zondag 14 oktober 2018

Ballonnenvrees 12 oktober 2018

Ballonnenvrees hield vier maanden een zomerstop. Op 12 oktober waren we terug, met de zestigste editie, en was de zomer er nog steeds. Dat was niet de afspraak. Na zo'n lange pauze zo'n grote opkomst, daar kan ik als organisator alleen maar heel blij van worden. En dan heb ik het nog niet over de kwaliteit van de performers gehad.
Want die was weer torenhoog, en van een diversiteit die je niet zo vaak op andere podia ziet. Bijna letterlijk elke leeftijd die een mens kan hebben stond hier gisterenavond op het podium, van een baby van zeven maanden oud tot dichters die al geruime tijd op tram 7 zitten. Qua stijlen ging het van spoken word over stand-up comedy tot muziektheater en zelfs de term 'autistic metal' passeerde even.
De mede-oprichter van de Indische spoken-wordorganisatie Bullock Cart Poetry mocht de spits afbijten. Het was een eer om de jonge dichteres Priyam Redican in Café Boekowski te mogen ontvangen. Haar baby lag rustig tegen haar aan te soezen terwijl Priyam een ontroerend verhaal vertelde over Mr & Mrs B., een jong gezinnetje uit Mumbay, en een blauw vogeltje met een gebroken vleugel. Haar evocaties van verwoestingen door bulldozers waren sterk, en uiteindelijk bleek het concept 'decivilization' centraal te staan. Huizen afbreken om meer bossen te bouwen.
Evy Van Eynde had al geruime tijd niet meer opgetreden, en ze toonde dat ze dat nog bijlange niet verleerd was. Haar intense gedichten bol van de krachtige beelden werden geschreven "om een patat van een liefdesbreuk te doorworstelen", wat tot een "wispelturig verwerkingsproces" heeft geleid. We kregen onder meer 'Ergens', 'Overlevingsmechanisme: Pantser', 'De Dood Van Een Ster', 'Blijven Drijven', 'Ik Ben Een Sirene Op Sterk Water', 'Huis', 'L'Amour', en als afsluiter het 'stoute' gedicht 'De Hollander', waarbij Evy de wat sensulere tour opging.
Blij dat ik eindelijk Les Moretales, het Gentse dichterscollectief van Anna Perneel en Rinze Lich, in Antwerpen mocht ontvangen. Ze gaan altijd voor het experimentele, de tongue-in-cheek, en het is puur genieten van de lekker absurde dynamiek tussen de twee. Het komische duo hanteerde een heerlijk pathetische stijl in zang en woord, met op de achtergrond deuntjes uit een kinderkeyboard. Lachen geblazen.
Voor de pauze kregen we de Gentse singer-songwriter Jim Cain (een artiestennaam die Michiel door Bill Callahan liet inspireren) over de vloer. Zijn eerste nummer verhaalde over de kracht van boeken - toepasselijk te midden van dit boekenparadijs. Met de single 'For The Road' liet hij heel het café meezingen. Zijn nieuwste album heet It's All Here. Hieruit plukte hij 'What Else Can We Do?', op de piano, een nummer over het desastreuze jaar 2016 en over met Ed Sheeran worden vergeleken, en afsluiter 'It's All Here', waarbij hij de mondharmonika bovenhaalde.
Na de pauze kregen we van Anke Verschueren twee korte teksten die een gevoelige snaar wisten te raken. 'Sneeuw' gaat over wakker liggen van de wereld en dan door het donker gaan dwalen. 'Dolfijnenvlees' is opgedragen aan 'de bomma' en haar volkswijsheden. Wat een mooi eerbetoon. Shari Van Goethem trakteerde ons op enkele gedichten uit haar debuut Een Man Begraaft Een Boom. Het was haast nostalgisch om nog eens over die drie hurkende meisjes, die transistorradio en die vloer vol vrouwen te horen. De nieuwere teksten gingen over de zee en over mensen met pijn. Dat belooft mogelijk weer een straffe bundel te worden.
Veelvraat is een bevreemdende samenwerking tussen elektronicadokter Tom Tiest en poëzieman Gert Vanlerberghe. Hun mariage van knetterende electro en verwarde performance kreeg al snel iets jazzy, haast Lynchiaans. De opener 'Momos' wordt de eerste single, elegant én gestoord, catchy flarden muziek en een alarmerende tekst over overbevolking. Ook de kaasverslaving van de frontman werd erbij gehaald.
En dan de legendarische open mic natuurlijk, met meer inschrijvingen dan ooit. Toon Krijnen had enkele limericken en slimmericken voor ons. Peter Hens bracht steengoede comedy over snoozen en IKEA-stoelen. Femke Verschueren, zus van, verblufte gans het café met haar twee pianoliedjes en prachtige stem: over het goede in de mens (fuck die terroristen) en over hoe nerds elkaar versieren. Bijzonder breekbaar en dan weer erg grappig. Gerrit De Feyter brak een lans voor mensen met mentale moeilijkheden. We kregen onder meer 'By The Sea' van hem. Maike Bretschneider had enkele oude en nieuwe teksten bij, zowel in het Duits als in het Nederlands, hoofdzakelijk over haar verbondenheid met de natuur: haar klassieker 'Zwerfdroom', 'S.O.S.', 'Golven'... Jirosj pakte de Boekowski opnieuw in met een catchy Nederlandstalig nummer op de gitaar en mondharmonika, met zelfs een referentie naar Luc Bomans, of all people.
Dan oldskool homie Tryggve Bauweraerts met eerst 'Go With The Flow' en vervolgens de anti-politiektekst 'Tijd Voor Revolutie'. Deze man komt uit het tijdperk van toen Ballonnenvrees en You On Stage nog in hun kinderschoenen stonden, een welkome blast from the past. Als afsluiter droeg hij het kortste Nederlandstalige gedicht ooit op aan zijn vriendin. Dat zal wel voor vondelvonken gezorgd hebben. Silke Crols had een bloedmooi pianoliedje voor ons. De Turkse dichteres Müesser Yeniay bracht Turkse en Engelse gedichten ten berde, met een uitval naar het patriarchaat. Nour was weer heel Nour met een ijzersterke maar ook erg persoonlijke tekst. Slam op z'n best. Bij Bart Daems ging het over verslaving. Tot slot had Liza Willfrieda een fragment uit een monoloog bij, waarin ze erg geestig speelde met de metafoor van de vis en de haak.
We hebben er nog drie voor dit najaar:

24 oktober, 't Werkhuys, Borgerhout
9 november, bibliotheek, Mechelen
30 november, Hedonismuz, 252cc, Ekeren 

Foto's: Gust Peeters

vrijdag 12 oktober 2018

Momos

De ramen zijn dichtgespijkerd,
de muren horen, zien en zwijgen,
de buren geluidsdicht
met een gaatje in hun hoofd,
demper zodat niemand
de snelle exodus van hun ziel hoort.

Alleen als in een discotheek,
dronken zoals op kantoor,
dans alsof je pensioen ervan afhangt,
niemand die je ziet of hoort.

Je oefent de schande,
de ogen die branden.
Verbanning smaakt naar zand:
ze schuurt je keel rauw
en er koekt altijd wel wat aan.

Momos, de overbemensing
maakt jou niet zo gezinsgezind.
De aarde kreunt en bloedt
bij de oogst van een nieuw kind.
Het laatste taboe gekoesterd,
gekluisterd aan de borst
van elke vorst.

Walden, Berglund geketend,
pek en veren, een zotte hoed.
Dans alsof je pensioen ervan afhangt,
niemand die je vermoedt.

Confisceer een eiland,
verdwijn in een oerwoed.
De twistappel toont hoe het moet.
Democratie begon te rijpen
in de fruitschaal van Richter,
een demo van kraters en moed.
En nu ze zelf zowat aan diggelen,
Momos, doe ik het nog goed?

Bekijk hier de videoclip van 'Momos', de eerste single van Veelvraat.

woensdag 3 oktober 2018

Sri Lanka 15-30 september 2018, deel 3

Sri Lanka, deel 3: De rand van de wereld


Voor de ochtendwandeling in de hoogvlakte Horton Plains is het vroeg uit de veren. Aan het visitors center wordt de ochtend inge-luid door consonant gekwaak. We zijn wakker. We wandelen 9 km door de hoogvlakte, voorbij Baker's Fall en World's End, waar door de mist letterlijk enkel het Grote Niets te zien is, alsof dit echt de rand van de wereld is. Nec plus ultra. Bij Little World's End klaart het een klein beetje op. Bij helder weer kan je tot aan de kust zien. Nog verder is er enkel water, een halve wereldbol vol niets. De olifanten zijn hier al lang weg. Wel wonen hier nog luipaarden, maar die zien we deze keer niet. In de graslanden grazen grote sambarherten.
Na de middag rijden we naar het station Nanu Oya in Nuwara Eliya. We reizen derde klas naar Bandarawela. Verschillende passagiers hangen uit de trein. Plots vliegt er een zwaluw op Kee's schoot. Katja laat ze bij de eerstvolgende stop weer het raam uit.
In ons hotel is er een rooftop tranquil garden. Ik beklim de gladde treden en krijg een panorama over heel Bandarawela, om de paar seconden opgelicht door bliksem. Ik denk dat we dat Lion-pilsje binnen zullen drinken. Het is volle maan, dus 's nachts worden we nog een tijdje wakker gehouden door speciale ceremonieën in de lokale boeddhistische tempel.
 Het is opstaan met stralend weer en het vooruitzicht door de lokale rijstvelden te trekken en bij lokale inwoners van het dorp Kahagolla rijst en curry te gaan eten. We gaan op bezoek in een kleuterklasje, passeren verschillende boerderijtjes en knikken vriendelijk Ayubowan! naar de breed lachende landbouwers. De tocht is zwaar want met heel wat hellingen en bij drukkende hitte, maar die eerste slok van het frisse water bij de lunch van het gastvrije moslimgezin aan het eind van de klim smaakt dan net zo verlossend.
Na de overheerlijke lunch worden Igor, Nele en ik naar Ella gereden, een charmant stadje te midden van theeplantages en watervallen. Met de umbrella in Ella. Een hippe plek vol onderkoelde beats, wereldkoffie en cocktails op basis van arrack. Hipster's paradise ligt aan de voet van Little Adam's Peak. De regen deert ons niet. Dit is een klein beetje thuiskomen. Het One Love-geneuzel nemen we er met plezier bij. Terug in Bandarawela is er 's avonds karaoke.
's Morgens rijden we weer naar Ella. Zuidwaarts. Ella Gap is de kloof tussen Ella Rock en Little Adam's Peak. Vanaf hier begint het landschap kustwaarts te vervlakken. Ravena Ella Falls is onze tweede fotostop. We verlaten dit memorabele bergland en rijden naar Udawalawe National Park, in het zuiden van Sri Lanka. Hier is een olifantenweeshuis gevestigd, waar kalfjes tot vijf jaar melk worden gevoederd. Het opvangcentrum behandelt de olifanten met respect en liefde: geen kettingen, toeristen mogen er niet mee op de foto etc. Echt bijzonder om ze te zien eten en spelen. Eén van de dieren heeft een pootprothese.
Na de lunch gaan we op safari in dit prachtige reservaat en zien oosterse dwergooruil, Bengaalse varaan, Indische olifant, beo, ijsvogel, Smyrna-ijsvogel, buulbuul, witte pelikaan, damhert, waterbuffel, zilverreiger, Indische kuifarend, baardagame, malabarneushoornvogel, bontbekplevier, bijeneter, wilde waterbuffel, witbuikzeearend, groene parkiet, mangoest, wilde kat, Indische nimmerzat, blauwe reiger, lepelaar, krokodil, Indisch paapje, grijze wouw en een zwerm sterns.
Wat een beeld: kuddes olifanten en buffels voor een meer vol krokodillen en ooievaars met aan de horizon het bergland gehuld in onweer, af en toe een bliksemschicht. Wij zijn fan van dit park.
Verder zuidwaarts naar Tissamahara, aan het Tissa Wewa. Bezienswaardig zijn een handvol impressionante dagoba's. 's Avonds drinken we cocktails in het zwembad, met vliegende honden in de lucht en een hele keversafari in het water. Vakantie, ik zou er nog aan wennen. Aan de biljarttafel verbroederen we met de reisgroep van Lottes zus. Een goede nachtrust na heel wat drank. Vervolgens de lange rit naar het westen, die bijna de hele dag duurt, met enkele stops. In ons hotel ligt een Bengaalse varaan in de zon. De jarige Arthur gaat ermee op de foto en een Japans koppeltje vraagt of dit een krokodil is. In de bus zingen we voor Arthur en eten we taart.
Vlak naast de stoepa van Tangalle staat een hindoetempel met een groot kleurrijk beeld van Skanda, de god met de vele gezichten en de pauw als rijdier. Verder moskeeën en kerken, en oh daar is de oceaan weer. Die krijgt van Igor een groot applaus. Kort voor Matara is het zuidelijkste punt van Sri Lanka. Tussen hier en Antarctica is er niets dan water. Matara telt enkele Hollandse forten. Het meest bezienswaardig is echter dat van Galle. In Fort Galle komt de Gouden Eeuw weer helemaal tot leven: de Hollandse huisjes, kerkjes, steegjes, bastions, pakhuizen - inclusief een karakteristieke vuurtoren. Op de bastions spelen enkele langoerapen. Het Hollandse fort is bovenop dat van de Portugezen gebouwd.
In Midigama poseren enkele steltvissers voor ons. Daarna vertelt Wimal over de tsunami van 26 december 2004, die op enkele minuten tijd 50000 levens eiste in Sri Lanka alleen al. Een afgrijselijke klap voor het land. De economische kater was haast een even groot drama, met name voor de visvangst en de toeristische sector. Ons hotel met zwembad in Narigama, bij Hikkaduwa, komt meteen uit op de oceaan. Een bed aan de rand van de wereld. Dit badplaatsje is een surfparadijs. 's Avonds dansen we op het strand met de krabben tussen onze voeten.
Voor dag en dauw vertrekken we naar Mirissa. Vanuit het drukke haventje varen we uit naar open zee. Twee soorten dolfijnen (langsnuitdolfijn en langbektuimelaar) zwemmen in school voorbij onze boot, maar het hoogtepunt van onze whale-watchingtrip is de blauwe vinvis. Deze goedaardige kolos kan tot 30 meter lang worden en is zo het grootste dier dat ooit op aarde heeft geleefd - groter dan de dinosauriërs. We zien er verschillende zwemmen, hun minirugvin boven water, en plots diep duiken, met de staartvin in de lucht. Walvissen zijn altijd majestueus om te zien!
De rest van de dag vult zich snel met zon, zee, zwembad, koffie en Jonathan Franzen. Voor ons laatste avondmaal gaan we naar een gezellig restaurant in Hikkaduwa. Op onze laatste dag rijden we naar het noorden van Hikkaduwa. De zee is woest. Elders in de wereld razen orkanen en tsunami's, met vele slachtoffers. Het is bijna cynisch om het tsunamimuseum vandaag te bezoeken, met wat er nu in Indonesië gebeurt. Wat een krachtige en diep trieste foto's, getuigenissen, cijfers van de ramp van 24/12/04. De eigenares was ooggetuige en vertelt ons over deze tragedie. Eerst trok de oceaan anderhalve kilometer weg. Arme vissers begonnen haastig achtergebleven vissen te verzamelen. Twintig minuten later kwam een muur van zee met een ongelooflijke verwoestende snelheid terug en maakte al meteen duizenden slachtoffers binnen de eerste minuten. Achter het huis staan enkele graven.
We bezoeken een zeeschildpaddenopvangcentrum (Scrabble, anyone?) en leren over de verschillende soorten. Baby's en gehandicapte reptielen worden hier klaargestoomd om weer in het wild losgelaten te worden. Hun slaagkans in de natuur is vrij klein. De albino (wat een prachtig dier) moet blijven omdat zeeschildpadden nogal racistisch durven zijn. In de namiddag is het tijd voor afscheid. De groep vertrekt naar de luchthaven terwijl ik nog wat in da hood blijf rondhangen, tot mijn taxi arriveert.
In Indonesië loopt het dodental op. Aan onze kant van de Indische Oceaan blijft het bij razend water. Enkele hotelgasten gaan erin zwemmen maar krijgen de waarschuwing dat het gevaarlijk is. In onze stambar Top Secret hang ik nog wat rond met de Zweden die we de laatste dagen hier voortdurend tegen het lijf liepen, terwijl achter de rode vlag de oceaan als een bezetene te keer gaat. Dan volgt de storm, die meteen het moessonseizoen aankondigt. Tijd om te vertrekken.

Op de radio van mijn taxi naar de luchthaven speelt 'Another Day In Paradise'. Dat Aards Paradijs moet ik nu verlaten, net als Adam en Eva, de allereerste pioniers. Het is weer tijd om mijn plekje op de wereld te zoeken. De bo-boom moet ik er zelf maar bij bedenken.

dinsdag 2 oktober 2018

Sri Lanka 15-30 september 2018, deel 2

Sri Lanka, deel 2: Leeuwenrots en boeddhatand


Met de eerste twee koningssteden achter de kiezen reizen we richting meer cultuur. Op het menu vandaag staat de beroemde Leeuwenrots van Sigiriya, 200 meter hoog. Er staat een hele klim voor de boeg, maar de fresco's van de knappe rondborstige dames zouden de moeite waard zijn. Eind 5e eeuw bouwde koning Kasyapa hier zijn paleis en burcht. Dit is de koning die zijn eigen vader levend liet inmetselen om aan de macht te komen. Zijn halfbroer verbande hij naar India, maar toen deze 18 jaar later terugkwam met een leger, liet dat van Kasyapa hem in de verwarring van het strijdgewoel in de steek. Hierna pleegde Kasyapa zelfmoord en werd zijn halfbroer Mogallan koning.
De vrouwenfresco's zijn waardevolle overblijfselen van deze Hemelburcht, die ooit volledig was beschilderd. Ze zijn 1500 jaar oud en geschilderd in natuurlijke kleuren. In de Spiegelmuur werden al in de 8e eeuw recensies gekrast door toeristen avant la lettre. Ze lezen als poëzie.
Wat een klim in deze hitte, maar ook: wat een uitzicht! Overal oerwoud, aan de horizon heuvels, hier en daar een heiligdom, zoals Dambulla, waar we later vandaag heen trekken. De laatste trap wordt ingeleid door twee reusachtige leeuwenpoten, uit de rots gehouwen en aangevuld met bakstenen. Eeuwen geleden was er ook een kop, maar die is verdwenen. Tijdens de afdaling zien we langoerapen en ceylonkroonapen verbroederen. Onze ogen klimmen naar de holtes in de muren, waarin soldaten de wacht hielden. Als ze indommelden, stortten ze de diepte in. Efficiënt hoor, koning Kasyapa. Een andere bezienswaardigheid hier is het 'parlement', een groot stuk uitgehakte rots. Tot slot is er de Cobrarots, die doet denken aan een... juist ja.
Dambulla was van op de Leeuwenrots al te zien omwille van haar nieuwe Gouden Tempel en 30 meter hoge gouden boeddha. Onze aandacht gaat vooral naar de antieke rotstempels met in totaal 165 sublieme kleurrijke beelden, waaronder grote boeddha's en Singalese koningen. Verder zijn er muurschilderingen van meer dan 2000 jaar oud. Dit is werkelijk verbluffend. We staan met open mond te kijken. Bij de afdaling zien we in de verte Sigiriya liggen.
We reizen door een berglandschap naar de culturele hoofdstad Kandy, de laatste der koningssteden. Onderweg houdt de bus halt bij een specerijenplantage in Palapathwela, gespecialiseerd in ayurvedische geneeskunde. Een herbalist biedt ons kruidenthee aan en toont allerhande medicinale planten en hun trucjes. We krijgen verschillende olies opgesmeerd en een massage, en voelen ons als herboren. In Matale bewonderen we de schitterende hindoetempel Sri Muthumariamman, met zijn 1001 godenbeelden. Al die heilige pracht en praal is een lust voor het oog. In de winkelstraten hangen honderden boeddhistische vlaggen.
Kandy telt enkele koloniale monumenten en ligt aan een kunstmatig meer, dat door de laatste Singalese koning, Sri Vikrami Rajasingha, werd aangelegd. Ah, de drukte van een stad na een week op het platteland. Laat op de avond drink ik een slaapmutsje op het rooftop terrace. Het grootste deel van Kandy ligt er donker bij, maar de grote boeddha en een witte stoepa zijn mooi verlicht. Buiten wordt me voortdurend hasj aangeboden.
De Tempel van de Tand is de heiligste plek op Sri Lanka. Hij staat centraal in Kandy en bewaart een tand van Boeddha. Het bedevaartsoord is streng bewaakt na de bomaanslag door Tamil Tijgers in 1998, waarbij het zwaar werd beschadigd en er doden vielen. In een stroom van honderden gelovigen laat ik me door dit prachtig versierde heiligdom voeren. Het is net offertijd, dus waanzinnig druk.
In een bar tegenover Saint Paul's Church kijk ik naar de Asian Cup. De barmannen leggen me de regels van cricket nog eens uit. Op de rotonde bij de charmante klokkentoren is er altijd veel verkeer. Er staan enkele standbeelden uit koloniaal Ceylon. In de overdekte markt, waar vlees- en visgeuren en -sappen zich met elkaar vermengen, koop ik wat fruit. Het zicht op de Tempel van de Tand, aan de overkant van het meer, is de moeite. De indruk van sereniteit steekt fel af tegen het middagspitsgeruis. Schildpadden en aalscholvers rusten in de Zuid-Aziatische zon.
In Royal Palace Park zoek ik verkoeling. De (vele) makaken observeren is entertainender dan een stand-up comedy show. Ze trekken aan elkaars staarten, duwen elkaar de heuvel af, jagen elkaar achterna voor een hapje eten, en rollebollen in het gras. Heel wat koppeltjes komen hier knuffelen bij de fonteinen, elk met een paraplu tegen de zon. Ik ben hier de enige toerist.
Kee, Chris, Arthur en ik wandelen heel het meer rond. We ontmoeten reigers, ooievaars, vliegende honden, varanen, schildpadden, pelikanen, en willen die kraaien eens vijf minuten hun snavel houden? Bij schemering voegen we ons bij de rest, op het rooftop terrace. De zonsondergang spuit een melkweg van oranje boven de heuvels. Vliegende honden bestormen de hemel. We nemen tuk-tuks tot in de heuvels van Kandy voor een rooftop dinner met zicht over de hele stad. De Kandyan Calypso Band speelt een concert aan onze tafel.
Het is de dag nadien vroeg opstaan. We verlaten Kandy richting het centrale bergland, met de hoogste toppen van Sri Lanka. Kandy wordt begrensd door de langste rivier van het land, de Mahaweli Ganga. In Kitulgali gaan we met z'n vijven raften op de Kelani Ganga. Het is mijn eerste keer. Best kicken in het wilde water. Een paar keer voert een jonge gids ons tegen de stroming de helling op. Ik drink een paar borrels junglewater en Chris valt een keer uit het rubberen bootje. Op het laatste stuk is het kalmer en laten we ons drijven als otters op het water. Dat heet bodyrafting. Topervaring in dit landschap. Eindhalte is een typisch Brits-koloniaal hotelletje.
Nuwara Eliya ligt te midden van de beroemde theeplantages, en aan de voet van de Pidurutalagala, ofwel Mount Pedro, de hoogste berg van Sri Lanka. Op deze hoogte is het een pak koeler, weg van de hitte. We hebben ook voor het eerst felle regen, typisch voor het centrale bergland. Alles ademt hier de Brits-koloniale sfeer uit, van de Victoriaanse villa's tot de golfclubs. We bezoeken een theefabriek. Er zijn drie types thee, en bij Lipton worden die gemengd, al is blended tea niet zo kwaliteitsvol als de rest, met name High Grown Garden Fresh Broken Orange Pekoe, de Ferrari van de thee. Omdat theestruiken best hoog kunnen groeien, moeten ze regelmatig worden gesnoeid, om op plukhoogte te blijven. Zo goed als alle theeplukkers zijn vrouwen. Hoewel het zondag is, draaien de sorteermachines op volle toeren. 50% van de thee wordt geëxporteerd naar Rusland en de Emiraten.
We krijgen gratis kopjes Ceylon thee, de beste thee in de wereld. De vergezichten in dit mistige bergland zijn adembenemend. Er zijn ook enkele mooie watervallen te bewonderen. De vele dennenbomen zijn geïmporteerd.

maandag 1 oktober 2018

Sri Lanka 15-30 september 2018, deel 1

Sri Lanka, deel 1: Negombo en de koningssteden

In België staat een mooie nazomer voor de deur, maar ik hoor het oosten om me roepen. Een reis buiten Europa was weer een tijdje geleden. Deze keer staat Sri Lanka op het programma, een eiland zo groot als de Benelux, pal onder grote zus India. Net als bij de vorige grote reis maak ik een tussenstop in de luchthaven van Dubai, deze keer vroeg in de ochtend. Futuristische wolkenkrabbers laten zich strelen door het vroege zonlicht, met als meest opvallende blikvanger de Burj Khalifa, die loodrecht naar de Arabische hemel lijkt te schieten. Hier en daar duikt een schaarse minnaret of palmboom op in dit landschap van beton. De overstap naar Sri Lanka is vrijwel onmiddellijk. 

Volgens de islam verbleven Adam en Eva hier, nadat ze uit het Paradijs werden verbannen. Al wordt eveneens beweerd dat Sri Lanka het Hof van Eden zelf is en dat het allereerste echtpaar via de Adamsbrug naar India werd verjaagd om het zonder privileges te moeten leren rooien. Al een half millenium voor Christus stichtte Vijaya, Indiase prins, hier zijn dynastie. Na de machtige koningssteden werd Colombo de hoofdstad van dit land, dat onder koloniaal bewind (eerst Portugal, dan Nederland, tot slot de Britten) tot Ceylon (Zeeland) werd omgedoopt. In 1972, 24 jaar na zijn onafhankelijkheid, nam het eiland van de leeuw de naam Sri Lanka weer aan.
Ik land in het westen van het eiland en reis naar de omgeving van Marawila, aan de westkust. In het verkeer vallen de tuk-tuks meteen op. Langs de met reclameborden bekladde expresweg wisselen de boeddhistische tempels, kerken in koloniale barok, villa's en bouwvallige winkeltjes elkaar af. Beelden van Boeddha, Jezus en Maria in eindeloze vormen en maten. Mijn taxi rijdt Negombo voorbij, een vissersstadje, waar het leeuwendeel van de inwoners katholiek zijn. Het is zondag, dus rustdag. Zodra we de hoofdweg verlaten, worden de villa's rianter, de palmen talrijker. In het resort, in Nainamadama, vlakbij de oceaan en in een authentieke groene omgeving, leer ik mijn medereizigers kennen.
 Wat zijn de Singalezen gastvrij. Na een paar uur aan het zwembad met de Nederlanders en Belgen ga ik alleen naar het dorp. Iedereen zegt vriendelijk goedeavond en bij valavond nodigt een sympathieke vader me uit om me bij zijn grote familie op het strand te zetten, terwijl hij in de oceaan gaat vissen. Met zijn gepensioneerde vader heb ik, elk in een plastic strandstoel, een filosofisch gesprek, terwijl de zon langzaam kopje onder gaat. Als je je inzet voor de samenleving, en leeft met de visie dat we allemaal mensen zijn, zal God je in de hemel belonen. Vleermuizen wrijven de prut uit hun ogen terwijl brommers luid klaxonnerend door de weggetjes vlammen. Onze gids Wimal neemt ons tot slot uit eten in een typisch Sri Lankaans restaurant. Pikant!!!
Pas laat 's avonds komt ook de achtste reiziger, Igor, het resort binnen. Nu zijn we volledig: acht reizigers, de gids, de chauffeur en de helper. Op de eerste volledige dag rijden we 's morgens naar Negombo, vroeger bekend om de kaneelhandel. De populaire hotels liggen tussen de lagune en de oceaan. Een twintigtal authentieke bootjes vissen aan de horizon. Waar die vis naartoe gaat, zien we in de vismarkt van Negombo. De stank is explosief wanneer we het busje uitstappen. Overal liggen rijen vissen te drogen in de zon, terwijl zilverreigers en de alomtegenwoordige kraaien hun kans wagen. Op tonnen worden de vissen een kopje kleiner gemaakt. Ik zie tonijn, pladijs, sardine, rog... Een van de katvissen leeft nog.
Op de brug over de lagune heerst ochtendddrukte. De vissersbootjes zijn in verschillende kleuren geschilderd. Even kleurrijk zijn de hindoetempels, versierd met hun vele, vele goden (Vishnu, Shiva, Skanda, Ganesh...). Het hindoeïsme is hier trouwens een minderheidsgodsdienst, te midden van de vele kerken en boeddhatempels.
De Hollanders hebben hier en daar forten gebouwd, maar ook een kanaal van 120 km lang achtergelaten, tussen Colombo en Puttalam. We gaan op watersafari in een motorbootje. In het sterk vervuilde water drijft een dode opgeblazen kogelvis. Bengaalse varanen luieren op de stenen wallen. Verder ijsvogel, zilverreiger, blauwe reiger, aalscholver, beo, Siberische grondeekhoorn, Brahmaanse wouw, strandloper, bontbekplevier, honingzuiger, drongo, bijeneter, buulbuul, purperreiger. Een groene parkiet heeft z'n huisje in een onthoofde palmboom gemaakt. Ook de tropische flora zijn een streling voor het oog, van de giftige bomen tot de woeste mangroven en reuzenvarens. Sommige palmen groeien horizontaal. Hoog in de lucht zweeft een eenzame vlieger over het kanaal. 

Het bootje zet ons handig af in ons hotel in Nainamadama. Tijdens de lunch op het terras aan het water komen enkele varanen voorbij zwemmen: mini-dino's met gevorkte tongen. Na een duik in het zwembad trekken Kee en ik het dorp in. Igor trotseert al een paar uur de wilde golven van de oceaan. Zijn voet bloedt, want hij is in een vishaak getrapt.
4u is vroeg om op pad te vertrekken. Het doet pijn. We rijden met z'n elven naar het noorden, door Marawila met haar vele kerken en tempels, met gigantische verlichte beelden van Boeddha en Vishnu. Bij zonsopgang naderen we Wilpattu National Park, waar we op jeepsafari gaan. Het is best moeilijk om de vele straathonden te vermijden. Schoolkinderen staan vertrekkensklaar. Dan rijden we het park in. We zien pauw, beo, haas, damhert, grote rivierarend, mangoest, ijsvogel, buffel, slangenarend, Indische nimmerzat, zilverreiger, sambarhert, wild zwijn, luipaard, zwartkopibis, groene parkiet, leguaan, ceylonkroonaap (makaak die enkel in Sri Lanka voorkomt en met een Jommekeskapsel), bijeneter, termietenheuvels, en heel wat kleine vogels en hagedissen. Alles staat stil wanneer vijf meter voor onze jeep een luipaard wandelt. Tijdens de pauze probeert een tiental makaken ons eten te jatten.
We rijden door naar de oudste stad van Sri Lanka, Anuradhapura, met de drie grootste dagoba's (of stoepa's, reliekkamers) ter wereld en een tak van de heilige bo-boom waaronder Boeddha de verlichting vond. De oude koningsstad ligt aan twee kunstmatige meren of wewa's: Tissa Wewa en Basawak Kulam. Voor de boeddhisten is dit een van de heiligste plekken in Sri Lanka. Voor Sri Maha Bodhi, de heilige bo-boom, alleen al komen pelgrims van over de hele wereld naar Anuradhapura.
De stoepa's zijn immens en in witte of rode steen opgetrokken. Honderden olifantenbeelden lijken ze te dragen. Jetavana, de grootste, is 122 meter hoog. De vele boeddhabeelden, wachterstenen en maanstenen zijn erg fraai. Onder de prachtige beelden zijn er ook die van hindoegoden. Soms is religie een package deal. Verder vinden we de restanten van oude paleizen. Monniken dragen oranje en hebben een kaalgeschoren kruin, zowel mannen als vrouwen.
Het duurt een kwartier om rond de Abhayagiri-dagoba te wandelen, een kolossale piramide in miljoenen bakstenen. Een vroege vliegende hond fladdert een boom in. Makaken en langoerapen spelen aan de twee gigantische stenen koningsbaden. Honderden gelovigen in het wit komen offers brengen aan Boeddha, zowel in Sri Maha Bodhi als in de spierwitte Ruwanweli Seya. Ook wij offeren lotusbloemen. De heilige bo-boom is meer dan 2000 jaar oud. Gelovigen zingen en wandelen in een processie. Anderen bidden plat op de grond met hun hoofd tegen de stoepasteen aan. Overal ruiken we wierook, slenteren straathonden. Bij een ondergaande zon is het gehele plaatje erg aangrijpend. Dit is de kern van religie in Sri Lanka, het intens spirituele karakter ervan masseert onze ziel. Vol van de dharma gaan we slapen.
Na het ontbijt rijden we naar Mihintale, een ander belangrijk bedevaartsoord, met zijn eigen stoepa's en een grote witte boeddha bovenop een granieten heuvel. Hier ontmoette de prins-monnik die het boeddhisme naar Sri Lanka bracht de toenmalige koning voor een IQ-test. De koning slaagde in de test en dus kon in Sri Lanka het boeddhisme worden geïnstalleerd. Het echte boeddhisme gaat over het trainen van de geest en het te reinigen van verlangens en dus lijden. Al die tempel- en beeldenweelde was nooit Boeddha's wens, want een echte boeddhist heeft dat niet nodig op zijn uitje naar het nirwana.
De bus brengt ons al halverwege de granieten heuvel. In de restanten van de eetzaal zien we twee grote stenen troggen, één voor rijst, één voor curry. De eeuwenoude trappen naar het heiligdom zijn mooi uitgehouwen. Het uitzicht over het uitgestrekte woud en velden en de stoepa's van Anuradhapura in de verte is verbluffend. Makaken kruipen met groter gemak over de meditatierots, die voor ons ook best meevalt. Op de rots, aan de boeddhistische vlag, ontmoet ik een Singalese, die al heel haar volwassen leven in Canberra woont, en voor het eerst terugkeert als toerist.
