zondag 17 maart 2019

Lissabon 4-14 maart 2019, deel 3

Lissabon 4-14 maart 2019

Deel 3: Eindstation Lissabon


Zondagochtend vertrek ik naar Coimbra, in de Beirastreek. Tussen de smalle steegjes baden kloosters en kerken in het zonlicht. Ik bezoek de 12e-eeuwse kathedraal, met Moorse en later renaissancetoetsen. Alweer een bezienswaardige kloostergang, de oudste van het land. In de arcaden zijn geen twee roosvensters dezelfde. Verderop staat de modernere kathedraal, met knappe kapellen en veel goud.
Van op het terras bij het bisschoppelijk paleis is het uitzicht subliem: de oude kathedraal met de mooie tegelkoepel, de universiteit met de Geitentoren, de Rio Mondego, de kloosters op de linkeroever. Net als bij de kathedralen is er een oud en een nieuw Santa Claraklooster. Die bereik ik via de gelijknamige brug. De 'skyline' van de stad wordt door het fiere universiteitsgebouw gedomineerd. Hier heerst kennis.
Al zijn hier verder dus vooral religieuze gebouwen te bezoeken. Het oude clarissenklooster had te kampen met overstromingen. De verzameling voorwerpen die bij de opgraving in 1995 uit de grond werden gehaald, is zeker een bezoekje waard, net als het 13e-eeuwse klooster zelf natuurlijk, dat vooral uit ruïnes bestaat - heel knap. Ik ben helemaal alleen in de kerkruïne. Ik voel de eeuwen wegen.
Zowel dichter de Camões als dictator Salazar studeerde hier aan de universiteit, een van de oudste ter wereld (1290!). Ik bezoek deze grootse tempel van de wijsheid. De kapel is een en al pracht en praal, met haar 17e-eeuwse azulejos. De gigantische barokke bibliotheek uit 1717 bevat 60000 werken. Een verbluffende wandeling tussen boeken, boeken, boeken. Van de drie grote plafondschilderingen tot de kleine chinoiserieën: alles bekoort hier. Ook de Sala dos Capelos is magnifiek, met schilderijen van alle koningen van Portugal en een mooi versierd plafond.
Enkele knappe zalen en salons later beklim ik de 33 meter hoge Geitentoren. Het zicht over Coimbra, de Rio Mondego met haar bruggen, en de verre heuvels maakt de klim helemaal de moeite waard! In het interactieve Wetenschapsmuseum dwaal ik tussen honderden dieren, opgezette en skeletten, bewonder ik de vele instrumenten, speel ik met lichtstralen, en laat ik een heteluchtballon opstijgen. Soms is wetenschap plezant.
's Avonds brengt een monumentale trap me naar de uitgaansbuurt, bij een heiligdom in de Jardim da Sereia. Jongeren stoeien er met hun honden. Een van de rakkers wast zich in de fontein van de grot en springt vervolgens half in mijn rugzak. Lekker fris, natte hond.
De Alentejo is mijn volgende bestemming, een streek in het zuidoosten van het land die haar naam kreeg omwille van haar ligging 'achter de Taag'. Dit zijn de Portugese ommelanden, uitgestrekt, verlaten. De vele eikenbossen zijn een goudmijn: de Alentejo is de grootste kurkproducent ter wereld. In de velden spot ik ooievaars in hun nesten, gepensioneerde aquaducten.
We houden halt in de ommuurde hoofdstad Evora. Tijd voor een stadwandeling doorheen de eeuwen. Eerste stop is de bruisende Praça do Giraldo, die net als de smalle steegjes en huisjes erg licht overkomt, omwille van het veelvuldig gebruik van wit (met gele streep) in Evora. Door de arcaden lijken de huizen te zweven boven de rand van het plein.
Ook de kerken doen hier veel zuidelijker aan dan de strenge donkere burchten in het noorden. Hier begint Zuid-Portugal. Alles kruipt hier trager. In een van de vele kerken bezoek ik de Capella dos Ossos, een kapel die is ingelegd met schedels en beenderen van zo'n 5000 mensen uit de 16e eeuw. Even geniaal als luguber.
De Sé is veel forser en weer erg burchtachtig in zijn strenge gotiek. Ik klim naar het dak, tussen de verschillende massieve torens, en geniet van de zonovergoten omgeving. Vlinders dartelen en buitelen dat het geen naam heeft.
Van een katholieke naar een Romeinse tempel. De zuilen van de 2e-eeuwse tempel van Diana staan nog overeind. Tempel en kathedraal zijn met het hertogelijk en bisschoppelijk paleis en het Lóiosklooster aan hetzelfde plein te vinden. Ik stap zo van het ene in het andere monument. Evora is niet zo groot. Tussen en binnen de monumenten zelf liggen dan weer ettelijke eeuwen. Het meubilair, keukengerei, wapenarsenaal en kunst in het paleis van Caval komen uit verschillende tijdperken, en daarbij wordt de 21e eeuw niet overgeslagen.
Ook de voormalige universiteit van de jezuïeten ligt hier op een steenworp vandaan. De kloostergang in renaissance, met sierlijke arcaden en fontein, geeft al meteen een welkom gevoel aan de studenten. De eindeloze kasseiwegjes blijven elegante paleizen en kerken opwerpen. Wanneer de azuurblauwe lucht andere tinten krijgt, breekt de tijd aan om wat bars te bezoeken. Al lijkt er aan de dag in dit zomerse stadje geen einde te komen.
Vroeg in de ochtend ontbijt ik op het zonnige plein bij de Dianatempel. Ook de politie komt hier koffie kappen. Hun bureau zit eveneens op dit plein. Ze konden het slechter treffen. Ik spring het Lóiosklooster binnen. In de kloostergang (ik ben de tel kwijt...) hebben de monnikencellen het tot hotelkamer geschopt.
Tot ziens Alentejo, vaarwel ooievaars. Terug naar de Taag. Eindstation Lissabon. De bus passeert het 28 meter hoge Jezusbeeld Cristo Rei en rijdt via de rode hangbrug de witte stad binnen. De Strohalmzee strekt zich wijdt onder ons uit. Het zicht op Bélem en de monding links en hoofdstad en haven rechts is subliem. Het 18e-eeuwse aquaduct is een enorme poort die me weer in Lisboa verwelkomt.
In de Baixa neem ik een authentiek geel trammetje. Kreunend klautert het de heuvel op en Alfama in. Een goed zicht op deze fadowijk heb ik op het romantische Largo de Santa Luzia. Mooi kerkje met tuintje en muzikant. Alfama in de zon. Het is een levensstijl op zich. "Giiinja!", roept het oude vrouwtje aan de São Miguelkerk. Gin en chocolade gaan er altijd in. De becos en travessas op mijn weg zijn kleurrijk versierd met graffiti en overal klinkt er muziek.
Het Castelo de São Jorge is al een week lang een vertrouwd gezicht voor me. Ik laat het echter links liggen en begeef me 'buiten de muren', naar het São Vicente da Foraklooster. Mét kloostergang, dat spreekt voor zich. Hier vind ik de tegels die 38 fabels van La Fontaine uitbeelden. Ik lees enkele fabels. Vooral 'De hond en de ezel', 'De kip met de gouden eieren' en 'De ooievaar en de wolf' blijven bij. Verder heel wat fresco's, kunstvoorwerpen en vooral het mausoleum van de dynastie van Bragança, met de laatste koningin van Portugal, koningin Amalia. Aangrijpende tombe.
Van op het dak, tussen de twee torens, heb ik een 360° panorama: Cristo Rei en de bruggen, Alfama, de kasteelheuvel, het pantheon met de markt van de Dievegge, de wijk Alto Pina, de noordelijke buitenwijken, het schiereiland Setúbal en nog veel verder.
De namiddag loopt ten einde in de fadowijk, waar achter elke hoek een kunstzinnige verrassing wacht, waar overal de muziek der weemoed weerklinkt, waar de kersenginja het lekkerst smaakt, waar licht- en kleurspel het laatste woord krijgt (dat wordt wennen in het grauwe Vlaanderen).
Tijdens valavond volg ik nog steeds aangeschoten en vol verwondering trapjes en steegjes. Wanneer ik de Baixa bereik, waar Ericka me voor een expatavond heeft uitgenodigd, ebben de roze wolken weg uit mijn hoofd. Plots ben ik 'weer in een hoofdstad'. Alles komt terug. De meeting gaat door in de bar waarin ik een week geleden ging schuilen tijdens de stortbui bij de Bica. De eigenaar herkent me nog en verwelkomt me hartelijk. We ontmoeten expats van over heel Europa en Zuid-Amerika. Van Bica naar Alfama is het lang strompelen. Uit diverse bars nabij mijn hostel bezingen vrouwenstemmen de weemoed. Flarden fado die zonder omwegen een gevoelige snaar raken.
Laatste volledige dag en nog zoveel te zien. Het populaire vissersstadje Cascais bijvoorbeeld, aan de kust. Veel bootjes, palmbomen en charme enerzijds, evenveel massatoerisme en beton anderzijds. Maar daarom reis ik in maart. Er is een prestigieus park en een fort. De blauw-witte vuurtoren met wuivende palmbomen kan zo op een ansichtkaart.
Er wordt gevist van op de kliffen, met zicht op de 'weg' naar de rest van de wereld, via de welke Portugal zijn rijkdom vergaarde. Dit was het laatste stukje land van waar de boten konden worden uitgewuifd. Aan de Boca do Inferno, een kloof waarlangs schuimbekkende golven met veel lawaai hun intrede maken, kijk ik uit over de Cabo Raso en de blauwe oceaan, de onmetelijke snelweg naar Amerika. We zijn hier niet zo ver van het meest westelijke punt van continentaal Europa.

