zaterdag 9 november 2013

Kloot

Zijn gebalde vuisten
slaan de boeren in de Rupel,
redden de koning eruit,
smelten als boter
bij de knieval van
mijn koningin.

De Joker dirigeert
het Terhaagse kaartenspel,
past ze allen in zijn hand
en hij zet ze ernaar,
bluft tussen pot en pint,
haalt zijn slag thuis, wint.
En ik nog uit te maken
of ik één ben dan wel elf,
te lang gewacht, niet nagedacht,
veracht de lach die herrie bracht.
Ik zag hoe bluf de waarheid was,
in Dominee een Janos zat.

Jokers breken ruiten,
schoppen boeren,
en in 't klaver
steelt hij harten,
niet de zijne, en
hij leeft niet als zijn vuist zal
moeten slapen, moeten zwijgen,
een geen neus of kaak kan kussen.
Toch zal ik zijn spervuur blussen.
Jokers zijn geen deel van 't spel,
zij het wippen, hartenjagen.
Voor een nar schudt hij ze fel.
Is de duivel in Terhagen

gevaren?

(naar Piet Van Aken)

maandag 4 november 2013

Schrijven, Dansen, Drinken

ze schrijft en ze drinkt.

Piano streelt haar zwarte haren
En ze schrijft en ze peinst
Maakt natte kringen
In gekloofd hout
En is dat een traan
Die in haar bierglas duikt?

***

In de zwakke schijn
Van de bloemenlamp
In het bijna duister
Drinken wij, kussen wij
Hebben we alle moed verloren
Zijn we slechts nog meubilair

***

Donkerrood zinkt weg
Maakt schaduwen in het hout
Ze krijgt een nieuwe
En verspilt geen druppel
Van haar herwonnen hoop
Haar troostend glas wijn

***

Wanneer de jazz zachtjes uitsterft
En de barvrouw slechts nog gaapt
Neemt de demon de boel over
Zo belanden we op straat
Heel wat centen lichter
Maar de duvels des te feller

***

Ze geraakt niet tot de toog
Zal ik er een gaan halen
Rood of wit? Blond of bruin?
Nee, whisky, puur, en snel wat
Ze heeft genoeg op, zegt de barman
Ach, er kan altijd nog wat bij

***

Laat de drank mijn muze zijn
Alcohol, wat kan jij inspireren
Maar ze schrijft al lang niet meer
Staart slechts nog om zich heen
Ziet jazznoten neerstorten
Parels voor de dorstige varkens

***

Een dronken man eist haar aandacht op
Streelt haar schrijvershanden
Werpt haar kushandjes toe
Vanavond is ze van hem
Of toch in zijn bezopen wereld
Waar zij slaapt dat weet niemand

***

Gaat ze nog om pita
Of direct naar huis
Zoveel cava kan niemand op
Laat staan betalen
De Oude Koornmarkt haalt ze niet
De duivel haalt haar in aan de waterput


ze drinkt en ze danst.

Dans deze zwarte dans met mij.
Ik tracht te hinken in de maat,
Een sukkeldansje zij aan zij
Ben ik nog toe in staat.
Wat wild gewieg op duist're beats,
Een wals op Wire, waarom niet,
Waarom niet Wilco, Ween of zelfs
Wolfmother. Het verbaast me niets
Dat jij sneller je pintjes giet
Dan dat je beentjes swingen.
Muziek maakt niets meer uit,
Het bier gonst veel te luid,
En ik heb alle zin in al
Wat jij niet bent, verloren.

***

Sommige dansen dans je best nuchter
En ik schraap haar voor de derde maal
Van de kleverige dansvloer
Recht naar huis of nog een dans?
Ben je mal, zegt ze, 'k bent zat
Geef liever nog een pint

***

De beat is te snel
Haar benen week en lam
Het dansen heeft ze opgegeven
Het drinken echter niet
Geen fut meer, geen ritme
De wijn ploegt alles om

***

Het is dansen of drinken
Je moet kiezen in het leven
Dan belandt de wijn in haar keel
En niet steeds op haar witte kleedje
Maar luisteren was er niet bij
Wel ware de wijn beter wit geweest

***

Ze danste al met elke vent
Kreeg van ieder wat te drinken
Wijn, dan cava, ouzo en whisky
Ook hoeveelheid in stijgende lijn
Maar zij hoeven niet mee naar huis
Zij zijn veilig voor wat er weer uitkomt

***

Nu Rihanna haar klep houdt
Kunnen we de straat op
Dat had ik toch gehoopt
Moet de DJ nodig Gangnam Style
Door de boxen laten dreunen
Ze wil dansen, maar eerst bier

***

Met heel de Ultratop in de benen
Gans de wijnkaart in de maag
Haar nummer al te vaak gegeven
Staat ze eindelijk op straat
Huiswaarts keren is geen optie
Er is ergens wel nog een bar open

***

Met rode lipstick markeert ze
De gewillige voorhoofden van 
Haar gretige danspartners
Maar wie haar geen cava kocht
Krijgt een groot rood kruis
Een brandmerk van schaamte


ze danst en ze schrijft.

Als een schaatser in het ijle
Schrijft ze woorden op de vloer,
Danst ze zinnen diep vanbinnen,
Jongleert ze harten uit de deur.
Zoek geen boodschap in haar passen,
Geen signifié bij het ontbijt.
Dans en hoop dat ze van jou blijft,
Of je bent haar al lang kwijt.

zaterdag 2 november 2013

Luxembourg Blues

Het was duidelijk. Ik moest er even tussenuit. Een compleet andere omgeving waar ik beter kon schrijven. Ergens waar de natuur ontwapent, inspireert, met verstomming slaat. Ver weg van huis en toch vertrouwd.

Het is Luxemburg geworden. Een land waarvan ik m'n bezoekjes aan de hoofdstad bijna niet meer op twee handen kan tellen. Ik kom er zo goed als elk jaar. Maar ik wou meer van dit verbluffende bijna onbekende landje zien.

Op 1 november trok ik naar Luxembourg en schreef er de drie eerste gedichten, geïnspireerd door Allerheiligen - en de Dood, groot en klein. Na een nacht het Luxemburgse bier rijkelijk te laten vloeien in deze betoverende middeleeuwse stad nam ik de bus naar het oosten, naar de Luxemburgse Ardennen, meer bepaald naar de streek die Petite Suisse wordt genoemd. Vlakbij abdijstad Echternach, aan de Duitse grens, trok ik me terug aan een meertje, niet ver van de ruïnes van een Romeinse villa. Hier schreef ik het vierde gedicht. Een tweede bus bracht me naar het kasteel van Beaufort aan de rand van een schilderachtig bos, hoog op een plateau dat uitkijkt op de Sûre (Sauer in het Duits), een woud bevolkt door zandstenen reuzen, te midden van een tableau van Seurac, het bos ontbonden tot het kleinste bestanddeel.


De derde dag nam ik in de voormiddag de trein terug naar Antwerpen. In het stationsbuffet in Luxembourg dronk ik m'n cappuccino en kreeg ik heel veel zin om een songtekst te schrijven. Die mocht zelfs een beetje melig en stereotiep zijn, dat maakte niets uit. Het is de vijfde tekst hieronder.

MISSEBED

 Zwammen vreten stenen harten.
Vandaag schijnt de zon even niet.
Tussen mos en duizendpoten
Kruipt het gemis de buik slepend
Over de godvergeten grond.

In dit oerwoud van gebroken banden
Baart niemand nog beelden
Van een toekomst in het licht.
Pissebedden op missebedden,
Wormen vol van wat we niet meer hebben,
Slakken naakt en dakloos,
Schimmels, larven, teken
Van een leven
Na de dood.


VUURWERK ZONDER VREUGDE

 Treinen steeds vertraging
Als niet afgeschaft
Wolken onherkenbaar
Boeken zonder kaft
Straten vuil en onbevolkt
Vogels zonder lied
Atleten vol gebreken
Met krakende gewrichten
Priesters vergeten het gebed
Dichters hun gedichten
Geen water meer in de fontein
Als vuurwerk zonder vreugde
Wijn smaakt naar het grauwste grijs
Smaak is slechts een leugen
Dansen nooit zo nutteloos
In schoonheid niets te eren
Muziek klinkt dof en aangebrand
Uit boeken niets te leren
Wereld van beton en gruis
Een kind geen glimlach meer
Al het goede weg gevaagd
Want jij er nu niet meer


RENCONTRE A LUXEMBOURG

Sous les murs de la ville pâle,
La dent creuse et les casemates,
Dans un lit assez instable,
Réunissent, sans repas,
Alsacien et Allemande,
Loin de Colmar et Berlin.
Sensualité gourmande,
Un amour comme du vin.
Mouillés, trempés d'une tempête,
Ils se chauffent, corps à corps.
En ne perdant que leurs têtes,
Ils se noient, la petite mort.


ECHTERNACH

Als een grote groene draak
Met herfstkleuren geschubd
En uit zandsteen opgetrokken
Ligt de heuvelrug langs het
Meer te ronken nauwelijks
Wakend over de tand des tijds
Op de oever zwijgen zwanen
Gillen ganzen reiken dertien
Witte zuilen als klauwen in
Het ijle de ongrijpbare
Wolken een illusie rijker
En ik er een minder in m'n
Stekje aan het meer doe ik
Mijn antieke verleden in het
Oranje stof bijten mijmer ik
Met Romeinen over vluchtige
Tijden nu alweer verdwenen
Een geschiedenis tot gruis
Gedwongen en mijn oog reikt
Nog verder tot de torens aan
De Sûre dat koperen lint in het
Roodbruine Ardeense woud
Waar abdijen waar kastelen
Waar bossen pointillistisch en
Schattig als op een schilderij
Want zo hoort dat in november
Echter na gruis vreten volgt
Onherroepelijk het schrijven en
Terwijl de zwaan het meer met
Witte vleugels slaat kruipt mijn
Pen over het vel papier met het
Gruis zwaar op de maag en
Het hart in het 
Water



