozen op het droge,
geen geheimen die op de kamikazematten van je lippen sterven,
geen boodschap die bederft.
 
Vergeef me vooral daarom deze dwaze speilerei,
kan slechts illyrisch over je zijn.
 
Hoe je je vuistje niet gebruikt om in te gniffelen
maar deze integendeel steeds ongegeneerd zwaait naar de wereld,
nog altijd te conform en vastgeroest naar onze zin,
maar dat is kennelijk het leven.
 
Wij weten: fuck deze shit.
 
Hoe je het mist te kunnen zwemmen
onbelemmerd door textiel,
hoe je vooral verkiest je kleine borsten te bevrijden.
Ze verdragen nog net het dunne stof van je gele zomerhemdje,
terwijl de lang uitgestelde meizon volop
straalt op je gelaat, dat gelukzalig lichterlaait
als tijdens meditatie of na het flinke pak slaag
dat je me zo graag toedient, niet uit haat.
Het is de liefde die me vastbindt, die me slaat,
die de zweep laat knallen,
die je doet flirten met een ander,
met wie je gulzig wenst te dansen,
wie weet wel meer.
 
Denk niet in termen van kooien en vrijheid,
dansen kan altijd, zwemmen keer op keer,
reizen in uitdijende kringen,
samen dansen, samen springen
in het diepe, ongewisse,
onbekende, onbeminde,
allesverslindende gapen van de duivelsput,
het levenslicht, het rijpen van een dwaas gedicht,
het smeden van een samenzijn,
het nemen van verboden breinongein,
het rijmen of niet rijmen van ons beide.
Jij nu volleerd ornitholoog,
ik getransformeerd tot kater.
Al maanden halen we gezellige soirées af
of laten we de avond aan huis leveren.
 
En ik moet je nog dinero.
En ik moet je nog tien euro.
 
En we moeten nog op café,
in de Adriatische Zee,
zagen elk ezeltje in dit land,
elk knooppunt en takeaway.
 
Wanneer de avondklok passé
moeten we de nacht weer durven nemen.
Ze gaat niet weten, nooit vergeten,
wat haar die dag overkomt.
De toekomst rust in elk gebaar.
Je bent mijn Laura Palmer, mijn Kim Wexler,
mijn ongeremde, dwarse,
vreemde, mooie lievelingsgevaar.
 
mei 2021, Luxemburg 
 

zaterdag 9 oktober 2021

Sloop

takeldienst, haast je niet
het vel hangt los aan mijn botten
kan ik nog averij oppotten
terwijl mijn lijf staat te verkrotten
en dan die leegstand in mijn hoofd
 
schiet me dood
beraam de sloop
mijn fundamenten knarsen en kraken
en nihil hoop nog op ontwaken
 
dus takel niet maar sloop
ga me steen na steen afbreken
ontmantel tot het laatste naadje
trek aan het draadje
rafel mij

inviteer de dood
in alle kamers van mijn zijn
je had het mij nog zo beloofd
verkeert er heibel in mijn hoofd
verklaar me dood
noem het geen moord
het is barmhartig wat je doet
 
maar doe het goed
geen half werk
en zet geen leugens op mijn zerk
ik was geen goede echtgenoot
geen lieve vader fijne zoon
'hier rust een voze domme kloot'
of zo
bedenk maar wat
en kom nog pissen op mijn graf

of laat me leven als je wil
ik heb nog veel meer flauwe kul
zolang mijn hand nog schrijven kan
er nog wat uit mijn duim te zuigen valt
kan ik het leven nog verdragen
 