The train slows, we're at Cais de Sodre. I've arrived in Lisbon but not at any conclusion. (Pessoa 57)

Hip Lissabon, met zijn kunstenaars, designers en barista's, heeft zich verschanst in LX Factory, een industrieel terrein onder de brug, met de nodige street art en onderkoelde beats. Omdat het niet altijd kloosters moeten zijn en omdat dit gewoon een van de coolste plekjes in Lissabon is.
Aan de andere kant van de stad ligt de futuristische wijk Parque das Nações langs de Taag. Sommige attracties dateren van Expo '98, het ene paviljoen is al opmerkelijker dan het andere... de toekomst is er al.
Verderop zie ik de hoogste toren van het land (145 m) en een 13 km lange brug, allebei vernoemd naar ontdekkingsreiziger Vasco da Gama, de trots der natie. Een kabelbaan boven de grens tussen land en water maakt het plaatje compleet. Op een terrasje geniet ik van een vinho quente (warme wijn) en mijn laatste pastel de nata.
In Alfama verdwaal ik van ginja naar ginja. Op een terras wordt een film of serie gedraaid. De actrice springt op het tafeltje en begint voor de acteur te dansen, waarna ze onder luid applaus van de figuranten beginnen te kussen.
In mijn hostel in Chiado zit de sfeer er al goed in wanneer ik arriveer. Free sangria is de oorzaak. Ik leer de Duitse Sonia kennen en vooral veel Brazilianen. Sonia en ik zakken af naar Pink Street en ik toon haar de boekenbar en de surrealistische club. "Je leeft om verhalen te vertellen", zegt ze. "Je bent je eigen personage." Ik antwoord dat dat precies is wat Pessoa zou zeggen. Ze bladert in het boek in het midden van de club. "En hij is altijd maagd gebleven?"

Wanneer we een van onze tijdelijke vrienden aangedaan door de straten zien dwalen, vragen we wat er scheelt. Hij vertelt na wat aandringen dat hij slechts een minuut geleden door een andere gast van het hostel werd aangevallen. Hij had hem, net als aan ons eerder, toevertrouwd dat zijn grootvader in een concentratiekamp heeft gezeten. Dit heeft iets in de andere jongen getriggerd, plots brak hij zijn fles tegen de muur en zwaaide ermee in het rond. Dat hij hem zou vermoorden. Hierop is onze vriend gechoqueerd weggelopen, meer van slag omwille van zijn grootvader dan de aanval. Na nog een kalmeringspilsje en een ontladende grap of twee, drie zijn we allemaal dan maar gaan slapen.

My head and the whole universe ache. (Pessoa 223)

Donderdagmorgen. Witte golven op een wiegende Mar da Palha. Gezellig met z'n allen ontbijten. Ik heb nog een paar uur om het nog eens allemaal in me op te nemen. Het vroege licht op gele gevels. De azulejos en grondtegels. Een koppeltje in het gras. Pessoa op zijn terras. Het trage ontwaken van een stad in permanente onthaasting.
De weemoed overvalt me wanneer ik het Rossio oversteek. Ik wil niet weg. De stad is onder mijn huid gekropen. Bij het borstbeeld van een dichter moet ik even gaan zitten. Ook mijn ziel is een landschap, Fernando. Het holt en bolt, er rijden trammetjes en elevadors, soms is het er glad en uitkijken geblazen. Meestal schijnt de zon. Maar net dan komt de melancholie onverwacht.

