vrijdag 15 maart 2019

Lissabon 4-14 maart 2019, deel 2

Lissabon 4-14 maart 2019

Deel 2: Kloosters en paleizen


So why travel? In Madrid, in Berlin, in Persia, in China, at the North and South Poles, where would I be other than inside myself, feeling my particular kind of feelings? (Pessoa 76)
Op een heuvel boven het treinstation van Alfama staat het pantheon van Portugal, net als dat in Parijs in een voormalige kerk ondergebracht. Deze Igreja Santa Engrácia heeft het officiële record op haar naam staan van kerk waaraan het langst werd gebouwd - zo'n drie eeuwen.
Ik verlaat Lissabon per trein, noordwaarts naar een centraal gelegen streek, waar de drie mooiste kloosters van het land zitten. Eerst Tomar, een provinciestadje aan de charmante Rio Nabão. Hoog in de lucht wacht het wonderlijke Convento do Cristo op me, een architecturaal meesterwerk met rijkelijk versierde kloostergangen in vele stijlen, al domineert de manuelstijl. De fresco- en beeldenweelde van de charola, een vreemd esthetisch hoogstandje, is verbluffend.
Een ander hoogtepunt is het robuuste Raam van Tomar, een spectaculair met mos overwoekerd staaltje beeldhouwkunst. De symboliek van de versieringen is gedurfd en hoogst origineel. Een woest meesterwerk in manuelstijl, half steen half plant, half kunst half natuur - een ware Levensboom op zich. Door de snelle wolkenstroom lijkt het voortdurend alsof deze massieve muur op me zal neerstorten. In de tuinen laat lente zich voorzichtig zien, al zijn de maartse buien onverbiddelijk.
Het centrale plein van het stadje is koddig, met mooie 15e-eeuwse kerk. De aangename straatjes staan in het teken van de tempeliers. Via Fátima, de Portugese tegenhanger van Lourdes, reis ik door naar mijn volgende klooster.
Dat ligt in Batalha. Het werd uit dankbaarheid aan Maria gebouwd na de overwinning op de Fransen en de Castilianen in 1385. Wanneer de bus Batalha binnenrijdt, lichten de pinakels wit op in het donker. Ontzagwekkend klooster. De natte droom der gotiek: torens, spitsbogen, zuilen, gewelven, arcaden, pinakels, waterspuwers, gebeeldhouwde gezichten... zowel 's avonds als overdag een streling voor het oog.
In de kerk valt gekleurd glas-in-loodlicht op sierlijke zuilen. Ik stuit er op de tombe van koning João I en zijn vrouw. Het graf van de Onbekende Soldaat (Eerste Wereldoorlog) wordt bewaakt door twee soldaten. De zeven onvoltooide kapellen vormen een spectaculair en uniek quasi-geheel, met manuelijnse versieringen. Koning Duarte en echtgenote liggen te rusten in de vierde kapel. Er is ook een expositie van Mircea Romans religieuze (maar gedurfde) moderne kunst.
Alcobaça ligt op twee rivieren, de Alcoa en de Baça. Het cisterciënzerklooster is een hoogtepunt van de Portugese gotiek. Zowel Dom Pedro als diens geliefde Inés de Castro liggen hier te rusten. Die laatste werd volgens de overlevering vermoord door koning Afonso IV, Pedro's vader. Bij dit magnifieke klooster hoort de grootste kerk van het land, de Igreja Santa Maria. De graven van de koning en de 'dode koningin' staan tegenover elkaar, en dat van Inés rust op de ruggen van haar moordenaars, met hondenlijven voorgesteld. De sinaasappelbomen bij de Kloostergang van de Stilte - een plek waar de zwijgplicht gold - zijn een mooi extraatje bij alweer een monument om me aan te vergapen.
Terug in Lissabon, op de Praça da Figueira, met het standbeeld van João I, aan wiens tombe ik zonet nog stond, bezoek ik een poppenziekenhuis uit 1830. Cuteness overload, en misschien ook een klein beetje creepy. Er hoort een museum bij met nieuwe, oude en heel oude poppen van over de hele wereld!
Vervolgens is er een rondleiding in de kelder van een bank in de Baixa. De archeologische site onthult de overblijfselen van huizen uit het IJzeren Tijdperk, inclusief een paleo-Christelijk graf mét skelet. Ook de mozaïek van een Romeins bad, met swastikapatronen, en een hoogoven zijn bezienswaardig. De hele Baixa kreeg na de aardbeving een ondergrondse houten versterking, met dank aan de schatrijke Markies de Pombal. Zo werd de wijk brand- en aardbevingbestendig. Lissabon is trouwens een van de 'oudste steden' van Europa, al sprak men toen nog van Olisippo Felicitas Julia. Bekt ook best lekker.
Drankjes in de Bicawijk. Ginjashot in een chocoladeglaasje. Er is een boekbar waar je gedichten uit een kauwgommachine kan halen. Geniaal. Ik heb er één van Camões. De tijden veranderen, verlangens veranderen. Ik geraak aan de praat met de Mexicaanse Ericka, die hier al een tijdje woont en wacht op de traaage Portugese immigratieambtenaars. Het kabbelende leven in Lissabon en zowat de hele wereldpolitiek komen ter sprake. De club ernaast is nogal erotisch en hedonistisch (maar smaakvol) aangekleed. Er hangt een gigantische hertenkop en er is zelfs een waarzegster.
Lissabon is een van de weinige hoofdsteden die ik ken waarvan de meest beroemde bezienswaardigheden er eigenlijk buiten liggen. In Belém vertrok Vasco da Gama in 1497 op ontdekkingsreis. De spectaculaire ontdekkingen zijn heel aanwezig in de monumenten van Belém. Bijvoorbeeld in het wereldberoemde Monumento das Descorbertas, dat Salazar ter ere van Hendrik de Zeevaarder aan de Taag liet oprichten. De witte toren met beeldengroep is 50 meter hoog.
Het is nog vroeg in de ochtend, dus ik ga de pastéis de nata proeven, beroemd tot ver buiten de landsgrenzen. Lekker met koffie erbij, in een authentieke met azulejos versierde banketbakkerij dat al sinds 1837 bekend staat om deze lekkernij. Meestal is het hier aanschuiven tot buiten.