ik had het je niet moeten vragen

maandag 4 oktober 2021

Proefrit

kampioen
ontregel je kompas
 
betegel je matras
verdwijn in kromme waters
 
hier horen helden niet
hier in een kamer 
 
waar moegestreden beesten
komen sterven
in opgedirkte velodromen 
 
ze is mooi
ze heeft geen stem
dus jij geen was 
 
je staakt het torsen
ontspant een lach 
 
groter dan je contouren
een wezen door roem omfloerst 
 
het lijkt haast of je klanttevreden
je doodskist aanpast
 

zondag 3 oktober 2021

Albanië, 16 september - 1 oktober 2021, deel 2

Albanië
16 september - 1 oktober 2021, deel 2
 
Parels voor de zwanen 
 
De dag na ons bezoek aan Butrint in de zuidelijke tip van het land, willen we Noord-Albanië beginnen verkennen. Dat kan enkel door de reis op te splitsen en onszelf op een nachtje Tirana te trakteren, en op de horeca van de uitgaansbuurt Blloku. Heel leuk zijn de tekenfilmfiguurtjes die de elektriciteitskasten opleuken: Bugs Bunny, Tom & Jerry, Kuifje, Batman, Power Rangers, Pinocchio... Samen met de gevelgrote street art brengen ze kleur in wat niet zo lang geleden een grauw communistisch bolwerk was.
Het katholieke noorden is de streek van traditie, van berg en bloedwraak. Aan de Drin ligt Shkodër, van Montenegro gescheiden door een groot meer. De bergen hijgen in de nek van deze vlakke fietsstad. Al van ver zien we het Venetiaanse Rozafakasteel bovenop z'n heuvel liggen. We zijn verliefd op ons authentieke hotel, bij het centrale Sheshi Demokracia. Het is prettig kuieren door de autoluwe Rruga Kol Idromeno. Ik passeer kerken, kloosters, moskeeën, en ook de Sint-Stefanuskathedraal, dat onder Hoxha werd omgevormd tot sporthal. Een beeld van Agim Rada herdenkt de katholieke Albanezen die op weerzinwekkend originele manieren werden gemarteld, tot ze eraan bezweken... of tot ze de tiran als hun nieuwe god erkenden. Niets atheïstisch aan de nachtmerrie die de communistische periode was. Enver Hoxha was de Ware, or else...
We klimmen helemaal de kasteelheuvel op en het uitzicht is opnieuw subliem. Je kunt hier uitkijken over de Drinvallei, de moerassen, het centrum van Shkodër, het meer, de Montenegrijnse bergen en de zogenaamde Albanese Alpen. Ruïnes van het fort van Roza, de ingemetselde vrouw, zijn breed over de heuvel uitgesmeerd. In het midden van de velden beneden, zien we koeien en geiten grazen. We komen hier ogen te kort. Op de helling vraagt een oude accordeonist of we uit België komen. In het Albanees begint hij een hele monoloog, met veel gebaren. Dat de Rode Duivels uitstekend waren maar de Italianen kleinzerig. En dat het sowieso allemaal fascisten zijn.
We passeren de Loden Moskee en keren terug via een landelijke weg langs de moerassen. Een kleine jongen begeleidt een kudde koeien vanop een scooter, lange stok in de hand. Uiteindelijk bereiken we een opgedroogde zijrivier van de Drin, die in een vuilnisbelt is veranderd. Twee Roma's in een gemotoriseerde bakfiets vragen waar we vandaan komen. Ze lachen dat ik m'n vriendin van de Albanezen heb gestolen. We nemen afscheid en ze rijden een ommuurd zigeunerkamp binnen, waar alles van schroot en afval lijkt te zijn gemaakt. Terug in het centrum dineren we onder de klokkentoren van een franciscanerklooster. Dezelfde groep West-Vlamingen die we in Tirana zagen, zingt luidkeels het Ave Maria met de klokken mee. Een kitten komt mee bij ons aan tafel zitten.
Zeer vroeg uit de veren voor een busrit naar het hoge noorden, de mystiek van de Albanese Alpen. Rechts ziet u een gevangenis met motivational quotes op de buitenmuren. Links ziet u een kudde van tweehonderd schapen die rakelings het busje passeert. De bochten maken ons misselijk, maar het meest recente gelekte schandaal van de N-VA kan even goed de oorzaak zijn. Het nieuws kwam als bittere koffie bij ons ontbijt. Voorbij vakantiedorp Bogë wordt de weg nog ruwer en het berglandschap knapper. Onvermoeibaar klimt het busje verder, tot het dorp in een duizelingwekkende diepte verdwijnt. Op deze hoogte is het ijzig koud, maar nog steeds verdomd mooi weer. Vlakbij de berg Maja Jezercë ligt het stille dorpje Theth, onze bestemming.