Bron: Pessoa, F., 1991, The Book Of Disquiet, London: Serpent's Tail

vrijdag 15 maart 2019

Lissabon 4-14 maart 2019, deel 2

Lissabon 4-14 maart 2019

Deel 2: Kloosters en paleizen


So why travel? In Madrid, in Berlin, in Persia, in China, at the North and South Poles, where would I be other than inside myself, feeling my particular kind of feelings? (Pessoa 76)
Op een heuvel boven het treinstation van Alfama staat het pantheon van Portugal, net als dat in Parijs in een voormalige kerk ondergebracht. Deze Igreja Santa Engrácia heeft het officiële record op haar naam staan van kerk waaraan het langst werd gebouwd - zo'n drie eeuwen.
Ik verlaat Lissabon per trein, noordwaarts naar een centraal gelegen streek, waar de drie mooiste kloosters van het land zitten. Eerst Tomar, een provinciestadje aan de charmante Rio Nabão. Hoog in de lucht wacht het wonderlijke Convento do Cristo op me, een architecturaal meesterwerk met rijkelijk versierde kloostergangen in vele stijlen, al domineert de manuelstijl. De fresco- en beeldenweelde van de charola, een vreemd esthetisch hoogstandje, is verbluffend.
Een ander hoogtepunt is het robuuste Raam van Tomar, een spectaculair met mos overwoekerd staaltje beeldhouwkunst. De symboliek van de versieringen is gedurfd en hoogst origineel. Een woest meesterwerk in manuelstijl, half steen half plant, half kunst half natuur - een ware Levensboom op zich. Door de snelle wolkenstroom lijkt het voortdurend alsof deze massieve muur op me zal neerstorten. In de tuinen laat lente zich voorzichtig zien, al zijn de maartse buien onverbiddelijk.
Het centrale plein van het stadje is koddig, met mooie 15e-eeuwse kerk. De aangename straatjes staan in het teken van de tempeliers. Via Fátima, de Portugese tegenhanger van Lourdes, reis ik door naar mijn volgende klooster.
Dat ligt in Batalha. Het werd uit dankbaarheid aan Maria gebouwd na de overwinning op de Fransen en de Castilianen in 1385. Wanneer de bus Batalha binnenrijdt, lichten de pinakels wit op in het donker. Ontzagwekkend klooster. De natte droom der gotiek: torens, spitsbogen, zuilen, gewelven, arcaden, pinakels, waterspuwers, gebeeldhouwde gezichten... zowel 's avonds als overdag een streling voor het oog.
In de kerk valt gekleurd glas-in-loodlicht op sierlijke zuilen. Ik stuit er op de tombe van koning João I en zijn vrouw. Het graf van de Onbekende Soldaat (Eerste Wereldoorlog) wordt bewaakt door twee soldaten. De zeven onvoltooide kapellen vormen een spectaculair en uniek quasi-geheel, met manuelijnse versieringen. Koning Duarte en echtgenote liggen te rusten in de vierde kapel. Er is ook een expositie van Mircea Romans religieuze (maar gedurfde) moderne kunst.
Alcobaça ligt op twee rivieren, de Alcoa en de Baça. Het cisterciënzerklooster is een hoogtepunt van de Portugese gotiek. Zowel Dom Pedro als diens geliefde Inés de Castro liggen hier te rusten. Die laatste werd volgens de overlevering vermoord door koning Afonso IV, Pedro's vader. Bij dit magnifieke klooster hoort de grootste kerk van het land, de Igreja Santa Maria. De graven van de koning en de 'dode koningin' staan tegenover elkaar, en dat van Inés rust op de ruggen van haar moordenaars, met hondenlijven voorgesteld. De sinaasappelbomen bij de Kloostergang van de Stilte - een plek waar de zwijgplicht gold - zijn een mooi extraatje bij alweer een monument om me aan te vergapen.
Terug in Lissabon, op de Praça da Figueira, met het standbeeld van João I, aan wiens tombe ik zonet nog stond, bezoek ik een poppenziekenhuis uit 1830. Cuteness overload, en misschien ook een klein beetje creepy. Er hoort een museum bij met nieuwe, oude en heel oude poppen van over de hele wereld!
Vervolgens is er een rondleiding in de kelder van een bank in de Baixa. De archeologische site onthult de overblijfselen van huizen uit het IJzeren Tijdperk, inclusief een paleo-Christelijk graf mét skelet. Ook de mozaïek van een Romeins bad, met swastikapatronen, en een hoogoven zijn bezienswaardig. De hele Baixa kreeg na de aardbeving een ondergrondse houten versterking, met dank aan de schatrijke Markies de Pombal. Zo werd de wijk brand- en aardbevingbestendig. Lissabon is trouwens een van de 'oudste steden' van Europa, al sprak men toen nog van Olisippo Felicitas Julia. Bekt ook best lekker.
Drankjes in de Bicawijk. Ginjashot in een chocoladeglaasje. Er is een boekbar waar je gedichten uit een kauwgommachine kan halen. Geniaal. Ik heb er één van Camões. De tijden veranderen, verlangens veranderen. Ik geraak aan de praat met de Mexicaanse Ericka, die hier al een tijdje woont en wacht op de traaage Portugese immigratieambtenaars. Het kabbelende leven in Lissabon en zowat de hele wereldpolitiek komen ter sprake. De club ernaast is nogal erotisch en hedonistisch (maar smaakvol) aangekleed. Er hangt een gigantische hertenkop en er is zelfs een waarzegster.
Lissabon is een van de weinige hoofdsteden die ik ken waarvan de meest beroemde bezienswaardigheden er eigenlijk buiten liggen. In Belém vertrok Vasco da Gama in 1497 op ontdekkingsreis. De spectaculaire ontdekkingen zijn heel aanwezig in de monumenten van Belém. Bijvoorbeeld in het wereldberoemde Monumento das Descorbertas, dat Salazar ter ere van Hendrik de Zeevaarder aan de Taag liet oprichten. De witte toren met beeldengroep is 50 meter hoog.