De witte koepel van het sublieme Hiëronymietenklooster glinstert in het zonlicht. Het wacht samen met de vele andere monumenten van Belém op hordes toeristen. Boytacs schitterend versierde portaal is een voorsmaakje van de pracht binnenin het klooster. De graven van Luís Vaz de Camões, die ik gisterenavond nog uit een kauwgommachine haalde, en Vasco da Gama vind ik in de kerk, alweer een verbluffend hoogtepunt van de manuelstijl - die slanke zuilen! In de rijkelijk gedecoreerde kloostergang stuit ik op de grafsteen van Fernando Pessoa. Enkele van zijn regels over de dood schieten me spontaan te binnen.
Ook de beroemde Torre de Bélem, uit 1515, is een eerbetoon aan de ontdekkingsreizen uit die tijd. Vroeger stond deze in het midden van de Taag. Ik klim helemaal naar de Restelokapel, van waar ik op de monding van de Taag in de Atlantische Oceaan kijk. Hagedissen duiken weg tussen de stenen. Tot slot, vlakbij het presidentieel paleis, het Koetsenmuseum, een puike verzameling van weelderig versierde koetsen. Koningen en pausen werden er lang geleden wat in rondgereden.
Tijd om dat karmelietenklooster in hartje Lissabon eindelijk eens te bezoeken, het Carmo, zonder dak. De collectie grafstenen, brokstukken, tegels, beelden en werktuigen is indrukwekkend. Er is zelfs een Egyptische sarcofaag met mummie. De twee Incamummies geven me kippenvel. Tientallen meeuwen cirkelen hoog boven de heuvel van Alfama. Ik bezoek de Sé Patriarcal, de kathedraal die twijfelt tussen romaanse stijl en gotiek. De kerkschat bevat onder meer een peperdure monstrans. Aan de Rua da Saudade (heerlijk toch?) bezichtig ik een archeologische site met restanten van een Romeins theater.
Ik daal de heuvel af en klim naar die met de faculteit waar Lígia Fernandes schildert. Ik heb haar vier jaar niet gezien. Na onze roadtrip in Roemenië gaf ze me een bijzonder geschenk, het boek dat al een week met me meereist, Pessoa's Boek der Rusteloosheid. We doorkruisen de stad op zoek naar haar favoriete plekjes, waanzinnig unieke bars, magnifieke verborgen paleizen. Zo goed om haar weer te zien. Hier kan je een interview met deze bijzondere kunstenares lezen!
Op de grote pleinen zijn er 8-maartbetogingen, met grote opkomst. Een van de thema's is de arrestatie van Lula door de Braziliaanse fascist Bolsonaro. Vanavond geeft Chantal Acda een concert in de Sabotage Club. Daar ging ik al naartoe, maar toevallig zat ik maandag ook naast Acda en Thielemans op het vliegtuig. Ze zijn op tournee door Portugal. Na een Portugees voorprogramma brengt Acda, vergezeld door Thielemans op drum, haar warmste liedjes. Verder wordt deze uitgaansbuurt, ook Pink Street genoemd, gedomineerd door dronken Engelse 'vrijgezellen'.
Buiten Lissabon ligt het sprookjesachtige plaatsje Sintra - een gelukzalig Hof van Eden, volgens Lord Byron. Het pittoreske oord ligt hoog in de heuvels, en dat zorgt voor prachtige vergezichten. Sintra staat bekend om haar rijkelijk versierde paleizen. Het Palácia nacional de Sintra is met twee enorme witte schoorstenen verrijkt. Ik denk spontaan aan de ezelsoren van stripfiguur Dokus. Mooie plafonds in verschillende thema's: zwanen, eksters, zeemeerminnen, blazoenen. Magnifieke tegels overal.
Er zijn erg veel paleizen om te bezoeken, en kiezen is een beetje verliezen. Het Moorse kasteel op de heuvel boven Sintra ligt er bijvoorbeeld impressionant bij. Maar dé must hier is het Palácio nacional da Pena, het beroemde kanariegele paleis. Wauw... Een eclectische schoonheid, dit 'eerste romantische paleis van Europa'. Dom Fernando II, de artistieke koning, had smaak. Dit rood-gele pronkjuweel ligt achter het kasteel, een beide zijn te bereiken via een omhoog meanderende weg, langs de vele chique huizen in het bos.
Wanneer ik onder het gebeeldhouwde monster de poort binnenstap, lijk ik een magische wereld te betreden, een 19e-eeuws Disneyland. Aladdin meets Doornroosje. Het voortdurende opdraven van torentjes, koepels en minaretten is een onafgebroken visueel orgasme. Moorse stijl, barok, renaissance, manuelstijl, alles vloeit hier samen in een architecturale fantasie. Weelderige vertrekken uiteraard. Wijds panorama met de hoofdstad en de oceaan. Piepklein zijn de monumenten van Belém nog net herkenbaar.
Het Quinta da Regaleira lijkt dan weer de setting van een gothic novel. Ook de exotische tuin spreekt tot de verbeelding. In het Palácio de Seteais is nu een hotel gevestigd. Samen met een Zweedse schrijfster wandel ik door het inspirerende bos naar het paleis van Monserrate, een verbluffende Aziatische mirage, pure esthetische extase. Echt iets voor schrijvers om in Lord Byrons natte droom te belanden en samen met open mond en grote ogen door de Indische stucwerkweelde van het paleis te zweven. Verwondering als tegengif voor Pessoa's verveling.
In dit idyllische park maakt een koppel trouwfoto's, terwijl de zon traag achter de heuvels zinkt. We zitten in het gras en Annemaria toont me het boek dat ze momenteel leest. The Book Of Disquiet. Natuurlijk. We rijden terug naar Sintra en dineren bij zonsondergang. Daarna neem ik de trein naar een buitenwijk van Sintra, waar ik bij Sónia verblijf. Ze toont me de dolmen die de enige bezienswaardigheid in haar buurt is. Morgen meer reizen, verder weg van de hoofdstad.

