Op de eerste dag van augustus neem ik de trein naar de andere kant van het land, tegen de Luxemburgse grens. Pas in de vroege namiddag bereik ik Marbehan, een dorpje aan de rand van het woud van Anlier, waar de Ardennen overgaan in Belgische Lotharingen. Het is een van de verst gelegen bierfietstochten uit het Bierfietstocht België, maar nog best goed bereikbaar. Veel woud, weinig dorpen. De majestueuze rode wouw zweeft geruisloos boven de weilanden. Een marter rent de weg over. Ik doorkruis een veenvallei en bereik Habay-la-Neuve, een voormalig industriële stad met vele vijvers en twee opvallende kastelen. Geweerschoten weerklinken uit het woud van Anlier. De jacht is geopend.
Het bier waar deze fietstocht aan werd gekoppeld is de Rulles Triple. Het dorp Rulles heeft dezelfde naam als de rivier die het water levert voor dit bittere blondje. Ik degusteer de zware tripel op de oprit van de brouwerij. In de weilanden van de Gaume spot ik een klapekster, de slager onder de piepkleine vogeltjes, en - klein gelukje in de laatste kilometer naar Marbehan - een vos! Hoewel de fietstocht maar 45 km lang is, is ze omwille van de pittige hellingen en moeilijke woudweggetjes niet te onderschatten. Maar de wijdse panorama's op het oneindig ogende woud zijn de onderneming meer dan waard. Geen fietsknooppunten.
Net voor een nieuwe hittegolf aanbreekt, krijg ik een heel mooi cadeau van mijn vader. Mijn tweedehands Scott mountainbike heeft nu een broertje erbij, een nieuwe Trek gravelbike. De vuurdoop vindt plaats in de heuvels van het Land van Herve. Ik bereik de route van een nieuwe bierfietstocht vanuit Wezet, een Waals stadje aan de Nederlandse grens dat ik al vaker als uitvalsbasis heb gebruikt. Een tunnel voert me onder het centrum van Dalhem door. Al snel bereik ik de voormalige steenkoolmijnsite van Blegny, altijd imposant. De site gaat mooi op in het bocagelandschap wanneer ik naar Mortier klim. Ik kijk uit over het Land van Herve, de Voerstreek, de Sint-Pietersberg, en de slakkenbergen van Limburg en Luik. Pure verwennerij.
In Bolland wacht me een zwarte klimpartij. In de bocages valt het Croix de Charneux al van ver op. Ik maak een omweg naar het voormalige treinstation van Herve, waar ik bijleer over deze indrukwekkende streek tussen Maas en Vesder. Ook proef ik er de beroemde kaas, cider en siroop, heerlijke streekproducten, met zicht op de 17 Grosses Tièsses de Hèves, de karikaturale hoofden die elk jaar meelopen in de Cavalcade. Zowel Herve als Aubel zijn charmante stadjes met heel wat erfgoed. Ik klim de vallei uit en fiets op de taalgrens. Links kijk ik uit over de bocages, rechts over de heuvels van de Voerstreek. Ik kom woorden te kort.
Het duurt niet lang voor ik de beroemde spits van de cisterciënzerabdij van Val-Dieu in de verte herken. In de abdij proef ik de Val-Dieu Grand Cru, een donkerbruin bier van maar liefst 10,5%. Met al die heuvels nog voor de boeg ga ik voor een klein glaasje. Heerlijk volle smaak met karameltoetsen. Na een meedogenloze klim passeer ik het militaire fort van Aubin-Neufchâteau, dat weerstand moest bieden tegen de nazi's. Helaas zonder succes. Via de spoorweg waar ooit een toeristentreintje reed, fiets ik van Mortroux naar de tunnel van Dalhem. Daar vind ik een frituur met de streekbiertjes van Grain d'Orge. Een frisse The Pom gaat er altijd in. Samen met mijn Trek gravelbike klink ik op een stevige maar prachtige tocht door de bocages van Herve. Dit was de dichtstbijzijnde nog resterende bierfietstocht. De 15 die ik nog moet fietsen zijn allemaal een pak verder weg. Ik kijk er nu al naar uit. Geen fietsknooppunten.
Enkele dagen later fiets ik nog eens van bij me thuis naar Nederland en terug. In Antwerpen test ik vrijwel meteen een nieuwe koffiebar, aan de spoorlijn die Zurenborg van het Groen Kwartier scheidt. Op het mooiste treinstation ter wereld volgen de studentenbuurt, het Eilandje met het MAS, en dan de Antwerpse haven, met als blikvanger het postmodernistische Havenhuis. Soms is het gewoon wachten tot de wind je vangt. Met de Luchtbal en de Oude Landen fiets ik in Ekeren mijn jeugd binnen. In Putte steek ik de grens over en passeer ik de heide en naaldbossen die zo kenmerkend zijn voor deze grensstreek. De Brabantse Wal is een enigszins heuvelachtig gebied in het uiterste zuidwesten van Noord-Brabant. In de verte zie ik Bergen-op-Zoom en de Antwerpse haven liggen. In Woensdrecht keert de route weer huiswaarts. Ik scheer rakelings langs Zeeland heen en in Ossendrecht ga ik de grens weer over. Via heide en polder bereik ik weer de diamantstad. Mijn gravelbike heeft dan 85 km achter de tandwielen.
