zondag 11 oktober 2026

Serena Joy

Het Verdiep wordt er niet Schoner op
met een tradwijf aan de knoppen.
 
MAAK BABY'S!
 
Fier wappert de vlag van kindermoord.
De kant van het licht is niet te stoppen.
 
DOOD BABY'S!
 
De A die straalt al lang niet meer
maar welke scharlaken letter wel?
 
Ze zuigt de vreugde weg uit 't Stad
op keizerlijk bevel.
 
Open je benen voor de slurf
zodat je nageslacht krijgt.

MAAK BABY'S!
 
Een droom zo groot als Gilead
nu binnen handbereik.

Peru 23 september - 10 oktober 2026, deel 2

PERU 23 september - 10 oktober 2026
 
Deel 2: Andes

Op woensdagochtend staan we op een ontzettend vroeg uur op in Arequipa. We worden naar de Cañon del Colca gereden, een 4000 meter diepe kloof, dieper dan de Grand Canyon, vor een avontuurlijke tweedaagse hike in de bergen. We ontbijten in het bergdorpje Yanque maar het is een erg lange en moeilijke rit om daar te geraken. In het schitterende decor met bergen, vulkanen en Collaguaterrassen krijg ik op een hoogte van bijna 5000 meter last van hoogteziekte. Wilde vicuña's grazen in de puna of steken de weg over. In de weilanden rond Yanque grazen lama's en muilezels. De kloof van de Colcarivier is overweldigend mooi. En wat zijn die alpaca's toch schattig. De Elmo's van het dierenrijk.
Verschillende uitkijkpunten trakteren ons op een duizelingwekkend panorama. bij Cruz del Condor zien we aanvankelijk geen condors, wel twee Peruanen in een condorpak. Net wanneer we wegrijden, zien we zo'n enorme andescondor met een vleugelspanwijdte van 3 meter in de lucht hangen. De eerste van vele. Majestueus. Vanuit Cabanaconde starten we met een groep van zeven onze afdaling naar de brug over de Colca, een zware en etappe van 6 km in de hitte. We lunchen in San Juan de Chuccho maar passen toch maar voor alpaca- en caviavlees. Van San Juan is het nog 5 km zwoegen naar onze verblijfplaats in Sangalle. We zien onderweg nog condors en watervallen, voor we opnieuw afdalen naar de Colca. Sangalle is een heerlijke oase in de bergen. Happy hour aan en in het zwembad tot het echt te koud wordt. We dineren met de hele roep, de Australiërs, de Denen, de Duitser en de Brit, en proberen het niet té laat te maken. De volgende ochtend, op de eerste dag van oktober, staan we zo vroeg op dat het nog urenlang donker is. Wondermooie sterrenhemel met melkweg. Met zaklampen en wandelstokken in de aanslag klimmen we helemaal naar boven, tot de Colcakloof ver beneden ons ligt. De prille zon baadt de vallei in sereen licht. Een groep muilezels haalt ons in.
Ontbijt is in Cabanaconde, met zicht op de witte dorpskerk opgetrokken uit sillar. We worden met een andere groep samengevoegd en rijden naar warmwaterbronnen. Onderweg zien we condors en arenden. Oude vrouwtjes paraderen alpaca's met zonnebrillen voor de lens van toeristen. De termische baden van Chacapi zijn een relaxerend oord aan de oever van de Colca, in een idyllische omgeving. We drinken colca sour in het warmwaterbad. Na een buffetlunch in Yanque hebben we op 5900 meter hoogte een overzicht van de besneeuwde vulkaantoppen in de wijde omgeving. De dorre puna is hier bezaaid met duizenden apachetas, torentjes van opeengestapelde steentjes. We zien nog condors, vicuña's, alpaca's, lama's, guanaco's en viscacha's. In Sumbay bewonderen we bijzondere rotsformaties. Honderden en honderden vicuña's op de terugweg naar Arequipa.
De hike heeft ons wel wat gesloopt. De volledige nacht en dag in Arequipa gebriuken we om op krachten te komen. Stijf al seen plank maar goed uitgerust beweeg ik me door de straten van de heuvelachtige stad, bekijk enkele kloosters en barokke huizen van sillar. Vrouwen in traditionele klederdracht vertrekken met hun alpaca naar het werk: de toeristische straten van de binnenstad. In het belevingscentrum Mundo Alpaca leer ik bij over de zachte alpaca- en vicuñawol. Natuurlijk kan ik er ook lama's, alpaca's en vicuña's voederen. De verkiezingskoorts neemt toe. Nog twee dagen voor de lokale verkiezingen. Een afgevaardigde van de arbeiderspartij wordt in een barretje in Casa Gibson geïnterviewd. Ik ontmoet Teutë op Plaza de Armas. We bezoeken het MUCEN en bekijken prachtige objecten uit de Nazca-, Inca- en andere culturen, met intrigerende symbolen, zoals de jaguar, de Peruaanse naakthond, de maan, de lucuma, en in fraaie kleuren. Er is ook religieuze schilderkunst van de School van Cusco. In de tuin krijgen we gezelschap van een kolibrie. Zwarte gieren cirkelen rond e tweelingtorens van de kathedraal. In een archeologische museum bekijken we ontzagwekkende artefacten uit precolumbiaanse culturen: Chancay, Paracas, Nazca, Inca en meer. We zien enkele schedels uit de Paracasbeschaving, met de typische schedelvervormingen, en drie mummies. Een intieme kijk bij volkeren die zo lang geleden hebben geleefd. We hadden een fijne laatste dag in de stad van de vulkanen en nemen 's avonds een nachtbus verder de bergen in. In de ochtend arriveren we in de navel van de wereld.
Cusco is de hoofdstad van het Incarijk, een naam die exotisch en vertrouwd tegelijk klinkt, een bestemming waar ik al jaren van droom. Dit mysterieuze oord ligt op 3400 meter hoogte en het is er dan ook gevoelig kouder dan in Lima en Arequipa. Het stratenplan van de oude binnenstad is geschikt in de vorm van een poema, een heilig dier voor de Inca's. De vele Spaanse huizen werden op de fundamenten van verwoeste Incapaleizen gebouwd. Die zien er soms wat cartoonesk uit, met hun vele hoeken, maar zijn wel aardbevingsbestendig. De Inca's wisten wat ze deden. De veroveraar vormde de schitterende Incastad stilaan om tot een Spaans bolwerk, zoog alle rijkdom weg, als een parasiet, stal alle gouden en zilveren relikwieën en smolt ze om. Een schandelijke misdaad, een van de vele op het conto van het Spaanse Rijk. Al mogen we niet vergeten dat de Incacultuur zelf ontzettend wreed was. Het plein Huacaypata werd Plaza de Armas, maar blijft ontzagwekkend. Ook de vele kerken aan het plein, inclusief de 16e-eeuwse kathedraal, werden op de fundamenten van Incapaleizen gebouwd.
De stad telt heel wat glorieuze monumenten ter ere van stoere Incakrijgers. Ook de streetart is een eerbetoon aan deze machtige beschaving. Op een van de omringende bergen is een reusachtig wapenschild getekend. Op een andere lezen we: Viva el Perú! De grandeur van weleer leeft voort in deze kosmopolitische stad. De straten en pleinen bruisen op deze zaterdagochtend. De kathedraal verbluft met haar renaissance-interieur en overdaad aan religieuze schilderijen van de School van Cusco en tot de verbeelding sprekende fresco's.
Een gids voert ons mee door de gangen van het Monasterio de San Francisco, gebouwd bovenop Incaterrassen. Toevallig is het vandaag exact 800 jaar geleden dat de heilige overleed. Het is een heel complete tour: kloostergang en -tuin, koor, bibliotheek, cryptes met schedels en beenderen. Van op het dak en in de klokkentoren kijken we uit over het majestueuze Cusco, met de tientallen kerktorens en nabije heuvels met kleurrijke buitenwijken. Aan de hand van enorme schilderijen leren we over heiligenlevens. Impressionant 'Laatste Oordeel'. Intrigerend 'Laatste Avondmaal' uit 1616. Het duizelingwekkende doek van Juan Espinoza de los Monteros, met de stamboom van Franciscus van Assisi, is mogelijk het grootste schilderij van Zuid-Amerika. Er is ook een reusachtige kerststal met Peruaanse elementen zoals lama's en Incaterrassen. De tour is interactief, educatief en onvergetelijk.
Op de drukke overdekte mercado proeven we een lucumasapje, vers van de pers. In de wijk San Blas genieten we van de bonte steegjes en fraaie koloniale huizen gebouwd op Incafundamenten. Wat een gezellige drukte. Overal marktjes, winkeltjes, straatverkopers, alpacavrouwtjes. "Massage? Massage? 10 soles." Korikancha was een zonnetempel van de Inca's waar een 17e-eeuws Dominicanenkloster bovenop werd gebouwd. Kenmerkend zijn de spiraalzuilen rond de klokkentoren. We wandelen door de overblijfselen van de Tempel van de Regenboog en de Tempel van de Bliksem, en leren bij over de Incarituelen en verering van de zon en de maan. Oh Pachamama.