donderdag 14 maart 2019

Lissabon 4-14 maart 2019, deel 1

Lissabon 4-14 maart 2019

Deel 1: Pessoa en de rusteloosheid

Vrijheid is ook in tijdelijke dosissen te genieten. Een voorjaarsreis naar de zon bijvoorbeeld, weg van de kantoorbiotoop. In mijn rugzak rust een Engelse vertaling van Livro do desassossego, de fragmentarische quasi-roman van de belangrijkste en meest intrigerende dichter van Portugal. Met mijn neus nu en dan in The Book Of Disquiet zal ik, in het spoor van Fernando Pessoa, kennismaken met Lissabon, de fiere Portugese hoofdstad. De straatjes van de historische wijk Baixa dragen de stempel van zijn rusteloosheid, of die van Bernardo Soares, zijn voornaamste alter ego. Hij had er verschillende. Het was haast de sine qua non van zijn verdoken schrijverschap. Pas na zijn dood werd hij als schrijver groot... heel groot.
Op Praça Dom Pedro IV start mijn kennismaking met het centrum van Lissabon. Dit plein wordt ook het Rossio genoemd. Hier startte in 1974 de Anjerrevolutie. Het is een groot bruisend plein met golvend grondpatroon, een knipoog naar de ontdekkingsreizen. Opvallend zijn de fontein en het standbeeld ter ere van de koning hoog op een zuil.
Voor de zwaar geteisterde kerk van de Heilige Domenicus ligt een monument dat de pogroms van begin de 15e eeuw herdenkt. Als bij wijze van hommage toont het interieur van de Igreja do covento de São Domingos zich zichtbaar gehavend maar still standing.

Years ago, when I was a child, I used to go to mass here [...]. Conscious of the importance of the occasion, I would put on my best suit and simply enjoy it all, even those things there was no reason to enjoy. (Pessoa 88)

Hier begint de 'verhaalwereld' van het boek dat ik in my handen houd, de onvolledige postume roman die er geen is.

I know that I only have to raise my eyes to see before me the sordid skyline of the houses, the unwashed windows of all the offices in the Baixa and the empty windows of the top floor apartments and, above them, around the garret roof, the inevitable washing hung out to dry in the sun amongst flowerpots and plants. (Pessoa 94)
Echt pittoresk kan je Pessoa's beschrijvingen van de Baixa, waar zijn alter ego Soares op een kantoor in de Rua dos Douradores zich richting bore-out verveelde (the grubby everydayness of life (Pessoa 115)), niet noemen. Toch lees ik de beklemmende rusteloosheid waarmee zijn proza is beslagen met fascinatie. Alles is relatief, zo ook de magie die in beroemde plekken schuilt. Als de Baixa en de boekhouding van een textielbedrijf je enige werkelijkheid bedraagt, is er geen greintje magie te bespeuren. De Meir is mijn Rua dos Douradores.

Yes, for me Rua dos Douradores embraces the existence of mysteries themselves which is something beyond resolution. (Pessoa 5)
De Baixa heeft de vorm van een rechthoek en steekt zo af tegen de rest van de witte stad. Na de zware aardbeving van 1755 (vereeuwigd door Voltaire in diens Candide) moest de wijk volledig worden heropgebouwd. De Elevador de Santa Justa, een ijzeren gevaarte aan de rand van de Baixa, ontworpen door Raoul Mesnier de Pontard, een leerling van Eiffel, voert me naar de bovenstad. Ik krijg mijn eerste panorama van Lissabon te zien, en natuurlijk de mythische Taag, de Strohalmzee, die enkele kilometers verderop in de oceaan uitmondt. Maar het aanschuiven duurt verschrikkelijk lang. Op den duur ga je het onding haten. Mag ik de term toeristenval poneren?
Het Carmo, een imposant 14e-eeuws klooster, doemt voor me op in de schemering. Het dak is tijdens de grote aardbeving ingestort en ook eeuwen later dient de hemel nog als plafond. De avond is gevallen. De Chiadowijk komt tot leven op zijn vele pleintjes, terrasjes, in de steegjes en op de trappen. Een zuiderse hoofdstad bruist ook op maandagavond. Ik zoek Pessoa's geboorteplaats op, achter een beeld van de schrijver met een half opengeslagen boek als hoofd.

the scales still play, drifting up to me from below, from above, from what was my first home in Lisbon. (Pessoa 58)
Op een steenworp hier vandaan zit een ander beeld van Pessoa voor het beroemde café A Brasileira.

The poet was born only after he died, because it was only after his death that his poetry came to be appreciated. (Pessoa 56)

Ertegenover staat de dichter-monnik António Ribeira Chiado, naar wie niet alleen het plein maar de hele wijk verd vernoemd.

Mario, een oude Portugese vriend uit Antwerpen, heeft me uitgenodigd op een verjaardagsetentje in de noordelijke volkswijk Mouraria. Heerlijk Chinees eten in een appartement waar je moet aankloppen. Je moet het dus echt weten zijn. Uitgelaten gezelschap. Diepe dronken gesprekken. Het is de vooravond van Carnaval, dus iedereen loopt verkleed rond. Vooral glitters zijn in. In de buurt van de Sé, een architecturale echo van mijn reis naar Porto en de Minho vijf jaar geleden, vinden we een verborgen bar, waar de Sagres rijkelijk vloeit. Dat mag je letterlijk nemen. De barman opent de koelkast om bier te pakken en wordt als het ware bedolven onder de flesjes.
Ik ontmoet nog de theatermaakster Natasha, die me over Carnaval en de Algarve vertelt. Ik dwaal en dwaal tot ik mijn hostel vind. De wegen heuvelen alle kanten uit en één keer sla ik mijn enkel om. Een oud zeer.

To sleep, to be far off without even realizing it, to lay oneself down, to forget one's own body, to enjoy the freedom of unconsciousness, that refuge by a forgotten lake stagnating amongst the leafy trees of vast, remote forests. (Pessoa 86)
In the light morning mist of mid spring the Baixa comes sluggishly awake and even the sun seems to rise only slowly. A quiet joy fills the chilly air and, in the gentle breath of a barely existent breeze, life shivers slightly in the cold that is already past, shivers at the memory of the cold rather than at the cold itself, at the contrast with the coming summer rather than at the present weather. (Pessoa 26)
Ochtend dus. Lissabon slaapt een roes uit en zal vandaag geen vin verroeren. Geen musea dan maar. Ik start aan de Taag, de Mar da Palha, die hier erg breed komt aanzetten. De Arco da Rua Augusta werd opgericht ter ere van de vele slachtoffers van de aardbeving. Deze imposante boog staat aan het allermooiste plein van Lissabon. Het Praça do Comércio of Terreiro do Paço is omgeven door zuilengalerijen in een aangenaam gele tint. In het midden het obligate ruitersstandbeeld. In de verte waant de Ponte de 25 Abril zich de Golden Gate Bridge. Oh glorieuze morgen.
Ten noorden van dit alles stroomt de chique Avenida da Liberdade, de Portugese Champs-Elysées, zeg maar. Iets verderop rust een 18e-eeuws viaduct. Ik ga wat authentieke wijkjes bezichtigen. Nu het net heeft geregend zijn de steile steegjes van Lavra en Sant'Ana levensgevaarlijk, met de gladde kiezelstenen waruit ze bestaan. Maar ze horen bij Lissabon, net zoals de azulejos, bacalhau en pastel de nata. Even uitblazen.
As a man of ideals, perhaps my greatest aspiration really does not go beyond occupying this chair at this table in this café. [...] The whole mystery of the world appears before my eyes sculpted from this banality, this street. (Pessoa 49)

Heuvel af, Rossio oversteken, heuvel van gisteren weer op. In de hippe Bairro Alto bezoek ik de São Roquekerk, met haar rijkelijk versierde kapellen. Verder de heuvel op biedt de miradouro van Alcântara een uitzicht over de stad waar Pessoa ook al van kon genieten.

For me no flowers can match the endlessly varied colours of Lisbon in the sunlight. (Pessoa 52)
Die lieflijke kleuren zijn eveneens talrijk aanwezig in de steegjes van deze hooggelegen wijk. In het Convento de São Pedro de Alcântara bewonder ik azulejos en schilderijen. Zuidelijker biedt de miradouro de Santa Catarina aanvankelijk een puik panorama over de Taag.

The Tagus in the background is a blue lake and the hills on the far shore a squat Switzerland. (63)

Langzaam maar zeker gomt een dikke mist de Ponte de 25 Abril en de linkeroever weg, en geeft de indruk dat ik me moet haasten om zelf ook niet te verdwijnen. Een felle regenbui jaagt me echter eerder weg.

But, like the renewed cries of protest of an unconvinced listener, I hear again the sudden clamour of rain drenching the slowly brightening universe. I feel cold to my hypothetical bones, as if I were afraid. (Pessoa 86)

Water stroomt de trappen af terwijl ik de steile Rua da Bica Duarte Belo afdaal, houvast zoekend aan de natte balustrade, terwijl kabeltrams in beide richtingen voorbij snorren. Vrij komisch eigenlijk. Een vriendelijke barman haalt doorweekte ik binnen en maakt een omelet voor me.

After endless rainy days the sky restores the blue, hidden until now, to the great spaces up above. There's a contrast between the streets, where puddles doze like country pools, and the bright, cold joy above them, which makes the dirty streets seem pleasant and the dull winter sky spring-like. (Pessoa 87)
Meer volkswijken... Santos bijvoorbeeld. Prettig decor om in te verdwalen. Dat gesloten zijn van musea valt nogal mee. Ik bezoek het Museu nacional de Arte antiga, met zijn prachtige kunstcollectie. Bosch, Metsys, Memling, Fragonard, Courbet, Titiaan, Van Dyck, Dürer, Holbein... Boven de Taag lanceert de zon een nieuw offensief, alsof het gigantische Jezusbeeld aan de overkant er iets mee heeft te maken.

The sky, however, was an all-conquering blue and the clouds left behind by the defeated, weary rain withdrew over the castle walls... (Pessoa 98)
Ik volg de rivier terug naar het centrum. De graffiti en street art onderweg zijn spitsvondig.

Sometimes, lost in vain meditation, I stand for hours in Terreiro do Paço, by the river. My own impatience tries again and again to tear my away from that quiet state, but inertia holds me fast. (Pessoa 93)
Na deze Pessoameditatie klim ik naar de noordelijke volkswijken Graça en Mouraria. Ik kijk uit over de kleurenmix van de vele huizen en heb het beste zicht op het Castelo. Het panorama van op de miradouro bij de kerk van Graça is eigenlijk het eerste hoogtepunt van mijn reis. Zelfs onder een overtrokken hemel is dit wondermooi.

Lisboa com suas casas
De várias cores

Vergeet wat ik zei. Iets verderop, voorbij het eigenaardige arbeiderswijkje bairro Estrela d'Ouro, zit een kapelletje van waar het panorama nog wijdser, nog mooier, nog spectaculairder is. De marmeren stoel in de kapel is nogal beroemd. Het gaat om de legendarisch Cadeira de São Gens. Hierop plaatsnemen zou zwangere vrouwen geluk brengen.
Mouraria is een multicultureel labyrint dat zich over de kasteelheuvel uitspreidt. Hier tierden misdaad, geweld, prostitutie en armoede lange tijd welig, maar ook kunst en de fado konden hier opleven. Later werd heroïne de voornaamste oorzaak van kommer en kwel in Mouraria. Dit is voorlopig de meest karakteristieke wijk, en daar hebben de treffende portretten van oude wijkbewoners die overal in de straten hangen veel mee te maken. Al helpt een charmant pleintje als Largo dos Trigueiras ook. Het plaatje kan niet beter kloppen. De azulejos, de jacaranda's, de straatlantaarns... De wijken zijn de voornaamste bezienswaardigheden van Lissabon.

My silent walk is one long conversation, and all of us, men, houses, stones, posters and sky, are one great comradely crowd, elbowing each other with words in the great procession of Fate. (Pessoa 129)
De Bairro Alto staat strak van de hippe bars en clubs. Ik volg m'n neus en vorm m'n eigen kroegentocht. Cocaïne wordt open en bloot op straat verkocht. Schol, Fernando, Bernardo, Alberto, en alle andere heteroniemen die in het landschap van de ziel van een uitzonderlijke schrijver samenhokten. En laat ons daarna samen dromen.

Lees ook Saleem Haddad over Pessoa en de rusteloosheid.

Literaire tip: De Ommelanden

Wat is dat, een mens? Al op de eerste pagina van De Ommelanden, de nieuwe roman van literaire tandem Elvis Peeters, wordt moraal al haar belang ontnomen. Een hellend vlak, weten wij. We zijn met te veel, dus dient zich de nood aan een herklassering van de mens aan. We zijn geïntrigeerd, maar huiveren al op voorhand. Bij die eerste pagina verwachten we ons aan een even harde trap in de maag als bij Dinsdag, Oradour of Wij. Het schrijverskoppel stelt ons niet teleur, maar gaat spaarzaam te werk, om uiteindelijk keihard uit te halen.
Dora maakt een fotoreportage van pas gestorven mensen in het haast ontvolkte dorre achterland van Europa. Net wanneer ze haar opdracht voor bekeken houdt, krijgt ze autopech. De ommelanders houden haar nauwgezet in de gaten. Wat heeft deze jonge vrouw uit de verre stad hier te zoeken? Wanneer de weduwe bij wie ze in een Steenhoeve verblijft plots verdwijnt, komt de ontredderde Dora met hen in contact: de priester, de boer-fotograaf Gilas, de Thea's. Aan haar om uit te zoeken wie haar wil helpen dan wel tegenwerken.

Wie wel en wie niet tot de club hoort, is dus weer van belang in de nabije toekomst van Peeters' Europa. Een nieuwe bankencrisis en een omgewoeld klimaat veroorzaken grote veranderingen in de wereld die wij kennen. De mens moet zich aanpassen of verdwijnen. De maatschappij moet loslaten om te vernieuwen, afslanken om te groeien. Gierkraaien azen op wie het niet heeft gehaald. Ook de dieren passen zich aan nu alles schaarser wordt behalve de lijken. Dora's lens aast op haar manier natuurlijk ook. De bijnaam die ze van de ommelanders meekrijgt, is niet voor niets 'de engel des doods'.

We lezen een boeiend verhaal dat in medias res start en aanvankelijk een hoog tempo aanhoudt. De focalisatie wisselt vaak tussen de fotografe en de voyeurs. De lens zoomt langzaam uit tot een breder perspectief, die verschillende ommelanders en uiteindelijk ook Dora's ongeruste familie in de stad omvat. Zo komt een veelheid aan perspectieven aan bod, de zoveelste troef van dit boek. Ook het contrast tussen stad en ommelanden wordt met vakmanschap uitgetekend. Onderweg komen we krachtige beelden tegen, zoals de iconische passage van het zwijn en de geit, of het detailbeeld van Armin die op weg naar zijn werk halt houdt om een merel te bewonderen. De stijl is zoals vaak bij Elvis Peeters poëtisch, filmisch en bedaard.

Het verhaal dendert onverstoord verder over de stoffige weg van de buitengebieden, onder een verschroeiende zon. We happen naar adem en kunnen de pagina's niet snel genoeg omdraaien, om mee in de snelle cadans van het verhaal te blijven – al gunnen we Dora het warme bad waar ze al die tijd naar snakt. Vervolgens dienen zowel Dora als de lezer zich aan te passen aan het trage, haast uitzichtloze leven. Met de auto valt ook de tijd stil. In de traagheid van een ochtend in het achterland of een jazzconcert in de stad is de poëzie het hardnekkigst. Elvis Peeters heeft het weer geflikt. En we kunnen enkel hopen dat De Ommelanden niet even profetisch zal blijken als De Ontelbaren destijds.

Deze recensie schreef ik oorspronkelijk voor Cutting Edge.

zaterdag 23 februari 2019

Flavours of the month

For this month's list we welcome back These New Puritans, peaking with their first new single in six years. And look who else are back: Apparat! Watch out for Belgian power with Use Knife, Isbells, Hulder and The Valerie Solanas, who, like American rapper Atmosphere and English indie band Foals, feature twice in this list. Belgian singer Ian Clement can be found solo as well as with his band The Very Very Danger.


  1. These New Puritans - Inside the Rose
  2. Use Knife - For Helvede
  3. Sharon Van Etten - Jupiter 4
  4. Health - Slaves Of Fear
  5. Son Lux - Sleep
  6. Gum Takes Tooth - Borrowed Lies
  7. Xenony - Jupiter
  8. The Comet Is Coming - Summon the Fire
  9. The Valerie Solanas - Winter Blossom
  10. Grandson - Apologize
  11. Apparat - Dawan
  12. Interpol - Fine Mess
  13. Atmosphere - Stopwatch
  14. The Valerie Solanas - Masquerade
  15. Gary Clark Jr - This Land
  16. Foals - Exits
  17. Isbells - Father
  18. The Murder Capital - Feeling Fades
  19. Frankie and the Witch Fingers - Pleasure
  20. Ian Clement - Sidewinder
  21. Aldous Harding - The Barrel
  22. Atome - Voie Lactée (Partie 2)
  23. The Very Very Danger - Lite My Litah
  24. Hulder - Is This the End?
  25. Skepta - Wish You Were Here
  26. Atmosphere - Graffiti
  27. SYML - The Bird
  28. Fountains D.C. - Big
  29. Foals - On the Luna
  30. Strand Of Oaks - Weird Ways

dinsdag 19 februari 2019

Literaire tip: Nachtouders

In haar nieuwe roman Nachtouders (2019) beschrijft Saskia de Coster het verblijf van een Belgisch gezin op een Canadees hippie-eiland. Saskia, Juli en hun zoontje Saul zijn op weg naar Alaska, maar maken eerst een stop op Portes. Daar wonen Karl Olsen, de biologische vader van Saul, en zijn moeder Molly. De drie Belgen worden er warm onthaald door de familie Olsen. Hoewel ze er aanvankelijk slechts een paar dagen willen blijven, krijgt het eiland, stijf van geheimzinnigheid, hen steeds meer in zijn ban. Molly’s goeiigheid en bijgeloof liggen altijd wel ergens op de loer. Ook lijken er zich onder de glimlach van de eilandbewoners minder aantrekkelijke krachten schuil te houden.

Het boek is in een vlotte taal geschreven en biedt de lezer nieuwe inzichten aan de lopende band. Het heeft een interessante structuur en valt uiteen in drie types hoofdstukken: een chronologisch relaas van hun verblijf op het eiland, het schrift waaraan Saskia haar gedachten en gevoelens toevertrouwt, en de beddialogen tussen Saskia en haar partner Juli.

Om de dagelijkse sleur van zeewierscheppen, taartestafette en mosgroene jurken te ontvluchten brengt Saskia haar dagen door in een schrijfhut. In haar schrift geeft ze trefzeker haar worstelingen weer met de wereld (de onderhuidse onverdraagzaamheid tegenover lesbische koppels met kind) en zichzelf (kan ze een goede moeder zijn? wil ze dit?). Flashbacks doen hun zoektocht naar een vader voor Saul uit de doeken en werpen ethische vragen op over anoniem donorschap. Aan het begin van hun relatie maakten Saskia en Juli een deal: wederzijds respect voor Saskia’s vrijheid als schrijver en Juli’s kinderwens. Doorgedreven vormen van individualisme en tolerantie worden beurtelings aan de kaak gesteld.

Tijdens hun beddialogen rijst de vraag wanneer Saul zal beginnen lopen, misschien wel na het Bevrijdingsritueel. Welk geheim dragen Karl en zijn afwezige broers met zich mee? En wanneer reizen ze eindelijk door naar Alaska? De twee beginnen naast elkaar te leven en Saskia vreest dat het eiland hen uit elkaar dreigt te drijven. Te midden van de ‘maffia van zachtmoedigheid’ en Juli’s hechte band met de knappe surfster Tammy probeert Saskia zich staande te houden, verpletterd door haar twijfels en angst als moeder en partner.
Hiermee heeft haar naamgenoot, de auteur van Nachtouders, wellicht een nieuwe literaire hit te pakken. Het boek laat je namelijk niet zo gemakkelijk los, net als het eiland zelf. Voor 'iedere ouder die wel eens gewankeld heeft'. Of voor elke lezer die uitkijkt naar de eerste Vlaamse klassieker van 2019, en de zoveelste rake worp van een schrijver op topsnelheid.

Deze tip werd verscheen ook op Cutting Edge, en is de eerste recensie die ik voor deze website schrijf.

donderdag 14 februari 2019

Voor de dorst

Een slagersmes snijdt een jaap in de kosmos.
Vocht sproeit eruit, een douche doordrenkt
de hand met vloeibare wijsheid.
Het universele brein lekt leeg,
opnieuw verdwijnen ontheemde
families achter prikkeldraad.