Het is nog vroeg in de ochtend, dus ik ga de pastéis de nata proeven, beroemd tot ver buiten de landsgrenzen. Lekker met koffie erbij, in een authentieke met azulejos versierde banketbakkerij dat al sinds 1837 bekend staat om deze lekkernij. Meestal is het hier aanschuiven tot buiten.
De witte koepel van het sublieme Hiëronymietenklooster glinstert in het zonlicht. Het wacht samen met de vele andere monumenten van Belém op hordes toeristen. Boytacs schitterend versierde portaal is een voorsmaakje van de pracht binnenin het klooster. De graven van Luís Vaz de Camões, die ik gisterenavond nog uit een kauwgommachine haalde, en Vasco da Gama vind ik in de kerk, alweer een verbluffend hoogtepunt van de manuelstijl - die slanke zuilen! In de rijkelijk gedecoreerde kloostergang stuit ik op de grafsteen van Fernando Pessoa. Enkele van zijn regels over de dood schieten me spontaan te binnen.
Ook de beroemde Torre de Bélem, uit 1515, is een eerbetoon aan de ontdekkingsreizen uit die tijd. Vroeger stond deze in het midden van de Taag. Ik klim helemaal naar de Restelokapel, van waar ik op de monding van de Taag in de Atlantische Oceaan kijk. Hagedissen duiken weg tussen de stenen. Tot slot, vlakbij het presidentieel paleis, het Koetsenmuseum, een puike verzameling van weelderig versierde koetsen. Koningen en pausen werden er lang geleden wat in rondgereden.
Tijd om dat karmelietenklooster in hartje Lissabon eindelijk eens te bezoeken, het Carmo, zonder dak. De collectie grafstenen, brokstukken, tegels, beelden en werktuigen is indrukwekkend. Er is zelfs een Egyptische sarcofaag met mummie. De twee Incamummies geven me kippenvel. Tientallen meeuwen cirkelen hoog boven de heuvel van Alfama. Ik bezoek de Sé Patriarcal, de kathedraal die twijfelt tussen romaanse stijl en gotiek. De kerkschat bevat onder meer een peperdure monstrans. Aan de Rua da Saudade (heerlijk toch?) bezichtig ik een archeologische site met restanten van een Romeins theater.
Ik daal de heuvel af en klim naar die met de faculteit waar Lígia Fernandes schildert. Ik heb haar vier jaar niet gezien. Na onze roadtrip in Roemenië gaf ze me een bijzonder geschenk, het boek dat al een week met me meereist, Pessoa's Boek der Rusteloosheid. We doorkruisen de stad op zoek naar haar favoriete plekjes, waanzinnig unieke bars, magnifieke verborgen paleizen. Zo goed om haar weer te zien. Hier kan je een interview met deze bijzondere kunstenares lezen!
Op de grote pleinen zijn er 8-maartbetogingen, met grote opkomst. Een van de thema's is de arrestatie van Lula door de Braziliaanse fascist Bolsonaro. Vanavond geeft Chantal Acda een concert in de Sabotage Club. Daar ging ik al naartoe, maar toevallig zat ik maandag ook naast Acda en Thielemans op het vliegtuig. Ze zijn op tournee door Portugal. Na een Portugees voorprogramma brengt Acda, vergezeld door Thielemans op drum, haar warmste liedjes. Verder wordt deze uitgaansbuurt, ook Pink Street genoemd, gedomineerd door dronken Engelse 'vrijgezellen'.
Buiten Lissabon ligt het sprookjesachtige plaatsje Sintra - een gelukzalig Hof van Eden, volgens Lord Byron. Het pittoreske oord ligt hoog in de heuvels, en dat zorgt voor prachtige vergezichten. Sintra staat bekend om haar rijkelijk versierde paleizen. Het Palácia nacional de Sintra is met twee enorme witte schoorstenen verrijkt. Ik denk spontaan aan de ezelsoren van stripfiguur Dokus. Mooie plafonds in verschillende thema's: zwanen, eksters, zeemeerminnen, blazoenen. Magnifieke tegels overal.
Er zijn erg veel paleizen om te bezoeken, en kiezen is een beetje verliezen. Het Moorse kasteel op de heuvel boven Sintra ligt er bijvoorbeeld impressionant bij. Maar dé must hier is het Palácio nacional da Pena, het beroemde kanariegele paleis. Wauw... Een eclectische schoonheid, dit 'eerste romantische paleis van Europa'. Dom Fernando II, de artistieke koning, had smaak. Dit rood-gele pronkjuweel ligt achter het kasteel, een beide zijn te bereiken via een omhoog meanderende weg, langs de vele chique huizen in het bos.
Wanneer ik onder het gebeeldhouwde monster de poort binnenstap, lijk ik een magische wereld te betreden, een 19e-eeuws Disneyland. Aladdin meets Doornroosje. Het voortdurende opdraven van torentjes, koepels en minaretten is een onafgebroken visueel orgasme. Moorse stijl, barok, renaissance, manuelstijl, alles vloeit hier samen in een architecturale fantasie. Weelderige vertrekken uiteraard. Wijds panorama met de hoofdstad en de oceaan. Piepklein zijn de monumenten van Belém nog net herkenbaar.
Het Quinta da Regaleira lijkt dan weer de setting van een gothic novel. Ook de exotische tuin spreekt tot de verbeelding. In het Palácio de Seteais is nu een hotel gevestigd. Samen met een Zweedse schrijfster wandel ik door het inspirerende bos naar het paleis van Monserrate, een verbluffende Aziatische mirage, pure esthetische extase. Echt iets voor schrijvers om in Lord Byrons natte droom te belanden en samen met open mond en grote ogen door de Indische stucwerkweelde van het paleis te zweven. Verwondering als tegengif voor Pessoa's verveling.
In dit idyllische park maakt een koppel trouwfoto's, terwijl de zon traag achter de heuvels zinkt. We zitten in het gras en Annemaria toont me het boek dat ze momenteel leest. The Book Of Disquiet. Natuurlijk. We rijden terug naar Sintra en dineren bij zonsondergang. Daarna neem ik de trein naar een buitenwijk van Sintra, waar ik bij Sónia verblijf. Ze toont me de dolmen die de enige bezienswaardigheid in haar buurt is. Morgen meer reizen, verder weg van de hoofdstad.

