zondag 6 september 2020

Staycation: nieuwe blijftips

Ook in het najaar zullen we vooral in eigen land moeten blijven. Hiervoor heb ik enkele interessante tips voor jullie klaar staan. Bij elke fietstocht of wandeling waarbij ik knooppunten heb gevolgd, staan die er onderaan bij. Veel lees- en blijfplezier. We beginnen in de Oost-Vlaamse natuur. Begin september maak ik op een dooie donderdag twee stevige fietstochten rond Gent. In de voormiddag volg ik de Schelde dwars door de natuur van Gentbrugge. Via Heusden bereik ik het kasteel van Laarne, een smakelijk voorgerecht. Via Desselbergen en Sint-Amandsberg beland ik weer in de Arteveldestad.

knooppunten (+/-): 5-7-12-22-21-24-25-20-15-F4

Na de middag volg ik de kronkelende Leie. Net buiten Gent gaat het mis en maak ik een pijnlijke val. Het duurt even voor ik mezelf en mijn fiets, die er erger aan toe is, kan oplappen. De pittoreske omgeving van de Leiestreek is een aangename balsem. In Afsnee neem ik een veerbootje naar Drongen, dorp met een bezienswaardige abdij. In Baarle brengt een tweede veer me de Leie over, naar het ooit zo schilderachtige Sint-Martens-Latem. Deze landelijke muze voor gans een schilderschool is nu volgepropt met villa's, al maken de bossen veel goed. Naast Sint-Martens-Leerne ligt het schattige gehucht Bachte-Maria-Leerne. Hier bezoek ik de tuin van het verbluffende renaissancekasteel dat ik al zo lang eens wou aanschouwen. Het kasteel van Ooidonk is een van de mooiste kastelen van België, en de weelde aan torentjes en trapgevels is een welverdiend hoofdgerecht op een uitputtende maar deugddoende fietsdag.
Maar we zijn nog niet terug in Gent. Het is niet ver fietsen naar Deurle, een van de mooiste dorpjes van Oost-Vlaanderen, met karakteristieke witte huisjes. Tussen De Pinte en Sint-Denijs-Westrem ligt nog een fraai stukje natuur, waarna ik uitkom op Kasteel Borluut, een 19e-eeuwse sorbet. Uitgeput bol ik Gent binnen, waar een lekkere tajine op me wacht.
 
knooppunten: 4-52-56-63-62-57-58-61-65-69-72-71-74-76-86-90-12-90-86-20-23-22-88-67-63-56-52-4

In de zomer maakte ik enkele wandelingen in de provincie Vlaams-Brabant. Die zet ik in het najaar verder. Vandaag Diest, diep in het Hageland. De wandeling volgt de verdedigingswallen en de rivier Demer, met haar gecontroleerd overstromingsgebied, naar het dorpje Webbekom. Het Webbekoms Broek staat garant voor mooie natuur; ik spot er een ijsvogel, een zeldzaam genoegen. Twee eksters jagen een torenvalk weg. In het dorp kan je je dorst lessen in de Staminee. De eigenares raadt mij een Diests biertje aan en geeft me een hele uitleg over de plaatselijke folklore. Een bruine kroeg met een hart voor muziek en literatuur, en op het eerste gezicht zowat het enige wat er in Webbekom valt te beleven.
De wandeling eindigt bij een oude windmolen en het Diestse begijnhof. Een houten pad volgt de Verversgracht, een zijarm van de Demer, en voert me naar het centrum. In de rijkelijk gevulde schatkamer van de Sint-Sulpitiuskerk vind ik het graf van Filips Willem, prins van Oranje, en zoon van Willem van Oranje, de 'vader van Nederland'. Diest maakte namelijk lang deel uit van de Unie van Oranjesteden.
Ook Breda was zo'n Oranjestad. De Nederlandse trekpleister heeft ook nu nog een onmiskenbare Brabantse, haast Belgische flair. Rond de gotische Grote Kerk liggen pleintjes en straatjes die de Belg met niet de minste vorm van cultuurshock zouden opzadelen (die krijgt die enkel van de wel héél soepele coronamaatregelen). 'Je maintiendrai' staat er op het wapenschild boven de poort van het kasteel van Oranje-Nassau te lezen. Het is het devies van René van Chalon en later ook van Willem van Oranje. In een zomerbar in het Valkenbergpark loopt allerlei pluimvee tussen de gezellige ligstoelen door. Met één oog lees ik Reve en met het andere volg ik de markante luchtslag tussen een buizerd en twee kraaien.
Ook in de Waalse Kerk kan je een koffie drinken, met orgelmuziek op de achtergrond. In dit vrome decor is mijn goddeloze lectuur een tang op een varken. In het begijnhof zelf dankt een hedendaags standbeeld van Johanna van Polanen, Vrouw van Breda, echtgenote van Graaf Engelbrecht van Nassau, hen voor hun steun en bescherming. In het Hof van Ghestel, tegenover de Waalse Kerk, zoek ik de rust op in een verlaten beeldentuin. Wie enkel naar Breda afzakt om te shoppen heeft het niet begrepen.
Knooppunten achterna fietsen, dat levert altijd mooie groene routes op. Ik schiet uit de startblokken aan de Antwerpse fortengordel, met als blikvangers op de heenweg de Edenwijk in Wilrijk, het verborgen kasteel van Cleydael in Aartselaar, en de vogelrijke oevers van de Rupel (ooievaar!). Het hoogtepunt is het natuurdomein De Schorre in Boom, wereldberoemd als 'home of Tomorrowland'. Zelfs in tijden waarin gigantische festivals ondenkbaar zijn wordt de herinnering levend gehouden, door de kunstinstallatie One World bijvoorbeeld, en de duizenden en duizenden boodschappen die in de houten bruggen zijn gekerfd.
Maar bovenal is dit een oase van rust en ontspanning, en dat komt goed van pas tijdens een fietstocht op de warmste dag van september. Van hier buigt de route weer af richting 't Stad. Ik pauzeer bij het graf van mijn grootvader, laat hem een briefje achter. De fietstocht eindigt in het Nachtegalenpark, waar de recreatiemogelijkheden zowat eindeloos zijn. Vanavond fietste ik dus van Antwerpen naar Boom en terug, en die vreselijke Boomsesteenweg heb ik amper aangeraakt. Dank u, fietsnet.be.
 