Bovenop de heuvel bezoeken we de ontzagwekkende ruïnes van het Incafort Sacsayhuaman en de heuvel-op-een-heuvel Rodadero met Incatrappen. De grillige gladde rotsblokken passen perfect in elkaar. De Inca's zouden een krak zijn bij Tetris. het archeologische complex is gigantisch en maakt een diepe indruk. Alpaca's grazen tussen de hoekige Incablokken en de navel van de wereld ligt aan onze voeten. Zelfs de witte Jezus, de armen gestrekt als in Rio, zag dat het goed was. Viva el Perú.
Op zondag verkiezingsdag reizen we dieper de Heilige Vallei of Vilcanotavallei in. In dit verbluffende berglandschap zijn nog heel wat Incaruïnes te bezichtigen. In de dorpjes van de vallei wordt zelfs nog Quechua gesproken, zo ook door onze gids van vandaag. Chinchero is het centrum van de Peruaanse textielnijverheid. We bezoeken er een weefatelier en de ruïnes van een Incapaleis. Boven de Incaterrassen zweeft een reuzenkolibrie. Ons busje rijdt verder naar de zoutwinningsvelden van Maras, 3000 zoutpannen tegen een schitterende achtergrond van besneeuwde bergtoppen. Lama's grazen op de akkers. In Moray bezoeken we de concentrische terrassen, een landbouwexperiment van de Inca's.
Urubamba, de stad van de eeuwige zomer, ligt in het hart van de Heilige Vallei. We genieten er van een lunch en bollen naar Ollantaytambo, voorpost van de Incahoofdstad. We bezoeken de uitgestrekte archeologische site. Onze mond valt open van verbazing. We beklimmen de terrassen die de berg oplopen en bezoeken de ruïne van de Zonnetempel. Het is alsof we een piramide beklimmen. Ongewoon. Ontzagwekkend. En dan moet Machu Picchu nog komen.
De 'verloren stad van de Inca's' werd door de Spaanse kolonisten, die een spoor van vernieling en onderwerping door de Heilige Vallei trokken, nooit gevonden. Zo goed zit het Peruaanse wereldwonder tussen de bergen verstopt dat het pas begin 20e eeuw werd ontdekt. Onze tocht naar Machu Picchu begint in het treinstation van Ollantaytambo, waar we de Incarail nemen, die de Vilcanota en de Incaroute volgt, langs een spectaculaire bergpas en Incaterrassen, en na een onvergetelijke treinrit halt houdt in Aguas Calientes. Het stadje ligt op 2 km van Machu Picchu, op de overgang tussen de Andes en de jungle of selva. We stappen van het perron in een soort van bazaar die uitkomt op een brug over de Rio Aguas Calientes. Het is een stadje dat puur op toerisme mikt, Benidorm aan de Vilcanota, maar nog best gezellig.
De wekker gaat alweer veel te vroeg maar kondigt ook de droom aan die in vervulling zal gaan. Nochtans was het spannend geweest. Net voor het weekend was er een ongeluk bij Incarail. En tot gisteren woedde er een brand vlak naast Machu Picchu, aangestoken door wanhopige boeren, met één dode op hun geweten. Een bus rijdt ons via scherpe haarspeldbochten de bergflanken op. De omringende bergen zijn gehuld in een mysterieuze wolkenkrans. En dan ontvouwt de verloren stad zich voor onze ogen. De grote granietblokken met vele hoeken die zonder morter perfect in elkaar passen, de duizelingwekkende terrassen, de tempel- en paleisruïnes, de fotogenieke berg Huaya Picchu als achtergrond met op de top alweer tempels en terrassen, de lama's die luieren in de zon, de acrobatentouren van zwaluwen, valken, kolibries en vlinders in het luchtruim... wat een onwaarschijnlijk archeologisch complex.
We dalen af naar de verschillende tempelruïnes en het centrale plein. Ogen te kort. Machu Picchu is een van de mooiste plekken die we ooit hebben bezocht. Terug in Aguas Calientes ontmoeten we voor het eerst de populaire naakthond van Peru. Hij krabt zich suf. In een overvol treinstation wachten we een uur lang op onze vertraagde trein naar Cusco, waar we laat in de avond arriveren.