donderdag 14 maart 2019

Lissabon 4-14 maart 2019, deel 1

Lissabon 4-14 maart 2019

Deel 1: Pessoa en de rusteloosheid

Vrijheid is ook in tijdelijke dosissen te genieten. Een voorjaarsreis naar de zon bijvoorbeeld, weg van de kantoorbiotoop. In mijn rugzak rust een Engelse vertaling van Livro do desassossego, de fragmentarische quasi-roman van de belangrijkste en meest intrigerende dichter van Portugal. Met mijn neus nu en dan in The Book Of Disquiet zal ik, in het spoor van Fernando Pessoa, kennismaken met Lissabon, de fiere Portugese hoofdstad. De straatjes van de historische wijk Baixa dragen de stempel van zijn rusteloosheid, of die van Bernardo Soares, zijn voornaamste alter ego. Hij had er verschillende. Het was haast de sine qua non van zijn verdoken schrijverschap. Pas na zijn dood werd hij als schrijver groot... heel groot.
Op Praça Dom Pedro IV start mijn kennismaking met het centrum van Lissabon. Dit plein wordt ook het Rossio genoemd. Hier startte in 1974 de Anjerrevolutie. Het is een groot bruisend plein met golvend grondpatroon, een knipoog naar de ontdekkingsreizen. Opvallend zijn de fontein en het standbeeld ter ere van de koning hoog op een zuil.
Voor de zwaar geteisterde kerk van de Heilige Domenicus ligt een monument dat de pogroms van begin de 15e eeuw herdenkt. Als bij wijze van hommage toont het interieur van de Igreja do covento de São Domingos zich zichtbaar gehavend maar still standing.

Years ago, when I was a child, I used to go to mass here [...]. Conscious of the importance of the occasion, I would put on my best suit and simply enjoy it all, even those things there was no reason to enjoy. (Pessoa 88)

Hier begint de 'verhaalwereld' van het boek dat ik in my handen houd, de onvolledige postume roman die er geen is.

I know that I only have to raise my eyes to see before me the sordid skyline of the houses, the unwashed windows of all the offices in the Baixa and the empty windows of the top floor apartments and, above them, around the garret roof, the inevitable washing hung out to dry in the sun amongst flowerpots and plants. (Pessoa 94)
Echt pittoresk kan je Pessoa's beschrijvingen van de Baixa, waar zijn alter ego Soares op een kantoor in de Rua dos Douradores zich richting bore-out verveelde (the grubby everydayness of life (Pessoa 115)), niet noemen. Toch lees ik de beklemmende rusteloosheid waarmee zijn proza is beslagen met fascinatie. Alles is relatief, zo ook de magie die in beroemde plekken schuilt. Als de Baixa en de boekhouding van een textielbedrijf je enige werkelijkheid bedraagt, is er geen greintje magie te bespeuren. De Meir is mijn Rua dos Douradores.

Yes, for me Rua dos Douradores embraces the existence of mysteries themselves which is something beyond resolution. (Pessoa 5)
De Baixa heeft de vorm van een rechthoek en steekt zo af tegen de rest van de witte stad. Na de zware aardbeving van 1755 (vereeuwigd door Voltaire in diens Candide) moest de wijk volledig worden heropgebouwd. De Elevador de Santa Justa, een ijzeren gevaarte aan de rand van de Baixa, ontworpen door Raoul Mesnier de Pontard, een leerling van Eiffel, voert me naar de bovenstad. Ik krijg mijn eerste panorama van Lissabon te zien, en natuurlijk de mythische Taag, de Strohalmzee, die enkele kilometers verderop in de oceaan uitmondt. Maar het aanschuiven duurt verschrikkelijk lang. Op den duur ga je het onding haten. Mag ik de term toeristenval poneren?
Het Carmo, een imposant 14e-eeuws klooster, doemt voor me op in de schemering. Het dak is tijdens de grote aardbeving ingestort en ook eeuwen later dient de hemel nog als plafond. De avond is gevallen. De Chiadowijk komt tot leven op zijn vele pleintjes, terrasjes, in de steegjes en op de trappen. Een zuiderse hoofdstad bruist ook op maandagavond. Ik zoek Pessoa's geboorteplaats op, achter een beeld van de schrijver met een half opengeslagen boek als hoofd.

the scales still play, drifting up to me from below, from above, from what was my first home in Lisbon. (Pessoa 58)
Op een steenworp hier vandaan zit een ander beeld van Pessoa voor het beroemde café A Brasileira.

The poet was born only after he died, because it was only after his death that his poetry came to be appreciated. (Pessoa 56)

Ertegenover staat de dichter-monnik António Ribeira Chiado, naar wie niet alleen het plein maar de hele wijk verd vernoemd.

Mario, een oude Portugese vriend uit Antwerpen, heeft me uitgenodigd op een verjaardagsetentje in de noordelijke volkswijk Mouraria. Heerlijk Chinees eten in een appartement waar je moet aankloppen. Je moet het dus echt weten zijn. Uitgelaten gezelschap. Diepe dronken gesprekken. Het is de vooravond van Carnaval, dus iedereen loopt verkleed rond. Vooral glitters zijn in. In de buurt van de Sé, een architecturale echo van mijn reis naar Porto en de Minho vijf jaar geleden, vinden we een verborgen bar, waar de Sagres rijkelijk vloeit. Dat mag je letterlijk nemen. De barman opent de koelkast om bier te pakken en wordt als het ware bedolven onder de flesjes.
Ik ontmoet nog de theatermaakster Natasha, die me over Carnaval en de Algarve vertelt. Ik dwaal en dwaal tot ik mijn hostel vind. De wegen heuvelen alle kanten uit en één keer sla ik mijn enkel om. Een oud zeer.

To sleep, to be far off without even realizing it, to lay oneself down, to forget one's own body, to enjoy the freedom of unconsciousness, that refuge by a forgotten lake stagnating amongst the leafy trees of vast, remote forests. (Pessoa 86)
In the light morning mist of mid spring the Baixa comes sluggishly awake and even the sun seems to rise only slowly. A quiet joy fills the chilly air and, in the gentle breath of a barely existent breeze, life shivers slightly in the cold that is already past, shivers at the memory of the cold rather than at the cold itself, at the contrast with the coming summer rather than at the present weather. (Pessoa 26)
Ochtend dus. Lissabon slaapt een roes uit en zal vandaag geen vin verroeren. Geen musea dan maar. Ik start aan de Taag, de Mar da Palha, die hier erg breed komt aanzetten. De Arco da Rua Augusta werd opgericht ter ere van de vele slachtoffers van de aardbeving. Deze imposante boog staat aan het allermooiste plein van Lissabon. Het Praça do Comércio of Terreiro do Paço is omgeven door zuilengalerijen in een aangenaam gele tint. In het midden het obligate ruitersstandbeeld. In de verte waant de Ponte de 25 Abril zich de Golden Gate Bridge. Oh glorieuze morgen.
Ten noorden van dit alles stroomt de chique Avenida da Liberdade, de Portugese Champs-Elysées, zeg maar. Iets verderop rust een 18e-eeuws viaduct. Ik ga wat authentieke wijkjes bezichtigen. Nu het net heeft geregend zijn de steile steegjes van Lavra en Sant'Ana levensgevaarlijk, met de gladde kiezelstenen waruit ze bestaan. Maar ze horen bij Lissabon, net zoals de azulejos, bacalhau en pastel de nata. Even uitblazen.
As a man of ideals, perhaps my greatest aspiration really does not go beyond occupying this chair at this table in this café. [...] The whole mystery of the world appears before my eyes sculpted from this banality, this street. (Pessoa 49)

Heuvel af, Rossio oversteken, heuvel van gisteren weer op. In de hippe Bairro Alto bezoek ik de São Roquekerk, met haar rijkelijk versierde kapellen. Verder de heuvel op biedt de miradouro van Alcântara een uitzicht over de stad waar Pessoa ook al van kon genieten.

For me no flowers can match the endlessly varied colours of Lisbon in the sunlight. (Pessoa 52)
Die lieflijke kleuren zijn eveneens talrijk aanwezig in de steegjes van deze hooggelegen wijk. In het Convento de São Pedro de Alcântara bewonder ik azulejos en schilderijen. Zuidelijker biedt de miradouro de Santa Catarina aanvankelijk een puik panorama over de Taag.

The Tagus in the background is a blue lake and the hills on the far shore a squat Switzerland. (63)

Langzaam maar zeker gomt een dikke mist de Ponte de 25 Abril en de linkeroever weg, en geeft de indruk dat ik me moet haasten om zelf ook niet te verdwijnen. Een felle regenbui jaagt me echter eerder weg.

But, like the renewed cries of protest of an unconvinced listener, I hear again the sudden clamour of rain drenching the slowly brightening universe. I feel cold to my hypothetical bones, as if I were afraid. (Pessoa 86)

Water stroomt de trappen af terwijl ik de steile Rua da Bica Duarte Belo afdaal, houvast zoekend aan de natte balustrade, terwijl kabeltrams in beide richtingen voorbij snorren. Vrij komisch eigenlijk. Een vriendelijke barman haalt doorweekte ik binnen en maakt een omelet voor me.

After endless rainy days the sky restores the blue, hidden until now, to the great spaces up above. There's a contrast between the streets, where puddles doze like country pools, and the bright, cold joy above them, which makes the dirty streets seem pleasant and the dull winter sky spring-like. (Pessoa 87)
Meer volkswijken... Santos bijvoorbeeld. Prettig decor om in te verdwalen. Dat gesloten zijn van musea valt nogal mee. Ik bezoek het Museu nacional de Arte antiga, met zijn prachtige kunstcollectie. Bosch, Metsys, Memling, Fragonard, Courbet, Titiaan, Van Dyck, Dürer, Holbein... Boven de Taag lanceert de zon een nieuw offensief, alsof het gigantische Jezusbeeld aan de overkant er iets mee heeft te maken.

The sky, however, was an all-conquering blue and the clouds left behind by the defeated, weary rain withdrew over the castle walls... (Pessoa 98)
Ik volg de rivier terug naar het centrum. De graffiti en street art onderweg zijn spitsvondig.

Sometimes, lost in vain meditation, I stand for hours in Terreiro do Paço, by the river. My own impatience tries again and again to tear my away from that quiet state, but inertia holds me fast. (Pessoa 93)
Na deze Pessoameditatie klim ik naar de noordelijke volkswijken Graça en Mouraria. Ik kijk uit over de kleurenmix van de vele huizen en heb het beste zicht op het Castelo. Het panorama van op de miradouro bij de kerk van Graça is eigenlijk het eerste hoogtepunt van mijn reis. Zelfs onder een overtrokken hemel is dit wondermooi.