knooppunten: 98-9-14-51-33-32-17-91-18-25-29-28-26-24-23-07-06-08-15-25-14-09-40
 
En dank u, Toerisme Vlaams-Brabant - twee dagen later maak ik alweer een wandeling door deze groene provincie. Vandaag zegent Dionysos mijn tocht over de Wijngaardberg van Wezemaal, de Côte-d'Or van onze contreien, als ik even mag overdrijven. Over druiven en wijnranken, voor deze godendranken wil ik de goden danken. De wijngaarden worden beschermd door een monumentale wijnmuur, gebouwd met ijzerzandsteen uit de plaatselijke steengroeves. Bovenop de berg, waar vroeger een windmolen preek, staat Jezus Christus, de armen gespreid. En na al dat fruit te zien hangen lust ik wel een streekwijntje. Wespen op de appeltaart.
In juni heb ik per toeval de molen van Kevret ontdekt, net buiten Maasstadje Andenne. Het is me eindelijk geluk enkele dagen vrij te maken om me hier terug te trekken, om zo toch nog iéts van een meerdaagse vakantie te hebben. "Les vacances [...] c'est un armistice conclu avec les puissances malfaisantes de vie, un répit dans la contention et la lutte universelles", aldus Baudelaire. Bij deze. Nog voor ik de trein neem ga ik wat cruisen door la ville ardente, langs Maas én Ourthe, over de vele bruggen, die deze hoofdplaats van de gelijknamige provincie met een beetje goede wil de allure van een Parijs op zakformaat geeft. De letters G, R en E die tijdens voorjaarsstorm Dennis van hun plek zijn gedonderd staan alweer op het dak van het Palais des Congrès te glimmen. In februari moest ik toch twee keer kijken toen ik 'Palais des Cons' meende te lezen.
Na dit voorsmaakje trein ik dus, fiets en al, van Luik naar Andenne. Daar begin ik mijn vakantie met een fietstocht, eerst naar Couthuin. Ik zit nog maar een kwartier te zweten op mijn fiets of een patattenboer begroet me al met, "Bon courage." Het is inderdaad een pittige klim door de velden, naar het historische gehucht Marsinne, waar een kasteel en oude waterpomp heel wat eeuwen terug gaan. In dit Waalse achterland volg ik wat knooppunten, door de bossen van Wanze, flirtend met de provinciegrens tussen Namen en Luik. In het natuurpark Burdinale Méhaigne tref ik de ruïnes van het feodale kasteel van Moha aan, bovenop een rotsmassief die ideaal is voor outdoor klimmen en roofvogels spotten.
Ik volg de kronkelende Méhaigne van een weinig aantrekkelijke steengroeve naar pittoresk natuurschoon, langs dorpjes met klinkende namen zoals Huccorgne en Fumal. Die laatste mag fier zijn op zijn kerk en kasteel die van op hun rots tot in de wijde omgeving zijn te zien. Al is dat klein bier vergeleken bij het machtige kasteel van Fallais. Dit traject volgt een uitgedoofde spoorweg, ook de stations zijn van functie veranderd, zo huist in het stationsgebouw van Braives nu een bibliotheek. Na akkers, akkers en nog eens akkers kom ik mijn eerste café tegen, eindelijk. De kroeg van een sportclub in Burdinne is haast leeg en Jason Derulo knalt er asociaal luid uit de boxen... maar voor wie?
En dan is het nog een uur tussen de hoeves en landhuizen crossen voor ik Héron bereik. De top van de Bolette halen doet pijn, maar kijk, de industrie aan de Maas doemt al op in de verte. Nog enkele velden en gehuchten verder bereik ik Couthuin weer, en ik kan de euforie nauwelijks bedwingen bij de vele kilometers bergaf op het einde van deze beproeving, terwijl ik de provincie Luik voor Namen inwissel en tien parachutes aan de hemel verschijnen. In Andenne fiets ik meteen door naar 'mon moulin'. Daar word ik royaal door een grote familie ontvangen. We blijven zitten tot de nazomerzon kopje onder is gegaan, de bosuilen aan hun concerto zijn begonnen en de vleermuizen uit bed stappen. Met de twee jongste familieleden gaat het al gauw over diepe maatschappelijke en politieke kwesties. Ik zit hier goed.
 
knooppunten: 38-37-36-35-34-33-32-67-66-73-72-77-81-88-80-82-83-89
 
Het is nog koud in de bossen wanneer ik 's morgens de gele molen verlaat, richting centrum, waar ik de Maas volg, die hier tussen hoge beboste rotsen stroomt, de bomen demonstratief in herfstschutkleuren op deze 21 september. Weerkundig gezien is het echter de voorlaatste zomerdag. In Sclayn moet ik de rivier al verlaten en klim ik de heuvels van de Condroz in. De grot Scladina kan ik niet bezoeken, het is de enige archeologische site in België waar beenderen van Neanderthalers zijn gevonden, aldus de vriendelijke gids. Onderweg naar een van de mooiste dorpjes van Wallonie kom ik nog een duizend jaar oud romaans kerkje tegen, in het boerengat met de welwillende naam Bonneville.
En Thon-Samson is inderdaad een aardig dorpje om te bezoeken, maar het is vooral de Samsonvallei die indruk maakt. Het riviertje stroomt in het noorden de Maas in en dus volg ik het stroomafwaarts, langs met klimop overwoekerde stenen huizen en kastelen, waaronder het stoere Château de Faulx-les-Tombes. De klim naar Gesves is loodzwaar in deze hitte en leg ik grotendeels te voet af, maar wat een mooie vergezichten in de Vallée des Saveurs. In Coutisse gaat het steil naar beneden en aan zo'n rotvaart dat ik mijn hart zou vasthouden mochten m'n handen het stuur niet angstvallig omklemmen. Ik scheur de gele molen voorbij en bereik weer de Maas, die ik deze keer in de andere richting volg, naar het Luikse stadje Hoei, waar de eerste kruistocht werd gepredikt en de rolschaats uitgevonden. Zeven jaar geleden bezocht ik de stad voor het eerst en het is een genoegen om de collegiale kerk en het massieve fort terug te zien. En het portail de Bethléem, uit de 14e eeuw, blijft een juweeltje. Voeg daar nog het schitterende stadhuis en de fontein Bassinia aan toe, allebei te vinden op de gezellige Grand-Place, en Hoei mag gerust een van de meest onderschatte steden van België worden genoemd. Overal in de stad, ook in de middeleeuwse steegjes van Vieux Huy, vind ik beelden van katten, die het op zich al heel aantrekkelijke Hoei nog kleurrijker maken.
Terwijl ik geniet van een lekkere Chimay Doré of twee speelt de beiaard Beethoven, de melodie wordt meegeneuriet op het terras. Hopla, en dan de fiets weer op! Ik steek de Boudewijnbrug over naar het 16e-eeuwse maison Batta en fiets terug langs de Maas terwijl de zon ondergaat. Morgen nog één zomerse dag en dan is-ie echt voorbij. Ik moet terugdenken aan die middag van 13 maart, toen ik bij 30°C naar de citadel van Prizren klom. Zo lang duurt voor mij de zomer al, en zo lang zitten we al met de gebakken covidperen. Maar het valt niet te ontkennen dat dit, ondanks alles, een zomer was om in te kaderen. De wereld is heel even niet van ons, de streek daarentegen... 'The world is ours', aldus het opschrift op de kade niet ver van de Berenstad - een bewuste woordspeling? Op de place des Tilleuls vindt een treurig evenement plaats met paarse en zwarte ballonnen, Arno door de boxen, en rouwenden die veel te dicht bij elkaar staan (is heel Andenne aanwezig?). Samen delen ze hun grote verdriet.
De ochtend van dag drie begint op dezelfde manier als gisteren, alleen blijf ik deze keer de Maas, met haar industrie, haar kalkrotsen, haar vissers, haar aalscholvers, volgen. Zo bereik ik de monding van de Samson en wat verderop de steile rotsen van Marche-les-Dames, waar Albert I in 1934 ongelukkig aan zijn einde kwam. Ook vandaag wagen enkele durfals zich aan een royale klimpartij. Uiteindelijk herken ik in de verte de koepel van de kathedraal van Namen, de Waalse hoofdstad, aan de samenvloeiing van Samber en Maas. Een wandeling in het centrum van Namen loont altijd. Bij het belfort degusteer ik hemelse kroketten. Niet ver van de monding en de citadel vind ik het Maison de la Poésie en een museum gewijd aan de kunstenaar Félicien Rops, een vriend van Baudelaire, wiens prozagedichten als reisliteratuur in mijn rugzak rusten. Van op een terrasje zie ik de boten op de Samber passeren. Ik bezoek nog de sierlijke barok van de Eglise Saint-Loup en de bombastische kathedraal, die één Van Dyck rijk is. De cenotaaf achter het altaar herbergt de ingewanden van Don Juan, bastaardzoon van Keizer Karel. De jongeman stierf onverwacht en zijn lichaam moest in stukken worden gehakt om het doorheen Frankrijk, vijandelijk gebied, te smokkelen en uiteindelijk in Granada te begraven.
Terug via de Ravel langs de Maars en dwars door het natuurreservaat van Sclaigneaux, achter de steengroeve, zwaaare klim naar de top van Fernelmont, op en neer over de bulten van de pastorale wijk Chant d'Oiseaux, naar Landenne, geboortedorp van schrijver Jean Tousseul. Nog voor ik Seilles binnenrijd, zie ik in de diepte Le Phare en de collegiale kerk van Andenne liggen, piepklein, aan de overkant van de Maas. In Seilles - Le Village Gris volgens Tousseul - passeer ik eerst nog een imposant kasteel en in de Cité des Ours, waarna ik door Vieil Andenne dwaal, dat helemaal in het teken van de mystiek rond Sint-Begge staat. De avond valt zoals Baudelaire het beschrijft in zijn gedicht 'Le crépuscule du soir': "Il vient comme un complice, à pas de loup." Exit zomer. Na alweer een avond vol kwalitatieve gesprekken, met af en toe een uithaal naar Bouchez, en m'n laatste nacht in de molen ga ik alweer op pad. De collegiale kerk van Andenne werd uit de stenen van zeven voormalige kerken opgericht. Een bijzonder oorlogsmonument brengt eveneens hulde aan 100 jaar België, met de geboetseerde hoofden van de drie eerste koningen die uitkijken over de place du Chapitre.
Waarom de Berenstad? Een gelijkaardige legende als in Brugge, met Boudewijn en de beer. Waar je nu een berenfontein vindt, zou Karel Martel, kleinzoon van Sint-Begge, met blote handen een gevaarlijke beer hebben afgemaakt. Op de place des Tilleuls kan je dan weer niet naast de Porte du Millénaire kijken, goed voorzien van borsten en konten, uit het geile brein van Félix Roulin ontsproten. Waar vroeger het zwembad van de school was (en dat zie je er nog aan), zit nu Le Phare, waar het keramiekmuseum en het prehistorische museum zijn ondergebracht. Ik vind er de vondsten uit de grot Scladina, waaronder het skelet van een holenbeer en de restanten van een achtjarig Neanderthalermeisje. En dan moet ik zonodig nog de Calvarieberg te voet beklimmen. Van op de top kijk ik uit over stad en rivier, met helemaal in de verte Sclayn, Seilles, Landenne en zelfs Namêche.
Welgeteld één iemand ken ik in Luik, de schrijfster die ik tijdens mijn vorige passage heb ontmoet. Halverwege mijn treinrit Andenne-Luik stapt ze op. Aan het prinsbisschoppelijk paleis gaan we van de trein. Ze kent hier wel wat cafeetjes. Ik ook. In Le Carré, waar ik mijn avond slijt. "De vin, de poésie ou de vertu, à votre guise. Mais enivrez-vous." Ik heb ondertussen zo mijn avond- en ochtendrituelen in deze stad. Een cocktail in deze bar, een cappucino in dat koffiehuis. Alleen vergeet ik deze keer een Maigret te kopen.
 
Enkele dagen later doe ik een dagje Brussel met enkele vrienden. We lunchen in de middeleeuwse Rollebeekstraat en bezoeken het gloednieuwe interactieve KBR-museum op de Kunstberg. Eindelijk kan het grote publiek een deel van de enorme schat aan verluchte miniaturen bewonderen die 600 jaar lang ontoegankelijk was en verschillende oorlogen en verhuizingen heeft overleefd. Zo zijn er werken van Jacob van Maerlant en Christine de Pizan uitgestald, net als boeken uit de persoonlijke collecties van onder meer Filips de Goede en Lodewijk van Maele. De details van de verluchte werken zijn wonderlijk! Pronkstuk is de door Rogier van der Weyden getekende miniatuur in de Chroniques de Hainaut van Jacques de Guise, waarop hertog Filips de Goede een boek overhandigd krijgt nadat hij Henegouwen van Jacoba van Beieren heeft afgesnoept.
In de Nassaukapel wordt de geschiedenis van de Bourgondische hertogen ons op een zeer knappe manier uit de doeken gedaan. Dit museum weet precies hoe het iedereen warm kan krijgen voor wat vaak wordt beschouwd als droge historische kost. Hier leer je spelenderwijs heel wat bij over onze contreien in de late middeleeuwen. Nog een drankje in Plein Publiek, een complex dat helemaal in het teken staat van de Vlaamse meesters.
Tussen de regenbuien door zit er af en toe nog een buitenactiviteit in. Op de laatste dag van september maak ik een wandeling rond het 13e-eeuwse kasteel van Gaasbeek, dat even indrukwekkend voor de dag komt als ik het mij herinner. Hoeveel kastelen heb ik in 2020 al op de teller staan? Met het kasteel van Groenenberg komt er in elk geval nog eentje bij. En dan kom ik eigenlijk vooral voor het groene decor waartegen beide stenen kolossen de eeuwen trotseren: de heuvels van het Pajottenland, de kasteelvijvers, de bosdreven, de weien met Brabantse trekpaarden. Brussel ligt bijna binnen handbereik, getuige de basiliek van Koekelberg op de horizon. En als je vindt dat het Lennikse landschap wat bruegeliaans aandoet, is dat heel normaal.
De weken verstrijken, de cijfers stijgen, de maatregelen verscherpen, vernauwen onze wereld, verstikken de samenleving. De horecasector gaat op slot, de avondklok maakt een comeback. Het hangt van het weer af of we nog eens wat leuks kunnen doen. Een lange fietstocht na het werk naar het oude Zevenbergenbos van Ranst, een groene specht spotten. Ook het Silsombos van Erps-Kwerps is een natuurwandeling waard. En wanneer de cafés heropenen is het beslist de moeite om je in het uitstekende Bar Bruis neer te vlijen, halverwege Kwerps en Nederokkerzeel. Half vermolmde knuppelpaden, laagvliegende boeings, en diep in het bos het Mariabeeld met de bijnaam de Zwarte Madam. Volgens de legende lokten stemmen bezoekers naar het beeld, waarna ze in de Molenbeek verdronken.
Ik eindig de week met een fietstocht door de polders van Kruibeke, waar ik bergeenden, aalscholvers en een zilverreiger spot, naar het Kasteel van Wissekerke in Bazel. Via de Scheldedijk fiets ik naar de veer, waar de Waterbus me naar het Steenplein in hartje Antwerpen vaart. Boven de Linkeroever hangt een troostende regenboog. In de stad ontvangen de horeca me voor een laatste keer met open armen, met een verpletterende gastvrijheid. In de Mercator beweert een stamgast dat De Croo en co door Bill Gates zijn betaald om 'het coronaspelletje mee te spelen'. Een tijdelijke afleiding van de Harry Mulisch die voor me open op tafel ligt. Die samenzweringstheorieën waren er al in maart, maar worden alleen maar aangemoedigd door maatregelen die kant noch wal raken. Voortaan bivakkeer ik in mijn kot, vrijgezel sinds een dag, en nooit zo weinig klaar geweest om de pijlen die het leven op ons afvuurt te ontwijken of op z'n minst gracieus op te vangen.
 
