dinsdag 4 januari 2022

Literaire tip: Krushqit janë të ngrirë

Nadat we op vakantie in Gjirokastër zijn voormalige woonhuis passeerden en ik me vervolgens wat verdiepte in het leven van een van de grootste Albanese schrijvers, werd ik benieuwd naar het proza van Ismail Kadare. In De Versteende Bruidsstoet (1985) volgt hij de Kosovaarse chirurg Teuta Shkreli, die na een bloederig neergeslagen opstand in Prishtina verschillende Albanese gewonden heeft verzorgd en nu door de Joegoslavische autoriteiten op het matje wordt geroepen.
 
 
Tijdens de ondervraging is de toon meteen duidelijk: hoe waagt een dokter het om in een Joegoslavisch hospitaal 'de vijanden van de staat' op te lappen? Ook andere vragen rijzen. Wie heeft, als met voorbedachte rade, extra bedden in het ziekenhuis laten plaatsen? Wat staat er op de mysterieuze cassette die Teuta krijgt overhandigd? En waar zal die vervloekte ondervraging op uidraaien?
 
Het doet me denken aan hoe in de 21e eeuw hulp aan vluchtelingen - zogenaamde gelukszoekers - als crimineel gedrag wordt beschouwd, een bijzonder droevige vaststelling. Teuta's echtgenoot Martin formuleert het treffend: "Vanaf het moment waarop dat monsterachtige onderzoek in het ziekenhuis was begonnen, had alles bij hen een tegenovergestelde waarde gekregen. Misdaden werden rechtvaardig genoemd en het behandelen van slachtoffers werd aangemerkt als een criminele daad..." (blz. 66) Het mededogen is niet zelden het eerste slachtoffer bij een conflict.
 
Eveneens duiken we in het hoofd van Dobrila Djubrović, veiligheidsagent op rust, die lak heeft aan de nieuwerwetse zucht naar eenheidin de Balkan en vooral aan mensenrechten, en heel wat op zijn kerfstok heeft wat onorthodoxe ondervraagmethodes betreft. Samen met twee ex-collega's, evenzeer van de oude stempel, sakkert hij in een Servisch-gezinde kebabzaak over hoe ze vroeger al het vuile werk moesten uitvoeren en nu bij het groot huisvuil worden gezet. Het liefst zou dit charmante clubje alle Albanezen uitroeien, zo blijkt uit hun schokkende toogpraat.
 
Toch zijn er die dromen van een toenadering tussen de twee volkeren, na elf eeuwen van strijd - zoals de twee druipstenen van Gadima die extreem langzaam naar elkaar toe groeien, een versteende bruiloft tussen Serviërs en Albanezen. Bij elk bloedvergieten brokkelt die hoop echter wat meer af. En de eeuwenoude heldendichten weten: voor een verzoening liggen er te veel lijken in de weg. Sterke beelden illustreren de situatie uitstekend: Teuta als de tegenpool van Lady Macbeth of een mot die tussen oude dossiers fladdert, 'zilverachtig als een traan.'
 
De spanning is doorheen het hele verhaal te snijden. We volgen de personages enkele dagen lang doorheen een dunne roman. De ondenkbare uitzichtloosheid en grimmige sfeer van het laatste decennium van Joegoslavië wordt door Kadare's trefzekere pen haast tastbaar gemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten