dinsdag 1 juli 2014

IJsland deel 1

Rondtrekken in IJsland 20 juni - 1 juli

Deel 1: 40 uur wakker in Reykjavik


20 juni 2014, haven Reykjavik

Na tien jaar bijna uitsluitend voor citytrips en cultuurreizen gaan, was het eens tijd voor iets anders. Ik had nood aan wat avontuur, natuur en vooral een land dat de verbeelding tart, dat een meer pure en blijvende indruk zou nalaten dan de andere landen die ik al heb bezocht. IJsland leek me daarvoor meer dan geschikt.

Tien dagen lang zal ik in een internationale groep door de wilde, ongerepte natuur van IJsland trekken, meer bepaald het zuidwesten van dit tot de verbeelding sprekende eiland, maar eerst verken ik op mijn eentje de meest noordelijke hoofdstad van de planeet: Reykjavik.

En daar zit ik nu, twee uur nadat een volle pendelbus ons na een rit langs de oceaan en door vulkanische velden, aan het station afzette. Meteen word ik verwelkomd door motregen - het is dan ook een grauwe dag - en de toren van de grijze Hallgrímskirkja, een moderne religieuze kolos. Een eerste wandeling gidst me door het centrum van Reykjavik, dat erg klein en nederig overkomt. Een meertje, Tjörnin genaamd, biedt een mooi zicht op het stadhuis en op een vogeleilandje, en aan de Fríkirkjan ligt een gezellig parkje met kleurrijk paviljoen. De meest levendige straten zijn de Austurstræti, de Aðalstræti (trouwens de oudste straat van Reykjavik) en de Hafnarstræti. Hét centrale punt is de Lækjartorg, daarnet nog relatief kalm maar straks druk bevolkt met jongeren die het weekend feestelijk inzetten. In de Austurstræti, waar je de staatsdrankwinkel vindt, probeert een straatmuzikant tevergeefs voorbijgangers Queen’s ‘We Will Rock You’ te laten meebrullen. Op het rustige Austurvöllur val ik bijna van mijn bankje van verbazing wanneer twee IJslandse twintigers me vertellen dat ik naar de historische kathedraal en het parlementsgebouw van IJsland sta te kijken. De Dómkirkjan en het Altingshúsið maken inderdaad een bijzonder nederige indruk. Op dat laatste gebouw prijkt nog steeds de Deense kroon. De IJslanders moesten dan ook tot 1944 op hun uiteindelijke complete onafhankelijkheid wachten. De twee heren ontkrachten ook enkele typische IJslandse mythes. Het is niet zo dat kraantjeswater ongezond is, integendeel. Elk gerucht daarover is in gang gezet door mensen die er alle belang bij hebben dat er veel flesjes water over de toonbank gaan. Dat IJsland zoveel beter uit de crisis is gekomen omdat ze de schuldige bankiers meteen achter slot en grendel hebben gezet, is ook een fabeltje. Het is ook geen land vrij van corruptie. Die valse cijfers komen van de overheid zélf. Oorspronkelijk vond je geen enkele boom in IJsland en nu nog is het land erg kaal. Alle bomen die je ziet, zijn door de IJslanders zelf geplant.


Ik spot iets verderop nog het oudste huis van Reykjavik en er vlak tegenover Ingólfur Arnarsons zoetwaterbron. Deze wijk, aan de Aðalstræti en de Hafnarstræti, is de centrale plek voor bars en restaurants. De houten huisjes zijn bedekt met golfplaten in felle kleuren, maar meestal rood. Noemenswaardig is nog het opmerkelijke Fálkahúsið. Ik neem de Tryggvagata, passeer het lelijke Tollhusið, met de indrukwekkende mozaïek, en beland zo op dit bankje aan de haven, waar een oceaanbriesje me stilaan is aan het verkleumen. Ik zit vlakbij een donkergroene locomotief en tuur naar de vele boten en bergen in de verte. De grijze lucht geeft het uitzicht iets mistroostigs. Tijd om enkele infoborden over de scheepvaart te bekijken en mijn stadswandeling te hervatten.