Alleen was die zwerm likes
er vorige keer nog niet bij,
een schimmig handeltje
van leedvermakelaars.
Het mes wacht weer in de la
als een appel voor de dorst.

donderdag 7 februari 2019

Ballonnenvrees 6 februari 2019

Op de laatste dag van de Poëzieweek 2019 opende 't Werkhuys zijn deuren voor een nieuwe editie van Ballonnenvrees. De line-up was gevarieerd, van proza over muziek tot poëzie.
Axana en Natalia, twee eerstejaars van de Sint-Willebrord-Heilige Familie-school, mochten de spits afbijten. Zij hadden met hun klas onlangs een workshop gevolgd bij studenten van de KdG en brachten een korte dialoog over pesten, armoede en ongelijkheid. Erg mooi om te zien hoe maatschappelijk geëngageerd teksten bij eerstejaars al kunnen zijn. Kanjer Jelmer van Lenteren was nog eens in het land. Deze Nederlandse dichter gaf nog niet zo lang geleden zijn bundel Het Is Koud Waar Ik Niet Ben uit, een bundel over gemis, en daaruit kregen we enkele sterke gedichten te horen, zoals 'Confrontatie', 'Lucide', 'Wat Je Achterlaat' en 'Achteraf'. Straffer dan straf.
Dat Hilde Sagon uit de theaterwereld komt, hoefde niet te verwonderen. Zowel tekst als performance zaten haar gegoten. De binnenkopper alleen al: "Penissen in strakke beige broeken", waar ze in een dik Limburgs accent het recht van antwoord gebruikte. 'De Walvis' ging over zwanger zijn, want dat was ze. Ze had ook een Franse tekst bij, over zuipen en geil dansen, en ook een beetje over Kanye West (hoeveel gedichten zouden er al niet over de brave man zijn geschreven?). Tot slot een spijtig maar ook wel grappig #metoo-gedicht over Brussel-Noord. Deze dame slamde voor twee. Het eerste deel werd door de Mechelse schrijver Felix Sandon, die met de hoed, afgesloten. Het was genieten van zijn beklijvende poëzie, die omwille van een schijnbaar eenvoudige stijl meteen binnenkomt. 'Trappen Van Vergelijking' is erg spitsvondig, speels en best origineel. Naast nog een gedicht voor de leerkrachten kregen we 'Resten', 'Onbekende Meester', 'Verf' en een mooi vierluik te horen. Een getalenteerde schrijver, zoveel was gisteren weer duidelijk.
Na de pauze genoten we met volle teugen van de intimistische poëzie van Leen Verheyen. 'De Avonden', 'Toeristen', 'Dinosaurus', 'Archeologen', 'Kamer', 'Stadsplan' (een combatief stadsgedicht), 'Minder, 'In Vlaamse Velden', 'Lorca in de Regen' en 'Raam' zijn stuk voor stuk prachtcomposities van iemand die de kunst begrijpt van taal te boetseren. Zeer sterk! In 2017 bracht Lenny Peeters haar debuutroman Dochter uit, een roman dat vertrekt vanuit het verhoor van een autistische jonge vrouw, afgewisseld met flashbacks naar de aanloop van de misdaad. De schrijfster las uit deze onvergetelijke roman voor, en we kregen er nog twee even verontrustende kortverhalen gratis bovenop. 'Familiegevoel' ging over een ongewenste kater en 'Duifje' liet ons kennismaken met een obsessieve duivenmelker. Lenny Peeters' proza laat de lezer niet in één stuk achter. Mooi zo.
Muziek wordt steeds een belangrijker onderdeel van Ballonnenvrees. Vanavond kwam de singer-songwriter Clovis vanuit Gent om ons enkele knappe Nederlandstalige liedjes voor te schotelen, zoals 'De Laatste Van Haar Soort', 'Winterblues' en een ontroerende blues over de Zakkenman, een bekend figuur uit 9000. Na maanden afwezigheid was de open mic er weer. Nils Geylen beet de spits af met 'Wally/Goldsmith' en wat experimentele poëzie. Dan was er Nel Mertens met gedichten zoals 'Suggestieve Magie'. Baalmond had twee teksten bij, een speelse en een intense. Gust Peeters probeerde enkele politieke teksten uit: 'Chocomousse', 'Jonkheer' en 'Vasten'. Tot slot was er de organisator zelf met enkele teksten uit de nieuwe ep van zijn band Hersencellen.

Meer Ballonnenvrees? Geen probleem!

22 maart: Boekowski
10 april: De Kleine Hedonist
15 mei: De Kleine Hedonist

Foto's: Gust Peeters