zaterdag 1 augustus 2026

Toch weer fietstips voor kniekastijders

Op de eerste dag van augustus neem ik de trein naar de andere kant van het land, tegen de Luxemburgse grens. Pas in de vroege namiddag bereik ik Marbehan, een dorpje aan de rand van het woud van Anlier, waar de Ardennen overgaan in Belgische Lotharingen. Het is een van de verst gelegen bierfietstochten uit het Bierfietstocht België, maar nog best goed bereikbaar. Veel woud, weinig dorpen. De majestueuze rode wouw zweeft geruisloos boven de weilanden. Een marter rent de weg over. Ik doorkruis een veenvallei en bereik Habay-la-Neuve, een voormalig industriële stad met vele vijvers en twee opvallende kastelen. Geweerschoten weerklinken uit het woud van Anlier. De jacht is geopend.
Het bier waar deze fietstocht aan werd gekoppeld is de Rulles Triple. Het dorp Rulles heeft dezelfde naam als de rivier die het water levert voor dit bittere blondje. Ik degusteer de zware tripel op de oprit van de brouwerij. In de weilanden van de Gaume spot ik een klapekster, de slager onder de piepkleine vogeltjes, en - klein gelukje in de laatste kilometer naar Marbehan - een vos! Hoewel de fietstocht maar 45 km lang is, is ze omwille van de pittige hellingen en moeilijke woudweggetjes niet te onderschatten. Maar de wijdse panorama's op het oneindig ogende woud zijn de onderneming meer dan waard. Geen fietsknooppunten.
Net voor een nieuwe hittegolf aanbreekt, krijg ik een heel mooi cadeau van mijn vader. Mijn tweedehands Scott mountainbike heeft nu een broertje erbij, een nieuwe Trek gravelbike. De vuurdoop vindt plaats in de heuvels van het Land van Herve. Ik bereik de route van een nieuwe bierfietstocht vanuit Wezet, een Waals stadje aan de Nederlandse grens dat ik al vaker als uitvalsbasis heb gebruikt. Een tunnel voert me onder het centrum van Dalhem door. Al snel bereik ik de voormalige steenkoolmijnsite van Blegny, altijd imposant. De site gaat mooi op in het bocagelandschap wanneer ik naar Mortier klim. Ik kijk uit over het Land van Herve, de Voerstreek, de Sint-Pietersberg, en de slakkenbergen van Limburg en Luik. Pure verwennerij.
In Bolland wacht me een zwarte klimpartij. In de bocages valt het Croix de Charneux al van ver op. Ik maak een omweg naar het voormalige treinstation van Herve, waar ik bijleer over deze indrukwekkende streek tussen Maas en Vesder. Ook proef ik er de beroemde kaas, cider en siroop, heerlijke streekproducten, met zicht op de 17 Grosses Tièsses de Hèves, de karikaturale hoofden die elk jaar meelopen in de Cavalcade. Zowel Herve als Aubel zijn charmante stadjes met heel wat erfgoed. Ik klim de vallei uit en fiets op de taalgrens. Links kijk ik uit over de bocages, rechts over de heuvels van de Voerstreek. Ik kom woorden te kort.
Het duurt niet lang voor ik de beroemde spits van de cisterciënzerabdij van Val-Dieu in de verte herken. In de abdij proef ik de Val-Dieu Grand Cru, een donkerbruin bier van maar liefst 10,5%. Met al die heuvels nog voor de boeg ga ik voor een klein glaasje. Heerlijk volle smaak met karameltoetsen. Na een meedogenloze klim passeer ik het militaire fort van Aubin-Neufchâteau, dat weerstand moest bieden tegen de nazi's. Helaas zonder succes. Via de spoorweg waar ooit een toeristentreintje reed, fiets ik van Mortroux naar de tunnel van Dalhem. Daar vind ik een frituur met de streekbiertjes van Grain d'Orge. Een frisse The Pom gaat er altijd in. Samen met mijn Trek gravelbike klink ik op een stevige maar prachtige tocht door de bocages van Herve. Dit was de dichtstbijzijnde nog resterende bierfietstocht. De 15 die ik nog moet fietsen zijn allemaal een pak verder weg. Ik kijk er nu al naar uit. Geen fietsknooppunten.
Enkele dagen later fiets ik nog eens van bij me thuis naar Nederland en terug. In Antwerpen test ik vrijwel meteen een nieuwe koffiebar, aan de spoorlijn die Zurenborg van het Groen Kwartier scheidt. Op het mooiste treinstation ter wereld volgen de studentenbuurt, het Eilandje met het MAS, en dan de Antwerpse haven, met als blikvanger het postmodernistische Havenhuis. Soms is het gewoon wachten tot de wind je vangt. Met de Luchtbal en de Oude Landen fiets ik in Ekeren mijn jeugd binnen. In Putte steek ik de grens over en passeer ik de heide en naaldbossen die zo kenmerkend zijn voor deze grensstreek. De Brabantse Wal is een enigszins heuvelachtig gebied in het uiterste zuidwesten van Noord-Brabant. In de verte zie ik Bergen-op-Zoom en de Antwerpse haven liggen. In Woensdrecht keert de route weer huiswaarts. Ik scheer rakelings langs Zeeland heen en in Ossendrecht ga ik de grens weer over. Via heide en polder bereik ik weer de diamantstad. Mijn gravelbike heeft dan 85 km achter de tandwielen.

Fietsknooppunten: 4 - 13 - 5 - 56 - 54 - 96 - 13 - 77 - 68 - 76 - 74 - 79 - 81 - 2 - 83 - 56 - 38 - 22 - 25 - 52 - 21 - 39 - 40 - 33 - 19 - 60 - 18 - 17 - 85 - 14 - 13 - 96 - 54 - 56 - 5 - 13 - 4

Geen opmerkingen:

Een reactie posten