20 juni 2014, Reykjavik

We zijn heel wat uren verder, het is laat in de avond, maar nog steeds licht. En dat gaat ook zo blijven. Ik heb geen slaapplaats en als ik heel de nacht op ga willen blijven, zal het 24/24 zonlicht me daarbij helpen. Het zal heen heel vreemd effect geven, vooral ook omdat ik omwille van de vlucht nog eens twee uur gratis en voor niets erbij heb gekregen. Nu zit ik in de herberg waar ik binnen 24 uur de rest van de groep voor het eerst zal ontmoeten. Gezellige keet maar er is geen bed meer vrij voor deze 'nacht'. Op tv is de voetbalmatch voorbij en nu zit ik in het gezelschap van enkele andere reizigers, met de muziek van Of Monsters and Men op de achtergrond, dit te schrijven. Ik heb al negen uur niets gegeten en misschien moet ik daar eens verandering in brengen. Straks.

Ik heb nog heel wat afgewandeld, vooral rond het meer, met zijn vele zwanen, ganzen en eenden. Ik kuier langs de oevers, voorbij het interessante moderne stadhuis, dat een gigantisch topografisch model van IJsland herbergt. Die gletsjers! Zwermen van miljoenen muggen suizen boven de met sculpturen bevolkte paadjes. Af en toe vliegt er een Noordse stern voorbij. Langs de westkant van het Tjörnin heb ik een mooi zicht op de Hallgrímskirkja en de slanke Fríkirkjan. Ik ga tot aan het Noords Huis, aan de kleine luchthaven voor binnenlandse vluchten, en zak vervolgens weer af naar de binnenstad.
Nog steeds gepakt en gezakt (de grootste rugzak ligt ondertussen hier in de herberg, dus daar ben ik nu voor 24 uur van verlost) beklim ik de Arnahóll, een heuvel waarop het standbeeld van Ingólfur Arnarson, de eerste kolonist van IJsland, prijkt. Vervolgens beland ik in de Laugavegur, een straat naar mijn hart, boordevol bars en restaurants, maar ook clichématige toeristenshops met knuffels van Vikingen, papegaaiduikers en ijsberen. In een eivolle Lebowskibar vang ik flarden op van de match waarin Frankrijk Zwitserland met de grond gelijk maakt. Nu de wedstrijd voorbij is, zou ik er eigenlijk een White Russian moeten gaan drinken. Erg grappige bar, met heel wat foto's uit de film 'The Big Lebowski' en knipoogjes naar de kenners en fanaten.

Voor ik hierheen kwam, zakte ik nog even af naar de haven. Aan het iconische beeld Sólfar (De Zonnevaarder, een moderne weergave van een Vikingschip), zet ik me te midden van mijn rugzakken neer om van het mistige uitzicht te genieten. Het ingebakken gevoel dat binnen het uur de duisternis deze baai zal overvallen, bekruipt me, maar dat gaat dus niet gebeuren. Ik ben al moe, maar net als de dag het duister met succes zal bekampen, ga ik hetzelfde pogen te doen met de slaap. En dan nu: etenstijd!


21 juni 2014, Reykjavik

De nacht is gepasseerd. Donkerder dan een soort van licht schemergrijs is het niet geworden. Na een late maaltijd begin ik de hele stad rond te zwerven. Eerst naar de indrukwekkende Hallgrímskirkja, die ondanks het uitblijven van de duisternis iets spookachtigs heeft. Het is ook heel vreemd allemaal. Het voelt aan als nacht. En toch. Het bouwwerk is verlicht, auto's rijden met de koplampen aan, lantaarnpalen blijven dan weer gedoofd. Katten zwerven talrijk rond. Ik kom uit op een klein natuurreservaat, niet ver van het Tjörnin. Ik zet me op het bankje met het beeld van dichter Tómas Guðmundsson en schrijf zelf een gedicht, geïnspireerd door de nachtelijke taferelen aan het water. Terug in de uitgaansbuurt versmelt ik met mijn omgeving. Straatartiesten blijven muziek maken. Iedereen is luid, dronken en opvallend goed gekleed. Een jonge vrouw deelt aan voorbijgangers flesjes water uit, als bewustmakingscampagne. Nochtans kost het bier hier stukken van mensen. Voor mijn Víkingbier leg ik 900 IJslandse kronen neer in Dillons. Andrea Jónsdóttir, de oudste dj van het land, draait er vrolijk de funky en rock'n'roll plaatjes aan elkaar. Ze is zo'n zeventig jaar oud en zeer cool, en gebruikt een vergrootglas om de titels van de cd-hoesjes te kunnen lezen. Ik leer enkele IJslandse en Canadese dames kennen en het wordt nog een stevig feestje met muziek die steeds meer naar metal neigt. De laatste uren van de 'nacht' ben ik weer op mezelf aangewezen en kuier ik rond in de haven en de binnenstad. De fancy Laugavegur is zonder overdrijven in een puinhoop veranderd. Overal ligt er afval en gebroken glas. Op de Lækjartorg smult een spreeuw van een plasje braaksel. Een man houdt halte, neemt zijn sigaret uit de mond, braakt, steekt de sigaret terug en vervolgt zijn weg.
Aan de haven valt geen levende ziel te bespeuren. Het is zeven uur en alles is bijzonder rustig. Twee uur later bezoek ik het walviscentrum en vervolgens varen we uit, de baai in, op zoek naar walvissen en dolfijnen, net als ik zes jaar geleden in Boston deed. We spotten een hele hoop dwergvinvissen, steeds op een vijftigtal meter afstand. Verder merken we een uitgebreid gamma aan zeevogels op: kleine jager, Noordse stormvogel, zeekoet, papegaaiduiker, drieteenmeeuw, Jan van Gent, Noordse stern, grote mantelmeeuw enzovoort. Best indrukwekkend, maar in vergelijking met mijn ervaring in Boston is dit toch de mindere van de twee. Ook ben ik te licht gekleed, waardoor de Atlantische koude lucht vrij spel heeft op mijn lichaam, dat steeds meer in een ijspilaar verandert. Maar het is een boeiende en leerrijke ervaring, dat zeker. Zes jaar geleden is IJsland 180 graden gedraaid in hun beleid ten opzichte van de walvisvangst en, hoewel slechts één percent van de IJslanders meent regelmatig walvis te eten, is het nu perfect legaal om die brave zeezoogdieren naar de andere wereld te helpen. Alle heil moet dus van de toeristen komen, dus eet vooral nooit walvis!
Na de ijskoude boottocht wandel ik naar die witte baken die tijdens onze voormiddag op zee nooit van de horizon is verdwenen: de kathedraal Hallgrímskirkja. Erg sober wit interieur maar met massief orgel. De lift brengt me bijna helemaal naar boven en het uitzicht op al die schattige huisjes en de wijde omgeving van Reykjavik mag er zijn! En nu zit ik dus weer in de herberg waar ik vanavond de groep zal ontmoeten. Ik ben meer dan dertig uur wakker, maar na al die energiedrank en koffie voel ik me daar niet eens heel belabberd bij. En nu gaan we wat chillen en misschien een museum bezoeken.

donderdag 19 juni 2014

World Cup 2014

Favelaleed
Buitenspel
In de blinde
Lens van de
Mediastorm
Alle ogen
Op Brazilië
De duivels
Kampioen
Geen brood
Wel spelen
Een passie(f)
Om te delen

woensdag 11 juni 2014

Schaduwrijk

Spijt glijdt van het wandtapijt,
Vindt geen zandloper, geen exit,
Raakt oververhit in dit schemersalon
Waar de nacht niet welkom is
Zolang mijn geest niet afgesloten.

Turend in de spiegel boort
De reflectie zijn ijzige blik
In het oog van de camera.
De lens registreert vage schimmen
Wil ze omvatten, omsluiten,
Opsluiten in een eeuwig vlies,
In een blijvend verkeren.

Maar de dood laat zich niet vangen
En ik voel het oppervlak
Met koude vingers verder af,
Wil ontsnappen aan alles wat
Me terug in het verleden zuigt.
Mijn wijsvinger drukt door het glas,
Vloeibaar en veilig, een capitulatie
Van densiteit, van fysica,
Van al wat zeker en onbetwistbaar,
En mijn ticket naar het rijk der dromen.

