zondag 22 maart 2026

Nog eens fietstips voor kniekastijders

 
Nog eens wat fietstips, een nieuwe reeks van korte fietstochten in onze kleine rijke land, niet zelden op basis van het Bierfietsboek België. Ik steek van wal aan de Franse grens, in de Borinage, ergens achter Bergen. Daar ligt Quiévrain, waar ik uit de trein stap en aan mijn tocht begin. De korte route voert me door Les Hauts-Pays en telt enkele milde hellingen. Voor de zoveelste keer volg ik een tot fietspad omgedoopte spoorweg waarlangs steenkool werd vervoerd. Aan mijnterrils geen gebrek in dit landschap. Ik bereik Montignies-sur-Roc, een van de mooiste dorpjes van Wallonië - de rue de l'Eglise, met kerk en kasteel, is een plaatje, zeker nu met de bloesems. Iets verderop zit de eerste Belgische microbrouwerij, de Brasserie de l'Abbaye des Rocs, die sinds 1979 bronwate romzet in grand cru bier. Zo is er La Montagnarde, een stevig gouden biertje dat de balans tussen bitter en zoet heeft geperfectioneerd.
Tussen de heuvels door stroomt de mooie Honnelle, die ik vanaf Autreppe begin te volgen en pas tegen het einde van de fietstocht écht loslaat. In Roisin ga ik op zoek naar de rots Caillou-qui-Bique, waar Emile Verhaeren heel graag verpoosde. Wat een vredige plek, die inderdaad uitnodigt tot poëzie. Zomerbarvibes net over de grens in het Franse dorpje Gussignies, waar ik uitrust op een uitgestrekt terras in het groen, op de oever van de snel stromende Honnelle. Wat verderop zit Au Baron, een Franse brouwerijk in het heerlijke decor van de Avesnois. Terug in België klim ik de vallei uit voor een panorama van het bosmassief en rijg de charmante dorpen aan elkaar. Deze streek is te mooi om zo onbekend te zijn. In Audregnies draagt een processie een heiligenbeeld door de velden. In Quiévrain is het carnaval. Ik vang een van de sinaasappels die de Gilles naar ons gooien. Dat komt goed uit, want ik heb amper gegeten.
Ik genoot met volle teugen van een zonovergoten dag aan het begin van de lente, en ook al wordt eind maart weer kouder, het was een heerlijke valse start.
 
Fietsknooppunten: 11 - 91 - 9 - 16 - 25 - 26 - 2 - 95 - 78 - 61 - 52 - 59 - 67 - 70 - 10 - 6 - 4 - 99 - 56 - 19 - 68 - 11
 
Op Paasmaandag is het nog steeds best koud voor de tijd van het jaar. Ik maak een industriële fietstocht langs het kanaal, van Charleroi naar Brussel. Het is een tip van Pascal Verbeken, dankzij wiens gids Mijn Charleroi ik deze fascinerende stad wat beter heb leren kennen. Met al die mijnterrils, hoogovens en cokesfabrieken heeft La Providence iets van een post-apocalyptische film, met verrassende vergezichten en cyberpunkgraffiti. Ik koers langs de noordelijke buitenwijken van Charleroi en zie de stad steeds minder stad worden, versnipperen en tot slot oplossen in het platteland van de Pays Noir. Ik maak een uitstapje naar Liberchies, geboortedorp van sintigitarist Django Reinhardt, en vind zijn gedenkteken op het plein voor de parochiekerk waar hij werd gedoopt. In de velden markeert een eenvoudig zuiltje de plek waar hij in de winter van 1910 in een woonwagen ter wereld kwam.
Terug naar Luttre en het kanaal. Ik fiets door de streek die ik met de alfabetroute enkele keren heb doorkruist. In Seneffe zoeft een ijsvogel boven het jaagpad. De verpersoonlijking van een klein gelukje. Het Hellend Vlak van Ronquières is met zijn starre toren altijd imposant. Deze route gaat door drie gewesten en drie provincies. Ik ruil Henegouwen in voor Waals-Brabant en verlaat het jaagpad voor een tweede maal. In Itter zoek ik namelijk het voormalige middelpunt van België. Het huidige ligt meer naar het oosten en bezocht ik anderhalf jaar geleden al. Het verschil tussen beide punten kwam er toen we de Oostkantons erbij kregen. Zowel Ronquières als Itter worden door de personages van de film Brussels By Night bezocht en zijn daarom alleen al lichtjes iconisch.
Verder langs machtige sluizen, treurige fabriekshallen en andere industriële mastodonten. Lembeek, aan de Zenne, is het eerste dorp over de taalgrens. Net voor de collegiale kerk van Halle aan de horizon opduikt, geniet ik nog van de schitterende mural van Gooze Art en Bozik Art. Een explosie van kleur en verwondering aan de waterkant. Ook de wolkenkrabbers van Brussel komen aan de horizon piepen. Ik verlaat het Vlaamse gewest via een aangename maar wat saaiere fietssnelweg langs het kanaal en bereik de eerste buitenwijken van onze hoofdstad. Deze etappe ken ik nog van de Brusselse bierfietsroute. Ik bereik het industriële erfgoed van Sint-Jans-Molenbeek en de oude haven van Brussel. Wanneer Zinneke Pis me tegemoet snelt, weet ik dat het tijd is voor een terrasje in de Dansaertwijk. Ik kan iedereen deze 75 km lange maar best vlotte fietstocht aanbevelen. Geen knooppunten. Gewoon het kanaal volgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten