donderdag 14 juni 2012

Canada deel 2

Verslag reis naar Oost-Canada 1-13 juni
Deel 2: Het zonnige Montréal, het rebelse Quartier Latin en... Vive le Québec libre!?

4 juni 2012, Basilique Notre-Dame, Montréal
Montréal! De hippe metropool Montréal, op één na grootste Franstalige stad ter wereld, bakermat van het complexe Nieuw-Frankrijk, waar Frans- en Engelstaligen in fragiele harmonie samenleven, waar, net zoals in Québec, achter elke straathoek geschiedenis valt te ontdekken, terwijl de typische buildings die de skyline telt dan weer een onmiskenbare Noord-Amerikaanse aard verraden. Deze stad is duidelijk veel groter dan Québec City, en dat is op alle vlakken merkbaar. Grote avenues en boulevards verdelen de metropool in tientallen stukken, en verschillende wijken zweren bij een eigen identiteit. Een uiterst unieke Noord-Amerikaanse stad dus, met een opvallend rijke geschiedenis, en duizenden sporen uit een Frans en Angelsaksisch verleden.
Neem nu Place d'Armes, een gezellig pleintje in het hart van de financiële wijk, met een imposant monument ter ere van Maisonneuve, de stichter van Montréal. Hier kan je een van de allermooiste kerken van Noord-Amerika bezoeken, de Basilique Notre-Dame, van waaruit ik nu schrijf. In dit prachtige godshuis kan je je gemakkelijk een uur lang vergapen aan al dat moois. Het altaar is ronduit schitterend, een streling voor het oog van elke bezoeker. Verder een indrukwekkende verzameling glas-in-loodramen en schilderijen in een nochtans relatief kleine ruimte. Ook het orgel is de moeite, evenals een gigantisch kunstwerk getiteld Marche de l'Humanité, in een aparte kapel. Mijn bezoek aan Montréal had niet beter kunnen beginnen!
Ik had veel geluk toen Viviane, een huisgenote van Magali, me voorstelde om samen naar Montréal te rijden. Na een kort bezoek aan haar universiteit gingen we samen met twee carpoolers en route! Tijdens de bijna drie uur lange rit praatten we honderduit over het Québecs nationalisme - Viviane en Luc zijn echte separatisten - en over hoe in Québec bijna alle separatisten links geïnspireerd zijn, terwijl Vlaams nationalisme een rechtse aangelegenheid is. Canada maakt beslissingen - stapt in oorlogen, stapt uit het Kyotoverdrag... - waar Québec vaak lijnrecht tegenover staat. Ook hebben de Engels- en Franstaligen twee verschillende culturen en zouden er maar weinig raakvlakken zijn. Interessante kwestie die meteen aan Brussel doet denken. Maar het verschil tussen links en rechts separatisme is bij het vergelijken van Québec en Vlaanderen best frappant. Ik ben dan ook blij dat ik nu in dé stad ben beland waar ik de problematiek het best kan meten.
Tijdens de lange rit stak er een hert de weg over, wat een zowel moedige als domme stunt is op een Canadese snelweg. De gele waarschuwingsborden met en eland erop staan er dus zeker niet voor spek en bonen!
Aangekomen in Montréal ging iedereen zijn of haar eigen weg, en kan ik nu mijn wandeling door Vieux-Montréal beginnen!