Theth is lieflijk als de Gouw. Ik zou er niet van opkijken hier een hobbit aan te treffen, aan het werk tussen de hooibalen, of aan het begin van een wild avontuur in de bergen. Ik bezoek de kulla, een rotstoren die bescherming bood aan mannen in het heetst van een bloedvete. Tijdens de bemiddeling met de familie kon hij hier tot twee weken lang zitten nagelbijten, in afwachting van het verdict. Het is een avontuurlijke klim naar de watervallen van Grunas. Hagedissen schieten van onder onze wandelschoenen weg. We zien ook twee hazelwormen en een fotogenieke koe. We steken een prachtige vallei over en bereiken de poelen van Nderlysaj, helderblauw water van uit diepe ondergrondse bronnen. De weg naar het Blauwe Oog, de ultieme poel, een magische bron van turquoise water, lijkt oneindig. De beloning overstijgt de verwachtingen, echt een inspirerende plek, een klein wonder. We ontmoeten er een koppel uit Leiden, en samen gaan we de terugweg te lijf. Met slechts één korte pauze duurt die tweeënhalf uur. Bekaf en lood in de schoenen, maar net voor de schemering terug in Theth. Een van de hoogtepunten van de reis, sla de Albanese Alpen zeker niet over.
De voorbije dagen waren de reisomstandigheden niet altijd optimaal. Soms werden we te hard bij elkaar gepropt, één keer moest ik bij gebrek aan plek op het trapje van de reisbus gaan zitten. Vanmorgen lijken we een dieptepunt te hebben bereikt wanneer we in de bagageruimte worden gestouwd, met extra wagenziekte als surplus. Hooioppers, ezels, varkens, en een duizelingwekkend afscheid van de bergen. De twee oudere koppels in het busje verklaren ons voor gek om voor één nacht naar Theth af te zakken. Een grotere reisbus passeert de forten van Shkodër en Lezhë, helemaal terug naar Tirana. We sluiten een dagje busreizen af met een rit naar het Meer van Ohrid, het diepste meer van de Balkan. In de vooravond bereiken we Pogradec, aan de zuidkant van het vredige meer. Aan de overkant Struga en Ohrid, allebei in Noord-Macedonië. Pogradec is een klein stadje dat al z'n charisma ontleent aan het meer. Zonsondergang, muezzin, het meer en de Macedonische heuvels kleuren roze. Een zwanengezin van acht komt aan de oever slobberen. In een traditioneel Albanees restaurant eten we de beroemde ohridforel. Vreemde dag, bijna integraal op de bus doorgebracht. Maar zo'n mooie avond aan het meer. We zijn hier in onze nopjes. Zeker met een Leffe van 't vat erbij.
En wat een vogelweelde. Naast de overvloedige aanwezigheid van aalscholvers spotten we onder meer ralreiger, zilverplevier, watersnip, zilverreiger, ijsvogel en zelfs een enkele flamingo. Na een ontbijt met zicht op het meer ga ik alleen op pad. Teutë is altijd een uitstekende tolk geweest, maar die paar keer zonder haar moet ik me behelpen in het Italiaans en drie woorden Albanees. Een met passagiers en bananendozen volgepropt busje brengt me naar het noorden van het meer. Mooi onaflatend zicht op het helderblauwe water, de aalscholvers, die vreemde bunkers op de oever. De sfeer is zomers. Moby op de radio. In het bescheiden vissersdorpje Lin beklim ik de uitstekende rots naar de ruïne van een vroegchristelijke basiliek. Van het zeil dat de uitgestrekte mozaïek tegen de zon beschermt, mag helaas maar een hoekje worden gelicht. Een oud boerenkoppel haalt een enorme tros witte druiven uit de mand van hun ezeltje. Die is helemaal voor mij. Zo gul en gastvrij als de Albanezen kunnen zijn, het is ontroerend. Aan het einde van de rots bots ik op een bunker die tot kerkje is omgedoopt, om er heimelijk God te aanbidden in donkere communistische tijden. Hoe grappig, absurd en triest tegelijk, en dat op het plekje met het beste uitzicht van deze kant van het meer. Mijn sympathie voor het christelijke verzet tegen bruut opgelegd atheïsme groeit.
Op mijn terugweg geeft een landbouwer me met een brede glimlach een grote tros rode druiven. Ik deel de helft met een groep Tiranezen, want het is gewoon te veel. In een winkeltje wordt mij druivenraki aangeboden, zelfgemaakt, dat spreekt voor zich. Het is elf uur 's morgens. Ik voel het smakelijke goedje in me branden en voel me nog beter. Ook geeft hij me een tros witte druiven mee. Ik vraag toch maar een plastic zakje.
Terug in Pogradec wandel ik met Teutë via de zuidoever naar Drilon Park in het grensdorp Tushemisht, een plek waar Albanezen komen genieten van lekker eten en een fraai uitzicht over het Meer van Ohrid. Aan de grens met ex-Joegoslavië neemt het aantal bunkers toe. Een van de misbaksels is in een vrolijk lieveheersbeestje geschilderd. Aan het Macedonische nationale park Galičica steken we te voet de grens over. We wippen even Noord-Macedonië binnen voor een bezoek aan het orthodoxe klooster Sveti Naum, te midden van een lieflijke tuin vol pauwen en eekhoorns. We branden een kaarsje voor de Bulgaarse heilige en bezoeken zijn tombe. Als je goed luistert, zou je zijn hart nog horen bonzen. Het oorspronkelijke klooster uit de 10e eeuw werd door de Ottomanen in de as gelegd, dit is de nieuwe versie uit de 16e eeuw. Mooie donkere fresco's. Opnieuw de grens over en dineren in Pogradec, maar morgen komen we terug.
Vorig jaar poogde ik immers al naar Ohrid af te reizen, vanuit Skopje, maar die plannen werden door een zeker virus in de kiem gesmoord. In de hoofdstad moest ik hals over kop een vlucht naar België boeken en zo eindigde mijn reis abrupt. Het destijds geplande Albanië hebben we dubbel en dik ingehaald. Rest ons nog Ohrid, de parel van de Balkan. Een vriendelijke taxichauffeur brengt ons erheen. De bunkers aan deze kant van de grens zijn van die andere psychopaat, Mussolini. Zoals verwacht is Ohrid een fijne stad. Witte huizen met rode daken bevolken de rotsen, kijken uit over het meer. In de tuinen van het Plostad vind ik imposante beelden van de belangrijkste heiligen uit de Bulgaarse geschiedenis: onze Sveti Naum van gisteren, Sveti Kliment, Cyrillus en Methodius. De steegjes puilen uit van de werkplaatsen, van houtsnijwerk en opinčari tot de beroemde parels van Ohrid. Schattige orthodoxe kerken van soms een millennium oud laten geen enkele voorbijganger onberoerd, en al zeker hun schitterende fresco's niet. In de Sveti Kliment en Pantelejmon, naast de archeologische vindplaats Plaošnik, vind ik de laatste rustplaats van Sveti Kliment, oprichter van de School van Ohrid. Voor het eerst deze reis zien we een volumineus mozaïek, compleet met swastika's, dat niet door zand en een zeil moet worden beschermd. Daar zorgt een afdak voor.
Tijdens m'n lunch op het terras van Liquid kijk ik voor de zoveelste keer uit over het Meer van Ohrid. Parallax word je nooit beu. De zonlichtdeeltjes als de bubbels in een champagneglas, motorbootjes, zwanenfamilies, aalscholvers met een messiascomplex, de zachte glooiing van de Albanese heuvels... hier kan ik gerust aan wennen. Verschillende trappen kruipen de heuvels op. Het uitzicht wordt steeds spectaculairder. De burcht ziet er net als die van Skopje heel intact uit, in tegenstelling tot de kalaruïnes in Albanië. En wat een plaatje. Met Teutë spreek ik weer af aan het Romeinse theater van eht antieke Lychnidos. Stagehands en cameralui dresseren het podium voor een evenement vanavond. Wat een beeldige setting voor een concert.
We dalen af naar het meest fotogenieke kerkje van Noord-Macedonië. De Sveti Jovan Kaneo ligt in een betoverend decor van cipressen, bloemen en muurtjes, enkele meters boven het meer. Echt filmisch, zo dacht ook regisseur Milčo Mančevski en hij maakte Before the Rain. Het is aangenaam flaneren langs het meer, tot helemaal de andere kant van de stad, bij de monding van de rivier Biljana. En na een weekend in Albanese bergdorpjes en provinciestadjes vliegen we op deze maandagavond weer in de cocktails in dit mondaine Ohrid.
Op onze tweede dag in Macedonië huren we fietsen op het Plostad. Eerste stop is een grotkerkje hoog boven de oever, maar het is niet veel soeps. In Lagadin breekt de zon door de wolken, we rusten uit op het kiezelstrand. We bereiken al snel de Bay of Bones in Gradi