knooppunten: 40-41-44-20-47-48-49-71-72-71-54-53-Waterbus
 
Alleen zijn is één ding. Zolang we nog weg mogen,zullen we maar zeggen dat het allemaal nog meevalt. De combo trein + fiets kan me tot in de verste uithoeken van het land brengen. Tegen het einde van oktober bezoek ik samen met Jeroen de stad Aat, in Belgisch Picardië, waar de twee Denders samenvloeien. Opvallende donjontoren. Hier begint en eindigt onze fietstocht door het Pays d'Ath. Via het kanaal bereiken we Beloeil en haar elegante kasteel, dat omwille van z'n uitgestrekte Franse tuin met vele waterpartijen het Belgische Versailles wordt genoemd. De familie de Ligne, afstammelingen van maarschalk Charles Joseph, woont hier nog steeds. Verderop ligt Aubechies, een van de mooiste dorpjes van Wallonië, met her en der overblijfselen uit de Gallo-Romeinse tijd. Via Ligne, het dorp dat de naam van de familie kreeg, keren we terug naar Aat.
 
knooppunten: 84-74-86-61-60-58-62-67-76-79-81-82-89-29-28-27-44-40-41-42-37-
35-34-32-56-57-52-53-54-60-61-86-84


In de herfst is het bos de helft van een kleurdoos. Ik slenter langs de Demer, in het wat onderschatte provinciestadje Aarschot, met aantrekkelijke kerk, heel wat sculpturen (mijn favoriet is Demerdromen), en natuurlijk 's Hertogenmolens op de Demer. Een avontuurlijke herfstwandeling (modder! hellingen!) in de Demervallei en de Merode is de perfecte afsluiter van vijf maanden Staycation en blijftips. Blijf dus vooral niet in uw kot, er valt zoveel te zien binnen en net buiten onze landsgrenzen.

knooppunten: 247-749-745-746-735-734-744-748-247

zaterdag 29 augustus 2020

Slagveld

De nacht is aan
de broze dromers,
die weerloos woelen
in hun ridderfantasie,
in prenten waarin zij
wel eens winnen,
soms toch sterven,
ontstemd ontwaken
in open eindes,
of eervol sneuvelen
naast het bed.

donderdag 20 augustus 2020

Nieuws

drinken is het nieuwe roken
zitten is het nieuwe drinken
fietsen is het nieuwe zitten
tweeten is het nieuwe fietsen
wachten is het nieuwe tweeten
neuken is het nieuwe wachten
zwemmen is het nieuwe neuken
leren is het nieuwe zwemmen
spreken is het nieuwe leren
huilen is het nieuwe spreken
winnen is het nieuwe huilen
slapen is het nieuwe winnen
eten is het nieuwe slapen
werken is het nieuwe eten
schrijven is het nieuwe werken
lijden is het nieuwe schrijven
zingen is het nieuwe lijden
spuiten is het nieuwe zingen
zonnen is het nieuwe spuiten
springen is het nieuwe zonnen
liggen is het nieuwe springen
reizen is het nieuwe liggen
lezen is het nieuwe reizen
liken is het nieuwe lezen
zwijgen is het nieuwe liken
voelen is het nieuwe zwijgen
dromen is het nieuwe voelen
dansen is het nieuwe dromen
vechten is het nieuwe dansen
trouwen is het nieuwe vechten
missen is het nieuwe trouwen
roken is het nieuwe missen
drinken is het nieuwe roken

woensdag 12 augustus 2020

Flavours of the month

Hot! Hot! Hot! Here's some jazz, some hip-hop, and lots of rock music. Bands tend to release several singles at the same time nowadays, which affects our list as well. Protomartyr features no fewer than four times this month. Then we have Everything Everything, The Avalanches and The Rolling Stones each with two songs. This list is also an ode to Metz, our number one band this month. Atypically, there aren't many Belgian songs in this month's list, but do check Teen Creeps and Suncreek. Finally, there are several interesting collabs, and two songs are called 'Forever'. Have a blast.

