donderdag 4 september 2025

Heiligencyclus: Januariusblues

Twee heiligen ‘doe ik’ deze maand. Omdat ik binnen twee weken niet aan mijn blog kan werken, krijg je mijn Januariusblues vandaag al, twee weken te vroeg.Vanavond breng ik de tekst ook op Ballonnenvrees in Café Het Maanlicht, maar eigenlijk is het een van mijn eerste heiligenteksten, geschreven in het voorjaar. Januarius mag dan wel een minder bekende heilige zijn, in Napels is deze vrome Moor van groot belang, maar misschien ook weer niet zo beroemd als die Argentijnse voetballer. Enkele jaren geleden bezochten we er zijn tombe in de stoffige catacomben. Maar eigenlijk zit dat allemaal al in mijn tekst. Die gaat vandaag dus over Januarius van Benevento en zijn bloedstollende superkrachten.

Vier mij in september, in milde maandverwarring, ik slaap in catacomben, doe de goocheltruc met het vloeibare bloed, omdat het moet, ik wil niet weer een bombardement of pandemie op mijn geweten, de Vesuvius slaapt en men laat mij met rust, mijn arme hoofd werd al eens van mijn lichaam gescheiden, net Louis XVI, ijsheilige, net narcosanto Jesús Malverde, beschermheer van Heisenberg, snuif, smoor, spuit of slik, bloedstollende ik doe bloed vloeien voor een kick, ik prijs ijs, een friet met yayo, maar ben veroordeeld tot de tweede prijs, zonder het Argentijnse wonder was ik heer en meester van de stad en kuste men mijn graf als een maniak, maar het is Diego die Parthenope op haar knieën bracht, de eerste maand, de tweede viool, ik de armesukkelblues, hij de rock’n’roll, niet Batman maar Robin, niet White maar Pinkman, Schrute niet Scott, Sancho niet Quichote, ik ben het bloed op de klinkers van elke middeleeuwse markt, ik ben Egmont én Hoorn, en elke ontkroonde en onthoofde koning, breng mij geen nieuwe hoed want ik heb kopzorgen, ik ben de laatste geguillotineerde Belg, een Ardeense bandiet, in mijn gemummificeerde hoofd zijn al mijn woeste kronkels gedoofd, ik ben de doper, ik kniel oranje in de woestijn, de ketter, de heks, de journalist, de rebel, de verrader, de cartoonist, de vrouwen van Hendrik, die ben ik, ik ben Marie Antoinette en Blauwbaard, Cicero en Balthasar Gérard, ik ben Ed Truck en Medusa, Howard Payne en Tortuga, mijn hoofd rolt een korf in, konkel Concorde, reist op de rug van een schildpad, mijn lijf vergrijst in de muil van een tyrannosaurus rex, als ballerino grottesco draai ik overuren op de dansvloer, in de Carbonara besta ik niet meer, de eeuwigheid is relatief, dus eet je babà, drink je amaro, en laat mijn botten verbleken, Diego speelt voetbal met mijn hoofd, het is Napels zien en ruiken tot de dood.

zondag 24 augustus 2025

Opnieuw fietstips voor kniekastijders

 
Voor het Zwin verzandde en uiteindelijk een natuurgebied werd, bracht deze machtige rivier de Vlaamse stad Brugge en voorhavens Damme en Sluis veel welvaart. Eind augustus trein ik naar Brugge, in vol toeristisch seizoen, en laat de kerken, het belfort en de reien al meteen achter me, op een nieuwe bierfietstocht, deze keer door West- en Zeeuws-Vlaamse polders en middeleeuwse steden met een luisterrijk verleden.
Fietsen door stedelijk en landelijk Brugge is haast idyllisch, met eerst de stadspoorten en windmolens van de binnenstad en daarna het ommeland met het Fort van Beieren, de oude boerderijen, de bloeiende polders langs het kanaal. Een zwarte kat pronkt met haar buit, een dode muis. Een wolk kauwen gaat achter een buizerd aan zoals een zwerm rechtse boomers achter een zwarte vrouw. Dan verschijnen er zeeschepen en vuurtorens in de landschapsmix, passeer ik de kleiputten van Heist en bereik zo de fraaie natuur van de Belgische kust.
Ondanks de drukte en de lelijke muur van ongeïnspireerde flatgebouwen blijft het aangenaam fietsen over de zeedijk van Knokke. De sculpturen van Beaufort spreken altijd tot de verbeelding en wanneer ik in zo'n typische strandbar met saaie loungemuzak plof, ben ik helemaal in vakantiestemming. Maar de weg is nog lang. Ik bereik het Zwin, op de grens met Nederland, en mijn stranduitstapje wordt een vogelsafari. Dit is een van de onbetwiste hoogtepunten van de Vlaamse natuur en zelfs het grootste vogelreservaat van België. De unieke natuur trekt bijzondere soorten aan. Altijd een bijzonder uitzicht over het estuarium, de duinen en velden met honderden galloways, przewalksipaarden en schapen, duizenden vogels, tot aan de horizon de blokken van Cadzand zich aftekenen. Onderweg naar Zeeland spot ik ooievaar, wulp, scholekster, bergeend, zilverreiger. Via de Willem Leopoldpolder bereik ik het vestingstadje Retranchement en zijn grote broer Sluis, het Damme van Zeeuws-Vlaanderen, met belfort en al. Het is prettig fietsen langs de stadswallen en kuieren op de kade van de oude haven.
Via de vaart fiets ik onder het zeeniveau België weer binnen, richting Damme. Het moet een half leven geleden zijn dat ik de middeleeuwse steegjes van de stad van Tijl Uilenspiegel nog heb bewandeld. Ik bezoek het laatgotische stadhuis, met de mini-boekenwinkel, het middeleeuwse ziekenhuis en de oude kerk. De beklimming van de kerktoren begint bij het graf van de Vlaamse dichter Jacob van Maerlant. Het panorama biedt zicht op Brugge, Lissewege, Oostende, Zeebrugge en Sluis, en dat alles in het groene decor van Jacques Brels vlakke land. Terug in Brugge bezoek ik Historium, een dag in het leven van de middeleeuwse stad tijdens de Gouden Eeuw - een echte toeristische 'experience', alsof Bart Van Loo een pretparkattractie heeft uitgedacht. Meer dan geslaagd. Na dit Bourgondische breinbad koers ik, slalommend tussen de paardenkoetsen en selfies nemende toeristen, naar het gezellige Walplein voor een Brugse Zot of twee.
Wat een fantastische bierfietstocht, toch zo'n 70 km maar heel gemakkelijk. Een dagje tussen uitzonderlijke natuur en historisch erfgoed. Een nieuwe reeks fietstips is bij deze afgetrapt, met af en toe een lekker biertje erbij!
 
Fietsknooppunten: 5 - 98 - 3 - 23 - 50 - 97 - 90 - 35 - 85 - 46 - 9 - 38 - 36 - 13 - 68 - 45 - 4 - 18 - 86 - 29 - 32 - 33 - 30 - 31 - 96 - 97 - 99 - 94 - 54 - 57 - 24 - 74 - 44 - 47 - 17 - 22 - 92 - 34 - 6
 
In het voormalige Neutraal Moresnet was ik twee jaar geleden al eens gaan fietsen. Het was fietsen op grote hoogte, zeker met de beklimming van de Vaalsberg naar het Drielandenpunt (Vierlandenpunt). Om de start van de bierfietstocht van vandaag te bereiken, moet ik in Welkenraedt vertrekken, want daar is een treinstation. Ik fiets door het heuvelachtige Land van Herve richting de Nederlandse grens, net als mijn stevige Condroztocht van vorige maand is dat zonder de houvast van fietsknooppunten. Wat is dit weinig bekende lapje België mooi, met z'n bossen, kastelen, vergezichten en restanten van een woelige mijngeschiedenis. Ik mountainbike me een weg naar Homburg, niet zelden met zicht op de Vaalsberg, het hoogste punt van Nederland. Van in de heuvels kijk ik uit over maar liefst drie verschillende landen.
Vlakbij de microbrouwerij Grain d'Orge drink ik eigenlijk veel te vroeg op de dag een Brice, een stevig en bitter blondje. En dat vlak voor ik weer enkele moeilijke hellingen moet beklimmen. Ik kom op een boogscheut van de Voerstreek en Nederlands Limburg maar blijf in Wallonië fietsen. Overal van die schattige vakwerkhuizen. En het is bijzonder om het Kasteel van Beusdael weer te zien. Er is net een trouwfeest aan de gang. Met Gemmenich bereik ik de Geulvallei, die ik tot in Blieberg volg, weg van de Nederlandse maar richting Duitse grens. Ik fiets door Ostbelgien en Moresnet, ooit een soort van dwergstaat en experiment voor het Esperanto. Deze streek is een kruispunt van landen, talen en gewesten. Ook Aken zit gewoon om de hoek. Ik fiets onder het machtige viaduct door en volg een prettig fietspad naar het centrum van Kelmis, met de zinkertsmijnen die in 1815 zo fel begeerd waren dat het gebied maar beter neutraal moest worden.
In het voormalige treinstation bezoek ik een museum over de mijnindustrie op de Altenberg en over honderd jaar Neutraal Moresnet. Zo leer ik dat arme vrouwen uit de buurlanden hier hun kinderen kwamen verkopen. Ik maak een grote omweg om nog meer van de Oostkantons te zien, meer bepaald het minuscule Wortelmuseum in Eynatten. In het raam van een oude elektriciteitstoren zit wellicht het kleinste museum van België. Met een druk op de knop leer je alles wat je altijd al had willen weten over wortels en meer. Hilarisch, aandoenlijk en surrealistisch!
Terug via het Thorschloss in Astenet en heel wat hindernissen en panorama's later bereik ik het gemeenteplein van Montzen, met de fraaie fontein. En zo eindigt deze bierfietstocht door het winderige Land van Herve, de Drielandenstreek, Neutraal Moresnet, Ostbelgien én de Blauwe Ardennen. Ik blaas uit op het terras van het beste ijssalon van deze streek, op de markt van Welkenraedt. Welverdiend.
Het duurt maanden voor ik weer op mijn fiets spring. Begin november reis ik naar het zuiden voor een bierfietstocht in de Sambervallei, tussen Charleroi en de Franse grens. Ik vertrek in de vestingstad Thuin, dat ik voor de derde keer bezoek, voor haar belfort, scheepswerf en hangende tuinen, een te weinig gekende parel in een meanderend rivierlandschap. Ik meander mee, volg de Samber met haar oude sluizen en passeer de collegiale kerk van Lobbes. Vervolgens klim ik uit de vallei naar Leers-et-Fosteau, met haar middeleeuws kasteel. Hier verlaat ik even de route en fiets naar de 'Romeinse' brug in Montignies-Saint-Christophe. Deze brug dateert echter uit de 16e eeuw en is dus allesbehalve Romeins. Ik steek de grens over naar het Franse dorp Bousignies-sur-Roc en keer terug naar Henegouwen.
Ragnies is een van de mooiste dorpen van Wallonië. In de distilleerderij van Biercée proef ik het beroemde Eau de Villée, een stevig maar lekker eau de vie. Na een wat moeilijke etappe naar Gozée daal ik af naar de romantische abdijruïne van Aulne. De microbrouwerij die haar intrek in de voormalige paardenstallen heeft genomen, bezocht ik enkele maanden geleden al met Teutë, een onvergetelijke plek. Helaas is deze tijdelijk gesloten en dus proef ik een blonde ADA in een taverne tegenover de abdij, die tijdens de Franse Revolutie in brand werd gestoken. De ruïnes van de 12e-eeuwse cisterciënzerabdij slaan me telkens opnieuw met verstomming. Hoe ze, half ingenomen door de natuur, midden in de bossen en aan de oever van de Samber, plots in een bocht kan opduiken, als ware het een statement: brand of geen brand, onze grandeur krijg je niet klein.
De laatste etappe volgt opnieuw de kronkelende Samber, met de bekoorlijke herfstkleuren van de bossen als decor. Ongelooflijk dat ik hier op een steenworp van het Pays Noir ben, de bij momenten post-apocalyptisch ogende industriestreek rond Charleroi, met haar mijnterrils en schachtbokken. Zo heeft La Providence haar eigen industriële ruïnes, roestende getuigen van recentere grandeur. Henegouwen is een provincie van contrasten. Mijn bierfietstocht komt tot een einde wanneer ik het belfort van Thuin in de verte zie opduiken, hoog op zijn rots. Zonder de omweg is deze fietstocht maar 42 km lang en niet al te moeilijk. Maar ik had er nood aan. Hopelijk moet ik deze keer niet meer zo lang wachten.
 
Fietsknooppunten: 10 - 63 - 13 - 20 - 24 - 45 - 44 - 39 - 36 - 37 - 10
 
Van de Samber- naar de Maasvallei. Slechts een paar dagen later vertrek ik, met Wapenstilstand, naar Yvoir, een uitvalsbasis ergens tussen Namen en Dinant. Door het Naamse plateau stroomt de rivier de Molignée naar de Maas, en dat is waar mijn fietstocht van vandaag pas echt kan beginnen. De route volgt een oude spoorlijn, waar ook de draisines rijden, railbikes voor het hele gezin. Dit kalkstenen herfstdecor is er de uitgelezen plek voor. Nu is het niet ver meer tot de spectaculaire ruïne van het Kasteel van Montaigle. De Bourgondische kasteelruïne bovenop haar rots aan de oever van een bosriviertje is echt een plaatje.
Meer impressionante vergezichten krijg ik onderweg naar Sosoye, een dorpje dat op een steenworp van de beroemde Abdij van Maredsous zit. Ik bereik de reusachtige 19e-eeuwse abdijkerk en bijgebouwen via een tunnel die in roze lantaarnlicht baadt. In de hypertoeristische refter doe ik me te goed aan boterhammen met lokale kaas, taart en een frisse blonde Maredsous, geserveerd in een kelk. Op de tegenoverliggende heuvel prijkt een gelijkaardige abdijkerk, die van Maredret. In het dal zit ook het fraaie Kasteel van Maredsous met beeldentuin. Ik bezoek de dorpen van de Montagnards, Maredret, Sosoye en Falaën, met hun kalkstenen huizen en versterkte hoeves, en verpoos in de sereniteit van de nochtans weinig subtiele Abdij van Maredret.
Meer woud en meer knappe vergezichten, op de Maasvallei en de Condroz - het is hier vredig fietsen. Spechten en gaaien vliegen tussen de kalende bomen. Een torenvalk landt op een elektriciteitspaal. Vanuit Haut-le-Wastia begin ik af te dalen naar Anhée en de oevers van de Maas. Op het gemeenteplein neem ik een deugddoende Tripel Rochefort tot mij, maar dat is een bierfietstocht voor een andere keer.
 
Fietsknooppunten: 49 - 51 - 47 - 46 - 45 - 87 - 46 - 44 - 22 - 61 - 28 - 8 - 27 - 15 - 6 - 49 

Dan breekt een lange periode aan waarin amper wordt gefietst, toch niet door een amateur zoals ik. In januari onderneem ik een tocht langs het industriële erfgoed van Charleroi maar krijg in Loverval opnieuw een lekke band - de zoveelste. In februari ga ik fietsen in Klein-Brabant, een zonnig voorspel voor een hopelijk even straf fietsjaar als 2025. Begin maart maak ik een 'intercontinentale' fietstocht, van Egypte naar de Far West... al moet ik er niet eens een provinciegrens voor oversteken. In suikerstad Tienen stap ik van de trein en fiets door het mistige Hageland, op zoek naar de bosrijke wijk d'Egypte in Hoegaarden. De wijk zou deze exotische naam hebben gekregen omdat zigeuners zich er tijdelijk gingen vestigen en de plaatselijke bevolking dacht dat ze uit Egypte kwamen. Het Saharazand in de lucht brengt me toch een béétje in Noord-Afrikaanse sferen.
In Bommersom breekt de zon door de wolken en krijg ik een fraai zicht op de vlooienkapel bovenop de heuvel, de Celismolen op de Gete, de Marollenkapel herken ik nog van mijn alfabetroute. Hoog in de heuvels krijg ik heel wat vliegjes in mijn mond, maar over het algemeen blijven de plagen van Egypte me bespaard. Enkele mistbanken blijven nog even hangen. Ze zorgen voor een haast mystieke sfeer. Al gauw herken ik in de verte de watertoren van Bierbeek, met zijn wereldbol een van de meest kenmerkende herkenningspunten in deze streek. In Leuven zitten de terrasjes goed vol. Op de kade van de gezellige Vaartkom zet ik me in de zon met een Vedett en wat veggie soulfood. De foodbar heet Florida dus ik ben toch al in de buurt van de Far West. Bij de brouwerij van Stella volg ik de vaart via een jaagpad bezaaid met oorlogsbunkers.
Het landschap is drastisch veranderd, van de glooiende heuvels en landbouw naar een kaarsrecht maar fotogeniek kanaal en wat industrie. Ook wordt steeds duidelijker dat ik in de buurt ben van de internationale luchthaven. Na een tripel op een terrasje in
Boortmeerbeek zet ik de laatste etappe in, weg van de vaart. Waar ik vanmorgen nog in het zuiden van Vlaams-Brabant zat, heb ik nu het noorden bereikt. Nog een laat hoogtepunt op de route is het bekende renaissancekasteel Het Steen in Elewijt, beter bekend als het Rubenskasteel, omdat de Antwerpse schilder het als buitenverblijf gebruikte. Op een boogscheut van het kasteel stuit ik aan de oever van de Zenne op de schilderachtige molenruïne van Weerde. Ik volg de rivier richting Vilvoorde en meer bepaald de wijk Far West, zo genoemd omdat het destijds best een eind van het centrum van Vilvoorde af lag. Ik vind er Asiat Park, een inclusieve ruimte voor vzw's en evenementen, een 'creatieve city jungle', met een lange iftartafel voor vanavond en een wel heel zomerse winterbar. Deze 8 maart is schandalig aangenaam. Die Geert Beullens mag dan wel van Borgerhout naar Kinshasa fietsen, maar vandaag fietste ik toch maar van Egypte helemaal naar de Far West. Tenslotte is dat maar een slordige 65 km.

Fietsknooppunten: 42 - 64 - 65 - 47 - d'Egypte - 46 - 14 - 45 - 35 - 34 - 91 - 98 - 92 - 94 - 86 - 87 - 72 - 73 - 11 - 33 - 12 - 93 - 31 - 32 - 28 - 97 - 20 - 77 - 44 - 19 - 49 - 15 - 18 - 13 - Far West - 14

De bierfietstochten haal ik trouwens uit dit uitstekende boek: Pauquay, Pierre, 2024, Bierfietsboek België: Een verfrissende manier om door België te fietsen, Antwerpen: Luster (vertaald uit het Frans)

zaterdag 23 augustus 2025

Flavours of the month

These are the last days of the summer holidays. Let's flood them with lots of great music. After seeing ELLIS D live for the second time, just a few days ago at Maanrock, there can be no doubt about who's the king of this list. Make sure to catch him live at Botanique in autumn. We're looking forward to the concerts of several other bands, like Maruja, BIG SPECIAL and The Horrors, all present in this list. Besides the anger and passion of Maruja, bar italia and Balu Brigada also feature twice in this August top 30. We have some of the masters of 2020s postpunk with us: Idles, shame, and make sure to check out the brilliant new NIN single as well as the latest Deftones record. And above all... make the final days of summer count.
 
  1. ELLIS D - Insect
  2. bar italia - Cowbella
  3. Maruja - Saoirse
  4. Wolf Alice - The Sofa
  5. Racing Mount Pleasant - Your New Place
  6. Idles - Rabbit Run
  7. Nine Inch Nails - As Alive As You Need Me To Be
  8. Deftones - milk of the madonna
  9. bar italia - Fundraiser 
  10. The Guest List - Plasticine Heart
  11. BIG SPECIAL - GOD SAVE THE PONY.
  12. Rocket - Wide Awake
  13. Maruja - Look Down On Us
  14. Balu Brigada - Backseat
  15. Tropical Fuck Storm - Teeth Marché
  16. Decorate. Decorate. - Surface Tension
  17. Flying Horseman - Altered States
  18. The Horrors - LA Runaway
  19. SPRINTS - Descartes
  20. Wijf - Liar
  21. plonki - Quiet Life
  22. Balu Brigada - Politix
  23. Kae Tempest - Diagnoses
  24. clipping. - Forever War
  25. Slothrust - Wildcard
  26. Westerman - Adriatic
  27. shame - Spartak
  28. Master Peace - Shake Me Down
  29. Soulwax - New Earth Time
  30. THUMPER - The Rip 