Na de lunch in Habarana rijden we naar Minneriya National Park. We zitten nu vrij centraal op het eiland. We zien langoeraap, ceylonkroonaap, krokodil, Indische olifant, bijeneter, kievit, blauwe reiger, zilverreiger, jakhals, ijsvogel, visarend. Op een open veld vinden we een kudde van een tachtigtal olifanten. Fenomenaal om zoveel van deze majestueuze dieren bij elkaar te zien. Ze graven rustig terwijl ze hun kalfjes proberen te beschermen. Wanneer we te dichtbij komen, jaagt een volwassen olifant ons inderdaad een paar seconden achterna. Ondertussen zijn we trouwens met bijna 40 jeeps, wat de dieren moet frusteren. Eén stier heeft wel héél veel zin in een potje olifantenseks, en achtervolgt met zijn pythonlange lul, een olifant van het andere geslacht, die op tijd de benen neemt.
Polonnaruwa was eeuwenlang de hoofdstad van Sri Lanka, na Anuradhapura. De diverse antieke monumenten van deze koningsstad is onze volgende stop. Onderweg naar ons hotel daar zien we nog een mooie blauwe staande boeddha op de oever van een eeuwenoud artificieel meer. Er zijn ook kleine tempels ter ere van Ganesh. Ooievaars cirkelen boven water. Vliegende honden hangen ondersteboven aan elektriciteitskabels, levend en dood. Heilige koeien kuieren langs de weg. Singalese mannen wassen zich in Parakrama Samudra, een groot meer bij Polonnaruwa, door de koning uitgegraven in de 12e eeuw. In het hotel vinden we de weg naar whisky en bier.
De heiligdommen van Polonnaruwa zijn voor de volgende morgen. Net als bij Anuradhapura zijn de vele monumenten verspreid over een groot domein, met centraal de citadel met het koninklijk paleis of wat ervan overblijft. Ook hier weer vele beelden van Boeddha, leeuwen en ganna, de dikke mannetjes die symbool staan voor de welvaart. Opvallende bouwwerken zijn de Vatadaga, het Satmahal Prasada, de stoepa Rankot Vehera, de schitterende ruïnes van Lankatillaka Vihara, de rotstempel Gal Vahira. Heel wat boeddhabeelden werden onthoofd door een Indische hindoekoning. De paleizen en tempels moeten enorm zijn geweest. Buiten het archeologische museum zwemt een 2 meter lange varaan in een ondiep kanaal. Bij 35°C is de melk van een koningskokosnoot eens zo verfrissend. De honden van de verkoopster eten mee.
Aan Gal Vahira, met de drie reusachtige boeddha's, spotten we Bengaalse varaan, waterschildpad, bontbekplevier en Smyrna-ijsvogel. Het bezoek aan Polonnaruwa heeft ons met verstomming geslagen. Wat drie opeenvolgende koningen hier op een eeuw tijd hebben verwezenlijkt, is indrukwekkend.
Er is meer. Vlakbij het hotel vind ik nog het standbeeld van koning Parakrama Bahu I (of van Kapila of Pulesti of Agastaya, men is niet zeker), uit een rots gehouwen. Men noemt het beeld 'De Wijze'. Ertegenover liggen de restanten van een oud klooster met de zogenaamde bibliotheek-dagoba. Ik ben helemaal alleen in dit godvergeten heiligdom en geniet van de stilte, alvorens richting zwembad te slefferen.
 In de late namiddag varen we met oude vissersbootjesmee op Parakrama Samudra, een UNESCO-meer, want deel van het historische complex. Lokale vissers doen het roeiwerk voor ons. We varen naar een klein rotsachtig eiland met honderden kraaien, aalscholvers, reigers, pelikanen, plevieren... De boottocht maakt ons nat, maar het panorama bij ondergaande zon is prachtig. Ondertussen drinken we thee en koffie uit halve kokosnoten en nemen Igor en de vissers een duik in het meer. Een Aziatische wespendief vliegt over het eiland. En wij nemen het allemaal rustig in ons op. Wat een magnifieke zonsondergang. Eén voor in de geschiedenisboeken. Over het eiland wandelen is een opgave. Vooral voor wie te vaak naar Hitchcock heeft gekeken. Voor de kraaien is het heel duidelijk: dit eiland is van hen.
Een invasie van ibissen en koereigers zorgt voor meer wit op dit eiland zwart van de kraaien en aalscholvers. De zon sterft in een explosie van oranje. Op de terugweg, in het schemerduister, beginnen de vliegende honden aan de aflossing van de wacht. We wandelen in het donker terug naar het hotel, ontwijken af en toe een koe of hond langs de weg. Halverwege komt een tuk-tuk ons halen. Tot slot gaan we bij mensen thuis dineren. Onderweg zien we de mooi verlichte ruïnes van Polonnaruwa. We krijgen een traditionele maaltijd voorgeschoteld en laten het bier en de arrack vloeien. Gezellig einde van een waardevolle dag.