Fietsknooppunten: 4 - 13 - 5 - 56 - 54 - 96 - 13 - 77 - 68 - 76 - 74 - 79 - 81 - 2 - 83 - 56 - 38 - 22 - 25 - 52 - 21 - 39 - 40 - 33 - 19 - 60 - 18 - 17 - 85 - 14 - 13 - 96 - 54 - 56 - 5 - 13 - 4
Net als het Land van Herve wordt de streek Sainte-Ode gekenmerkt door een bocagelandschap. Begin september neem ik mijn Trek mee naar de Ardennen. In het dorpje Flohimont brouwen de tchèts (katten) van Brasserie des Tchèts al jarenlang het geliefde kattenbier La Chatte. Op de RAVeL lijn 163 richting Sibret vlucht een ros katje voor mijn gravelbike uit. Ik ben helemaal alleen in het winderige woud. Hoog in de lucht: wouw vs. buizerd. Clash der titaten. En een vleermuis boven mijn helm zien fladderen op de middag is best een vreemd zicht. Vanaf Sibret begin ik de bordjes van EuroVelo 5 te volgen. Ik passeer het Kasteel van Laval, het enige feodale kasteel uit de hele streek. Tot slot volg ik vanaf Amberloup, na eerst de Ourthe over te steken, de W7 naar mijn eindbestemming. Een plensbui bemoeilijkt de op zich gemakkelijke bierfietsroute. Een wijze kat schuilt onder een tafel in de tuin.
Wanneer ik van Bonnerue, met de opmerkelijke kapel, het woud binnen fiets, schrikken twee reeën danig op en vluchten weg tussen de sparren. Ik moet denken aan de vele herten die zijn omgekomen in de vuurzee op de Hoge Venen. De laatste kilometers zijn bijna heel de tijd bergop - het moeilijkste stuk van deze tocht. In Libramont bezoek ik het Keltenmuseum. Galliërs aten geen everzwijn maar dronken wel bier. Ik ook. In de kroeg vind ik een La Chatte blonde en daarmee is deze 60 km lange bierfietstocht pas echt compleet.
Twee dagen later ga ik nog eens fietsen in het oosten van Limburg. Van Bilzen naar de Maas en terug. In Rijkshoven weerklinkt doedelzakmuziek uit de Landcommanderij Alden Biesen. Op een heuveltop in Grote Spouwen, waar de Haspengouw plaatsmaakt voor het Maasland, zie ik in de verte aan de ene kant Tongeren en aan de andere kant Maastricht en de Sint-Pietersberg liggen. Bij de mergelgrotten van Wonck, in een afgelegen puzzelstukje van Wallonië, springt een grote witte hond uit de kofferbak van een geparkeerde wagen en rent me enkele meters achterna tot hij wordt teruggefloten. In Eben fiets ik nog eens voorbij de Toren van Eben-Ezer, een spectaculaire en originele folie die ik enkele jaren geleden al eens bezocht, met de symbolen van de vier evangelisten die over het plateau uitkijken: arend, leeuw, engel, stier.
Aan de oever van de Jeker trakteer ik mezelf op pannenkoeken in Moulin Loverix. Het ligt fotogeniek tegenover het Fort van Eben-Emael, een immens militair complex met gangen die tot diep in de mergelbuik van de Sint-Pietersberg vertakken. Voor mei 1940 werd het als het sterkste fort van Europa beschouwd - oninneembaar zelfs - tot de nazi's het op een kwartier tijd veroverden. Ik bezoek het oorlogsmuseum, dat me door de vele gangen van het complex voert. Het is een aangrijpend bezoek aan de officiersmes, stookruimte, filterkamer, ziekenzaal, en er is zelfs een immersive experience over deze vreselijke aanval die meer dan duizend Belgen, waaronder heel wat burgers, het leven heeft gekost. Bovenop het fort wandel ik tussen de massieve koepels. In de lucht buitelen roofvogels waar op 10 mei 1940 Duitse zweefvliegtuigen de Belgische soldaten verrasten. Stroomafwaarts aan de Jeker ligt net voor de Nederlandse grens het pittoreske dorp Kanne, waar ik vorig jaar samen met Teutë de mergelgrotten bezocht. Ik draai met het Albertkanaal mee noordwestwaarts zonder Maastricht binnen te rijden. Ik fiets onder de modieuze brug van Vroenhoven door en via de velden, met charmante dorpjes als Hees, keer ik terug naar mijn beginpunt. Eens de Demer overgestoken ben ik terug in Bilzen. Dit was een gemakkelijke route over en langs allerhande grenzen heen. Een 52 km lange rit doorheen de geschiedenis.
Fietsknooppunten: 85 - 68 - 89 - 81 - 540 - 80 - 569 - 32 - 5 - 402 - 557 - 88 - 124 - 90 - 66 - 67 - 504 - 200 - 85
Meer volgt.











Geen opmerkingen:
Een reactie posten