Opnieuw gaat de wekker vroeg - het is nog midden in de nacht - voor een uitdagende dagtocht naar het Humantay-meer, op 4200 meter hoogte, diep in de Andes. Het was een korte nacht, het wordt een zware klim, maar het panorama zal het allemaal waard zijn. Ontbijt is in Mollepata, met zicht op de bergen in het vroege zonlicht. De klim naar het meer begint in Soraypampa, met zicht op de witte berg Sarkantay. We kauwen cocabladeren tegen hoogteziekte. In de bergen spotten we een wilde cavia, en de eeuwige lama's, alpaca's, paarden en muilezels. Aangekomen aan het kleine Humantay-meer is het zicht adembenemend. Een gletsjer kruipt de besneeuwde berg op, die meteen uitkomt op het turquoize meer. Op de terugweg zien we dat boeren weer enkele bergtoppen in brand hebben gestoken. Terug in de Incahoofdstad kuier ik nog wat door San Blas. Bij de twaalfhoekige Incasteen is het altijd druk. Ik plof neer in een café met knipoogjes naar Van Gogh, Nijntje, Zwarte Piet (auw) en met bordjes en schoteltjes in Delfts blauw aan de muur. Weer iets dichter bij huis. Van op een houten balkon bekijk ik de bedrijvigheid op en rond de Plaza de Armas. En dan gaan de duizenden lichtjes in de bergkom aan.
Ook op woensdag moeten we midden in de nacht opstaan, voor de laatste uitstap van onze Perureis. We rijden helemaal naar de Vinicunca, beter bekend als de Regenboogberg; op Machu Picchu na de populairste bestemming in het land. We ontbijten in Cusipata en trekken daarna naar de Vinicunca, even kleurrijk als een Peruaanse poncho. We zitten op meer dan 5000 m hoogter, wat ons wel wat hoogteklachten oplevert. De kleurdoos gaat al open in een mooi groen berglandschap waarin honderden alpaca's en lama's grazen. Stilaan duiken ook rood en blauw op en met de Vinicunca is er de hele regenboog. Betoverend. De omgeving doet me sterk aan IJsland denken, maar dit is veel hoger dan ik ooit ben geweest. Overweldigd door zowel hoogte als schoonheid, met een hart dat tekeer gaat, zet ik me neer op een rots, om het allemaal in me op te nemen. Onze allereerste caracara zweeft rakelings langs de barretjes met alpacastoofpot, coole lama's en alpaca's met zonnebrillen en de Instagram-wachtrij bij het uitkijkpunt.
We klimmen nog een stukje hoger en kijken uit over een heilige berg met eeuwige sneeuw, een gletsjer en de overgang van de zeven kleuren naar de Rode Vallei. Dit verrukkelijke decor is de gedroomde afsluiter van onze trip. Terug in Cusco proberen we enkele van de lekkere kattenbiertjes van 7 Vidas. Op onze laatste volledige dag in Peru nemen we afscheid van de Incahoofdstad (en van de alpaca's), klimmen nog naar het aquaduct van Sapantiana, genieten van ene fanfare en folkloristische dans op Plaza de Armas. In de luchthaven komen we te weten dat we, door een fout van het reisbureau, onze vlucht hebben gemist. Dan maar taxi terug naar de binnenstad om er het beste (= ceviche + pisco sour) van de maken, en terug naar de luchthaven voor een nachtelijke vlucht naar Lima, die we bijna missen omdat de vlucht zonder uitleg werd vervroegd, een zeer korte nacht in ons hotel in Miraflores, een veel te vroege wekker, en dan de twee vluchten naar huis. De laatste schakel in een fysiek uitdagende reis... maar een van de allermooiste reizen van ons leven.
Een aanzwellend wolkendek boven de Amazone, de zon die wegdeemstert in de Atlantische Oceaan, een dageraad als verse sinaasappels achter een Spaanse sierra, witte wolkenlijntjes als versneden in de Peruaanse jungle en geschikt op een tafel in het Antwerpse Zuid. Verzonken in slapeloosheid nemen we ons voor toch nog eens terug te keren naar Zuid-Amerika. Op de Peruaanse lente volgt de Europese herfst. Thuis lengen we die lente nog wat aan met de pisco die we voor iedereen en onszelf hebben meegebracht, met op de achtergrond een vals peruano of een zweverige panfluit. Viva el Perú! Viva Pachamama!