šte, de archeologische vindplaats van een 3200 jaar oud paaldorp. Bovenop het meer is zo'n nederzetting uit de bronstijd integraal nagebouwd. We gaan van deur tot deur, stappen de kleien hutjes binnen, stellen ons voor hoe het zou zijn om ons in de wolven- en berenhuiden te wentelen voor een middagdutje. 
Op vier uur zijn we heen en terug. Op het Plostad verruilen we onze fietsen voor een motorboot en zien we hoe betoverend mooi Ohrid vanaf het meer is. Het bootje scheert langs een kolonie van een honderdtal aalscholvers. Daarna klimmen we naar alweer een kasteel bovenop een rots, dat van Ohrid werd gebouwd door tsaar Samuil. We wandelen langs de kantelen voor een 360° panorama. Twee grote straathonden begeleiden ons door de noordelijke stadspoort naar de Komenskakerk. Na het diner houden we elk een stukje forel opzij om later aan twee gelukkige straatkatten te geven.
Na een laatste nacht in de parelstad verlaten we met spijt in het hart het Meer van Ohrid. Wanneer we na heel wat omzwervingen hoofdkwartier Tirana bereiken, is de cirkel rond. We blijven er nog twee nachten. Komiteti hadden we nog niet gedaan, een 'nostalgische' bar annex museum boordevol communistische spullen, aan de voet van dat pyramidegedrocht. Hun liefde voor raki is onvoorwaardelijk. We slapen in het sjieke Tirana International Hotel, op het Skanderbergplein. Kwestie van te eindigen met toeters en bellen.
Op de laatste volledige dag van de reis bezoek ik het meest aangrijpende museum van het land. Twee weken geleden waren we in Bunk'Art 2 in hartje Tirana. Aan de rand, bij de berg van Dajt, is er Bunk'Art 1, een tunnelstelsel dat de paranoïde waanzin van Enver Hoxha moest sussen. Daarnaast nog eens 175000 bunkers in Albanië, dat was elf voor elke inwoner... was hij wel voldoende voorbereid op die denkbeeldige aanval? Een afdaling in de extreem beveiligde superbunker is een afdaling in een zieke geest. Geluidseffecten en videofragmenten vergezellen authentieke voorwerpen. Ik neem de telefoon op in Hoxha's kantoor en hoor zijn stem. In Mehmet Shehu's woonkamer kijk ik op een oud televisietoestel naar Shehu's begrafenis, na zijn 'zelfmoord' in de jaren tachtig, onder heel bizarre omstandigheden. Van de simulatie van het CLONI-systeem, dat werd gebruikt om Albanezen te stoppen die probeerden te vluchten, komt het haar op m'n armen overeind. Bloedstollend. Een andere installatie simuleert het geraas van een nucleaire aanval, gehoord vanuit de bunker - de aanval die er nooit kwam. Er is een kamer ingericht als eerbetoon aan alle arbeiders die omkwamen bij het bouwen van die vervloekte bunkers. Kortom, een originele, artistieke, meeslepende invulling van een verschrikkelijke periode uit de geschiedenis.
Ik neem de Dajti Ekspres, een kabelbaan naar (bijna) de top van de berg. Van deze hoogte zie je pas hoe groot Tirana is, met buitenwijken die uitlopen tot op de beboste helling, steeds dunner bezaaid, tot er enkel berg en woud overblijft, met een breed uitgesmeerde grootstad helemaal beneden. Een duizelingwekkend zicht. Genoeg activiteiten hierboven. Onthaasten is er één van. Terug in de binnenstad duik ik met Teutë in de cocktails, het is onze laatste avond. Raki cocktails in Komiteti. De knappe boekenbar Libreria in Blloku. A la santé, het beste restaurant van Tirana. Cuba libres in Hemingway, waar we dansen op Beck en Hooverphonic. De huiskat steelt de show.
In de vroege ochtend van 1 oktober moeten we afscheid nemen van het land van de tweekoppige arend. Van onovertroffen gastvrijheid, luisterrijke kasteelheuvels, raven en zwanen, belachelijke bunkers, irritante albapop, opgedroogde rivieren, misselijkmakende haarspeldbochten, burek en raki, bedelende straatkatten, vervallen staalfabrieken, kulla's en minaretten, uitgedoofde spoorlijnen, Koran en Kanun, Skanderberg en Ali Pasja, een in het verleden verankerd landje dat klaar is voor de toekomst, voor elke nieuwsgierige reiziger die het in z'n hoofd haalt het te bezoeken, voor u?