De nacht slokt me op,
Met gulzige aversie,
En ik stap binnen in
De ongastvrije wereld
Van haar weg ebbende ziel.
Ik vraag kom je terug
Kom terug naar
Naar waar?
Naar lege kamers
En blanco bedden?
Naar nachten verankerd
In zengende gedachten,
In zwijgend sterven?
Naar de hel?
Moet ik terug naar de hel?
Spiegels kennen geen geheimen
Voor wie ze kan tarten,
En de rol van de dromer
Is om het lot te aanvaarden
Dat de nacht voor hem heeft weggelegd.

In deze wereld van schimmen,
Van chimères en godinnen
Ben ik meer op mijn plaats
Dan in de armen van een poëet.
Kijk over je schouder
En beschrijf wat je ziet.
Het is je kamer, verlaten en vergeten.
Dit is jouw wereld niet.
Die is aan de andere kant van de spiegel,
In het rijk der blinden en dwazen,
Nostalgisch naar een tijd waarin
De waan van de vrije keuze
Als een mistgordijn
Het fatum vertroebelde.
Maar nu is het te laat
En jij moet hier ver vandaan,
Terug naar je eenzaamheid,
Terug naar de spijt die blijft
Snijden als de vlijmscherpe tijd.

En de reflectie die dagelijks
Naar je grijnst nog voor
Je eerste kop koffie, laat
Geen splinter van twijfel heel.
Het is je toekomst noch verleden,
Maar de geest van de hypothese,
Doodgelukkig hier met mij
In het schaduwrijk der dromen,
Van fictie en leugen,
En al wat had kunnen zijn.


Net als al mijn andere gedichten staat ook deze te lezen op Azertyfactor.

dinsdag 10 juni 2014

R.I.P. Rik Mayall

Sad times... Een van Engelands meest begaafde en meest hilarische acteurs en komieken is gisteren in Londen overleden. Rik Mayall schitterde in bijzonder grappige series als The Young Ones, Bottom, Filthy, Rich & Catflap, The New Statesman, Believe Nothing en natuurlijk Blackadder.
Adrian Edmondson zal zijn young Sonny Jim old fella-me-lad matey-skip me old pal from the briny missen. Wie moet hij nu een welgemikte trap in de radijzen verkopen? Ook de Blackadder cast treurt bij het heengaan van de excentrieke Lord Flashheart, bij wie het lange wachten in de loopgraven altijd een feest was. En wat zijn de drie nozems uit The Young Ones zonder hun politiek correcte etter Rick?

In the name of Greek buggery, we'll miss you, you bloody bastard!
Night night, Rik, sleep tight, hope the bed bugs do not bite.
If they do, do a poo, put it in the Cornish stew.
Into the ambulance, dream dream dream, fish trousers elephant in Peking.
Saw a busy bee, tiddle diddle dee, daddy's an accountant just like me.

zondag 8 juni 2014

Slotakkoord

Dit is het 'zustergedicht' van het vier maanden oudere Samenspel, allebei geschreven in de Gentse jazzbar Club Reserva, daar moet iets in de lucht hangen. De vele instrumenten die het interieur decoreren, geven beide gedichten in elk geval een muzikale noot.

In oktober 2014 breng ik beide gedichten op de Gentse Sprekende Ezels in de legendarische Hotsy-Totsy, en dat kan je hier bekijken.

Wij defecte harten
Snakken naar wat ons nog bindt,
Maar geen schop krijgt de motor in gang.
Wij uithangborden zijn zelfs dat niet meer
Na verkwisting van hoopvolle dwang.
Nu de vlam gedoofd en het hoogtij bezweken,
Rest ons niets dan een vurig vaarwel.
Consumptie van lust als fantoompijn van toortsen,
De zwaan en haar talmende zang.

zaterdag 24 mei 2014

Onder de sterrenstilte

Onder de sterrenstilte
Vallen wij in elkaar,
Deint onze wereld
Ongedwongen verder uit.
Het bos rondom ons verstomt
En de dieren, die weten.