zaterdag 10 oktober 2026

Peru 23 september - 10 oktober 2026, deel 1

PERU 23 september - 10 oktober 2026
Deel 1: Costa

 
Ruim een halfjaar na onze vorige reis vertrekken Teutë en ik naar Peru, het derde grootste land van Zuid-Amerika. Nooit eerder was ik zo dicht bij de evenaar (er net onder) en mogelijk nooit zo ver van huis. Ook bezoek ik voor het eerst dit verre mysterieuze continent. De laatste keer dat ik de oceaan overstak, is alweer bijna 15 jaar geleden. Wat zijn we benieuwd naar dit exotische land met een rijke geschiedenis en cultuur, met stranden, bergen en jungle, ruïnes van oude beschavingen en moderne hybride samenlevingen. Van de navel van de wereld tot de hoogtes van de Andes verkennen we op iets meer dan twee weken tijd een soort van 'best of' van het land van de Inca's en de alpaca's, van Atahualpa en Mario Vargas Llosa, van ceviche en pisco.
Via Madrid vliegen we naar de hoofdstad Lima. Deze gigantische metropool, met evenveel inwoners als België, ligt aan de Stille Oceaan. Net als heel wat andere steden in Latijns-Amerika is het een boeiende mengelmoes van koloniale en moderne architectuur, met hier en daar een eeuwenoude ruïne. Lima werd in 1535 gesticht door de wrede Spaanse kolonist Francisco Pizarro, die de al even wrede Incakoning Atahualpa liet terechtstellen en zelf de macht greep. Ook in Peru is karma een bitch want enkele jaren later werd hij zelf op de trappen van zijn paleis in Lima vermoord. Bij dageraad rijdt een transfer ons door de buitenwijken en langs de stranden naar ons hotel in de mondaine wijk Miraflores, waar we met streetart en specialty coffee om de oren worden gekletst. Na een kort slaapje in de ochtend is de mist-troostige garúa uit de stad weggetrokken maar de mist van de jet lag hangt nog in ons lichaam. In het Parque Kennedy voelen zowel katten als troepialen zich thuis. Na elk een empanada wandelen we naar de parken op de kliffen. Gieren cirkelen hoog boven het Parque del Amor, waar het aangenaam kuieren is langs de kleurrijke mozaïeken, tot bij El Beso, een populair kunstwerk van een innig verstrengeld koppel. In het winkelcentrum Larcomar vinden we een beeld van beertje Paddington, 'een van de bekendste Peruanen'.
In de namiddag leidt een gids ons en drie Canadezen rond in het historische centrum, met kerken, kloosters, koloniale huizen en uitgestrekte plaza's. Zwarte gieren, talrijk als kraaien, strijken neer op de heiligenbeelden die de façade van de kathedraal tooien. De gids troont ons mee naar drukbezochte overdekte markten, streetfoodstandjes en Chinatown, en laat ons erg uiteenlopende gerechten proeven - de godendrank chica morada (gemaakt van paarse maïs), het overheerlijke visgerecht ceviche, allerhande soorten maïs en aardappelen (die laatste trouwens afkomstig uit Peru), en heel wat exotische vruchten. We leren over de corruptie en de maffia, weten nu wat chifa betekent en hoe Lima aan haar naam kwam. We passeren het presidentieel paleis en bezoeken het indrukwekkende Klooster van San Francisco. De kleurrijke tegels in de kloostergang zijn overduidelijk geïnspireerd door die van de kathedraal en het paleis van