zondag 7 augustus 2022

Nieuwe fietstips voor kniekastijders

 
Oh, nog eens een fietstocht af te maken. Zonder gebroken ketting. Zonder platte band. Na grondige herstelwerken is mijn Scott-mountainbike weer klaar voor de weg, het bos, de velden. Deze nieuwe reeks fietstips (wordt af en toe aangevuld) wil ik beginnen met een klassebak van een route. Van Tongeren naar Tienen, over de Romeinse weg, Zuid-Limburg en de Haspengouw doorkruisen, op een steenworp van de taalgrens. Eerder deze week wandelde ik nog tussen de Romeinse overblijfselen van Keulen. Ook Tongeren heeft op dat vlak heel wat te bieden, als oudste stad van België. Na een tourtje door het historische centrum en een koffie bij Ambiorix begin ik aan deze fietstocht van 66 km. Ik raad aan hetzelfde te doen.
De heuvels van de Haspengouw zijn een waar plezier om door te fietsen. Romeinse grafheuvels, fruitgaarden, stapels palloxen, bloemenvelden, vakwerkhuisjes. Ik passeer het kasteel van Widooie en het Chapel of Memories. Op een heuvel in Borgloon prijkt het beroemde doorkijkkerkje, waar ik op een donkere winterdag in 2019 nog een filmpje maakte samen met Lisa Deckers. Het panorama is hier weergaloos. Ik zie Tongeren, Sint-Truiden en Wallonië liggen. Het is een plek die toeristen van over heel de wereld aantrekt als wespen op een Limburgse vlaai. Een heuvel verderop vind ik de Graethemkapel en een gedicht dat deze plek aanduidt als het historische centrum van het oude Graafschap Loon.
Ik volg de Romeinse weg naar Sint-Truiden en stuit op het pittoreske gehucht Helshoven, een ware trekpleister met veel horeca. Daar zit een historische kapel en populair bedevaartsoord iets voor tussen. Op het hoogste punt vind ik de galg waar schurken aan werden opgehangen. Ernaast nog zo'n geliefd modern monument uit de Haspengouw. Helsh(ae)ven, een 'zwevende kapel' gemaakt van kersenhout, lokt bijna even veel bezoekers als de doorkijkkerk. Daarmee scoort Borgloon hoog op de schaal van Instagram. En alweer een schitterend uitzicht over de Haspengouw natuurlijk. Hoog boven het mythische Helshoven zweeft een buizerd. Zijn kreten gaan door merg en been.
Ik passeer de vervallen burcht van Lodewijk I, Graaf van Loon, in Brustem en bereik Sint-Truiden. Met haar abdij, stadhuis met belfort en verschillende bezienswaardige kerken is deze fruitstad een wat onderschatte bestemming. Sint-Truiden is een kleurrijke plek waar je goed gezind van wordt. De beiaard weerklinkt over de Grote Markt en ik verlaat fietsparadijs Limburg. De provinciegrens is ongeveer in de helft van de fietstocht.
Zoutleeuw is een van de best bewaarde geheimen van Vlaams-Brabant. Ik zet me met een Tongerlo op het terras tussen de Leeuwenaars en bekijk de magnifieke Sint-Leonarduskerk, het stadhuis en het vleeshuis, echo's van de tijd toen Zoutleeuw een belangrijke handelsstad was. Het sublieme laatgotische interieur van de kerk is intact gebleven. Werelderfgoed!
Middenin de haast ongerepte Getevallei vind ik nog de historische Bethaniakapel, ter ere van Maria Magdalena, Troosteres der Bedrukten. Ik volg een uitgedoofde spoorweg en passeer het dorpje Neerlinter, waar mijn goede vriend Nikos, aka Vomit Eater, zich met zijn gezin heeft teruggetrokken. Terecht. Het is hier prachtig. We drinken een pintje in zijn tuin en hij toont me het tekenproces van zijn volgende stripverhaal. Hij vergezelt me richting Hoeleden, waar ik met een serieuze omweg mijn laatste etappe inzet naar suikerstad Tienen. Dit was een van de mooiste fietstips voor kniekastijders tot nu toe, via de Romeinse weg langs de boomgaarden, waar de peren er smakelijk bij hangen, en met de mooiste fotostops van de Haspengouw. De route stopt bij een allerlaatste hoogtepunt, de inspirerende ruïne van de begijnhofkerk. Een plek om tot rust te komen.

Fietsknooppunten: Ambiorix - 111 - 116 - 117 - 132 - 156 - 155 - 154 - 151 - 161 - 169 - 168 - 134 - 135 - 188 - 187 - 33 - 51 - 23 - 21 - 1 - 50 - 58 - 5 - 6 - 20 - 7 - 8 - 40 - 41 - 24 - 42 - 64
 
De volgende route wordt weer volledig bepaald door zo'n idiote woordspeling. Wat dacht je van Bekaf-Bekkevoort? Het vergde wat opzoekwerk. Bekaf is zelfs geen dorp maar gewoon een wijk in Aarschot. De blikvangers van deze stad zijn de talloze sculpturen op de oevers van de Demer. Die steek ik een paar keer over en tot in Rillaar volgt een dolle rit door de heuvels van de Merode. Bijna bekaf maar ik doe nog een beke voort. (Sorry voor die laatste zin.) Net buiten Rillaar vind ik wijnkasteel en -domein Haksberg. Het Hageland brengt heerlijke witte wijn voort, en dat al sinds de Romeinen.
Dat Bekkevoort bekoort, is lichtjes overdreven, al is het ook geen straf om hier te fietsen. Ik suggereer de alternatieve slogan: Bekkevoort valt niet tegen. Scherpenheuvel bekoort én geneest op de koop toe. Althans voor wie mirakels niet tot de fabeltjessferen rekent. Je kan naar het bedevaartsoord maar even goed gerst en hop gaan vereren in de tuinbar met de speciale biertjes. Op deze hoogdag (we schrijven ondertussen 15 augustus) drink ik een Fourchette op de gezondheid van de Vader, de Zoon én de Heilige Geest.
Bekaf-Bekkevoort is een belachelijk korte fietstocht, dus ik ga nog een bekke verder. Ik zet de klim in naar Kaggevinne, het gehucht dat J.M.H. Berckmans vereeuwigde in zijn kortverhaal 'De killer van Kaggevinne' (dat zich trouwens in Halen afspeelt). De seriemoordenaar kreeg geen standbeeld, Berchmans (als in Sint-Jan) dan weer wel. Op de horizon zowel de basiliek van Scherpenheuvel als de abdij van Averbode, en Diest ligt op kruipafstand. Dat is interessant, want al sinds de tuinbar probeer ik een plaatselijke storm voor te zijn en die haalt me net bij de kloeke Sint-Sulpitiuskerk in, waar ik de horeca in duik. Al bij al een fietstocht die bekoort.
 
Fietsknooppunten: 16 - 15 - 51 - 89 - 04 - 07 - 06 - 54 - 53 - 52 - 91 - 92 - 89 - (nog een rondje door Diest?) - 87 - 32 - 33 - 88 - 89
 
Daarna is het wachten tot diep in de herfst voor ik nog eens een grote fietstocht onderneem. Op een droge en zonnige zondag fiets ik van Drogenbos naar Ternat, of ineens van Brussel naar Aalst. Een gemakkelijke fietstocht eigenlijk, om er weer in te komen. Vanuit het Zuidstation fiets ik eerst een zestal kilometer door de zuidelijke gemeentes van het Hoofdstedelijk Gewest naar het Vlaamse Drogenbos. Hier kan ik richting het eerste knooppunt, in Ruisbroek, vertrekken. Ik steek het kanaal over en merk dat de hoofdstad ook in de eerste Vlaamse gemeentes lijkt door te lopen, tot ik na Klein-Bijgaarden de velden binnenrijd. Hier kan je pas echt spreken van de Groene Gordel. Hier laat ik Brussel pas echt achter me.
Wie Pajottenland zegt, zegt Pieter Breugel. De 16e-eeuwse schilder trok met veel plezier de Pedevallei in om zich te laten inspireren door de landschappen. Zo schilderde hij De parabel van de blinden in Sint-Anna-Pede. De Sint-Annakerk is duidelijk herkenbaar en ligt er ook in 2022 vredig bij, en dat op een steenworp van het bedrijvige Brussel. Zijn beroemde werk De volkstelling te Bethlehem speelt zich dan weer af in het nabijgelegen Schepdaal, maar van hedendaagse herkenningspunten is al lang geen sprake meer.
En zo bereik ik Ternat, vroeg op de middag, badend in het zweet. Het is belachelijk warm voor oktober. Hoewel er geen druppel uit de lucht viel, heb ik het dus toch niet droog gehouden. Prettig stadje trouwens. Een elegante dreef verbindt de Sint-Gertrudiskerk met het kasteel. Deze streek is ook bekend omwille van de lekkere biertjes. Bij het treinstation van Liedekerke zet ik me in de zon met een blonde Affligem, waarna ik de Dender begin te volgen, de provinciegrens overschrijd, koers zet naar het Land van Aalst, en ten slotte de stad van Louis Paul Boon bereik.
De natuur van de Dendervallei is zeer zeker het hoogtepunt van deze fietstip, vooral in de herfst. Aalst via de rivier binnenrijden is als fietsen in een gigantisch museum voor fabrieken door de eeuwen heen. De ajuinstad mag dan een wat marginaal imago hebben, ik kom hier graag op een zondag. De aangename Kattestraat brengt me naar de Grote Markt, waar pakweg ergens tussen belfort en lakenhal deze fietstocht eindigt.
 
Fietsknooppunten: Zuidstation - volg tramsporen naar Drogenbos - 84 - 68 - 89 - 20 - 88 - 37 - 45 - 36 - 34 - 53 - 54 - 59 - 95 - 96 - 35 - 30 - 80 - 79 - 38 - 36 - 34 - 37 (- 33)
 
Enkele weken later is het eind oktober en verlaat ik het huis in korte broek en t-shirt. Maf wel. Ik fiets naar Vremde, waar mijn nieuwe tip voor kniekastijders begint, eentje met internationale implicaties, want vandaag fiets ik van Vremde naar Buitenland. Ik passeer Den Steenen Molen van Boechout, Kasteel Cappenberg in Hove en de basiliek van Edegem, en zo ben ik eigenlijk in een grote cirkel rond mijn Berchem gefietst. Vanaf Niel krijg ik wat meer natuur te zien met de plassen van de Walenhoek. En met de stille waters van Rivierenland breekt de mooiste etappe van deze fietstocht aan.
De veerdienst brengt me naar het Noordelijk Eiland op de Rupel, daar waar die in de Schelde uitmondt, waar in 2016 een dode narwal werd gevonden. Een fraaie muurschildering herinnert ons aan deze opmerkelijke ontdekking. Bij de sluisdeuren van Wintam is het lang wachten op een containerboot. Uiteindelijk volg ik de Schelde en duik de ongerepte natuur van Klein Brabant in. Niet ver van het Kasteel d'Ursel in Hingene las ik een lange bierpauze in. Even later bereik ik het pittoreske gehucht Buitenland. Vremde-Buitenland: check! Buiten het Reuzenhuis der Teutonische Ridders en de 19e-eeuwse poort met eerbetoon aan onze bard Wannes Van de Velde is hier niets te zien, maar het is altijd een prettige passage door deze bijna onwaarschijnlijke plek. Ik steek de Schelde over.
Je ziet nog eens wat in het saaie Temse. Een kudde schapen midden in het stadscentrum bijvoorbeeld. Of bovenop de heuvel een gevecht onder stieren. Ik passeer het Wase winkelcentrum en blaas even uit in het Romain De Vidtspark. En zo ben ik weer in Sint-Niklaas en kunnen mijn knieën aan hun luie zondag beginnen.
 