COME WITH ME

Your coffee's getting cold
Will you eat that sandwich
Or just watch it grow old
How many years have you been
Sitting at that table
Indecisive and confused
With nothing else to do
Than wait for the evening blues
So you could go home
Another day spent at the pub

It's getting on my nerves
You're paralysed
But there are other things in life
Than to keep living in the past
Did he leave you
Sleep with your best friend
Will you accept a drink
After I asked you your name
'Cause what would be insane
Is you leaving the bar without me

Come with me
Dry your eyes and come with me
'Cause there's nothing here to see
Come with me

Come with me
Dry your eyes and come with me
'Cause there's nothing on TV
Come with me

You see, it's easy
If you were to choose between
Mourning behind your big screen
Watching some crappy chick flick
Or laughing your ass off with me
And I can be very funny
The choice is easily made
Now get your coat, it's getting late
Finish your cigarette, I'll wait
Fun is just around the corner

Come with me
Dry your eyes and come with me
'Cause there's nothing here to see
Come with me

Come with me
Dry your eyes and come with me
'Cause there's nothing on TV
Come with me

donderdag 31 oktober 2013

Ballonnenvrees 30 oktober 2013

30 oktober. Bijna Halloween. En dat soort zaken. Maar eerst was het tijd voor de vierde en laatste Ballonnenvrees van het jaar! Deze speciale editie toch wel ging voor het eerst buiten 't Werkhuys door, namelijk in het wellustige café De Kleine Hedonist.

Het werd een lange avond. Iedereen speelde net iets of veel langer dan wat van hem of haar verwacht werd, maar aangezien de kwaliteit optimaal was, had ik daar geen erg in. We hadden heel wat poëzie van uit alle windstreken, we hadden proza, we hadden slam, we hadden comedy. We hadden zelfs de avant-première van een kortfilm!
Gert Vanlerberghe, uw nederige blogschrijver, presenteerde de boel weer en opende met zijn gedicht 'Gitaarmeisje'. Daarna werd Esther Porcelijn, ex-stadsdichteres van Tilburg, aangekondigd. Deze creatieve ziel houdt erg veel van Antwerpen en dat horen we zeer graag uit de mond van een Nederlandse. Ze bracht enkele straffe poëmen en een hartverscheurend kortverhaal door de ogen van een hondje. Letterfretter Mike, een van de organisatoren van Poëzie Voor het Volk, was next. Deze Gentse MC heeft al twee albums integraal in het Gents gerapt en ook zijn slams kunnen heerlijk smaken, zo bleek vanavond.
Next in line in dit donkere hol der dichterlijke geneugten was Jef Louisa Versmissen, zanger van de band JazzMachine, uit Vorselaar. Zijn gedichten waren in het Engels en in het Nederlands en door middel van een loop system kregen die nog een extra dimensie. Straffe performance van deze goedlachse Kempenaar en ancien in het vak! Daarna was het de beurt aan Tryggve Bauweraerts, presentator van You On Stage, die voor de tweede keer op Ballonnenvrees stond en momenteel aan een straffe monoloog sleutelt. "Mijn koninkrijk voor een keu!", zo riep hij toen hij de biljartkop van een dikke man aanschouwde in de fictieve wereld waar hij het publiek van De Kleine Hedonist tien minuten lang binnenloodste. Zeer botte en grove monoloog die z'n effect niet miste wanneer het publiek het op een lachen zette.
Vlak voor de eerste pauze las Gert voor het laatst voor uit zijn roman Als een Ballon. Om alles wat aan te passen aan de sfeer en het thema van de avond werd het een sadistische passage die gelukkig dubbel fictief is, want ingebeeld door de bevallige maar venijnige Laura. Dan volgde de lang verwachte avant-première van Dood Aan De Powezie!, Von Solo's eerste kortfilm en, het moet gezegd, een meesterwerkje! Enkele van de acteurs, Von Solo zelf, Sven de Swerts, Derrel Niemeijer en Gert Vanlerberghe, waren in de zaal aanwezig en genoten, samen met de rest van het publiek, met volle teugen van deze poëziethriller!
Arnold QuartjeNeger opende het derde deel met een kwartier lange comedy show van formaat. De sfeer zat er goed in en onze kaakspieren stonden niet stil. Hilarische man! We bleven lachen met Bornems stadsdichter Akim A.J. Willems, die enkele Vuil Sonnetten en De Wet Van Godwin-gedichten op ons afvuurde. Zoveel politiek incorrecte poëzie, dat kon een van de arme toeschouwers niet aan en hij verdween de straat op met de woorden, "Hier kan ik niet meer mee lachen." Tja. Hij was de enige. Akim sloot af met een sterk geschreven klankgedicht waarin enkel de klank 'a' werd gebruikt. Het deed me erg denken aan de i- en o-gedichten van Vitalski. Straf spul.
Vervolgens stak Von Solo van wal met enkele niet bepaald politiek correcte gedichten, gevolgd door zijn mede-neobeatnik Derrel Niemeijer en diens vriendin Nancy Meelens, die voor de vierde keer optrad en naast mooie gedichten ook haar hernia met het publiek deelde. Ongezien! Stefan Heulot, een van de Drie Musketiers van Woordwasdraad was de kers op de dichterlijke taart en sloot af met enkele van zijn knappe gedichten.
De sfeer zat zeer goed en zo konden we nog enkele uren verder gaan, maar al gauw kregen andere gewaardeerde bezigheden voorrang en namen de gasten een frisse duik in de liters bier die nog op ons te wachten stonden. 