Sevilla. De heiligenbeelden in de kapellen, het koor en de sacristie ontroeren en zijn uiterst gedetailleerd. De 25000 oude boeken in de bibliotheek, die ons aan de Antwerpse Nottebohmzaal doet denken, zijn danig beschadigd door heel wat aardbevingen en door... het zonlicht. En dan zijn er nog de catacomben, een lugubere opeenstapeling en rangschikking van duizenden schedels en botten. Het klooster is een haast overdadig versierd katholiek oord van verderf en van eeuwigheid. Heel veel hebben we nog niet van Lima gezien maar dit lijkt ons toch het pronkstuk.
Meer naar het noorden deint de stad steeds verder uit in een niet te stoppen stedenbouwkundige wildgroei, tot op en ver voorbij de helling van de berg San Cristóbal, afgetopt met een niet te miskennen kruisbeeld, en steeds verder de woestijn in. Want dat Lima midden in een woestijn is gebouwd, dat zie je van op de Plaza Mayor niet. Daarvoor moet je de stad uit. En dat is exact wat we de ochtend nadien, na alweer een korte nacht en veel te vroege wekker, gaan doen. We worden opgepikt aan ons hotel in Miraflores en reizen via de Panamericana de kustlijn af naar het zuiden, door de alomtegenwoordige dichte garúa. De eeuwig golvende duinen van de woestijn gaan haast naadloos over in de hoge golven van de oceaan. Vanuit onze nieuwe uitvalsbasis Paracas, gelegen in wat wel de filmset van Dune lijkt, varen we met een bootje de oceaan op, voor een tochtje naar de Ballestaseilanden, de 'Peruaanse Galapagoseilanden'. De vele vogels op de deze eilanden en op het schiereiland scheten een fortuin bij elkaar. Guano of vogelmest werd een lucratieve business voor Peru. Ze begonnen er zelfs een oorlog met Chili voor, die ze uiteindelijk verloren. We blijven netjes aan boord en bewonderen de diverse fauna van op een afstand, zonder de dieren te storen: humboldtpinguïns, humboldtgents, grielen, incasterns, pelikanen, kalkoengieren, Zuid-Amerikaanse visdiefjes, aalscholvers, strandlopers, scholeksters, zilverreigers, zeesterren, en de allerschattigste zeeleeuwen, eigenlijk zeeberen. Ze slapen op de roze-witte rotsformaties waaruit de eilanden bestaan of zwemmen in de oceaan. Een wijfje zoogt haar jong. Voorbij de visfabrieken werpen we een blik op een gigantische geoglief in de flank van een duin. De mysterieuze figuur stelt mogelijk een driearmige kandelaar, het sterrenbeeld Zuiderkruis of een cactus voor. Waarschijnlijk is deze Candelabra tientallen eeuwen oud, al is daar geen zekerheid over. Een boottochtje om nooit te vergeten.
We chillen met de pelikanen op het strand, eten ceviche, drinken pisco sour. Een taxi rijdt ons naar het natuurreservaat, waar we het Julius C. Tello-museum bezoeken en over de Paracascultuur leren - hun mummies, hun kleurrijke goden en hun schedeloperaties en -vervormingen. Op het einde van het bezoek kijken we uit over de duinen en de baai, met helemaal in de verte enkele Chileense flamingo's in het wild. Happy hour op de zeedijk. Bij valavond maken we een strandwandeling. Een kwam staart gefascineerd naar het aangespoelde lijk van een mannetjeszeeleeuw. Morbide. Na een door jetlag gedirigeerde nachtrust huren we