Fietsknooppunten: (31 - 30 - 18 - 7 14 - 53 -) 83 - 56 - 82 - 61 - 81 - 80 - 10 - 99 - 02 - 01 - 15 - 08 - 16 - 17 - 91 - 18 - 90 - 34 - 31 - 54 - 01 - 21 - 22 - 02 (- 03 - 75 - 99 - 48 - 45 - 36)
 
Een week later en alles van waarde is weerloos. Aldus Lucebert, en hij had nog gelijk ook. Maar wat als deze beroemde regel een fietstocht werd? Alles van Weerde is Waarloos. Maar voor het gemak draai ik het om: Waarloos-Weerde. De Prins Boudewijnlaan voert me van mijn thuis naar Hof Arendsnest in Edegem, waar ik de koers wijzig richting Waarloos. Hier aan de oude spoorwegberm kan mijn omgedraaide omgekeerde Lucebert van start gaan.
Bezienswaardig in Rumst zijn de Lazaruskapel en de lazaretten van het leprozenhuis, getuigen van een heel andere tijd. Ik steek de Nete en de Dijle over en bereik het Zennegat, waar drie rivieren samenstromen. In de verte zie ik Mechelen liggen. Ik schakel over op de Zenne, die zich door een prachtig natuurlandschap wurmt richting de hoofdstad. Ooievaars, reigers, talingen en fazanten smukken mijn fietstocht door de natte weilanden van Rivierenland op. En zo overschrijd ik de provinciegrens en bereik mijn bestemming Weerde. Alles van waarde is weerloos.
Ik passeer de sluistorenruïne waar ik al eerder over schreef en blijf de Zenne volgen, terwijl Brussel zich aan de horizon aftekent. Ik wou eerst deze fietstip laten eindigen bij het internaat van Vilvoorde, en die iconische roofvogel vervaardigd uit afval, maar het is warm en zonnig en nog vroeg op de namiddag, dus ik rijd door naar de hoofdstad. De omweg via de industriezone van Vilvoorde is eigenlijk wat overbodig, maar uiteindelijk volg ik het kanaal door de spuuglelijke havenbuurt van Brussel. In Laken passeer ik eerst de achterkant van het Koninklijk Domein en vervolgens street art als eerbetoon voor George Floyd. De fietstocht eindigt bij Thurn en Taxis, waar iedereen voor Halloween verkleed rondloopt, en waar ik de brug oversteek naar het Noordstation.
Voor het eerst ben ik, zij het met veel groene omwegen, naar Brussel gefietst. Met de etappe Vilvoorde-Schaarbeek erbij is deze fietstocht al gauw ruim 70 km lang.
 
Fietsknooppunten: Prins Boudewijnlaan - 02 - 01 - 92 - 20 - 19 - 03 - 04 - 51 - 52 - 94 - 79 - 90 - 59 - 10 - 75 - 63 - 15 - 18 - 13 - 21 - 47 (- 91 - 71 - 76 - 20 - 18 - 2)
 
Met Wapenstilstand haal ik mijn fiets uit de stal voorf een ronde van 90 km. Geen woordspeling deze keer, tenzij Berchem-Putte-Berchem. Na de schapenkoppenvelden van Lier bereik ik Duffel via de Nete. Ik zet me in de zon bij het stadhuis en een dorpsfanfare begint te spelen voor burgemeester en college, waarop een stoet van Amerikaanse legerwagens volgt. Ik steek de rivier over en volg die in omgekeerde richting, waarna ik het Netekanaal neem naar de kalme boerenbuiten van Koningshooikt. Verder naar het dorp Onze-Lieve-Vrouw-Waver, met de bekende Ursulinenschool en even veel historische torens als een middeleeuwse stad. Ik zie ze al van ver middenin het Lierse en Waverse landschap opduiken, maar maak eerst nog een boog via Putte.
Alpaca galore, roeken in de velden, veel ezeltjes, een bloemenweide in november, de schreeuw van een buizerd, soms een bunker in een weiland of in een voortuin. Dit is niet de fietstocht van de kastelen of sublieme vergezichten, deze landelijke streek imponeert op subtiele wijze. Ik steek de Nete via de spoorwegbrug over, passeer het monument van de duffelcoat en fiets door de velden van Kontich naar huis. Ondanks de lengte een vrij gemakkelijke fietstocht in de platste provincie van het land!
 
Fietsknooppunten: 40 - 09 - 98 - 08 - 86 - 10 - 80 - 81 - 61 - 63 - 11 - 13 - 27 - 31 - 66 - 40 - 48 - 49 - 35 - 39 - 17 - 02 - 26 - 37 - 36 - 42 - 91 - 56 - 50 - 20 - 92 - 01 - 02 - 26 - 25 - 14 - 09 - 40

woensdag 3 augustus 2022

West-Duitsland, 28 juli - 2 augustus 2022

west_DUITSLAND 28 juli - 3 augustus 2022
 
In april was er al een voorgerecht. Toen trok ik voor het eerst in lange tijd nog eens voor meerdere dagen naar Duitsland. Teutë en ik verbleven drie dagen in het schattige stadje Monschau. Hier vonden we alles wat we van Duitsland verwachten in een autovrij centrum van een zakdoek groot. In de vakwerkhuizen op de oever van de Roer verkenden we de Duitse keuken. We klommen naar de Hallerruïne voor een magnifiek uitzicht en deden hetzelfde met de burchtheuvel. Verder vonden we herinneringen aan de ooit bloeiende lakenindustrie. Vooral het Rotes Haus, Haus Troistorff en enkele fraaie kerken konden ons bekoren.
Monschau, vroeger Montjoie, ligt aan de voet van de Eiffel, dus we zijn ook een dagje gaan klimmen langs de Roer. Zo volgden we de bordjes van de Eifelsteig - aanrader! Op de laatste dag deden we een tour de force en stapten helemaal terug naar België, dwars door de Hoge Venen, waar we een adder spotten, tot voorbij de Vesderstuwdam, eindbestemming Eupen, waar we pas in de avond arriveerden. We beloofden elkaar dat we samen gauw weer naar Duitsland zouden afreizen. Maar dan nog eens buiten Noordrijn-Westfalen. Eigenlijk kennen we het land helemaal niet zo goed.
We kiezen het noordwesten van het land, en reizen na een laatste werkdag 's avonds per trein af naar Keulen. De mij nogal vertrouwde stad is nieuw voor Teutë. Heel herkenbaar zijn de gotische Dom met de tweelingtorens van 157 meter hoog, en de Hohenzollernbrücke, die met de liefdesslotjes. De straatjes rond de Dom zijn nog veel ouder en gaan terug tot de middeleeuwen en de Romeinse tijd. Toch zijn heel wat monumenten relatief nieuw. Net als de meeste Duitse steden werd Keulen op het einde van de Tweede Wereldoorlog platgebombardeerd door de Britten en werd er daarna een moderne invulling aan de leegte gegeven.
Een menigte heeft zich voor de Dom verzameld voor een concert van Tom Jones. We kunnen een liedje mee volgen en zien hem van niet eens zo ver het beste van zichzelf geven voor zijn uitgelaten Duitse fans. Een van mijn favoriete plekjes is de Fischmarkt, met de pastelkleurige huisjes en de romaanse kerk Gross St. Martin. We drinken een Kölsch op een terrasje aan de Rijn. Onze ober vertelt dat hij de neef van Zuhal Demir is. Haar moeder is zijn tante. Buiten het historische centrum vinden we de Belgische wijk, barstensvol cafeetjes. Op het Brüsseler Platz heerst een drinkende drukte en ook in de gelijknamige straat vinden we een alternatief barretje. Via de Hahnentor, een oude stadspoort, vinden we ons hotel terug.
 
Keulen is de stad van de romaanse kerken, de ene al imposanter dan de andere. In de ochtend maken we de Brunnenwandeling door de Altstadt, van fontein naar fontein, en appreciëren de vele vakkundige details: kabouters, dieren, carnavalsfiguren... De verscheidenheid onder de fonteinen is enorm. Vervolgens stappen we op de trein naar Bremen, en doorkruisen een gebied dat even lang is als Nederland, dwars door het Roergebied, met Düsseldorf, Duisburg en Münster. Op deze sterk verstedelijkte streek volgt de natuur van de deelstaat Nedersaksen, waarna de trein de Hanzestad van bestemming binnenrijdt.
Op de Grote Markt valt meteen het grote beeld van ridder Roland op, uit 1404, en dat van de Bremer stadsmuzikanten (ezel, hond, kat, haan) dat ik jaren geleden ook al in zusterstad Riga tegenkwam. Deze populaire dieren, ontsproten uit de breinen van de gebroeders Grimm, ken ik van de tekenfilmserie die in de jaren '90 wel eens op televisie verscheen. Het Rathaus valt op door z'n gevel in pure Wezerrenaissance, vernoemd naar de rivier die door deze onafhankelijke deelstaat stroomt. De markt, met de vele historische gebouwen, zoals het Vlaamse gildenhuis, is een streling voor het oog. Ook de St. Petri Dom valt op met haar tweelingtorens uit de 19e eeuw. Op een terras tegenover het Rathaus bestuderen we de knappe details van de gevel, met een Beck's dabei.
 
Ook in de Böttcherstrasse valt er heel wat te bekijken. Het gouden reliëf van de aartsengel Michael die de draak doodt, is subliem. De architectuur in deze straat is met verschillende doorgangen en arcades verbluffend origineel. Onder twee enorme kattensculpturen zijn aquariums met tropische vissen ingebouwd in de muur. Er is de fontein van de zeven luie zonen, met een knipoogje naar de Bremer stadsmuzikanten. Om het uur weerklinkt een klokkenspel met unieke ronddraaiende sculptuur. We komen ogen te kort in deze bakstenen droom van architect Bernard Hoetger. We komen uit op de Wezer en een promenade langs de oever, met enkele typische Biergartens aan het water. In de verte spotten we de brouwerij van Beck's. In de Schnoorwijk, met haar smalle steegjes, is Bremen op z'n meest pittoresk. We vinden het hier plezant, en daar verandert een wespensteek in mijn pols niets aan.
De Hanzestad telt heel wat originele sculpturen, soms ludiek, soms grimmig. Zo verwijzen er enkele naar de deportaties van eind jaren '30. Net als in heel Europa vertellen gulden stoeptegels het verhaal van joodse families die hier uit hun thuis werden weggehaald en nooit zijn teruggekeerd. Ik zag ze ook in Brussel en Boedapest. De hippe en alternatieve wijk Das Viertel is een ware belevenis. We vinden er een veganistisch restaurant en de bar Wohnzimmer, ingericht als nostalgische woonkamer. We gaan 'in de keuken' zitten en drinken originele cocktails. Overal staan Duitsers op straathoeken te drinken. Alle gevels zijn opgesmukt met street art en activistische slogans. Een wijk om in door te zakken.
Zaterdagmorgen en ik laat Teutë slapen. Nog heel wat te ontdekken in de vrije stad Bremen. Bremer Loch is een put op de Grote Markt. Gooi er een muntje in en je hoort het dierengeluid van een van de stadsmuzikanten. IA. Miauw. Woef. Kukelekuuu. Ik ontbijt op de oever van de Wezer. Het belooft de meest zonnige dag van ons reisje te worden. Bremen is een stad die alle verwachtingen overstijgt. Ik krijg geen genoeg van de schitterende details op de gevels van stadhuis, gildenhuis en kathedraal. Die laatste heeft een mooi beschilderd interieur en twee serene cryptes met versierde pilaren en orgels. Op de vloer ligt een enorm 17e-eeuws uurwerk te rusten.
Voorbij de Domsburg, waar een gezellig marktje veel volk trekt, vind ik de Wallanlagen, de restanten van de stervormige wallen rond de stad, een groene oase middenin het centrum. Van de vele windmolens blijft er nog eentje over. Ook in Bernard Hoetgers Böttcherstrasse blijven bij elk bezoek nieuwe details opduiken. Ik bezoek er het Roselius-huis en het Paula Modersohn-Beckermuseum, en bewonder de authentieke inrichting en een collectie schilderijen en artefacten van de 15e tot de 21e eeuw. Een dubbele lichtkrant loopt verticaal door de trappengang.
Ik spreek met Teutë af in de bloementuin aan de voet van de watermolen. We genieten van een uitstekende veganistische lunch en trotseren de wespen, zoals iedereen die deze zomer een terrasje wil doen. De Bibelgarten is een vredig tuintje dat bij de Dom hoort. Er is toegang naar de kelder, waar ik acht mummies diep in de ogen kijk. In dit selecte gezelschap vinden we een Engelse gravin, een student die overleed aan zijn verwondingen na een duel, en enkele Zweedse officieren die in de Dertigjarige Oorlog zijn gesneuveld.
Onderweg naar het Bürgerpark passeren we een tunnel waarin het woord 'vrede' in een honderdtal talen is afgebeeld. Ook in het Russisch. Overal in de stad hangen trouwens grote Oekraïense vlaggen. Aan het Emmasee bezoeken we een zoo met ezels (echter zijn deze niet muzikaal aangelegd), varkens, alpaca's en cavia's. Jonge gezinnen komen roeien op het meer. We eten veganistisch in Das Viertel en duiken in de cocktails in de Beluga Bar. Een van de cocktails heet Selbstmord. Wij vinden Long Islands al zat genoeg.
Van de ene Hanzestad naar de andere. Op zondagmorgen nemen we de trein naar havenstad Hamburg, de tweede grootste stad van het land. Het havendistrict doet met zijn bakstenen pakhuizen wat denken aan Rotterdam en Liverpool. De omvang van deze huizen is verbluffend, of toch door de ogen van een 19e- en vroeg 20e-eeuwse Hamburger. Het imposante Chilehaus telt tien verdiepingen. Het is aangenaam rondslenteren in het bakstenen complex Speicherstadt, met zijn kanaaltjes en vlieten, waar meeuwen baas zijn. Hier gaat gewoonlijk mijn hipsteralarm van af. En het zal hier ook niet goedkoop wonen zijn. Aan de Norderelbe begint de haven. Pronkstuk is hier de hypermoderne Elbphilharmonie, het reusachtige orkestgebouw van Hamburg.
We steken een wirwar van waterwegen over naar de binnenstad, waar we flarden geschiedenis zoeken tussen saaie kantoorgebouwen. De torens van de vijf grootste lutherse kerken en die van het Rathaus domineren het zicht. In de Kramerambtstuben, vlakbij de Sint-Michielskerk, bezoek ik een klein huisje uit de 17e eeuw. Deze armenhuisjes werden door de gildes uit liefdadigheid gebouwd voor de weduwen van hun leden. Iets verderop vinden we een standbeeld van het citroenenvrouwtje. Aan de overkant van de drukke baan begint de Neustadt. Hamburg werd door de geallieerden bijna volledig plat gebombardeerd, maar gelukkig hebben enkele monumenten het hier en daar overleefd. In de Peterstrasse woonden bekende Duitse componisten zoals Brahms en Mendelssohn. Sommige huizen zijn reconstructies, andere origineel.
Net als in Bremen wordt Hamburg half omringd door Wallanlagen, een park in halvemaanvorm. Erachter stuiten we op een uit de kluiten gewassen kermis. We genieten kort van de toch altijd aparte sfeer en gaan veganistisch eten in het Karolinenviertel, waar de kermis op uitkomt. We logeren niet ver van de Binnenalster. Mooi panorama van de binnenstad met de hoofdkerken en het Rathaus. In dit sjieke winkelgebied begint onze wandeling door de Altstadt. De watervierhoek heeft allures van Genève, terwijl de Alsterarkaden bij de Alsterfleet haast Venetiaans ogen. Dat het hard is beginnen regenen doorprikt die illusie. Hier zien we van onder onze paraplu het renaissancistische Rathaus in volle glorie.
We passeren nog het rederijkantoor Laeiszhof, met een poedel als mascotte, en de vrijstaande toren van de Nikolaikirche, met haar 142 meter ooit nog de hoogste toren van de wereld. De kathedraal van Rouen brak twee jaar later dat record. De rest van de kerk werd door de geallieerden verwoest (ironisch, want de architect was Brits) en de ruïne is nu een monument tegen oorlog. Er loopt een tentoonstelling met pakkende foto's van de oorlog in Oekraïne. Voor we de brug weer oversteken naar Speicherstadt bewonderen we nog de koopmanshuizen van op de ponton op de Nikolaifleet, al is dat wat in mineur door de gietende regen. Ze doen me wat denken aan Riga, die andere Hanzestad.
In de rosse buurt van St. Pauli begon het voor dat Engelse bandje The Beatles pas echt. Ze traden er verschillende keren op. Nog iets wat Hamburg met Liverpool gemeen heeft dus. Nu is het een multiculturele buurt met een bruisend nachtleven en alle zonden van de wereld er gratis bij. De seksclubs zijn niet te tellen. Een van de zijsteegjes van de Reeperbahn heet Neuken in de Keukenstrasse. Zo'n buurt dus. En dan de boodschappen die zich hier in neon manifesteren. 'Pray For Ukraine' onder 'Table Dance'. Titty Twister. Wilde Jungs. Shotjes in de roze Wunderbar. Bier in de stamkroeg van The Beatles, waar 'Master of Puppets' woord voor woord wordt meegebruld. En 's nachts heersen de ratten over de verlaten Alsterarkaden. En heimelijke fellatio op de kaai van de Binnenalster. Ook dat is Hamburg.
Op de voorlaatste dag blijft Teutë in Hamburg en reis ik nog wat noordelijker. In Schleswig-Holstein ligt nog een andere Hanzestad. Het schattige Lübeck (niet te verwarren met het koninkrijk van franke Theo) heeft de eeuwen en de bombardementen goed doorstaan. Ik steek de Puppenbrücke, verrijkt met standbeelden van mythische figuren, over en sta oog in oog met de iconische Holstentor, een 15e-eeuwse stadspoort met twee ronde torens. Dit zou het derde beroemdste monument van Duitsland zijn. Bij het water vormt de Salzspeichergruppe, een rij van bakstenen huizen die als zoutmagazijn dienden, een wat komische groep. Het lijkt of deze cartoonesk ogende huizen elk moment kunnen omvallen.
Dat we hier bijna in Scandinavië zijn, merk ik met name aan de stijl van de kerktorens. Ze doen me met hun groene daken wat aan Stockholm denken. Ook Riga en Tallinn lijken niet ver weg. In de Petrikirche loopt een kunstexpo rond respect. De Marktplatz is om in te lijsten. Van op het terras van het Arkadencafé bewonder ik de schitterende gevel van het Rathaus, dat model stond voor de stadhuizen van andere Hanzesteden. De spitse torentjes, de zuilen, de bogen, de beelden, de wapenschilden, in streng zwart, dan weer speels kleurrijk. Net niet grotesk.
Ik loop door de straatjes van deze bakstenen stad boordevol geschiedenis en vind het huis waar Günther Grass, auteur van Die Blechtrommel werkte. Het museum is een prachtig eerbetoon aan deze Nobelprijswinnaar uit Danzig. Ik word ondergedompeld in het Danzig van tijdens de Tweede Wereldoorlog en waan me even Oskar Matzerath in een reconstructie van een winkeltje uit die tijd. Ik neus in manuscripten, bekijk de typmachine waarop Grass zijn meesterwerk schreef, geniet van de sculpturen in de tuin, en leer meer over zijn leven. Mijn lectuur van deze prachtige roman zit alweer ver weg, maar hier en daar doen details een belletje rinkelen. Een wonderlijk tijdreisje. Om de hoek zit het geboortehuis van die andere Nobelprijswinnaar uit deze streek, bondskanselier Willy Brandt.
Verder naar de Koberg, waar ik me neerplof in een ligstoel in de Kulturgarten, met zicht op de torens van de Jakobikirche en het Heiligen-Geist-Hospital. Van op de wallen van de Burgtor, in het noorden van de Altstadt, kijk ik uit over Trave en haven, een harmonieus geheel van oud en nieuw. Een groot schip vaart net Lübeck binnen. Het interieur van de Marienkirche heeft veel te bieden. Tussen de roodbruine zuilen tref ik verschillende kunstwerken aan. Bezienswaardig zijn de astronomische klok en de verpulverde kerkklokken die tijdens de Britse bombardementen van 1942 uit een van de torens vielen. Een vijftal slechtvalken cirkelt gierend rond de twee groene torens. Op een rots zit de duivel te gniffelen.
Een lift brengt me naar de toren van de Petrikirche, waar ik een erg mooi uitzicht heb over de ovaalvormige stad met haar spitse torens en leuke huisjes, en de wijde omgeving. Tot slot bezoek ik de Holstentor, waar ik aan de hand van wapens, harnassen, maquettes, scheepsmodellen en foltertuigen meer leer over het reilen en zeilen van de Hanzesteden. Helemaal bovenin regeert een gigantische tweekoppige arend. CONCORDIA DOMI FORIS PAX, staat er op de gevel te lezen. Met die ingesteldheid neem ik de trein terug naar Hamburg.
Bij stralend weer ziet de stad er natuurlijk veel beter uit. Ik spreek met Teutë af aan het Rathaus, wip nog even het binnenplein binnen. Magnifieke plek, met een fontein die de doden van de cholera-epidemie eert. In 1906 werd de Sint-Michielskerk verwoest door een grote brand. In de laag gewelfde crypte van de heropgebouwde kerk vertellen brokstukken en artefacten over het inferno. We nemen de lift naar de 132 meter hoge toren en zien de stad en de haven vanuit de lucht. Uiteraard een groot contrast met het overzichtelijke Lübeck. We herkennen Alster en Elbe, de 279 meter hoge Heinrich-Hertz-Turm, de verschillende wijken, de dokken, het reusachtige Bismarck-monument, de bakstenen muur die Speicherstadt vormt.
De avond is op 't gemak. We vinden een strandbar aan de Landungsbrücken, met palmbomen, Einstürzende Neubauten door de speakers, en zicht op de passerende boten op de Norderelbe. We verkennen de alternatieve bars van St. Pauli, al zijn de coolste gesloten op maandag. Jongeren komen chillen en basketbal spelen in Park Fiction, met zicht op een oerwoud van havenkranen. Coole plek. Voor een metalbar staan honderd metalheads te zuipen. Er volgt een spontane moshpit.
Op een zomerse dinsdag spenderen we de helft van de tijd op de trein. Eerst ontbijten we als vorsten op de oever van de Binnenalster, met zicht op de fontein. Het is vier uur treinen naar Keulen. We steken de Hohenzollernbrücke over en kijken naar de beroemde skyline van de Altstadt. Na een heerlijk diner bij het Museum Ludwig is het tijd om een punt te zetten achter onze tijd in Duitsland. Al hopen we later dit jaar nog een etappe van de Eifelsteig te wandelen. Auf Wiedersehen!
Thuis geraken met de Deutsche Bahn blijkt echter geen kinderspel. In Aken vallen onze trein en die na ons stil door de hitte. Chaos op het stationsplein wanneer taxi's komen aanrijden om honderden mensen naar Luik en Brussel te vervoeren. Onze taxi zet eerst een Duits meisje in Luik af en daarna ons in Brussel. Boeiend tochtje door Wallonië bij zonsondergang. Dat dan weer wel. En zo hebben we de anecdote die al heel de zomer omtrent de DB de ronde doet ook eens meegemaakt. Mooie reis door Noord-Duitsland maar volgende keer stap ik gewoon weer het vliegtuig op.

woensdag 27 juli 2022

Flavours of the month

We're in the middle of summer and the festival season is in full swing. I have 30 songs to present to you. It is remarkable how many artists have more than one song in this month's list. There is of course the cluster bomb Kendrick Lamar dropped and, likewise, my beloved black midi released a brand new album called Hellfire. Both feature with three songs in this chart. Both will rank very high in any end-of-year album chart. Then there is The Mars Volta with two singles from an upcoming album, and the same goes for Billie Eilish, who quite unexpectedly dropped two new songs. Interpol also released a fourth single 'Gran Hotel', but the previous single 'Fables' is, of course, still in this chart, as it is awesome. Great new album by the way, poetically called The Other Side Of Make-Believe. All the other bands are in there once. Oh, and Young Fathers and The Murder Capital are back! To conclude, we have the same #1 as last month. King Kendrick indeed. It might be his best song yet.
 
  1. Kendrick Lamar - The Heart Part 5
  2. The Mars Volta - Blacklight Shine
  3. Warhaus - Open Window
  4. black midi - Sugar/Tzu
  5. black midi - Eat Men Eat
  6. Kendrick Lamar feat. Blxst & Amanda Reifer - Die Hard
  7. Interpol - Gran Hotel
  8. Ezra Collective - Victory Dance
  9. Denzel Curry feat. REASON - 1st Quarter
  10. Editors - Karma Climb
  11. Marcel - bbl
  12. Regina Spektor - Loveology
  13. The Mars Volta - Graveyard Love
  14. Humour - yeah, mud!
  15. Billie Eilish - TV
  16. Kendrick Lamar - N95
  17. Young Fathers - Geronimo
  18. Opus Kink - Dog Stay Down
  19. L.A. Salami - Systemic Pandemic
  20. The Smile - Thin Thing
  21. Billie Eilish - The 30th
  22. black midi - Welcome To Hell
  23. Interpol - Fables
  24. Stromae - Mon amour
  25. easy life feat. BENEE - OTT
  26. The Lounge Society - No Driver
  27. The Murder Capital - Only Good Things
  28. Genesis Owusu - GTFO
  29. Muse - Kill Or Be Killed
  30. De Staat - Danger