vrijdag 1 oktober 2021

Albanië, 16 september - 1 oktober 2021, deel 1

Albanië
16 september - 1 oktober 2021
 
Deel 1: Bunkers en burchten

Op 15 maart 2020 kwam er vroegtijdig een eind aan mijn reis doorheen de zuidelijke Balkan. Ohrid en Albanië bezoeken lukte niet meer. Daar stak een virus een stokje voor. Anderhalf jaar later stijgen de cijfers opnieuw, ook in Albanië. Vroeg in de ochtend nemen Teutë en ik het vliegtuig naar dit intrigerende en vrij ongerepte land, in de hoop er de volle twee weken zonder veel zorgen te kunnen vertoeven. De avondklok (23u!) nemen we er dan maar bij. Vier dagen Italië hadden mijn honger naar zon, zee en bergen eerder deze zomer al aangescherpt. Albanië heeft van alle drie meer dan genoeg.

Bestemming Tirana, de Albanese hoofdstad, ons baken van beschaving die we verschillende keren als uitvalsbasis zullen gebruiken, om het Illyrische land in alle windrichtingen te verkennen. Deze stad in aanbouw schikt zich rond het Skanderbergplein. In Prishtina viel ook al op hoe geliefd deze verzetsheld tegen de Ottomaanse bezetter is bij de Albanese bevolking. Sommige Albanezen dragen letterlijk tattoeages van zijn stoere tronie. Veel van mijn citytrips beginnen bij een ruitersstandbeeld, altijd een man, vaak de vader van de natie. Het reusachtige plein oogt modern maar ook heel groen. Heel trots is men op de fraaie 18e-eeuwse moskee met klokkentoren, het symbool van de stad. Tirana kreunt onder de bouwwoede, maar de splinternieuwe 4Evergreen-toren, van Italiaanse makelij, is meer dan geslaagd, en ondertussen dé blikvanger van dit nogal eclectische maar bijzonder geslaagde plein. We zijn al goed begonnen.

De gevreesde dictator Enver Hoxha was zo paranoïde dat hij in gans het land 175000 overkoepelde betonnen bunkers liet bouwen, want - zo was zijn grote vrees - de grootmachten konden elk moment binnenvallen. Bunk'Art 2 is nu omgevormd tot een interactief museum dat vertelt over de fascistische en communistische periodes, de hongersnood, de spionage, de folteringen, het schrikbewind van de veiligheidsdienst Sigurimi. Om heel triest van te worden. Op de oever van de Lana wordt Hoxha's afschuwelijke piramide gerenoveerd. In de hippe buurt Blloku vinden we zijn woonhuis terug. We zoeken verkoeling in de cocktails van de Radio Bar, een café met origineel interieur dat een van onze favorieten zal worden.


In de best lelijke moderne kathedraal horen we een gids zijn groep van dertig toeristen uitleg geven... in het West-Vlaams. Er vlak naast zit nog zo'n mastodont van een gebedshuis. De Namazga-moskee telt maar liefst vier minaretten en is de grootste van de Balkan. En dan is er nog de tombe van Pasja Kapplan Toptani, waar de moderne architectuur van de TID-toren op meesterlijke manier mee in dialoog gaat. Oud en nieuw gaan hand in hand in deze intrigerende stad, deze aangename metropool met talrijke parken, waar we op deze snikhete dag af en toe gretig toevlucht zoeken. En 's avonds zijn er de cafés, zoals die jazzbar vlakbij ons hotel, helemaal in het teken van Hemingway. Quel hommage! De raki brandt en we zijn al zo ongeveer veertig uur wakker.
We maken er ineens twee dagen Tirana van. Terwijl Teutë het rustigaan doet, ga ik na een lange nachtrust de stad in. Koffie en burek. In het Nationaal Historisch Museum wandel ik langs eeuwenoude getuigen van de Albanese geschiedenis: Illyrische kunst, Griekse vazen, Romeinse sculpturen en mozaïeken, Byzantijnse iconen, hellebaarden uit de tijd van Skanderberg, pistolen uit de Balkanoorlogen. Het communistische paviljoen is hartverscheurend, met ettelijke horrorverhalen van de slachtoffers van Hoxha's terreurbewind. Echter... "Niets kan de hemel doen rotten", zo schreef de Albanese dichter Visar Zhiti, tijdens zijn verblijf van tien jaar in een strafkamp. Langs weerszijden van de noordelijke boulevard bevind ik me in een erg armoedige wijk, vol bouwvallige barakken. Een locomotief herinnert voorbijgangers eraan dat hier vroeger het treinstation zat.
Ik ontmoet Teutë op het Skanderbergplein en samen trekken we naar het  grote park in het zuiden. Aan het kunstmatige meer spotten we een ijsvogel. We bezoeken het House of Leaves, het voormalige hoofdkwartier van de Sigurimi, waar we leren over de afluisterpraktijken en folteringen onder Hoxha. In de lugubere smalle gangen wordt de communistische gruwel haast tastbaar. Toch even bekomen in cocktailbar Nouvelle Vague. Hier in Blloku slaan we ineens ons kamp op voor de rest van de namiddag en avond. Genoeg uitstekende cafés en restaurants voor ons voorlopig laatste avondje in Tirana.
We verlaten de hoofdstad via havenstad Durrës, ongezellige bouwwerf aan de Adriatische Zee. Vervolgens rijdt de bus zuidwaarts, weer het binnenland in. Daar wacht Berat, de 'witte stad'. De citadel valt meteen op, bovenop een overhangende rots over de rivier Osum, die we nog van heel dichtbij zullen leren kennen. Op beide oevers vind je schilderachtige wijkjes. Van op het terras in ons hotel in Gorica hebben we een mooi uitzicht over de witte stad en de berg Tomorr. We steken de brug over naar Mangalem en bekijken enkele Ottomaanse huizen en versierde moskeeën aan de voet van de citadelrots. Een stenen steegje meandert de met wijngaarden bevruchte helling op. De klim naar een oud orthodox kerkje is moordend bij deze hitte. Het is een kleine bedevaart, ook voor de twee Griekse priesters, die kort in het kerkje komen bidden. De conciërge giet een fles water over me uit, een welkome verfrissing.
Nog een tandje bijsteken voor de klim naar het kala, de ommuurde stad, de citadel. Op de zuidelijke toren staat nog in het groot 'ENVER' geschreven. Het panorama wordt steeds spectaculairder. Het 12e-eeuwse complex oogt haast als een openluchtmuseum, met als blikvangers de stadspoorten, kasteelruïne, middeleeuwse kerkjes en een wapendepot. Straathonden zoeken verkoeling in de schaduw van de stenen huisjes. Een bord traditioneel eten zou er nu wel in gaan. Genoeg authentieke barretjes in de eeuwenoude straatjes van deze historische site.
Die Tiranese pils op een van de vele terrasjes van de Bulevardi Republika in Mangalem, hebben we wel verdiend. Honderden musjes tsjilpen alsof hun leven ervan afhangt, de kakafonie is haast niet te verdragen. Na avondval nemen de beats het over. Hier moet je zijn op zaterdagavond in Berat. En nog een laatste tip: restaurant Lili biedt een eenvoudige, traditionele keuken aan. Lili, heer des huizes, is een spring-in-'t-veld met de energie van Peter Holvoet maal tien. Zijn onafscheidelijke sidekicks zijn een zwarte kat en een witte hond. Lili onthoudt de namen van elke reservatie en kent altijd wel een paar woorden van je taal. Toen ik naar het toilet ging, lag Bianco de hond in de badkuip. Ongelooflijke plek. We stappen er met volle maag en dronken kop naar buiten, net voorbij de avondklok. Niet dat die in Albanië al te serieus wordt genomen.
We blijven langer in Berat dan gepland. Zondag gaan we op excursie naar de Osumvallei. Het busje passeert de heilige berg Tomorr en zigzagt doorheen het Berati-landschap, bekend omwille van de huisgemaakte olijfolie en raki. De gids vertelt dat iedereen in Berat wel iemand kent... In het saaie bergstadje Poliçan lieten de communisten een wapenfabriek bouwen. Deze is niet meer in gebruik, maar in Afrika worden nog steeds conflicten uitgevochten met Albanese AK-47's... We rijden verder langs het vrij monotone landschap, de Osum meandert mee in de diepte. Bij Corovodë, gelegen aan een verbluffende canyon, bezoeken we een tekke van de bektashi-orde, beginpunt van een belangrijke pelgrimstocht voor soeffisten, een tak van de islam.