  1. Metz - A Boat To Drown In
  2. Everything Everything - Planets
  3. Public Enemy feat. DJ Premier - State Of the Union (STFU)
  4. Gorillaz feat. ScHoolboy Q - PAC-MAN
  5. Sufjan Stevens - America
  6. The Avalanches feat. Sananda Maitreya, Vashti Bunyan - Reflecting Light
  7. Protomartyr - I Am You Now
  8. Kosmo Sound - Aunt Sister Lydia
  9. The Strokes - Ode To the Mets
  10. Somebody's Child - We Could Start a War
  11. The Avalances feat. Jamie XX, Neneh Cherry, CLYPSO - Wherever You Go
  12. Protomartyr - Tranquilize
  13. Thurston Moore - Cantaloupe
  14. Vrovl - De Stuurman
  15. Everything Everything - Arch Enemy
  16. Son Lux - Plans We Made
  17. The Rolling Stones - Criss Cross
  18. Inhaler - Falling In
  19. Protomartyr - June 21
  20. Bright Eyes - Mariana Trench
  21. Teen Creeps - Anecdotes
  22. The Rolling Stones feat. Jimmy Page - Scarlet
  23. Protomartyr - The Aphorist
  24. Doves - Prisoners
  25. Travis Barker & Run the Jewels - Forever
  26. Bootleg Rascal - Oh So Cool
  27. Cabbage - Get Outta My Brain
  28. Sea Girls - Forever
  29. Corey Taylor feat. Tech N9ne & Kid Bookie - CMFT Must Be Stopped
  30. Suncreek - Bars In the Door

dinsdag 4 augustus 2020

Atlas

zal ik drager
van vulkanen

mijn lotsbestemming
vervullen zullen

ze barsten als
builen zal lava

als hars uit me
gutsen terwijl ik

nog één keer
de wereld tracht

te torsen met
haar valkuilen

haar troostprijzen
haar doekjes voor

het bloeden die
al ons azuur

nu bedreigen
rood-wit leger

alle kaarten op tafel
kleine zorgen

troepen samen
in trage soep

er is genoeg
er is te veel

voldoende nood
voor iedereen

zaterdag 1 augustus 2020

Staycation: blijftips 2020

COVID-19 is een streep door onze rekening. Het enige voordeel is de opeenvolging van euforische momentjes bij elke 'eerste keer' dat iets weer mag. De eerste keer buiten je eigen gemeente. De eerste keer in een andere provincie. De eerste keer je vrienden terug zien. De eerste aanraking. De eerste keer op de trein. Na heel wat fietstochten op het platteland, in de Rupelstreek, in de Antwerpse haven, in de Kempen, kreeg ook mijn culturele honger een reboot. Ik hoop dat ik hiermee enkele boeiende blijftips kan verschaffen voor tijdens de tweede golf.
Nog voor de heropening van de horeca neem ik de trein naar het toeristenvrije Brugge. Zowel het mystieke begijnhof aan het Minnewater als de schilderachtige Rozenhoedkaai, met het beroemde zicht op het belfort als de authentieke steegjes in het noorden komen beter tot hun recht wanneer je een van de enige bezoekers bent. In het Groeningemuseum bewonder ik de briljante schilderijen van onder meer Jan Van Eyck en op straat interview ik Bruggelingen van alle leeftijden over de blijkbaar niet meer zo gekende priester-dichter Guido Gezelle. Een van de geïnterviewden wandelt mee tot aan het standbeeld van Jan Van Eyck. Onderweg toont hij me de oudste beurs ter wereld en vertelt hij de legende van Boudewijn de Goede bij de Beer van Brugge.
Twee weken later hang ik rond in het relatief rustige Brussel. Het gehate ruiterstandbeeld van Leopold II is net gereinigd, maar nu heeft Generaal Storms een douche van rode verf gekregen. In een ligstoel op de Kunstberg nip ik van m'n Corona en kijk uit over de binnenstad, met het belfort en de basiliek van Koekelberg. In de Europawijk betogen twintig Koerden tegen de agressie van de Turkse dictator Erdogan. Bij Manneken Pis ben ik zo goed als alleen.
De volgende dag verjaar ik en mag ik gratis de zoo van Antwerpen binnen. De mensapen zijn altijd een hoogtepunt, maar vooral de buffelsavanne is een ervaring, aangezien je tussen de exotische vogels wandelt - inclusief een handvol best grote gieren. Eén ervan zie ik smakelijk een konijn aan stukken rijten. In het reptielenhuis kan je dan weer tot op enkele centimeters van de leguanen komen - ook deze afstand kan je best respecteren.
Zo'n versnipperde reis heeft eigenlijk nog wel iets. Drie dagen later alweer reis ik naar Andenne, geboortestad van Karel Martel. De wijk rond de collegiale kerk is best aardig. Een flinke natuurwandeling rond het dorp Coutisse brengt me bij een gele watermolen. Even onthaasten op het terras, met een 93-jarige man uit Ieper, maar we spreken wel Frans. De namiddag kabbelt voorbij terwijl gele kwikstaartjes zenuwachtig over het dak huppelen. In de binnenstad vlieg ik in de cocktails en die activiteit zet ik verder in de uitgaansbuurt Le Carré van mijn geliefde ville ardente.
Zelfs in de avondzon zomert het er niet naast in Luik. De terrasjes zitten bomvol en ook op de oevers van de Maas verzamelen zich vele bubbels jongeren. De eerste keer slapen in een hostel. De eerste keer wakker worden in een andere stad. De volkse wijk Outre-Meuse moet nog ontwaken wanneer ik de Passerelle over de Maas oversteek. Ik beklim de Sint-Maartensheuvel, koop de eerste Maigret die Georges Simenon schreef, op een boekenmarktje in de binnenstad, en ontmoet een jonge schrijfster op een zonnig terras. Op de middag keer ik terug naar Antwerpen en verdiep me in Le pendu de Saint-Pholien.
De volgende dag ga ik wandelen in de Sahara, in het Limburgse Lommel, aan de Nederlandse grens. Deze keer ben ik in gezelschap. Jeroen en ik beklimmen de moderne uitkijktoren, met zicht op de uitgestrekte dennenbossen. Ook de mijnterrils van Beringen en de wolkenkrabbers van Eindhoven zien we in de verte. De eerste keer met blote voeten in duinzand. De eerste keer pootjebaden in het meer. Wie heeft de kust nog nodig?
Enkele dagen later: de eerste keer optreden. Vanuit het raam van café De Monk in Brussel breng ik poëzie voor het publiek op het Sint-Katelijneplein. Ook Joost Vandecasteele en Maaike Neuville treden op. De Sprekende Ezels zorgen voor een onbezorgde poëzieavond die ons doet snakken naar meer zomer. Die krijgen we... Overdag chillen in de botanische tuin en cocktails in de Wetstraat. Twee dagen later picknick ik met Karlien aan het Mechels Broek. Mechelen lijkt ver weg in deze oase, waar libellen en zwaluwen lustig ronddartelen, en Galloway-runderen en ooievaars voor een exotische toets zorgen. Al is de Sint-Romboutstoren aan de horizon wel een reminder dat je niet ver moet gaan voor dat felbegeerde post-corona vakantiegevoel. De eerste keer zwemmen.
De volgende morgen alweer vroeg op pad, richting Visé, of Wezet in onze taal. In deze ganzenstad aan de Maas vielen de eerste doden van de Eerste Wereldoorlog, toen de Duitsers als beesten te keer gingen en vele inwoners afslachtten voor ze de halve stad in de as legden. Visé is dan ook bezaaid met oorlogsmonumenten. Ook Lodewijk XIV had hier z'n hoofdkwartier tijdens het beleg van Maastricht. In de gerestaureerde collegiale kerk bewonder ik een 12e-eeuwse zilveren schrijn. Nederland ligt om de hoek. De eerste keer de grens over. In de winkelstraten van Maastricht is het verrassend druk (zélfs drukker dan in Antwerpen). Ik ben zowat de enige die op de drukste plaatsen z'n mondmasker opzet. Ik bezoek een paar verbluffende romaanse kerken en kuier op en langs de stadswallen en kazematten. Aan het fort op de Sint-Pietersheuvel is het panorama, met de vele kerktorens en de Maas, bijzonder. Oh ja, en hulde voor de straatnaam Mosasaurusweg.
Verder treinen door het Limburgse land brengt mij in Roermond, stad van de bekende architect Pierre Cuypers. Zijn standbeeld vind ik bij de magistrale Munsterkerk. Laatromaans. Opmerkelijk zijn de kleurrijke beeldjes op de toren van het stadhuis. Bovenop de kathedraaltoren schittert een gouden beeld van Sint-Christoffel in het zonlicht. Het stadje charmeert me en ik besluit er te overnachten.
Sympathieke jongens, die Roermondenaren: in 1831 hielp een burgerwacht de Belgen tegen de Nederlandse aanvallen die volgden op de Belgische revolutie. Op de Roerkade gaan de zonsondergangsbiertjes er goed in. Verder stroomopwaarts stuit ik op een opmerkelijke constructie: vispassages moeten zalmen vaker helpen broeden. In een oud fabrieksgebouw is nu een culturele hotspot gevestigd, een hippe plek in een industrieel jasje, op de oever van de Roer.
Al vroeg in de ochtend is het drummen in McArthur Glen Designer Outlet, een soort van Disneyland voor consumenten. In een faux-pittoresk, karakterloos decor schuiven veel te veel mensen in veel te lange coronarijen aan om veel te dure kledij te kopen. Wat een vreselijk zielloos oord. Ik ruil Nederland in voor Duitsland. In Aken sliep ik in een ver verleden wel eens op een stenen bankje, na een dagje Pinkpop. De stad van Karel De Grote voelt vertrouwd aan. De machtige eindbaas van West-Europa geniet van zijn eeuwige rust in het Dom. De beenderen in zijn gouden schrijn zijn naar alle waarschijnlijkheid de zijne. De mozaïeken, de zuilen, het marmer, het glas-in-lood vormen een schitterend geheel. Op een 9e-eeuwse troon sleten maar liefst 30 koningen hun broek. Wat een onwaarschijnlijk belangrijke plek voor de Europese geschiedenis. Oh ja, de heilige Corona ligt hier ook begraven. Het standbeeld van Karel De Grote vind ik bovenop een fontein, tegenover het stadhuis. Na een gezellige stadswandeling verlaat ik zijn Roma Nova.
Begin juli keer ik terug naar Brussel om er de Marollen te herontdekken. Voor het eerst bezoek ik het graf van Pieter Bruegel, in de Kapellekerk. Op een terras verdrinkt een wesp in mijn cappuccino. Hier bruist het echte Brussel, in de authentieke cafeetjes en antiekzaken van de Hoogstraat en de Vossenstraat - met hier en daar een leuke hippe bar en straatkunst. In de Huidevettersstraat herinneren piepkleine gouden stoeptegels aan joodse bewoners van de Marollen die eerst naar Mechelen en vervolgens naar Auschwitz werden gedeporteerd. De stripmuur van Govert Suurbier is beklad met de boodschap 'Décoloniser'. Brussel in beweging. Tip: in het voormalige wijnpaleis is nu een aangename biomarkt gevestigd.
Op een industrieel terrein, nu een soort van alternatieve vrijplaats, in Molenbeek, beleef ik m'n eerste zomerfestival. Het zal ook meteen het laatste zijn. De dj van Manchester Plage bezorgt me al meteen dat geliefde festivalgevoel. Algemene sfeer: No borders. Niemand is illegaal. De postrock van ROOK en vooral Vrovl smaakt naar meer. Meer liveconcerten. Stilzitten is niets voor mij maar op sommige dagen lukt het me toch om in mijn eigen stad te blijven. Maar kijk, nog dezelfde week reis ik af naar Leuven, om er met Nabil in het heuvellandschap van Kessel-Lo te gaan wandelen, rond de abdij van Vlierbeek. Een 11 juli vlakbij de taalgrens. Mijn mini-reis naar Parijs en Normandië is hier beschreven, die is de Staycation ook ontgroeid. Maar kort daarna gaat het weer de verkeerde kant uit met de coronacijfers. We verlengen onze Staycation dan maar, al wil ik zeker nog de zoo van Rijsel tippen.
 
Via het souterrain van het BELvue-museum, in het koninklijk paleis te Brussel, heb je toegang tot de archeologische site van de Coudenberg. Het fiere paleis van de hertogen van Bourgondië prijkte 
een drietal eeuwen lang bovenop de heuvel, tot een fatale brand daar in 1731 een abrupt einde aan maakte. Ik waad door de ruïnes en voel de geschiedenis tot in elke vezel, vooral in de overblijfselen van de Aula Magna, waar Keizer Karel troonsafstand deed. Boven mij hoor ik de trams over het Koningsplein denderen. In het museum duik ik in de complexe en niet altijd even fraaie geschiedenis van België. Terwijl ik oude affiches, foto's, kaarten en voorwerpen bestudeer, vult Belpop mijn oren. Uitbollen gebeurt in de Zavelwijk, want Brussel blijft bij voorkeur een buitenbeleving, zeker in de zomer.
Nu ik bij de Bourgondiërs over de vloer ben geweest, krijg ik de smaak te pakken. Ik koop het boek De Bourgondiërs van oude bekende Bart Van Loo, om de tweede coronagolf mee door te komen. Door de extra strenge maatregelen die er voor Antwerpen aankomen, zal binnenkort enkel nog reizen in het hoofd mogelijk zijn. Op de valreep reis ik zuidwaarts, loodrecht tot aan de Franse grens. Couvin is een vestingstad in de Venen, die uitkijkt over de vallei van de Eau Noire. Een stadwandeling voert me terug in de tijd: een oude kasteelmuur, de calvarieberg, 19e-eeuwse arbeidershuisjes, een oude stadsoven...
 
Op de falaise stond vroeger een machtig kasteel. Aan een bosrand op de heuvel ertegenover wordt een chirokamp opgebroken. De Eau Noire lijkt me trouwens ideaal voor een beektocht. Een wandeling door de Venen levert me spectaculaire vergezichten op. Ik passeer het kalksteendorp Frasnes, en op het lange stuk door het bos kom ik geen levende ziel tegen. Compagnon de route: kaas uit Chimay. Beloning bij terugkeer in Couvin: trappist uit Chimay. De stad zelf zal voor een andere keer zijn.
 