zondag 24 juli 2022

Ballonnenvrees @ Gentse Feesten 23 juli 2022

Ballonnenvrees is mijn poëzie- en muziekpodium, geworteld in Antwerpse podiumgrond. Af en toe maak ik echter een uitstapje naar andere plekken, zoals Ekeren, Boechout, Ranst, Mechelen, en dit weekend ook eens een keertje in Gent. De 93e Ballonnenvrees vond plaats in Theater Op de Wolken, op het Alles Kapot Festival van de Gentse Feesten. Het werd een gezellig uurtje diverse poëzie.
Eindhovens klankdichter ACG Vianen zou later die avond nog elders op de Gentse Feesten optreden, dus hij mocht ons als eerste in de ban brengen van zijn bezwerend klank- en woordspel. Meestal abstract, soms met een boodschap, altijd muzikaal. Vervolgens vuurde presentator Gert Vanlerberghe oud en nieuw werk op het Gentse publiek af, met knipoogjes naar Hersencellen en Jakobistan, waar leden van in de zaal zaten. Hij sloot af met het ingetogen 'Laat de Oorlog Thuis'. Vervolgens hield Gents dichter Luna Schuddinck de mystiek hoog met de gedichten 'Gedeelde Aarde, Gegeven Paard', inclusief pakkende metafoor, 'Gespleten Samen' en 'Lang Gelukkig'. We onthouden de krachtige zin: "De materialiteit is ons schild en ons wapen." Haar hese stem na negen dagen Gentse Feesten gaf het geheel iets extra's.
Verder met BAI, die zijn demonen met woorden te lijf gaat en zelfreflectie oefent terwijl hij in een glaasje rum cola staart. Zijn spoken word is existentieel van aard, zo vraagt hij wat perfectie is, en zijn de gedichten doorspekt met meta-accenten. Inkt komt uit de ziel, aldus BAI, die voor de tweede keer een straffe set op een Ballonnenvrees-podium bracht. Bij Pierrette COffrée is het altijd afwachten wat ze nu weer uit haar duim zal zuigen. Vanavond was haar volière ontploft en daarom was het begin van haar set een kakafonie van vogelgeluiden, waarna ze er enkele soorten uitlichtte. Zo passeerde de traceermeeuw de revue, een gevleugelde rat die naar Engeland vliegt. Verder ook de Jan-van-Gent (uiteraard), een arend eiste dan weer algemeen droneverbod, en ook de oervogel archeaopteryx mocht niet ontbreken. Heerlijk bizarre imitaties.
Alara Adilow
bracht onlangs de bundel Mythen en Stoplichten uit, waarin het mythologische en het stedelijke hand in hand gaan. 'Water' deed ons op een aberrante manier naar de zee kijken. En hetzelfde deed ze met de stad in 'Een Zoon'. Prachtige zin: "De muziek in zijn oor is een klein verzet." Niet zelden moesten we aan de Beat Generation denken, in een eigenzinnig en eigentijds jasje. Met dit gedicht doken we de nacht in, bijvoorbeeld op de Vlasmarkt op deze laatste zaterdag van de Gentse Feesten. Nadat de ziel met woorden was gezalfd, werd het tijd om deze uit ons lijf te dansen. Dank aan FUS! en het Alles Kapot Festival. Na de zomer zijn we terug met meer Ballonnenvrees, in het Antwerpse en wie weet waar nog allemaal. Foto's volgen nog. Adieu!
 
Foto's: Erik Duinslaeger

donderdag 21 juli 2022

Het kalf op mijn maag

"In the case of animal slaughter, to throw your hands in the air is to wrap your fingers around a knife handle." (Jonathan Safran Foer)
 
Op de trein, onderweg naar een van onze vele wandelingen, lees ik in Eating Animals van Jonathan Safran Foer. De beschrijvingen van de vele martelingen die de dieren die we eten moeten ondergaan, doen me huiveren. Enkele citaten uit het boek, gebaseerd op doodnormale feiten, hieronder zijn voldoende om nooit nog rund, varken, kip, vis of garnaal te eten.
 
"When we eat factory-farmed meat we live, literally, on tortured flesh. Increasingly, that tortured flesh is becoming our own." (blz. 143)
 
Waarom deze citaten? Omdat Jonathan Safran Foer de dingen pakkender uitlegt dan ik. Meer later. Deze dieren hebben in het leeuwendeel van de gevallen een kort en vreselijk leven, dat eindigt in een pijnlijke dood. Varkensgevoeg vervuilt onze rivieren. Koeienscheten dragen massaal bij tot de opwarming van de aarde. Veeteelt is uiterst belastend voor ecosystemen, en veroorzaakt bovendien pandemieën. Vlees eten is een ramp voor de volksgezondheid, het vlees zit vol salmonella, chemicaliën, antibiotica, drugs. Genetische manipulatie zorgt voor zwakke, ongezonde dieren die niet in de buitenlucht zouden kunnen overleven. De bijvangst van garnaalvissers betekent een zekere dood voor heel wat bedreigde zeediersoorten (de lijst is bijna een pagina lang). Omdat we dagelijks een 'verse' steak, worst of sushi op ons bord willen, doorstaan jaarlijks miljarden dieren een lijdensweg die zo extreem is dat we er ons haast niets meer bij kunnen voorstellen. Het liefst lijkt het stuk vlees op ons bord niet meer op een dier.

De grote boosdoener is 'factory farming' (intensieve veehouderij), de industriële tak van de veeteelt, maar ook vissen met oorlogswapens en aquacultuur - die de meest weerzinwekkende technieken hanteren om zoveel mogelijk vlees te produceren, maar familiebedrijfjes gaan niet vrijuit. Ook de zuivelindustrie gaat niet vrijuit en bezorgt dieren een pijnlijk en ongelukkig bestaan. Het weerhoudt me er niet van kaas te eten.

We stappen af in Jemelle en belanden na een stevige klim door het woud op het platteland van Ambly, volgens de beschrijving bezaaid met 'vintage boerderijen' met een 'authentiek karakter'. We benaderen zo'n boerderij en zien zeven à acht kalfjes opgesloten in een schuur. Wanneer ik op de omheining af stap, komen ze nieuwsgierig dichterbij. Ze kauwen tevreden op wat hooi. Een van hen likt mijn hand. Een ontroerend momentje. Ze kunnen het slechter treffen. Bij intensieve veehouderij zouden ze amper kunnen bewegen.
Pas dan merken we vier lichamen op die meteen naast de schuur op de grond liggen. Drie kalfjes zijn dood en voer voor de vliegen. Het vierde kalf leeft nog maar ligt duidelijk te creperen, een tergend trage dood tegemoet. We bespreken of het niet onze verantwoordelijkheid is om het te doden, maar een mislukte poging zou meer acuut lijden als gevolg hebben, en zou best traumatiserend voor ons kunnen zijn. Toch voel ik me schuldig dat ik niet kan, of niet wil, helpen. Dat ik al heel snel een excuus heb gevonden om niet van mijn hart een steen te moeten maken en te doen wat nodig is.
 