Flavours of the month

Summer is gone. Don't worry. Listen to some interesting music and turn the volume up.

  1. Health x Soccer Mommy - Mass Grave
  2. The Twilight Sad - I/m not here [missing face] 
  3. Kurt Vile - Bassackwards
  4. White Lies - Time To Give
  5. Whispering Sons - Waste
  6. Fornet - Winter
  7. Suede - Life Is Golden
  8. Cloud Nothings - Leave Him Now
  9. Butsenzeller - Voteshutupworkconsume
  10. Thom Yorke - Suspirium
  11. Idles - Danny Nedelko
  12. Yak - White Male Carnivore
  13. Villagers - Again
  14. Liars - Murdrum
  15. Cosmic Super Weirdo - Never-Ending Confusing Morning
  16. Idles - Samaritans
  17. Another Sky - Chillers
  18. The Twilight Sad - Videograms
  19. Big Red Machine - Lyla
  20. Kikagaku Moyo - Gatherings
  21. El Yunque - GOOGOL
  22. Johnny Marr - Hi Hello
  23. Kurt Vile - Loading Zones
  24. Gaz Coombes - Wounded Egos
  25. Kikagaku Moyo - Dripping Sun
  26. Interpol - If You Really Love Nothing
  27. Diane Grace - Bigfoot
  28. Drones Club - All Arise
  29. Jaguar Jaguar - Tricks
  30. The Smashing Pumpkins - Silvery Sometimes