zaterdag 16 augustus 2025

Heiligencyclus: Roch da House

Geef al je geld aan de arme weesjes, doneer kennis en kunde aan de zieken, cholera en pest liggen als Scylla en Charybdis verslagen aan mijn voeten, ik ben de arts zonder grenzen, superdoktoor, genees kolonie na lazaret, een kruisje op het voorhoofd en de ziektekiemen slaan op de vlucht, virussen op exodus, geen mondmaskeropbod of vaccinmarathon, brand een kaarsje voor Rocco en ik verklaar je genezen en immuun, ik sticht een kapel in het ziekenhuis en genees alleman op slag, het beoogde massagraf wordt een massaontslag, ik ben House op amfetamine, nu ja, House op nog méér amfetamine, en wie hospitalen bombardeert, injecteer ik met een shot ricine, van Aarschot tot Montpellier ben ik het antilichaam geïncarneerd, ik overleef de zwarte dood maar niet de cel waarin mijn oom me stort, een donker hol waar ik wegrot, de engel aan mijn zijde heet Willem, verdoem mij, God, wee mij, hij beweert dat de viro loog, het is een complot, meneer, maar mijn been doet zeer, kan hem geen trap verkopen, ik hou het stijf, en RFK took my baby away, away from me, ach Marina, Marina, Marina, preferisco la dolce vita, maar ik ben maar een arme pestheilige, een boondock saint, geen gangster, rapper of bokser, veel erger, ik ben dokter, soms Bibber soms Feelgood, soms Hibbert soms Frankenstein, soms Jekyll soms Oetker, met mijn stethoscoop bevoel ik de wereld, formuleer een diagnose en schrijf wereldvrede voor (maar die komt er nooit want niemand kan mijn handschrift lezen), de mensenrechten hebben het zich gemakkelijk gemaakt in de eeuwige wachtkamer, lezen Tolstoj, ze hebben tijd, het blijft kwart voor politieke moed, stop de waanzin, zegt de wetenschap, maar de populist zegt, er kan altijd nog een schepje waanzin bij, naar ik meen, er is genoeg daarvan voor iedereen.
 

maandag 11 augustus 2025

Heiligencyclus: Chiara vs. Scuro

Eerder deze zomer vouwden we onze handen al voor de heilige Vitus en de heilige Christoffel. Deze week krijgen maar liefst twee heiligen onze aandacht, te beginnen met Clara van Assisi, ofwel Santa Clara, de vrome soulmate van Franciscus, je weet wel, die beroemde heilige die met de dieren sprak en net als pakweg Sint-Nicolaas, Sint-Jozef en de Heilige Maagd Maria te veel voor de hand ligt om in mijn Heiligencyclus op te nemen. Maar vandaag dus de Italiaanse Clara. Zaterdag is het dan aan Rochus van Montpellier.
 

Ze geven de middernachtmis op televisie, mijn geestesoog kent maar één kanaal, ik kan en wil niet zappen op mijn sterfbed in San Damiano, het jaar is 1252 en ik blik terug op een vroom en zedig leven gewijd aan de armen, ik schoor mijn lange haren af en ging als skinhead door het leven, headbangend op de gratie gods, leefde op water en brood, sliep op de grond met een hoofdkussen van hout, met Frans aan mijn zijde kon ik de wereld aan, samen vette vruchten plukken, god en klein pierke dienen, weg van familiale bemoeienissen, zo bracht ik het licht in menig duister vrouwenhoofd, een kijkdoos in hun brein, in nood openen met notenkraker, 24 uur non-stop de Clara Scifishow, alleen maar science fiction, ver kijken zonder verrekijker, ik ben televisionair, van een fixatie gesproken, gaarne genees ik de wereld van goud- en andere koortsen, ik koortsdans met de duivel en zweet hem uit in een gifbeker, en die schenk ik aan zijn vertegenwoordigers hier op aarde, chiara overwint scuro altijd, hoeveel bloed ons dat ook kost, ik kus de zandman in de foltertuin, ik meisje van Derry, ik de stille prinses, ik de ex van Elon, pretparkmanager en raptorvanger, verloren op een eiland, verloren in de tijd, president van een kaartenhuisje, strafstudie in de ontbijtclub, ik ben een sovjetbeertje bevriend met een krokodil, ook ben ik een cellokip, een neushoorn en een koe, verblindend licht ben ik, als een staak in het oog van de cycloop, koning van het land der blinden, als alleman zwijgt wanneer de wereld schemert, moet de vrouw radicaliseren, de revolutie zie je niet op tv, voor een gezonde planeet zonder de waanzin die ons thans verdeelt, zelfs als iedereen in de wereld zwijgt: SPREEK