Dat de dieren aan onze kant van de omheining liggen, spreekt boekdelen. Think about it. De horror van de boerderijen, slachthuizen en onze eetgewoontes, waardoor ik de voorbije twee weken al verschillende keren het boek moest wegleggen, werd hier op het Waalse platteland, al te tastbaar voor ons. Een unicum, want zulke taferelen gebeuren doorgaans verborgen voor het oog van de omnivoor. Dat we dit konden aanschouwen op een wandelroute van Jemelle naar Marloie suggereert dat hier niet eens wetten tegen bestaan. En dat het filmpje dat ik op mijn sociale media heb gedeeld, hier en daar weliswaar een volger zal schokken, maar vooral bevestigt wat we al lang weten maar liever negeren.
 
Mijn selectie citaten uit Jonathan Safran Foers boek hieronder dragen misschien wel bij tot de verontwaardiging. Ze worden afgewisseld door foto's van dieren uit ons dagelijkse leven die 'poseren' met een exemplaar van het boek.
 
"Some [male chicks] are tossed into large plastic containers. The weak are trampled to the bottom, where they suffocate slowly. The strong suffocate slowly at the top. Others are sent fully conscious through macerators (picture a wood chipper filled with chicks." (blz 48-49)
 
"Imagine being served a plate of sushi. But this plate also holds all of the animals that were killed for your serving of sushi. The plate might have to be five feet across." (blz. 50)
 

"Pathogen-infested, feces-splattered chicken can technically be fresh, cage-free, and free-range, and sold in the supermarket legally (the shit does need to be rinsed off first)." (blz. 61)
 
"The power brokers of factory farming know that their business model depends on consumers not being able to see (or hear about) what they do." (blz. 87)
 
 
"Not a single turkey you can buy in a supermarket could walk normally, much less jump or fly. [...] They can't even have sex. Not the antibiotic-free, or organic, or free-range, or anything. They all have the same foolish genetics, and their bodies won't allow for it anymore." (blz. 111)
 
"What the industry figured out - and this was the real revolution - is that you don't need healthy animals to make a profit. Sick animals are more profitable. The animals have paid the price for our desire to have everything available at all times for very little money." (blz. 111)
 
 
"We can also be sure that any talk of pandemic influenza today cannot ignore the fact that the most devastating disease event the world has ever known, and one of the greatest health threats before us today, has everything to do with the health of the world's farmed animals, birds most of all." (blz. 127)
 
"The flu, it turns out, is all about our relationship with birds." (blz. 127)
 

"Of course, consumers might notice that their chickens don't taste quite right - how good could a drug-stuffed, disease-ridden, shit-contaminated animal possibly taste? - but the birds will be injected (or otherwise pumped up) with "broths" and salty solutions to give them what we have come to think of as the chicken look, smell, and taste." (blz. 131)
 
"Every week [...] millions of chickens leaking yellow pus, stained by green feces, contaminated by harmful bacteria, or marred by lung and heart infections, cancerous tumors, or skin conditions are shipped for sale to consumers." (blz. 134)
 

"Breeding genetically uniform and sickness-prone birds in the overcrowded, stressful, feces-infested, and artificially lit conditions of factory farms promotes the growth and mutation of pathogens. The "cost of increased efficiency," [...] is increased global risk for diseases. Our choice is simple: cheap chicken or our health." (blz. 142)
 
"We have focused the awesome power of modern genetic knowledge to bring into being animals that suffer more." (blz. 159)
 

 
"individual farms can generate more raw waste than the populations of some U.S. cities [...] All told, farmed animals in the United States produce 130 times as much waste as the human population - roughly 87,000 pounds of shit per second. The polluting strength of this shit is 160 times greater than raw municipal sewage." (blz. 174)
 
"Smithfield - a single legal entity - produces at least as much fecal waste as the entire human population of the states of California and Texas combined." (blz. 175)
 
 
"Communities living near these factory farms complain about problems with persistent nosebleeds, earaches, chronic diarrhea, and burning lungs." (blz. 176)
 
"For corporations like Smithfield, it is a cost-benefit analysis: paying fines for polluting is cheaper than giving up the entire factory farm system, which is what it would take to finally end the devastation." (blz. 178)
 
"the larger question is whether we as a nation have moved to a model of agriculture that produces cheap bacon but risks the health of all of us. And the evidence, while far from conclusive, is growing that the answer is yes." (blz. 180)
 
"videotape taken by undercover investigators showed some workers administering daily beatings, bludgeoning pregnant sows with a wrench, and ramming a pole a foot deep into mother pigs' rectums and vaginas. These things have nothing to do with bettering the taste of the resultant meat or preparing the pigs for slaughter - they are merely perversion. In other videotaped instances at the farm, workers sawed off pigs' legs and skinned them while they were still conscious." (blz. 181-182)
 
"workers extinguishing cigarettes on the animals' bodies, beating them with rakes and shovels, strangling them, and throwing them into manure pits to drown. Workers also stuck electric prods in pigs' ears, mouths, vaginas, and anuses." (blz. 182)
 
"One guy smashed a sow's nose in so bad that she ended up dying of starvation." (blz. 185)
 
"Trawling, almost always for shrimp, is the marine equivalent of clear-cutting rain forest. Whatever they target, trawlers sweep up fish, sharks, rays, crabs, squids, scallops [...] Virtually all die. There is something quite sinister about this scorched-earth style of "harvesting" sea animals. The average trawling operation throws 80 to 90 percent of the sea animals it captures as bycatch overboard." (blz. 191)
 
"One way or another, [cows] are herded onto trucks or trains. Once aboard, cattle face a journey of up to forty-eight hours, during which they are deprived of water and food. As a result, virtually all of them lose weight and many show signs of dehydration. They are often exposed to extremes of heat and cold." (blz. 227)
 
"Let's say what we mean: animals are bled, skinned, and dismembered while still conscious. It happens all the time, and the industry and the government know it." (blz. 230)