Lisboa com suas casas
De várias cores

Vergeet wat ik zei. Iets verderop, voorbij het eigenaardige arbeiderswijkje bairro Estrela d'Ouro, zit een kapelletje van waar het panorama nog wijdser, nog mooier, nog spectaculairder is. De marmeren stoel in de kapel is nogal beroemd. Het gaat om de legendarisch Cadeira de São Gens. Hierop plaatsnemen zou zwangere vrouwen geluk brengen.
Mouraria is een multicultureel labyrint dat zich over de kasteelheuvel uitspreidt. Hier tierden misdaad, geweld, prostitutie en armoede lange tijd welig, maar ook kunst en de fado konden hier opleven. Later werd heroïne de voornaamste oorzaak van kommer en kwel in Mouraria. Dit is voorlopig de meest karakteristieke wijk, en daar hebben de treffende portretten van oude wijkbewoners die overal in de straten hangen veel mee te maken. Al helpt een charmant pleintje als Largo dos Trigueiras ook. Het plaatje kan niet beter kloppen. De azulejos, de jacaranda's, de straatlantaarns... De wijken zijn de voornaamste bezienswaardigheden van Lissabon.

My silent walk is one long conversation, and all of us, men, houses, stones, posters and sky, are one great comradely crowd, elbowing each other with words in the great procession of Fate. (Pessoa 129)
De Bairro Alto staat strak van de hippe bars en clubs. Ik volg m'n neus en vorm m'n eigen kroegentocht. Cocaïne wordt open en bloot op straat verkocht. Schol, Fernando, Bernardo, Alberto, en alle andere heteroniemen die in het landschap van de ziel van een uitzonderlijke schrijver samenhokten. En laat ons daarna samen dromen.

Lees ook Saleem Haddad over Pessoa en de rusteloosheid.

Literaire tip: De Ommelanden

Wat is dat, een mens? Al op de eerste pagina van De Ommelanden, de nieuwe roman van literaire tandem Elvis Peeters, wordt moraal al haar belang ontnomen. Een hellend vlak, weten wij. We zijn met te veel, dus dient zich de nood aan een herklassering van de mens aan. We zijn geïntrigeerd, maar huiveren al op voorhand. Bij die eerste pagina verwachten we ons aan een even harde trap in de maag als bij Dinsdag, Oradour of Wij. Het schrijverskoppel stelt ons niet teleur, maar gaat spaarzaam te werk, om uiteindelijk keihard uit te halen.
Dora maakt een fotoreportage van pas gestorven mensen in het haast ontvolkte dorre achterland van Europa. Net wanneer ze haar opdracht voor bekeken houdt, krijgt ze autopech. De ommelanders houden haar nauwgezet in de gaten. Wat heeft deze jonge vrouw uit de verre stad hier te zoeken? Wanneer de weduwe bij wie ze in een Steenhoeve verblijft plots verdwijnt, komt de ontredderde Dora met hen in contact: de priester, de boer-fotograaf Gilas, de Thea's. Aan haar om uit te zoeken wie haar wil helpen dan wel tegenwerken.

Wie wel en wie niet tot de club hoort, is dus weer van belang in de nabije toekomst van Peeters' Europa. Een nieuwe bankencrisis en een omgewoeld klimaat veroorzaken grote veranderingen in de wereld die wij kennen. De mens moet zich aanpassen of verdwijnen. De maatschappij moet loslaten om te vernieuwen, afslanken om te groeien. Gierkraaien azen op wie het niet heeft gehaald. Ook de dieren passen zich aan nu alles schaarser wordt behalve de lijken. Dora's lens aast op haar manier natuurlijk ook. De bijnaam die ze van de ommelanders meekrijgt, is niet voor niets 'de engel des doods'.

We lezen een boeiend verhaal dat in medias res start en aanvankelijk een hoog tempo aanhoudt. De focalisatie wisselt vaak tussen de fotografe en de voyeurs. De lens zoomt langzaam uit tot een breder perspectief, die verschillende ommelanders en uiteindelijk ook Dora's ongeruste familie in de stad omvat. Zo komt een veelheid aan perspectieven aan bod, de zoveelste troef van dit boek. Ook het contrast tussen stad en ommelanden wordt met vakmanschap uitgetekend. Onderweg komen we krachtige beelden tegen, zoals de iconische passage van het zwijn en de geit, of het detailbeeld van Armin die op weg naar zijn werk halt houdt om een merel te bewonderen. De stijl is zoals vaak bij Elvis Peeters poëtisch, filmisch en bedaard.

Het verhaal dendert onverstoord verder over de stoffige weg van de buitengebieden, onder een verschroeiende zon. We happen naar adem en kunnen de pagina's niet snel genoeg omdraaien, om mee in de snelle cadans van het verhaal te blijven – al gunnen we Dora het warme bad waar ze al die tijd naar snakt. Vervolgens dienen zowel Dora als de lezer zich aan te passen aan het trage, haast uitzichtloze leven. Met de auto valt ook de tijd stil. In de traagheid van een ochtend in het achterland of een jazzconcert in de stad is de poëzie het hardnekkigst. Elvis Peeters heeft het weer geflikt. En we kunnen enkel hopen dat De Ommelanden niet even profetisch zal blijken als De Ontelbaren destijds.

Deze recensie schreef ik oorspronkelijk voor Cutting Edge.