Wanneer de dag zijn intrede
Opdringt aan de spinsels van de nacht,
Heeft het veld zich weer ontvouwd,
Zijn we bijna ontrafeld.

woensdag 14 mei 2014

Live poetry: in beeld


Feest Van Den Boom
Powezie Den Boom In?
Ballonnenvrees
Gedempte Tongen
Dichtersweide Doel
Felisson Festival
De Fietseling
Café RoodWit











Foto's:
Sara Van Dyck
Tazou De Kat
Meduus
11*k*
Sam Dams
Peter JM Braet

zaterdag 10 mei 2014

Ballonnenvrees - eerste seizoen zit erop!

We trekken er tijdelijk de stekker uit bij Ballonnenvrees, maar spoedig - na de zomer, that is - zijn we er terug, met meer, méér, MEER poëzie en ander vertier!

Bedankt aan 't Werkhuys, De Kleine Hedonist, Bar Nadar en Ami voor al deze fijne avonden en namiddagen, dank ook aan Anke Verret om keer op keer voor zeer tot de verbeelding sprekende afficheontwerpen te zorgen. Dank u, publiek, om steeds de zalen te vullen met uw ongebreidelde aandacht.

Tien edities, tien geslaagde avonden, en vooral heel veel talent. Een grote dank aan:

vitalski en de living tornado's   peter holvoet-hanssen
aafke bruining   julie cafmeyer   von solo   droge piet
daan hafkamp   burning EGO   lize spit   tom du four
charlotte van den broeck   mon   nabil khazzaka
dorien de vylder   derrel niemeijer   kees van meel
akim aj willems   sara eelen   jef louisa versmissen
gust peeters   jonathan van limbergen   julie beirens
cyrelle mertens   tom driesen   het bochelprincipe
wim paeshuyse   moya de feyter   hanan smaisim
drink my puke   rotterdamse keet   geert briers
runa svetlikova   herman de greve   marco van dyck
vincent van meerbeeck   tryggve bauweraerts   hinda
antistresspoweet   ann kenis   joran jambé   daan taks
sven de swerts   derrel niemeijer   johanna pas
esther porcelijn   martinus wolf   idris sevenans
liesbeth aerts   yannick moyson   bert lézy   gilles torfs
stefan heulot   nancy meelens   nicole wielandts
arnold quartjeneger   letterfretter mike   joris pinseel
tess van deynse   evy van eynde   dorien vanlerberghe
meer van peer   rick baggermans   caroline smet
tineke van onckelen   leen de graeve   luk paard
second son sam   alain huber   frederik laurens
tsjêbbe van damme   olivier haemhouts