Onder het onverschillige oog van een geitenkudde, bewaakt door drie herdershonden, nemen we een duik in het koude water. Zwemmen in een onwaarschijnlijk mooi decor. Het water in de afgelegen waterval die we na de lunch bezoeken, is nog kouder. Het is een klein beetje sterven. Daarna zitten we met z'n zeven op een rots te zwijgen. We laten het geklater van de waterval onze oren vullen. Een kwartier lang is het alles wat er is. Op de terugweg naar het busje kruisen we het pad van een landschildpad. We zijn terug in Berat bij valavond, net op tijd voor het mussenconcert. In een romantisch restaurant dat uitkijkt over een sfeervol verlicht Mangalem komt een kattenfamilie aan onze tafel bedelen. Het zal de rode draad worden doorheen onze Albanese diners. Een tjiktjak heeft zich in onze hotelkamer verschanst.
Ochtendgebed. Wekker. Veel te vroeg. Ontbijtpakket. De eerste zonnestralen op de citadel. Mussen in rep en roer. En het is een lange busrit - samengepakt, geen mondmaskers, onverharde wegen - naar onze volgende bestemming in Zuid-Albanië. Gjirokastër is alweer een historische stad bovenop een steile rots. Vele malen viel de stad van steen in Griekse handen, met een Ottomaans intermezzo van vijf eeuwen, en ook vandaag wonen er nog heel wat Griekse gezinnen. Gjirokastër betekent 'Zilveren Kasteel', maar kreeg ook de bijnaam 'grijze stad'. Het is de geboorteplaats van Enver Hoxha en Ismail Kadare. We volgen de vallei van de Drino, omgeven door fotogenieke bergen, en arriveren in een lelijke benedenstad. Het historisch centrum bereiken we na een zware klim met al onze bagage op de rug, en we worden er meteen verliefd op; met name op de kleurrijke straatjes van de bazaar, die allemaal samenkomen op een kruispunt dat de nek van de bazaar wordt genoemd. Heerlijk om met een koffie in een bar te gaan zitten en de bedrijvigheid bij de winkels en werkplekken te observeren.
Bij de 'witte obelisk' is het uitzicht op de kasteelheuvel, de grijze stad en de omliggende bergen magnifiek. Voor een rondwandeling door het centrum kun je maar beter je kuiten insmeren. Moeilijk begaanbare steegjes voeren van het ene imposante Ottomaanse huis naar het andere. Gjirokastër lijkt in niets op de meeste steden die ik ken... en dat maakt het stadje net zo intrigerend. De echte klim is die naar het kasteel. Ali Pasja nam het in de 19e eeuw onder handen en veranderde het drastisch, onder meer door toevoeging van de iconische klokkentoren. Het Zilveren Kasteel was een van de meest beruchte gevangenissen van de communistische dictatuur. Naast een uitgebreide verzameling zwaar geschut herinnert ook een partizanenbeeld aan de vreselijke strijd tegen het Italiaanse fascisme, een heldendaad die een nieuw monster creëerde, genaamd Enver Hoxha. Je kan blijven dwalen door de kasteelruïne en door de geschiedenis.
Op m'n eentje trek ik hoger de wijk Danuvat in, tot zelfs het kasteel, ver beneden, in m'n broekzak zou passen. Tekkes, moskeeën, bunkers, een geitenkudde, en vooral veel vuilnis her en der verspreid in de kronkelsteegjes. Hier komt de vuilniswagen niet, het is te steil. Ik kom uit bij de achterkant van het kala, en een tunnel brengt me weer naar de bazaar. Torenvalken glijden en raven zeilen hoog boven het Zilveren Kasteel terwijl de zon achter de bergen kruipt.
Alweer onderweg. Over bergen met prettig kleurenpalet. Geitenhoeders, orthodoxe kerkjes, velden vol valken. Verder zuidwaarts naar Sarandë, berg- én kuststadje aan de Ionische Zee. We zitten hier aan de Albanese Riviera. Bezienswaardig is de ruïne van een 5e-eeuwse synagoge. We worden op een volgepakte lijnbus gepropt, een afdanker van het Duitse openbaar vervoer, die ons via de kust en het Meer van Butrint naar Ksamil brengt. Voor het gezellige strand liggen enkele kleine eilanden en amper 2 km verderop het Griekse eiland Korfoe. We zouden de eerste dag van de herfst niet zomerser kunnen inzetten. Strooien parasol, ligstoel, smoothie. Zwemmen in de azuurblauwe zee.
We huren een bootje met pedalen in de vorm van een autootje en varen naar de drie eilandjes van Ksamil. Vreemd genoeg huppelen er enkele konijnen rond tussen de lege bierflesjes. Misschien waren hun Griekse of Albanese baasjes hen beu. De strandjes en bars zijn halfvol, er heerst een gezellige maar geen grote drukte. Ksamil is nog niet verpest door het massatoerisme of malafide vastgoedmagnaten. Teutë merkt op dat er toch gevoelig meer toeristen hun weg naar Zuid-Albanië hebben gevonden dan pakweg vijf jaar geleden, zelfs nu midden in een pandemie. Blur en New Order bonken door de boxen van de cocktailbar en wij weten weer wat vakantie is.
Voor we het zuiden verlaten, bezoeken we de volgende ochtend de archeologische site van Butrint, middenin een groot meer in het uiterste zuiden van Albanië. Hier stichtte Julius Caesar een kolonie, en eeuwen later werd het overgenomen door de Venetianen. Uit deze periode dateren de kastelen en wachttorens. Van de Romeinse periode getuigen nog een forum, een theater, enkele heiligdommen, stadspoorten, villa's... Er zijn ook Byzantijnse ruïnes te bezichtigen, zoals die van een vroegchristelijke basiliek. Het geheel ligt in een vredig natuurgebied, een ideale omgeving om tot rust te komen. In een Venetiaans kasteel, dat uitkijkt over de Vrinavlakte, vinden we enkele beelden van Romeinse keizers en andere voorwerpen uit die tijd. We houden van deze idyllische oase die onderaan Albanië bungelt. Het is tijd om het prachtige zuiden de rug toe te keren en, met honderden kilometers voor de boeg, koers te zetten naar de hoofdstad. Het noorden en het oosten zijn aan de beurt.