4 juni 2012, Champs de Mars, Montréal
Vieux-Montréal, de wijk in het zuiden, dicht bij de rivier, heb je gauw gezien. Het bestaat voornamelijk uit het voormalige financiële centrum, dat een beetje aan het New Yorkse Wall Street doet denken. Een beetje maar, want bijna alle instellingen zijn al lang naar Toronto verhuisd. In de Bank of Montreal in de Rue Saint-Jacques is er een klein, interessant museumpje dat het vermelden waard is. Belangrijker is het Vieux Seminaire de Saint-Sulpice, aan de overkant van Place d'Armes. Daar zie ik de oudste klokkentoren van Noord-Amerika!
In navolging van Parijs is er in Montréal ook een Champs-de-Mars, waar je lekker in de zon kan gaan liggen. Met een goed boek bijvoorbeeld. Daar zit ik nu trouwens te schrijven. Niet ver van Place Vauquelin en het Montréalse stadhuis. Aan de overkant is er de Colonne Nelson, die, in tegenstelling tot zijn Ierse tegenhanger nog niet is opgeblazen, doch al wel enkele keren onthoofd. Zulke monumenten zijn hier gevoelig. Dat geldt ook voor uitspraken zoals De Gaulle die in 1967 van op het balkon van het mooie stadhuis deed: Vive le Québec libre! Het is een understatement dat dit bij de Engelstalige bevolking niet echt werd geapprecieerd.
Tegenover het Hôtel de Ville heb je dan weer het Château Ramezay, dat een bewogen geschiedenis heeft. Het werd in 1775 door het Amerikaanse leger ingenomen, in een ware campagne tegen de Britse overheerser. Nog iets verder naar de Saint-Laurent rivier doemt de grote koepel van Marché Bonsecours op, met ernaast de Chapelle Notre-Dame-de-Bonsecours, die uitkijkt op de haven.
Het is heerlijk rondkuieren in de Vieux-Port. Hier heb je een erg mooi zicht op het Parc des Iles, ook wel Parc Jean Drapeau genoemd, en alle curiositeiten die erop te bespeuren zijn. Ook staat er de tent van Cirque du Soleil, die deze week weer duizenden bezoekers zal lokken.
Ik neem de metro naar het Ile Sainte-Hélène, een van die twee eilanden. Hier vond in 1967 de befaamde Wereldtentoonstelling plaats. Zo werd er onder meer de Biosphère gebouwd, een gigantische bol waar je tegenwoordig iets over het Canadese ecosysteem kan opsteken. In de verte ligt het Ile de Notre-Dame. Helaas is dit de hele week afgesloten, omdat hier vrijdag de Formula 1 wedstrijd begint. Dan wandel ik maar verder over Sainte-Hélène.
Ik rust even uit aan een mooie vijver, vanwaar ik een knap zicht op de skyline van Montréal en op de Mont-Royal heb. Daarna steek ik de brug over de Saint-Laurent over, die hier ontzettend breed is. Omwille van een misrekening, moet ik echter heel lang lopen voor ik Downtown Montréal kan bereiken. De brug voert me niet tot aan de stad maar draait plots naar links af, langs een groot, onoversteekbaar dok. Aan mijn linkerkant bewonder ik Habitat '67, nog zo'n knap architecturaal staaltje uit dezelfde tijd als de Biosphère. Deze appartementen lijken zo op elkaar gestapeld alsof een kind met de blokken heeft zitten spelen. Elk blok lijkt willekeurig op de vorige te zijn geplaatst. Iets verder neem ik dan toch maar een taxi tot in de stationsbuurt. Tussen al die hoge buildings, waaronder het karakteristieke 1000 De La Gauchetière, voel ik me als een mier in het bos.
In de gezellige Rue Saint-Paul wandel ik een restaurant binnen. Ik bestel er een poutine, een typisch Québecs gerecht dat bij een eerste kennismaking wat vreemd aandoet. Het zijn namelijk lekker gebakken frietjes die zwemmen in bruine saus en... kaas! Best lekker, maar niet om elke avond te eten. De Montréalers zijn er dan weer gek van. Een halve Nederlander, Karim genaamd, dient op. Hij begint meteen te vertellen over hoe een van zijn voorvaders een Haagse beul was, die korte metten maakte met ter dood veroordeelden. Ook hij is een couchsurfer.
Dat doet me eraan denken dat ik maar eens moet opstappen om mijn Montréalse gastheer te gaan ontmoeten, in zijn appartement op de Côte-Vertu. Nog enkele minuten genieten van de avondzon op de Champs-de-Mars, en ik neem de metro, wat in Montréal trouwens altijd een belevenis is. De inwoners hebben de metro zo aangenaam mogelijk gemaakt, met heel wat kunstwerken en versieringen. Ze hebben de metro broodnodig, vooral tijdens de ijskoude winters. Daar is vandaag natuurlijk niets van te merken. Het was eindelijk eens een mooie zomerse dag. Morgen bezoek in Centre-Ville, het 'eigenlijke' Montréal.


5 juni 2012, Square Dorchester, Montréal
Dag vijf. Na een ochtendwandeling door Westmount, de sjieke Engelstalige buurt op de helling van de Mont-Royal, beland ik in de hippe museumwijk. Het kruispunt aan het Musée des Beaux-Arts staat vol met moderne kunstwerken, vooral beeldhouwwerken van onder meer koeien, olifanten... Ernaast staat een schattig kerkje. Het Musée is in verschillende paviljoenen opgedeeld, waardoor het hele complex bijna een miniwijk op zich is.
De Rue Crescent begint hier ook, een zeer trendy straat met mooie Victoriaanse huisjes, hippe bars en nachtclubs, maar helaas zonder Hard Rock Café. Na even zoeken, vraag ik waar ik het kan vinden, maar jammer genoeg blijkt dat, net als die in Antwerpen, het Montréalse Hard Rock Café is opgedoekt.
Iets verder ligt het gezellige Square Dorchester, waar ik nu op een bankje zit te schrijven, te midden van bedienden in hun rook- en lunchpauze, van toeristen, duiven en eekhoorns, en in de schaduw van Montréals hoogste wolkenkrabbers, waaronder het iets oudere Sun Life gebouw. Ook op dit plein staat het imposante Cathédrale Marie-Reine-du-Monde, met haar magnifieke interieur, met onder meer een schitterend baldakijn. Het geheel is een sterk verkleinde replica van de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad, met hier en daar natuurlijk wat aanpassingen. Een bezoek meer dan waard!
Gisterenavond belde ik bij Alvaro, mijn gastheer van Colombiaanse afkomst, aan. Deze joviale man heeft nog een tweede gast deze week, de sympathieke Amerikaan Thomas. Alvaro heeft maar één missie: het zijn couchsurfers zo goed mogelijk naar hun zin te doen hebben. En daar slaagt hij met grote onderscheiding in. Zo hadden we vanmorgen een uitgebreid Colombiaans ontbijt.
Tijd om de Ville Souterraine te gaan verkennen, een heuse ondergrondse stad die onder Centre-Ville loopt, zodat niemand tijdens de strenge winters kou hoeft te leiden. Zelfs op een stralende dag als deze is een bezoekje aan deze aaneenschakeling van winkels de moeite waard.