Topavond dus, veel volk, straffe artiesten, enkele ballonnen, veel drank. We gaan even de stekker uittrekken voor enkele maanden maar op 19 februari zijn we er weer met alweer een bijzonder straffe affiche. Tot dan, in 't Werkhuys!

Eerste vijf foto's: Pierre Moeremans
Laatste foto: Anneke Morrens

zaterdag 26 oktober 2013

Terrasjesweer: Je kan het me ook gewoon vragen

Je kan het me ook gewoon vragen
Of je rook in m'n gezicht mag blazen
Om je vulgaire achterklap
Kracht bij te zetten
Aan dat krakkemikkige tafeltje,
Bezaaid met as en verschaald bier.

Ik eet graag zonder walmen,
Ik eet liefst buiten in de zon,
En als je nog eens mijn eetlust
Naar de andere wereld wil helpen,
Vraag het dan:

"Mag ik mijn sigarettenrook
In jouw neusgaten blazen,
Terwijl jij tevergeefs
Tracht te genieten van je pasta
In de zwaveldamp van mijn
Egoïstisch recht in een vrij land
Om nicotine te lurken,
Als vitriool voor de longen
Van iedereen in mijn omgeving,
En als een draak stoom af te laten
Zodat iedereen het kan ruiken
En met gevorkte tong verwensingen
Aan het adres van een hartsvriendin,
Die het, afwezig, niet kan horen,
In het rond te zwaaien
Opdat jouw terraservaring
Mogelijk aan kwaliteit inboet
Ten koste van wat ik me permitteer,
Meneer,
Mag dat?"

vrijdag 25 oktober 2013

Like a Balloon

As I was asked to translate part of my novel Als een Ballon into English, I tried some autotranslation on the following passage. Hope you'll enjoy it:

The girl follows me into my apartment. Yves and Michael have gone to Harlem and Niels doesn't live here anymore anyway. I don't know where all the others have gone. The only thing I know is that Allen was going to show Mark and Marie a couple of things, and in all likeliness Laura is already asleep in the room next door. She didn't join them drinking. In any case the evening would have turned out completely different. I stagger up the stairs, stumble and fall every few seconds. The stairs are dancing before my eyes and a thick yellow fog spreads over the hallway. Two minutes later I manage to penetrate the keyhole. I search for the switch. Lights on. Blinding. My hands shield my eyes. The girl still hasn't spoken a single word when she throws herself on the sofa. The room is a cloth that is softly caressed by the wind. God, she's pretty. There seems to be no end to her suntanned legs, although I really plan to discover that end before I pass out on the floor.

In an attempt to approach her, I trip over the small table, still crammed with Michael's stuff. With a grimace of pain I try to get up. Not a big success. In an angry fit I beat the ashes off my clothes. Why doesn't Michael ever clean out his ashtray? Honey, you're too fucking drunk. She's got a point there. She giggles, although she also appears to be slightly worried. As if that bitch isn't completely pissed herself. C'mere. I like this sofa. I'm starvin'. But first things first. Do you like butterflies? And not only pissed, I have the impression. I grab the edge of the sofa, try to pull myself up, then fall back on the floor. A height of maybe ten centimeters, but to me it seems like meters and meters and meters. I scream. Retch. And yes. As I'm lying on my back, I throw up all over my chest. More laughs from the girl, who now takes off her blouse, and despite the fog and the dancing furniture and anything else that threatens to ruin the evening, I behold the two most perfect breasts you can ever imagine. Slowly she moves her left hand to her skirt and gradually lifts up the lower part of the already tiny skirt.

The world is spinning. The walls are singing. The room is buzzing. My knees hurt. My beard is smeared with the former contents of my stomach and the mere taste makes me want to vomit again. Still I don't avert my eyes and keep focussed. Fascinated. And happy. So very happy. My moronic smile causes another morsel to crumble from my lower lip. My smile turns into a grin. As if I don't realise why she's doing this. Once the veil is taken off, I finally behold the sublime truth. After all these trials Isis is finally showing her true face. And it is perfect. Absolutely exquisite. This is happiness. This is truly being happy. Why on earth had I been waiting so long for Laura? I should have done this much earlier. What more does Laura have to offer me than this?

Nothing, I'd say. This is it. This is happiness. Only this. Because this is where it ends. There won't be anything more than this second of happiness. Not because I'm shy, or lazy, but because I'm smeared with the remnants of my noodles 'n' beer. The puke paralyses me. I can only stare, behold, venerate, with my mouth wide open, completely in trance. And the entire show doesn't last minutes, but hours, days, weeks, years. An eternity of lying on my back, praying before all that splendour. When she also takes off her bra and her full breasts dawn in the eye blinding gloom, as two perfect water lilies in a pond full of life, with newts, beetles, ducks, a heron, some carps, and some of those water striders - was it only beer and whisky tonight? - when her breasts get rid of their two lids and I try to untangle from a psychedelic web of absurd metaphors, I suddenly feel like the chosen one. I am the one who gets to see this! Me! I'm getting so absorbed in my ecstatic experience that I nearly succumb out of sheer felicity. It is her voice that abruptly stops all of this. You're so pathetic. You silly drunk. See what you're missing. You're gonna be sorry forever, man. You'll never touch another glass because you'll be afraid you'll miss such an opportunity again. She's not angry. She just starts laughing out loud. Then she gets dressed and a minute later she's gone. That hurts. When her bra covered up her breasts again and the skirt fell down again, the magic was gone. Now I'm not the chosen one anymore but just a dead drunk pillock in a puddle of puke. Now it feels like she has put a spell on me.

[...]

I keep lying on the floor for another ten minutes, buried alive under a pile of Chinese food that looks nearly as tasty as when it hadn't commuted up and down my esophagus yet. Then I gather all my courage and drag myself to the bathroom, where I plan to take a shower. Oh, the agony before I'm finally clean again! First I turn on the cold water tap. Too cold! Way too cold!!!!!!! I scream, falter and get hold of the hot tap when all of a sudden gravity betrays me. Boiling water now tortures my filthy body. The burning water scares me to death while I cry my guts out, let go of the tap, realise just in time that I don't have anything to hold on to anymore, reach out to the showerhead above me with both hands, manage to grasp it just in time and plunge into the abyss taking with me showerhead, shower holder, pieces of tile and what more. I keep lying there. Besotted. But not for long, as the boiling water is shaking all over the place, attacking me at my most vulnerable body parts. Luckily I manage to pull myself up on the curtain, but when that yields as well, I end up on the bathroom floor with a loud bang, safe from the evil heat ray, which is still raving like a madman.

Eventually I manage to dry myself and reach my bedroom, and just when I want to go to sleep, I see Laura standing in the doorway of her bedroom. The primal screams coming from the bathroom must have woken her up. We both sit down on the sofa and talk for a while. One of those conversations you never ever forget. Broaching the most divergent subjects. About Niels and how he has cheated on her and about where he and Kathy would be now and whether he'd also cheat on her and so on. But we also talk about each other. And then it happens. Without any apparent reason. All of a sudden. That one spark.

And it was incredible. Indescribable.

zondag 20 oktober 2013

Monthly singles chart

This month Arcade Fire's 'Reflektor' ranks at #1.
  1. Arcade Fire - Reflektor
  2. Darkside - Golden Arrow
  3. Motek - Ambitions, Friends, Routines, Worries and Inherited Craziness
  4. Fuck Buttons - Brainfreeze
  5. Fuck Buttons - The Red Wing
  6. 65DaysOfStatic - Prisms
  7. Pearl Jam - Sirens
  8. Yuck - Middle Sea
  9. Savages - Shut Up
  10. Franz Ferdinand - Evil Eye
  11. Motorama - Young River
  12. Porcelain Raft - Think Of the Ocean
  13. Pet Shop Boys feat Example - Thursday
  14. Mintzkov - Word Of Mouth
  15. The Dead Color - Cyanide
  16. Tubelight - Coming After You
  17. Two Door Cinema Club - Changing Of the Seasons
  18. Nine Inch Nails - Copy Of a
  19. Girls In Hawaii - Not Dead
  20. Woodkid - The Golden Age
  21. These New Puritans - Organ Eternal
  22. Mùm - Toothwheels
  23. Savages - She Will
  24. S O H N - Lessons
  25. Mumford and Sons - Hopeless Wanderer
  26. James Blake - Life Round Here
  27. Jenny Hval - Innocence Is Kinky
  28. Condor Gruppe - Diggin' For Gold
  29. Deerhunter - Back To the Middle
  30. Suuns - Sunspot

Nachtschade

Tot we opbranden in de stervende nacht
Zullen kwade geesten blijven dansen
In ons aangedikte bloed,
Bedolven onder lava uit ontkurkte vulkanen.
Jij belooft me, ik geloof je
En proef je paars gewassen lippen
Waar de waarborg van een toekomst
Zich in de kerker van mijn keelgat stort.
Een laatste stuiptrekking
Van de nacht spuwt ons uit
En we tuimelen tussen hemel en aarde,
We kussen, we strelen.
Ik wacht op bevelen
En op orders die nooit komen.
Met de zomer ben ook jij verdwenen
En ik mis je verwijten
Waarvan de kruimels blijven dwarsliggen
Op de barricades van mijn beddengoed,
Waar elke nieuwe poging op stuk loopt
En een toekomst ooit binnen bereik
Nu ontbonden en verzwolgen.

woensdag 16 oktober 2013

Two days of Coe

Jonathan Coe - 's werelds beste schrijver als je het mij vraagt en tevens een hertog van Redonda - is in het land en dat zullen we hebben geweten. Twee avonden lang organiseert Passa Porta een evenement dat rond een van zijn romans draait, op 15 oktober is er de boekbespreking van de klassieker The Rotters' Club en de dag nadien presenteert hij zijn nagelnieuwe roman Expo 58 in het Atomium.

The Rotters' Club is het eerste deel van Jonathan Coe's tweeluik over de familie en vriendenkring van ene Benjamin Trotter. Op 15 oktober komen Jonathan Coe, vijftien lezers en Steven Van Ammel samen in de boekenwinkel van Passa Porta om de roman te bespreken. Coe begint met het voorlezen van de eerste passage uit het eerste hoofdstuk, een huiselijk tafereel in de jaren zeventig waarin de familie Trotter knus bij elkaar in de woonkamer zit, elk met zijn of haar eigen bezigheden. Zo is Lois Trotter druk op zoek naar een vent en rollen haar ogen over de best hilarische zoekertjes. Het is zo dat ze uiteindelijk haar Hairy Guy leert kennen. Coe had dit fragment zelf al tien jaar niet meer gelezen!

Hij begon aan het verhaal in 1997 en in de lente van 2000, ongeveer rond de periode waarin deel 2 The Closed Circle zich afspeelt, was het boek af. Aanvankelijk wou de schrijver zes boeken schrijven, die elk een onderdeel zouden uitmaken van een gesloten cirkel, niet alleen thematisch maar ook als je de boeken effectief naast elkaar legt, zouden ze een cirkel vormen. Dat idee heeft hij uiteindelijk laten schieten, al blijft er vormelijk en thematisch wel nog iets van over. Beide boeken bevatten een hoofdstuk dat de naam draagt van een nummer van de High Llamas, en waar The Rotters' Club oplopende hoofdstuknummers heeft, lopen die van The Closed Circle dan weer af. Coe wou nog maar eens duidelijk zijn: het tweede boek is niet het vervolg op het eerste en beide romans moeten dus als één geheel worden beschouwd, zij het met een twintigtal jaren ertussen. Heel wat critici zagen het geheel trouwens als een soort van conceptboek en vergeleken het met de conceptalbums van de progrockbands waar Jonathan Coe - en personages Benjamin Trotter en Philip Chase - zo'n fan van zijn, al was dit zeker niet de bedoeling. De titel The Rotters' Club verwijst natuurlijk naar het gelijknamige album van Hatfield & The North, wat Steven Van Ammel verschrikkelijke muziek vindt.

Eigenlijk begon Jonathan Coe al in zijn tienerjaren te schrijven aan een verhaal dat zich op zijn school afspeelt. Geen letter is hiervan in The Rotters' Club beland en het werk heeft de tijd niet overleefd, maar in de jaren negentig kwam Coe dus weer op dit idee. Tevens was er eind jaren '90 even een seventies revival in het Verenigd Koninkrijk, al vroeg Coe zich toen af of dit net geen schaduw zou werpen over zijn roman.

Gaandeweg in de interactieve boekbespreking, met veel inbreng van Steven en van de lezers, kwamen we enkele zaken te weten over de verhouding tussen Jonathan zelf en enkele van zijn personages. Benjamin Trotter is natuurlijk wie Jonathan Coe ongeveer was, terwijl Doug Anderton eerder de jongen was die hij had willen zijn. Voor Coe is Doug veel volwassener en veel bewuster over de politiek dan de best naïeve Benjamin. Jonathan luisterde erg veel naar progrock, terwijl ondertussen punk stevig in opmars was, zo ook op zijn school, waar er geregeld ruzie was over welke plaat mocht worden opgezet.

Ook al had Coe aanvankelijk niet de intentie, toch is The Rotters' Club een erg politiek boek. Nooit zijn de vakbonden zo machtig geweest als in de jaren zeventig in Engeland. Thatcher heeft dit alles met de grond gelijk gemaakt en Coe betreurt het dat veel mensen de schuld van Thatchers opkomst wijten aan de excessen van de vakbonden en wou met zijn roman deze pre-neoliberale periode dus veel positiever benaderen, om de mensen eraan te herinneren dat niet alles zo slecht was en dat er heel wat goede kanten aan de vakbonden waren zoals die zich toen manifesteerden. Dat doet hij door middel van het personage Bill Anderton, een vakbondsleider die een beetje als een held wordt afgeschilderd. Ondertussen lijkt deze periode bijna 'politiek exotisch' en er zijn nog heel wat mensen die hier met nostalgie aan terugdenken. Sinds Thatcher hebben de vakbonden nooit meer veel in de pap te brokken gehad. Andere onvermijdelijke politieke thema's van Groot-Brittannië eind jaren zeventig zijn het anti-Ierse klimaat (in de roman vooral op de werkvloer van de Longbridge fabriek) en de opkomst van het fascisme.

De film If blijkt een belangrijke invloed te zijn geweest op de roman, die niet alleen aanvankelijk niet politiek ging zijn maar ook niet als tienerroman bedoeld was. Toch vertellen enkele van de aanwezige Italiaanse lezers ons dat de roman een echte hit was onder Italiaanse jongeren. We gaan wat verder in op enkele specifieke aspecten van de roman en leren zo dat er heel wat semi-autobiografische elementen in de roman zitten: de crush op Cicely Boyd, het zwembroekincident... Ook wordt er even gegrapt dat het misschien geen toeval is dat het ettertje Paul Trotter in The Closed Circle een New Labour politicus wordt.

De twee passages die de meeste tegenstand kregen, waren het hoofdstuk dat zich in Skagen afspeelt en de laatste zin in het deel 'Green Coaster', dat trouwens de langste zin uit de Engelstalige literatuur is, een veertigtal pagina's telt en daarmee onder meer James Joyce ver achter zich laat. Zoals Steven Van Ammel het zag, was de passage in Denemarken een soort van enorme stilte na de gruwelijke storm die de lezer op het einde van het vorige hoofdstuk moest verwerken: de bomaanslag in het café waarin twee van zijn of haar ondertussen favoriete personages elkaar net ten huwelijk hadden gevraagd. Het nummer 'I Get a Kick Out Of You' leek Coe de perfecte soundtrack voor deze emotioneel geladen passage, die de lezer van de ene uiterste emotie in de andere stort. Voor de BBC-bewerking waren niet alle medewerkers aan de serie hier even tevreden over, maar uiteindelijk werd dit nummer toch gebruikt, aangezien de regisseur zo dicht mogelijk bij het boek wou blijven.

Een zeer interessante discussie was die over het door de pers vermeende vierde lid van de vriendenkring: Sean Harding. De meeste lezers zien de roman als het verhaal van Benjamin, Philip en Doug, mogelijk met Claire Newman als 'vierde musketier', maar Harding is zonder twijfel een buitenstaander. Deze clown doet al in de eerste roman vermoeden dat hij mogelijk extreem-rechtse sympathieën heeft, al lijkt het bijna altijd voor de grap te zijn. In de tweede roman wordt dit op nogal pijnlijke manier bevestigd. Een van de manieren waarop Harding zich als conservatief en als racist manifesteert is via zijn fictieve spreekbuis Arthur Pusey-Hamilton en diens satirische opiniestukjes in de Billboard, het schoolkrantje. Jonathan Coe kwam op het idee toen hij logeerde in een van de Landmark Trust gastverblijven in Engeland. Hij schreef zelf onder deze naam in de logboeken waarin gasten hun appreciatie kunnen neerpennen. Hardings fictieve schrijver is eigenlijk een soort van parodie op rechtse commentatoren die wekelijks in hun pen kruipen om een nieuw fenomeen in de maatschappij aan te klagen vanuit hun conservatieve schelp. Jonathan Coe was al van in het begin van plan om van Harding in de jaren 2000 een extreem-rechts boegbeeld te maken, maar nu vindt hij het misschien toch een tikkeltje jammer, want er zat meer in dat personage.

Naar het einde toe valt de vraag of er nog personages in latere romans zullen terugkomen. Benjamin Trotter is zeker een optie. Ook vermeldt Coe hoofdstuk nul van The Rotters' Club, dat over het einde van de Longbridge fabriek gaat, kort na haar vermeende redding. Het gaat nog even over de humor in Coe's romans, vaak vlak na zeer ontroerende of pijnlijke passages. De schrijver, die voor mij ook qua humor bij de top zit, praat over de lange traditie van satire en van humor in de Britse cultuurgeschiedenis en vermeldt enkele van zijn invloeden.

Na de bespreking praat ik nog even met hem na. Hij kent me nog van onze korte ontmoeting in Gent drie jaar geleden en van zijn online Messageboard, dat helaas wat minder actief is op het moment. Misschien, zei hij, moet ik Expo 58 lezen en er een interessante visie over posten, zodat er weer een literaire discussie kan worden aangewakkerd, of waarom vertaal ik niet een stuk van mijn eigen roman naar het Engels. Ook wil hij mijn thesis lezen, die over de karakterisering van Cicely Boyd in beide romans gaat.

Morgenavond volgt er alweer een zeer bijzonder evenement omtrent Jonathan Coe. Dan stelt de grootmeester zijn nieuwste roman Expo 58 - dat zich afspeelt op de Wereldtentoonstelling in 1958 in Brussel en dat zelfs op het einde een passage over Antwerpen heeft, jawel - voor IN het Atomium. Alweer iets om (nog kort) naar uit te kijken in elk geval!
De regen klettert tegen de blauw oplichtende bollen van het Atomium wanneer ik me de open vlakte van het parkeerterrein over haast, op weg naar beschutting in dit opmerkelijke 55 jaar oude bouwwerk. Jonathan Coe stelt er vanavond zijn nieuwste roman Expo 58 voor en er is werkelijk geen plek op aarde die daar geschikter voor is dan het Atomium zelf.

Het boek vertelt het verhaal van de Engelsman Thomas Foley, een bediende die op de Britse informatiedienst werkt en de speciale missie krijgt om op de Wereldtentoonstelling in Brussel een oogje in het zuil te gaan houden in de Britannia, de bar van het Britse paviljoen. We schrijven 1958 en de Koude Oorlog zit zowat op haar hoogtepunt. Het is dan ook geen verrassing dat het op het terrein wemelt van de spionnen. Zelf wordt Thomas ook geschaduwd door zijn eigen dienst. Twee mannen houden hem nauwgezet in de gaten om hem er voortdurend aan te herinneren dat Thomas zijn land moet dienen.

Na een korte introductie begint Annelies Beck uit de Nederlandse vertaling, die net af is, voor te lezen, waarna Coe in het Engels verder gaat. Het gaat om een zeer komische passage uit het hoofdstuk 'The British Are Part Of Europe', waarin Thomas Foley, James Gardner, Ilke Scheers en Roger Braintree aan tafel zitten. Hier wordt vooral de van nature eerder conservatieve Britishness op hilarische en speelse manier door het slijk gehaald, en komen ook de verschillen tussen de Continentale en de Britse manier van denken aan bod. Wat de roman ook zou uitstralen, is een aura van namaak, van ersatz. De Wereldtentoonstelling stapelde cliché op cliché om zo de bezoekers, naast een catalogus en blauwdruk van hoe de wereld er in de toekomst zou uitzien, ook een authentiek beeld te geven van elk deelnemend land, dit door zwaar te focussen op de cliché's die bij veel mensen in die tijd al tussen hun twee oren leefden. Duitsland werd dan wellicht een soort van pittoresk en sprookjesachtig Beieren, met alle schattige vakwerkhuisjes, café's met versierde uithangborden en tooghangers in traditionele klederdracht die de bierpullen vrolijk hoog de lucht in zwaaien. Eigenlijk moet het iets weg hebben gehad van Bokrijk, een vermeende tijdreis naar hoe Vlaanderen er 100 jaar geleden uit moet hebben gezien, met iedereen mooi verkleed in de toenmalige plunjes, maar met weggestopte gsm's en smartphones die elk moment de authentieke ruimte met ringtones kunnen vullen. Coe haalt kort een gelijkaardige anecdote aan van zijn bezoek aan een dergelijk openluchtmuseum in Aarhus.

Jonathan Coe was lange tijd artist in residence in Passa Porta en heeft gedurende die periode een groot stuk van zijn boek geschreven. Ook maakte hij ervan gebruik om de randgemeenten van Brussel te verkennen om zo meer over de streek te weten te komen. Het is dan ook een erg 'Belgische' roman, met heel wat historische feitjes en plaatsnamen, en het is duidelijk dat Coe zijn huiswerk heeft gemaakt. Tegelijkertijd gaat deze roman niet over België, dat dus niet. Het is volgens de schrijver zijn roman die het best omschrijft of refereert aan wat het is om Brits - of specifieker, Engels - te zijn. Dit boek gaat over een Engeland in de greep van de Koude Oorlog, waar klasseverschil en rolpatronen nog steeds het land grotendeels bepalen. En zeggen dat ook de koningin wel eens een wc moet benuttigen, kan al helemaal niet.

De toekomst zag er veelbelovend uit op deze Wereldtentoonstellingen. Alles wat nieuw of modern was, werd bejubeld en op handen gedragen. De Wereldtentoonstelling moest mensen met verstomming slaan, ze uitnodigen tot massaconsumptie, ze indoctrineren in de onstuimige passie voor vooruitgang, technologie en de toekomst. Met Expo 58 laat Coe zien dat de toekomst, ons heden, wel eventjes anders is uitgedraaid. In plaats van meer welvaart te creëren voor iedereen, is de kloof tussen rijk en arm alleen maar groter geworden. Elementen als klimaatsverandering, opwarming van de aarde, bevolkingsexplosie lagen nog niet op de tafel van de meest dringende problemen. Hoe snel de  tijden kunnen veranderen... De Wereldtentoonstelling bestaat trouwens nog steeds, maar is eigenlijk niet meer van deze tijd.
Na de voorstelling volgt een vragenronde en achteraf signeert Jonathan Coe nog enkele boeken. Binnen enkele dagen zal ik eindelijk in Expo 58 kunnen beginnen. Het is van Maxwell Sim geleden dat ik me nog op een van zijn werken heb gestort en eindelijk zal de honger naar meer worden gestild. Een groot deel van het plezier ligt in het uitkijken naar het moment dat ik het boek eindelijk kan openen en het beginnen verslinden. De nieuwste Coe is er en dat is een zeer belangrijke reden om te vieren! Dat deden we vanavond, in het Atomium, of all places. Heerlijke avond.