Ballonnenvrees 9 mei 2014

De tiende editie en tevens 'seizoensafsluiter' van Ballonnenvrees vond voor het eerst plaats op een nieuwe locatie, het gezellige Café Ami. De artiesten op de affiche waren weer niet van de minste, en een bijzonder fijne avond kondigde zich al wekenlang aan.
We openden met een streepje muziek van gitaarmeisje Cyrelle Mertens en haar bloedmooie songs. Vervolgens dreunde poëzietuindichter en bootsman Marco Van Dyck zijn gedichten door de micro, kwestie van het publiek uit die gelukzalige roes te halen met oerdegelijke poëzie, met onder meer een ode aan Ringland.
All-round troubadour, stadspeter en poëziekaper Peter Holvoet-Hanssen nam ons vervolgens mee op een dichterlijke tijdreis. Zo bracht hij die dekselse schelm François Villon weer tot leven in diens 'Ballade des pendus', naar het Bargoens vertaald door Don Fabulist. Ook Kapitein Slim en de meeuwen van Cornwall moesten eraan geloven, evenals Molly Malone. De man kwam net terug van een ontdekkingsreis naar Miavoye-Anthée in het teken van Paul Van Ostaijen. Het was puur genieten van zijn volkse ongezongen liederen, al dan niet begeleid door de deuntjes van zijn muziekbol. Er waren zelfs enkele meezingmomenten, zowaar! Brussels dichteres en prijswinnares Lize Spit sloot het eerste deel af met knap geschreven en gebrachte gedichten, Powesie met de grote P, dat is zeker!
Cyrelle opende ook het tweede deel met haar tegelijk kwetsbare en ijzersterke liedjes en daarna kwam Frederik Laurens helemaal uit Gent onder meer de Griekse mythologie bedichten. Een knaller van een opener voor het iets meer beschonken gedeelte van de avond! Ook stand-up comedy moet er zijn, en daarvoor hadden we niemand minder dan Tom Du Four in de rangen. Zijn hilarische show eindigde wat in mineur toen een duidelijk iets te diep in het glas gekeken dame meende dat ze beter op de lachspieren van het Amicale publiek kon werken dan de comedian zelve. Dat bleek - uiteraard - niet het geval en in zo'n geval kunnen zelfverklaarde komieken misschien beter ook gewoon zwijgen en de artiest op het podium zijn ding laten doen, wiens eigen show Café Ami tien minuten lang in een humoristische houdgreep hield.
Nog wat meer poëzie met gastheer Gert Vanlerberghe en enkele van zijn nieuwe, oudere en zeer oude gedichten. Voor 'Pianomeisje' werd hij à l'improviste begeleid door Loes Piron... op de piano, juist ja! Tsjêbbe Van Damme bracht vervolgens een kort stukje over transgenders en goochelde enkele straffe trucs uit zijn mouw. De avond kon niet mooier afgesloten worden dan met de aangrijpende poëzie van Turnhouts dichteres Sara Eelen. Eventjes werd het héél stil in Ami.
En voor wie dacht dat de avond helemaal voorbij was - not so! Burning EGO bracht in het laat nog een verrassingsconcertje, te beginnen met een tweede keer Gerts gedicht 'Mirage', deze keer dus in samenwerking met Jelle Vanacker en na al heel wat meer wijntjes dan toen hij het a capella ten berde bracht. Ook Jelles hitjes 'Lasagne' gingen er smakelijk in en toen we nog veel later Café Ami sloten, werd het uitkijken naar nieuwe oorden van verderf.

Ballonnenvrees zit er eventjes op, maar in het najaar zijn we er terug, scherper en sterker dan ooit! Tot dan!

Foto's: Gust Peeters en Els Crauwels

donderdag 1 mei 2014

Snoepboom

Ook dit jaar ging de maand mei van start met het enige echte Feest Van Den Boom in 't Werkhuys. Vorig jaar mocht actrice en Ballonnenvrees-veterane Aafke Bruining de boom inwijden op het zonovergoten Borgerhoutse terras, waarna het funky Société Anonyme een schitterende show gaf. Dit jaar valt mij die enorme eer, vlak na de negende editie van Ballonnenvrees, enkele minuten eerder in het café. Ik heb hiervoor ook twee topdichters uitgenodigd, Moya De Feyer en Gust Peeters. Ook zij hebben een poëem geschreven in het thema 'snoepboom'. Hieronder alvast mijn eigen snoepgedicht:

Ik droom van een boom
Waar de bladeren zuurtjes,
De takken zoethout
En de schors marsepein.
Geen pollen maar suiker
Als poeder verstrooid
Door de suikerspin
Die in plaats van de kruin.

Geef hem geen water,
Hij drinkt limonade,
En groeit en hij bloeit
Als bemest met kandij.
De vruchten die je in
De zomer kan rapen,
Zijn talrijk in vorm
En in kleur en in smaak.

Maar eet niet te veel
Want anders dan kastanjes
Stuurt snoepgoed je sneller
Naar de tandarts
Dan je auw! kan zeggen,
Je mond vol met gaten.
Bezuinig op 't rapen
Van wat de grond biedt.

Ik droom van een boom
Waar de bladeren zuurtjes,
De takken zoethout
En de schors marsepein,
De stronk cuberdon
En met beertjes bezaaid,
Alsook lolly's als zwammen,
Niet giftig maar zoet.

De hars smaakt naar honing.
Je krijgt een beloning
Na al dat gesmikkel-
Gesmakkel in 't bos:
Een tandartsbezoek,
Een dozijn nieuwe tanden.
Dus laat deze snoepbaobab
Maar met rust!


Line-up Ballonnenvrees 9:

Burning EGO aka Jelle Vanacker
Gert Vanlerberghe
Julie Beirens
Olivier Haemhouts
Moya De Feyter
Gust Peeters


Foto's: Gust Peeters