5 juni 2012, belvédère top Mont-Royal, Montréal
Wat een onbeschrijfbaar uitzicht heb je hier! Je ogen kunnen de rivier volgen en de buildings en kerktoren op de voorgrond komen na deze stadswandeling en die van gisteren al erg vertrouwd over.
Even terugblikken op de afgelopen uren. Op een erg schattig pleintje in het hart van Montréal, te midden van de drukke winkelstraten en tegenover het mooie neogothische kerkje Cathédrale Christ Church, versierd met stenen smoelwerken, ontmoet ik twee charmante Engelstalige Montréalsters, die allebei weg zijn van België en me informeren over de dagelijkse manifestatie, die ik vanavond zou willen bijwonen. Vervolgens begeef ik me weer de heuvel op, langs betonnen en glazen reuzen, voorbij het zeer knappe La Foule Illuminée, een geel glasfiberen sculptuur van de hand van Raymond Mason - erg leuk!
Op de campus van de Engelstalige McGill universiteit is het feest! Heel wat studenten studeren vandaag af, en het park is zodoende bevolkt door een gezellige drukte van trotse studenten - mét hoofddeksel en toga - en zo mogelijk nog trotsere ouders, die druk foto's van hun sjiek uitgedoste lievelingszoon of -dochter nemen. De campus is een bedrijvig complex van grote historische gebouwen, standbeelden en bloemenperkjes - en net zoals die van Harvard is ook deze campus erg groen!
Iets verder brengen stenen, en later houten, trapjes me in het Parc Mont-Royal, tot aan de top van deze wereldberoemde heuvel, die Jacques Cartier in 1535 beklom en benoemde.

5 juni 2012, Montréal
Ik zit in het appartement op de Côte-Vertu te schrijven. Het is avond. Ik heb een heel bewogen namiddag en avond gehad.
Bovenop de Mont-Royal staan een groot kruis en een hoge televisietoren. Het is nog een korte klim, maar uiteindelijk geraak ik er. Deze twee herkenningspunten kan je vanuit de hele stad zien. Nu moet ik alleen nog beneden zien te geraken. Omdat ik de trapjes en paadjes wat beu ben, besluit ik om de steile helling af te dalen. De eerste 'weg' die ik hiervoor kies lijkt me na enkele minuten al gauw te gevaarlijk, en met de grootste moeite klauter ik weer naar boven. Even later, na het uitproberen van andere routes, kom ik een Australische dame tegen, die de berg opklimt. Samen met een jongeman uit Boston en een Russische jongedame probeer ik het in de andere richting. Die is gelukkig iets minder steil en zo hoef ik geen halsbrekende toeren meer uit te halen.
Ik daal de Boulevard Saint-Laurent af, de multiculturele Main met tal van restaurants die gerechten van over de hele wereld serveren. Slovenië, Ierland, Italië, Libanon, Thailand, China... de hele wereld is hier aanwezig. Zo beland ik iets later in het Quartier Latin, waar de UQAM is gevestigd, de universiteit waar de studenten al meer dan honderd dagen protest voeren tegen de overheidsdiensten. Het is gezellig om op het gemak door de Rue Saint-Denis te kuieren, langs de vele bars en restaurants. Overal zie je hier het carré rouge, dat ook ik op mijn hemd draag. De band Cheesecake Ninja speelt aan de ingang van Berri-UQAM, de drukste metrohalte van Montréal. Ze maken een soort van vereenvoudigde mathrock. Erg tof om te zien. Aan de overkant van de straat koop ik een studententijdschriftje genaamd Gribeault. Hier gaat het straks allemaal gebeuren, net zoals elke avond.
Maar eerst nog een uistapje naar het Parc Olympique en zijn gigantische constructies. De Biodôme, het Stade Olympique, de Tour de Montréal, het lijken wel witte ruimteschepen die op aarde zijn neergedaald. De laatstgenoemde is trouwens de hoogste scheve toren ter wereld en staat in een hoek van 45° gebouwd. Ik neem de funiculaire, die me schuin naar boven voert. Hier kan je heel Montréal zien. De haven, de rivier en haar eilanden, het pretpark La Ronde, het woud van wolkenkrabbers en de omringende heuvels, waar het blijkbaar serieus is aan het regenen. Wat een prachtig uitzicht, verdorie!
7:15 pm: De eerste regen valt na een ongelofelijk warme en zonnige dag. Ik kom net terug in het Quartier Latin na een bezoek aan de Tour Montréal en stap een willekeurige faculteit van de UQAM binnen, de Franstalige universiteit.
7:30 pm: De regen is een stevige bui geworden. Ik kuier in een hal waarvan de muren vol met spreuken van onder meer Castro en Marx zijn geschilderd. Leuzes en citaten schreeuwen het uit: gedaan met de onderdrukking, wij buigen niet voor wet 78. In de centrale hal staat in het groot te lezen: OCCUPONS NOS QUARTIERS.
7:50 pm: Ik verlaat het gebouw. Wat een regen weer. Alsof God de betoging niet wil. Maar God is een totalitaire zak die uiteraard niet veel sympathie heeft voor opstand, lees er het Oude Testament maar op na.
7:52 pm: Ik neem Rue Saint-Denis, dan Boulevard de Maisonneuve en bereik de Place Emilie-Gamelin, waar de betogingen beginnen.
8 pm: Ik schuil nog even in het metrostation en eet een stuk brood tussen de zwervers.
8:10 pm: Ik steek de straak over naar het plein. Tientallen mensen staan er al, 'gewapend' met hun 'casserolles'. Steeds meer mensen voegen zich bij de groep, en ik begin enthousiast mee te drummen. Er zijn spandoeken, verschillende instrumenten, V for Vendetta-maskers, noem maar op. Montréal is er weer klaar voor.
8:30 pm: Een jongedame met V-masker op kleedt zich volledig uit, behalve haar baskets dan, en paradeert uitdagend langs de zijkant van het plein. De politie laat haar de metro in duiken, maar niet voordat ze een lange dikke trui heeft aangetrokken. Anonymous heeft maar één gezicht, maar vele lichamen.
8:40 pm: De politie spreekt ons toe en waarschuwt in de twee talen dat deze betoging onwettig is. Maar door het toenemende lawaai is dit amper verstaanbaar. We trekken snel de straten in, maar worden al na enkele meters, aan het kruispunt Rue Berri en Rue Sainte-Catherine tegengehouden door agenten op fietsen. Een blokkade die zijn effect niet mist, maar wij slaan rap een andere straat in, waardoor de fietsers zich moeten haasten om ons weer voor te zijn en ons even verder weer te blokkeren. Een tiental politiewagens rijden wat onhandig in het rond. We laten de fietsende agenten een paar keer zweten. Eerst draaien we Rue Berri in, vervolgens Rue Saint-Denis, waar langs beide kanten van de straat het uitgaansvolk ons luid toejuicht. Wanneer we na een tiental minuten op een blokkade van politiewagen stuiten, draaien we gauw de Rue Ontario in, die naar de binnenstad leidt. Het is een kat- en muisspel waarbij de kat steeds moeite moet doen om de sluwe muizen voor te zijn.

8:50 pm: We bereiken Place des Arts, waar een veertigtal agenten oprukken, matrak in de aanslag. Sommige activisten gaan de dialoog aan, maar de politie zwijgt in alle talen. Ik en enkele andere studenten geven hen het V-teken. Iets verder vertraag ik mijn pas en laat ik de betoging voorbij gaan, richting de zakenwijk. Als staart volgen er tientallen politiewagens, wat vrij hallucinant is om te zien. Wat er verder gebeurt, weet ik niet, maar wellicht was het een betoging zonder incidenten. De dagen van traangas en rubberen kogels zijn al enkele dagen voorbij, en maar goed ook.
9 pm: Ik verlaat de betoging.
9:10 pm: De politieagenten keren terug naar het hoofdkwartier op de Place des Arts. Wat een ongelofelijke ervaring! Het volk in opstand. Gewapend enkel met vredesboodschappen, zin voor verandering en de ijzersterke drang naar een betere toekomst.


Deel 3: Occupons Montréal, het ontzagwekkende Parliament Hill, de Ottawa Locks en de 553 meter hoge CN Tower

woensdag 13 juni 2012

Canada deel 1

VIEUX-QUEBEC
CHUTES DE MONTMORENCY
MONT-ROYAL
OCCUPONS MONTREAL
PARLIAMENT HILL
CANADIAN MUSEUM OF CIVILIZATION
WESTFEST
CN TOWER
TORONTO ISLANDS
NIAGARA FALLS
MAID OF THE MIST
...

Verslag reis naar Oost-Canada 1-13 juni

Deel 1: Het historische Québec, de Montmorency watervallen en het natte Ile d'Orléans

1 juni 2012, JFK International Airport, New York

Na een lange eerste vlucht van Brussel naar New York zit ik nu een matig smakelijke cream bagel te verorberen en een zeer lekkere maar verschrikkelijk hete chocomelk van Dunkin Donuts te drinken, of toch een poging tot. De vlucht leek eeuwen te duren, maar een film, heel wat cd's en het begin van een Paul Auster roman hebben me erdoor geholpen. Dat en een occasionele blik door het raampje: het strand van Oostende, de West-Ierse kliffen, de monding van en eerste kennismaking met de Saint-Lawrence rivier, de haven van Boston, en ten slotte de verre skyline van Auster City, met de Empire State Building en een ondertussen zo goed als afgewerkte Freedom Tower, die van plan is de hoogste toren van de V.S. te worden.
Nog twee keer zal ik vandaag met Delta Airlines vliegen. Straks naar Detroit, wat een serieuze omweg is, want het ligt verder dan het meest westelijke punt dat ik deze reis zal bereiken: Toronto. Laat deze avond dan nog van Detroit naar Québec City. Ik hoop alvast op een zeer mooi zicht op de Amerikaans-Canadese Great Lakes. Ergens vind ik het jammer dat ik Manhattan niet kan bezoeken. Deze stad (of correcter: borough) ligt me na aan het hart, na mijn twee onvergetelijke bezoeken in 1998 en 2008. En nu ziet de skyline er dus weer heel anders uit. New York staat niet stil! 
Nog een hele reis voor de boeg dus. Eerst op weg naar mijn volgende stopplaats, in de staat Michigan!

2 juni 2012, Cap Diamant, Québec
Het regent al de hele morgen en ik ben net niet doorweekt. Een bus bracht me deze ochtend van het studentenhuis waar ik logeer, in de universiteitsbuurt Laval, naar de Porte Saint-Jean, onderdeel van de enorme muur die rond deze versterkte historische stad is gebouwd. Vieux-Québec doet erg Europees aan en er zijn nog ontzettend veel sporen van haar bewogen geschiedenis te vinden. Een natte wandeling langs de wallen, met hun vele kanonnen, brengt me hoog de stad in, en vanop de stervormige citadel, die gebouwd is tijdens de hevige strijd tussen Frans- en Engelsman, heb je een prachtig uitzicht over de stad, met in de verte de brede Saint-Laurent stroom en vele heuvels. In het Parc des Champs-de-Bataille, ook wel Plaines d'Abraham genoemd, vind ik een smalle houten trap die naar de oever leidt. Aan de steile afdaling van de beboste helling lijkt maar geen einde te komen, maar het is vooral de klim, tien minuten later, die vrij vermoeiend is. De Fleuve Saint-Laurent is hier 800 meter breed maar toch is Québec nog 1400 kilometer van de oceaan verwijderd.
Québec is de stad van Samuel de Champlain, van de separatisten en van The French Fact: de ontstellende vaststelling van veel Engelstaligen dat zo goed als iedereen hier Frans praat. Zo ook de twee meisjes die hier naast me in het paviljoen schuilen. Momenteel is het samen met Montréal ook de stad van het studentenverzet tegen het intolerante beleid van Jean Charest. Al meer dan 100 dagen is deze strijd tegen de politie aan de gang en helaas zijn er al verschillende gewonden gevallen, en dan vooral in Montréal, vooral door het onmenselijke optreden van de politie, door het gebruik van traangas en rubberen kogels. Benieuwd of de manifestanten met dit hondenweer zullen buitenkomen. Ik heb alvast een carré rouge opgespeld, dat ik van mijn gastvrouw Magali, ook een studente, heb gekregen.
Na een late derde vlucht landde ik gisteren in Québec, en nam ik een taxi naar de studentenbuurt, waar ik met gebak en Québecs bier door enkele charmante studentes werd verwelkomd. Hoewel het vaak moeilijk was om hun franglais te verstaan, werd het een gezellige eerste avond in Canada!

2 juni 2012, Château Frontenac, Québec
Even schuilen in het poepsjieke wereldberoemde hotel dat gevestigd is in het ronduit schitterende Château Frontenac, een kolossaal bouwwerk dat het zicht op Québec zo kenmerkend maakt. Ik zit aan een piano, speel ongemerkt enkele noten en lees een tekstje over hoe Churchill en Roosevelt hier hun strategie tijdens de Tweede Wereldoorlog bespraken. Verder moet ik er als een verzopen waterkieken uitzien, een fel contrast met het hotel sans doute. Terwijl stijlvol geklede bedienden met karren vol lekkernijen passeren, hoop ik toch wat te drogen.
Ik loop al enkele uren rond in de Plaines d'Abraham. Zo aanschouwde ik nog het mooie Hôtel du Parlement, waar het Assemblée Nationale is gevestigd. Hier worden zeer belangrijke beslissingen genomen voor de provincie, maar die vaak ook een grote invloed hebben op de rest van het land. Grote zwarte beelden herinneren aan Cartier, Champlain, Laval, Montcalm en andere belangrijke staatsmannen en generaals. Te midden van een mooi tuintje eert een fontein de oorspronkelijke inwoners van Canada: de indianen.
Na een kletsnatte wandeling langs de citadel, die erg Frans aandoet, kom ik op de Promenade des Gouverneurs, waar ik de volle lading krijg. Maar het loont allemaal erg de moeite, want het zicht op het kasteel is hier gewoon verbluffend. Het Frontenac moet inderdaad niet onderdoen voor de kastelen in de Loirestreek.
Het Terrasse Dufferin is een lange boulevard langs de rivier, waar het bij mooi weer erg aangenaam wandelen moet zijn. En nu zit ik hier, met nog een hele tocht door de smalle straatjes van het pittoreske doch ondergeregende Vieux-Québec voor de boeg.

2 juni 2012, kiosk Princesse Louise, Terrasse Dufferin, Québec
Goed nieuws. Het is halverwege de namiddag en de regen is voorlopig gestopt. Ik zit in een van de charmante kioskjes op het Terrasse Dufferin, aan de voet van het Frontenac. Nu ik zo goed als heel de binnenstad ben doorgewandeld, is het tijd voor rust en muffins.
Op het Place d'Armes, achter mij, heb ik enkele uren geleden het Musée du Fort bezocht, een schattig huisje, met van binnen relikwieën uit het verre verleden en een dioramavoorstelling over de belegeringen die de stad heeft moeten doorstaan, dit met knappe licht- en geluidseffecten. Samen met een Bourgondiër bekijk ik de voorstelling, en achteraf praten we nog, samen met de kassierster, over Canada, Frankrijk, België, de Canadese geschiedenis, en, omwille van mijn carré rouge, de studentenopstand.
Ik wandel nog wat rond in de Haute-Ville. De Anglicaanse Cathedral of the Holy Trinity is, net zoals de meeste protestantse kerken, eerder sober vanbinnen. Dan zijn de basiliek en het Séminaire de Québec indrukwekkender. Via de versterkingswerken en langs de vele kanonnen daal ik de heuvel af, en langs het Bassin Louise begeef ik me naar de pittoreske Basse-Ville. De huisjes op en rond de Place Royale doen erg Europees aan, en algemeen heerst er dat typische Europese sfeertje dat je in vele oude stadjes terugvindt. Een harp en een piano klinken weemoedig in de Rue du Petit-Champlain.
Een must-see is de Fresque des Québecois, een zeer groot fresco op de gevel van een huis, met daarop bekende historische figuren geschilderd. Een ander fresco vind je aan het einde van de populaire en drukke Rue du Petit-Champlain, een straat met gezellige winkeltjes, restaurants en galerijen. Doet allemaal erg Frans aan!
Via een funiculaire bereik ik weer de Place d'Armes en dus ook dit Terrasse Dufferin. Ik tuur nog even naar de rivier, de brug, de heuvels en het Ile d'Orléans in de verte. Echt een mooi uitzicht, ook al is het ondertussen weer beginnen regenen. Hier ga ik morgen met de sympathieke Magali de buurt verkennen.
Mijn muffins zijn op. Tijd om naar de Saint-Charles rivier te wandelen, een zijrivier van de Saint-Laurent.

3 juni 2012, Québec
Het is avond. Ik zit aan een tafel in de keuken na te genieten van mijn bewogen dag. Alweer een kletsnatte dag trouwens. Na mijn vorige entry, en toen ik van het Terrasse Dufferin naar de oude haven wandelde, begon het plots harder te regenen... en dat is niet meer gestopt... De wandeling langs de haven, het station en heen en terug over de Saint-Charles rivier verliep moeizaam, en langzaam maar zeker werd ik drijfnat.
Ik besloot terug naar Magali's huis te wandelen maar werd in zulke mate ondergeregend dat ik halverwege toch maar een bus nam. Doorweekt tot op het bot werd ik door mijn gastvrouwen met bier, salade en rabarberdesserts overladen. Achteraf zijn Magali en ik nog iets gaan drinken in de studentenbuurt.
Ook vandaag regende het zo goed als de hele dag pijpenstelen. Magali en ik nemen eerst de bus naar de indrukwekkende Chutes de Montmorency, een gigantische waterval die tussen twee hoge, beboste rotsen in de diepte stort. Allereerst klauteren we bovenop de brug hoog boven de waterval en vervolgens maken we de steile afdaling. Die is aanvankelijk al redelijk nat door de regen, maar hoe dichter we bij de waterval komen, hoe erg dit wordt... uiteraard. Na enkele twijfels proberen we ook het laatste stuk te bereiken, wat goed lijkt te lukken, tot drie treden voor het laagste platform een enorme vlaag waterdamp ons te pakken krijgt en ons op slag doorweekt. Het lijkt alsof de hele waterval op ons is terechtgekomen, zo nat zijn we.
Trots maar verslagen druipen we af en, na nog enkele bewonderende blikken op dat buitengewone natuurverschijnsel dat we hebben getrotseerd, gaan we ons in de Manoir Montmorency, een hotel aan de overkant van de Rivière Montmorency, verwarmen. Tegen dat de taxi die ons naar het Ile d'Orléans zal brengen voor het hotel stopt, zijn we nog lang niet gedroogd. En de regen houdt maar niet op.
Het Ile d'Orléans is een groen eiland met pittoreske huisjes in het midden van de op dit punt al erg brede Fleuve Saint-Laurent. Helaas is de regen allen maar verergerd en terwijl we doelloos op het eiland ronddwalen, vervloeken we onze keuze bijna. Dit verandert na een kleine twee uur, wanneer de regen plots ophoudt. Wat een verademing.
De hele tijd bibberen we van de kou maar zetten we moedig verder, met als enige troost een prachtig zicht op de Côte-de-Beaupré en de skyline van Québec. Maar zonder regen gaat dat veel beter. We genieten van de plaatselijke fauna - zwaluwen, een arend, gaaien, de agressieve epauletspreeuw, die erg veel in Noord-Amerika voorkomt en zelfs meeuwen en kraaien durft aanvallen, en een nertsachtig zoogdier waarvan we nog steeds niet weten wat het precies is - en van het voortreffelijke uitzicht op de verre bergen.
Wanneer we weer aan de brug komen, besluiten we die over te steken. En dat is geen sinecure. De brug is erg lang en de wind heeft er vrij spel. Af en toe struikelen we zelfs door al te straffe windstoten. Maar van op deze brug is het uitzicht adembenemend. Bijna overal waar je kijkt, zie je water, en dit is nog maar de helft van de rivier, want het eiland ligt daar middenin.
Terug op de Côte-de-Beaupré wandelen we nog door het dorp Beauport en langs de typische Canadese huisjes. Dan nemen we de bus naar Québec, waar we de Eglise Saint-Roche bezoeken, een kerk met zeer mooie glas-in-loodramen. Daar probeert een godsvruchtige baardaap ons tot het katholicisme te bekeren. Zonder succes natuurlijk, want Magali is als atheïst opgegroeid en ik heb het katholicisme al minstens twaalf jaar geleden de rug toegekeerd. Wanneer de priester de kerk wil sluiten, gaat de man nog snel op de grond liggen voor een laatste groet aan God. Buiten roept hij nog, "Vive la Belgique", waarop ik antwoord, "Vive le Canada", wat natuurlijk een vergissing was. Hij corrigeerde me snel, "Non non, vive le Québec!"
Een schemerwandeling brengt ons weer in de Basse-Ville, op het Place d'Armes en het Terrasse Dufferin. We eten op de boulevard in restaurant Le Cochon Dingue, waar het water gratis wordt geserveerd, iets wat heel gewoon is in Canada. Daarna gaan we nog eens een kijkje nemen in de Frontenac, waarna we weer de heuvel langs de citadel opklimmen, en ons vergapen aan het verlichte kasteel, dat afsteekt tegen de duizenden lichtjes van Québec, Charlesbourg en Lévis. 's Avonds heeft Québec, zelfs bij lichte regen, iets magisch - het kasteel, de citadel, het parlement...
Op de Place d'Youville komen we de langverwachte op potten en pannen roffelende betoging tegen, die elke avond luidkeels Québec doorkruist. Dit zijn vanavond slechts een dertigtal mensen, maar ze zijn van alle leeftijden en van alle bevolkingslagen... buiten de 1% natuurlijk! De politie heeft, naar 'veilige' gewoonte, alvast de toegang tot het parlement onmogelijk gemaakt en het plein met manschappen versterkt. Sommige betogers dragen het typische V For Vendetta-masker, dat in Montréal trouwens verboden is sinds kort, net zoals alle andere maskers en accessoires die het gezicht bedekken. Maar ook daar zal ik trots het carré rouge dragen.
Morgen rijden Viviane, ik en twee carpoolers naar deze heuse metropool, veel groter dan het charmante, zeer Europese Québec, dat ik met spijt moet verlaten en dat, ondanks de niet ophoudende regen, voor goed een plaats in mijn hart heeft veroverd.

Deel 2: Het zonnige Montréal, de fiere Mont-Royal en de beroemde casseroles

maandag 11 juni 2012

Occupons Montréal!


5 en 6 juni 2012: Occupons Montréal!
 
Al meer dan honderd dagen protesteren jong en oud in de straten van Québec tegen de veel te hoge studiekosten en de asociale nieuwe wetten en maatregelen van Jean Charest. Ik heb twee zulke manifestaties van dichtbij mogen meemaken, en het was een onvergetelijke belevenis.
 