Het regent zware beslissingen in Antwerpen. Leuk worden de vier weken die volgen niet. Het wordt weer fietsen, en dan nog met mondneusmasker op. Eigenlijk mogen we niet meer buiten zonder masker, en niet na 23u30. Wie had gedacht dat we in de 21e eeuw een avondklok zouden meemaken? Einde Staycation? Gelukkig valt er in onze gecordoniseerde (maar niet heus) stad nog vanalles te beleven. Samen met Anke, zelf een tekenaar, bezoek ik de zomerexpo in het Museum Plantin-Moretus. In de voormalige drukkerij van Christoffel Plantin kan je 25 unieke tekeningen uit de 17e eeuw bezichtigen. Vaak gaat het om ruwe maar intrigerende schetsen van onder meer Rubens en Jordaens, al zijn er ook afgewerkte werken bij. Verder leren we over de geschiedenis van de boekdrukkunst, werpen we een blik in de oudste drukkerij ter wereld en neuzen we in oude kaarten van Mercator en verluchte meertalige bijbels.
Het boek De Bourgondiërs houdt me al een week in de ban. De avonturen van onze stamvaders Filips de Stoute en Jan Zonder Vrees zijn niet te versmaden. Met de klepper onder de arm reis ik naar Halle, het stadje aan de Zenne en de taalgrens waar hertog Filips de Stoute aan de griep bezweek. In de Sint-Martinusbasiliek, in Brabantse gotiek, bewonder ik de fresco's en sculpturen van het koor en het beroemde Mariabeeld. Ik stuit ook op de minitombe van Joachim, baby van Lodewijk XI. Aandoenlijk en morbide. Het lichaam en het hart van de hertog werden in Dijon en Parijs begraven, maar zijn ingewanden liggen hier in de crypte in een kistje onder een steen. Helaas is de crypte in coronatijden enkel virtueel te bezichtigen. Ik zal dus van een kale schattenjacht thuiskomen. Filips stierf in herberg Den Hert, tegenover de basiliek. Het pand wordt nu verbouwd en is te koop.
In het midden van de hittegolf van augustus is het druk op de terrasjes van de eeuwenoude cafépanden. Aan de ingang van het historische stadhuis zie ik gesculpteerde aapjes. Die zouden de Hallenaars hebben uitgelachen toen die hun belastingen kwamen betalen. In het stadspark werd het in juni gevandaliseerde borstbeeld van onze wrede vorst Leopold II ondertussen teruggeplaatst. Zolang het debat over kolonialistische beelden niet is afgerond, zal de stad het beeld blijven restaureren indien nodig. Ik ben benieuwd naar de uitkomst van dat debat. Na een ontspannend dagje in de binnenstad verlaat ik het bedevaartsoord van het Pajottenland. Thuis surf ik naar de website van Halle en vind ik alsnog de cryptevloer waaronder de ingewanden van Filips de Stoute zouden rusten.
Terug naar de Zennevallei voor een wandeling in de Weerdse velden. Onder een moordlustige zon maak ik de kronkelwandeling tussen Zemst en Weerde, die soms door het bos, dan weer langs boerderijen flirt met de rivier. Futen en ooievaars spotten, braambessen plukken, het Atomium aan de horizon herkennen. In het midden van nergens staat de ruïne van een sluistoren wijdbeens over de Zenne, verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog. Die hitte! Op de Bruul in Mechelen spring ik in een fontein. Doorweekt maar snel drogend beland ik met Kaat op een terras aan het standbeeld van Margaretha van Oostenrijk. Bij een Gouden Carolus en een Maneblusser vernemen we dat gedurende de hittegolf de avondklok niet zal worden gehandhaafd. Mooi nieuws om het weekend mee in te gaan. Onderweg naar het station passeren we het paleis van bovengenoemde Margaretha, en ertegenover dat van hertogin Margaretha van York.
Vanaf halverwege augustus mag ik weer halftijds werken en is er dus minder tijd voor Staycation. Toch wil ik tot eind deze maand nog enkele interessante plekken bezoeken en aanraden. Virus- noch hittegolf houden me tegen. De kapellekensweg of Weg Oem is een bedevaartsroute langs authentieke kapelletjes net buiten Asse, hopstad. Bij de Kruisborrekapel lees ik de legende van de gestolen hostie en de heilige spaanders. In de verlaten heuvels van Asbeek weerklinkt de hartverscheurende schreeuw van een wouw. Op de Markt van Asse vind ik nog de guitige sculptuur van De Hopduvel.
Een bus brengt me naar de carnavalsstad. Zelfs Dirk Martens draagt een mondmasker. Zijn standbeeld staat pal voor het 13e-eeuwse schepenhuis van Aalst, het oudste van de Nederlanden. Bij het stadhuis hangt er een dankbericht aan Ilse Uyttersprot, voormalig burgemeester van Aalst, die vorige week werd vermoord. De stad rouwt. Enkele meters verderop vind ik het geboortehuis van priester Daems. Ik freewheel door het Vlaamse land en dus door onze geschiedenis, en kom uit in Dendermonde. Van op een terrasje tuur ik naar het Ros Beiaard bovenop de toren van het justitiepaleis en tracht ik de wapenschilden te ontcijferen op de vele vlaggen waarin de lakenhalle zich hult. Hier hield Jan Zonder Vrees zijn blijde intrede na de dood van zijn vader Filips de Stoute.
Verschillende lezers van Bart Van Loo zullen hun Staycation met de neus in De Bourgondiërs en de voeten in historische steden spenderen. Wie weet slepen ze hun gezin wel van stad naar Vlaamse stad. "Kijk, hier komen wij vandaan." De historicus heeft nu een reeks in Het Nieuwsblad, die extra materiaal levert voor een geslaagde Bourgondisch-Vlaamse citytrip. Voor het opstandige Gent bijvoorbeeld, de door de Franse koningen gehate maar economisch gezien onmisbare lakenstad. Deze middeleeuwse metropool kon het de hertogen knap lastig maken, maar was ook de setting van het belangrijkste huwelijk van de 14e eeuw. In de door Keizer Karel verwoeste Sint-Baafsabdij stapten Filips de Stoute en Margareta Van Male op 19 juli 1369 in het huwelijksbootje. De haagbeukzuilen in het huidige Coyendanspark tonen waar deze machtige romaanse kerk moet hebben gestaan. De plantaardige steenvervanger noemt men de Groene Kerk. In de Machariusberg, op een steenworp van de wieg van Gent, worden wel eens open mics voor poëzie en muziek gehouden.
Al ontelbare keren was ik in Gent, maar dit is mijn eerste keer in Bourgondisch Gent. Het Gravensteen, de Vrijdagmarkt en wat er overblijft van het Prinsenhof (waar Keizer Karel negen leeuwen hield) bekijk ik nu met andere ogen. Hoe je het ook draait of keert, Gent kende eeuwenlang de traditie om flink dwars te liggen en daarvoor telkens zwaar vernederd te worden, van Filips de Stoute en de Goede tot Keizer Karel. Onder laatstgenoemde werden de Gentenaren verplicht met een strop rond de hals te lopen, als straf voor hun weerbarstigheid. En het gedenkbord in de donkere poort liegt er niet om: de executies waren bijzonder wreed. Spanje schonk in de 20e eeuw dan wel een standbeeld van hun (en onze) Karel V; een geschenk voor Gent was de in het Prinsenhof geboren keizer van het Roomse Rijk niet. Ondanks de Concessio Carolina en de gitzwarte geschiedenis blijft deze wijk aan de Lieve, tussen Gravensteen en Rabot een van de mooiste plekjes van Gent.
Even een eeuw terug naar het Gent van Filips de Goede en meesterschilder Jan Van Eyck. Na mijn bezoek aan Brugge wil ik het gerestaureerde Lam Gods nog eens bewonderen. Dit verbluffende veelluik moet elke Belg gezien hebben. Je komt ogen te kort. Met dit uiterst gedetailleerde meesterwerk bewijzen de gebroeders Van Eyck zich de artistieke wonderboys van de late middeleeuwen. Ik vaar mee met een bootje op de drie rivieren van de stad. Terwijl we de vele vertrouwde monumenten van een andere kant bekijken, vertelt de gids enkele anekdotes. Die van de calvinisten die de boeken van het Dominicanenklooster in de Leie keilen is mijn favoriet. In een stuk overdekte Schelde hangen verschillende fragmenten uit het werk van Van Eyck. 'Johannes de Eyck' is overal. Wat je in deze stad ook komt uitspoken, een 'Goeie Gentse Congé' is onmisbaar tijdens je Staycation.
De plantentuin van Meise stond al lang op mijn verlanglijstje. Op Moederdag bezoek ik dit botanische walhalla met Kaat, Jeroen en Thomas. We volgen de kunstroute langs allerlei sculpturen en vergapen ons aan duizenden exotische flora in het uit de kluiten gewassen plantenpaleis. Ondertussen breekt er een onweer uit. Het is maar vijf minuten rennen maar bij aankomst in het Kasteel van Bouchout zijn we doorweekt. Daar speelt het Vulpe Trio een concert in de wapenzaal. En als je na afloop de beste spaghetti van Vlaams-Brabant wil eten, dan moet je bij Pee Klak in Strombeek-Bever zijn.
In Bar Stark in Deurne kan je heerlijk verpozen in de wilde tuin van het Sterckxhof, het allermooiste kasteel van Antwerpen. Het ligt middenin het Rivierenhof, een groot park dat je bij een bezoek aan mijn stad zeker niet links mag laten liggen. Herinneringen zwermen rond in mijn hoofd wanneer ik doorfiets naar het Peerdsbos in Brasschaat. Ter plekke moet ik maar één keer op een plannetje kijken maar als kind kende ik dit avontuurlijk bos als mijn broekzak. In het feeërieke gemeentepark beland ik in een strandbar. Met de fiets volg ik de anti-tankgracht naar het fort van Brasschaat, waar we met de Chiro oorlogje speelden - mijn eerste kennismaking met de Eerste Wereldoorlog. Met je gezin kan je hier railbiken op de oude militaire spoorweg, dwars door een uitgestrekt natuurgebied, tot in het Paepenbos in Kapellen.
Enkele dagen later ga ik in Lier sporen zoeken van het huwelijk tussen Filips de Schone en de Spaanse Johanna, dat plaatsvond op 20 oktober 1496. Deze politieke trouwerij plantte de kiem voor het latere schrikbewind van zoonlief Keizer Karel. De wandeling start aan de Spaanse bedevaartskapel op de Grote Markt en gaat via het Hof van Aragon, waar het huwelijksfeest plaatsvond, naar het oude Spaanse garnizoen. Boeiend om de Pallieterstad met 15e-eeuwse ogen te aanschouwen. Bij de magnifieke Sint-Gummaruskerk houd ik graag halt bij de Deense Poort. Uit mijn lessen Deens herinner ik me dat koning Christiaan II uit Denemarken werd verbannen en in Brabant onderdak kreeg. Volgens een gedenksteen was dat op deze plek in Lier. Oh ja... hij was de schoonbroer van - alweer - Keizer Karel. Hier op het Kardinaal Mercierplein lees ik in de epiloog van het boek dat me nu al weken obsedeert over de opeenvolging van sterfgevallen die tot het onwaarschijnlijke leiden: Karel krijgt de halve wereldbol in zijn schoot geworpen.
In het weekend bezoeken Anke en ik het AfricaMuseum in Tervuren. Het (voldoende?) gedekoloniseerde museum biedt een kijkje in de Centraal-Afrikaanse geschiedenis, cultuur en fauna, met een indrukwekkende verzameling van opgezette dieren, van maskers en muziekinstrumenten. Ook Belgisch Kongo komt aan bod, van de ivoorhandel en uitbuiting tot de vele kolonialistische en racistische beelden, die nu in een achterkamertje te bezichtigen zijn. In de tuin van het paleis herinneren we ons het Afrikadorp, waarin Congolezen in een levende zoo gevangen werden gezet ter vermaak van bezoekers. Huiveringwekkend. Vervolgens wandelen we in het Warandepark en houden halt op de plek waar volgens de legende Sint-Hubertus de geest gaf. Er staat nu een 16e-eeuwse kapel.
 
Een dag later ga ik op mijn eentje uitwaaien in de velden en heuvels van Lubbeek. Buizerds buitelen hoog boven de boomgaarden. Ezel en pony grazen zij aan zij. En zelden is er een ziel te zien in dit mooie stukje Hageland.
Enkele dagen later, op het einde van de maand, maak ik weer een wandeling - de laatste voor deze Staycation. Al in het treinstation van Berchem vertelt een NMBS-medewerker me hoe mooi de wandeling langs de Antitankgracht van Haacht is. Deze start in het dorpje Wespelaar en doorkruist tot twee maal toe het Haachtsbroek. Hier grazen schapen, die zo de natuurvariatie bevorderen. Bordjes waarschuwen voor een agressieve buizerd, die in de lente joggers en fietsers heeft aangevallen. Even later zie ik de roofvogel net van me wegvliegen. Ook fazanten en een bange wezel kom ik in het natuurgebied tegen.
 
Ik volg de Antitankgracht, onderdeel van de KW-linie uit de Tweede Wereldoorlog, die voor een groot stuk droog staat en passeer enkele bunkers. Aan de horizon herken ik de kerktoren van Werchter. Zullen grote festivals ooit weer mogelijk zijn? De gracht komt uit op de overblijfselen van het Kasteel van Roost. Ik volg de Dijle tot aan de monumentale Hansburg in Keerbergen en vervolg daarna mijn wandeling dwars door het centrum van Haacht. Op de Markt drink ik het lokale Adlerbier. De urinoirs van het café zijn biervaten. Net wanneer ik het Haachtsbroek voor een tweede maal intrek, zie ik hoog in de lucht drie buizerds hangen. Even later blijft er nog één over. Ik versnel mijn pas.