5 juni
7:15 pm: De eerste regen valt na een ongelofelijk warme en zonnige dag. Ik kom net terug in het Quartier Latin na een bezoek aan de Tour Montréal en stap een willekeurige faculteit van de UQAM binnen, de Franstalige universiteit.
7:30 pm: De regen is een stevige bui geworden. Ik kuier in een hal waarvan de muren vol met spreuken van onder meer Castro en Marx zijn geschilderd. Leuzes en citaten schreeuwen het uit: gedaan met de onderdrukking, wij buigen niet voor wet 78. In de centrale hal staat in het groot te lezen: OCCUPONS NOS QUARTIERS.
7:50 pm: Ik verlaat het gebouw. Wat een regen weer. Alsof God de betoging niet wil. Maar God is een totalitaire zak die uiteraard niet veel sympathie heeft voor opstand, lees er het Oude Testament maar op na.
7:52 pm: Ik neem Rue Saint-Denis, dan Boulevard de Maisonneuve en bereik de Place Emilie-Gamelin, waar de betogingen beginnen.
8 pm: Ik schuil nog even in het metrostation en eet een stuk brood tussen de zwervers.
8:10 pm: Ik steek de straak over naar het plein. Tientallen mensen staan er al, 'gewapend' met hun 'casserolles'. Steeds meer mensen voegen zich bij de groep, en ik begin enthousiast mee te drummen. Er zijn spandoeken, verschillende instrumenten, V for Vendetta-maskers, noem maar op. Montréal is er weer klaar voor.
8:30 pm: Een jongedame met V-masker op kleedt zich volledig uit, behalve haar baskets dan, en paradeert uitdagend langs de zijkant van het plein. De politie laat haar de metro in duiken, maar niet voordat ze een lange dikke trui heeft aangetrokken. Anonymous heeft maar één gezicht, maar vele lichamen.
8:40 pm: De politie spreekt ons toe en waarschuwt in de twee talen dat deze betoging onwettig is. Maar door het toenemende lawaai is dit amper verstaanbaar. We trekken snel de straten in, maar worden al na enkele meters, aan het kruispunt Rue Berri en Rue Sainte-Catherine tegengehouden door agenten op fietsen. Een blokkade die zijn effect niet mist, maar wij slaan rap een andere straat in, waardoor de fietsers zich moeten haasten om ons weer voor te zijn en ons even verder weer te blokkeren. Een tiental politiewagens rijden wat onhandig in het rond. We laten de fietsende agenten een paar keer zweten. Eerst draaien we Rue Berri in, vervolgens Rue Saint-Denis, waar langs beide kanten van de straat het uitgaansvolk ons luid toejuicht. Wanneer we na een tiental minuten op een blokkade van politiewagen stuiten, draaien we gauw de Rue Ontario in, die naar de binnenstad leidt. Het is een kat- en muisspel waarbij de kat steeds moeite moet doen om de sluwe muizen voor te zijn.
8:50 pm: We bereiken Place des Arts, waar een veertigtal agenten oprukken, matrak in de aanslag. Sommige activisten gaan de dialoog aan, maar de politie zwijgt in alle talen. Ik en enkele andere studenten geven hen het V-teken. Iets verder vertraag ik mijn pas en laat ik de betoging voorbij gaan, richting de zakenwijk. Als staart volgen er tientallen politiewagens, wat vrij hallucinant is om te zien. Wat er verder gebeurt, weet ik niet, maar wellicht was het een betoging zonder incidenten. De dagen van traangas en rubberen kogels zijn al enkele dagen voorbij, en maar goed ook.
9 pm: Ik verlaat de betoging.
9:10 pm: De politieagenten keren terug naar het hoofdkwartier op de Place des Arts. Wat een ongelofelijke ervaring! Het volk in opstand. Gewapend enkel met vredesboodschappen, zin voor verandering en de ijzersterke drang naar een betere toekomst.
 
6 juni
Impulsief beslis ik om ook vandaag mee te lopen in de 'stoet'. Omdat het zo'n mooi weer is, is er veel meer volk op het Place Emilie-Gamelin dan gisterenavond. Honderden mensen maken lawaai met alles wat ze maar in handen krijgen, maar er zijn ook echte instrumenten aanwezig, zoals een gitaar en een accordeon. De politie komt de betoging net zoals elke avond illegaal verklaren, en de hele groep zet zich weer in beweging, luid aangemoedigd door voorbijgangers en andere studenten in de Rue Saint-Denis, waar we als helden worden toegejuicht. Het lawaai is oorverdovend. Wat een belevenis! Overal zie je mensen met maskers opduiken, of met pandaknuffels, uit protest tegen het maskerverbod en als steun aan de Anarchopanda, die de problematiek sterk in de verf zet door helemaal verkleed als panda door de straten te lopen. Als ik me niet vergis, is hij enkele dagen geleden gearresteerd. Bij het kruispunt met Rue de Mont-Royal, ontmoet UMAQ de Engelstalige universiteit McGill. Het is een ontroerend maar vooral oorverdovend weerzien, waarbij het kruispunt volledig wordt ingepalmd en er geen enkele bus of auto doorkan. Dit duurt nog minstens een halfuur lang, en de studenten en andere activisten zijn nog lang niet van zin om op te hoepelen wanneer ik dat wel doe en voor de laatste keer de metro naar Alvaro's appartement neem, voor mijn laatste nacht in deze complexe, fascinerende mierenheuvel met de klinkende naam... Montréal.






* * *

 




Klik voor meer foto's!