een pedaalbootje om in de baai te varen tussen de humboldtpelikanen en de jan-van-gents, die als kamikazes loodrecht het water in duiken en zich op een nietsvermoedende vis storten (Kurt Vonnegut beschreef deze 'boobies' zeer treffend). Sterns scheren boven het wateroppervlak en trachten de anchovisjes uit de snavels van aalscholvers te stelen. Ik ga aan het zwembad van een willekeurig luxehotel zitten en lees in mijn boek Ik draag mijn stilte op aan jou, van Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa, over de cajon, het bekenste Peruaanse muziekinstrument. Een opzichter moet de meeuwen en kwakken voortdurend van het zwembad wegjagen.
In de late namiddag rijden we in buggy's de woestijn in, over zandduinen en langs ontzagwekkende rotsformaties. Vanop het woestijnstrand kijken we uit over het schiereiland en de baai. De volgende stop is een hoge klif, vanwaar we uitkijken over een rood strand, waar we vervolgens per buggy naar afdalen. Dode zeeberen zijn een speelbal van de branding. Wat een ongelooflijke panorama's, en wat een bijzonder ervaring met de buggy. Op de steile stukken voel ik de adrenaline door mijn lijf stromen. Terug in Paracas vegen we de zandkorrels uit onze oren en dineren we in het dorp dat we op twee dagen tijd goed hebben leren kennen. We hebben het gevoel dat we elke straathond kennen. Honderden Peruanen stappen mee in een politieke fanfare, met vuurwerk, vuvuzela's en uitzinnig gejuich. Binnenkort zijn het lokale verkiezingen in Peru en aan de kust is extreemrechts ontzettend podium. Overal wappernen vlaggen met de letter R - een beeld uit een parodie op de dystopische roman 1984 of zo. Dat er overal in Paracas racistische poppen opgesteld staan, dat er in heel Lima zo goed als geen mensen met donkere huidskleur wonen, ondanks het grimmige slavernijverleden van de streek rond Ica, dat de president zelf zo'n beetje de Peruaanse Meloni is - het zijn tekenen aan de wand, het zal wel iets betekenen, hoe oppervlakkig deze vaststellingen ook zijn.
Zondagochtend zijn we wat uitgekeken op Paracas en maken we ons klaar voor een tocht verder naar het zuiden. Na een laatste wandeling op het strand met de duizenden vogels worden we met een grote groep toeristen naar een piscowijngaard in de landelijke buitenwijken van de zonnige wijnstad Ica gebracht. La Caravedo is al sinds de 17e (!) eeuw een belangrijke distilleerderij voor pisco, een sterke drank op basis van druiven. De pronkerige hacienda heeft een kapel, een fontein en een tuin waar pauwen in de schaduw rusten. Tijdens de lunch is er een korte animatie. Een man op paard en een vrouw in helderblauwe jurk draaien rondjes in een charmante liefdesdans. En dan is er natuurlijk nog de rondleiding en piscoproeverij. We drinken het sterke goedje puur. Hierna rijdt de reisbus naar Huacachina, een natuurlijke oase in de woestijn, bekend omwille van het geneeskrachtige groene water. Deze pittoreske lagune wordt de Oase van Amerika genomed omdat ze uniek is in haar soort in heel Zuid-Amerika, al lijkt ze puur voor toeristen gefabriceerd. Opnieuw rijden we met buggy's de woestijn in, die hier meer aan de Sahara doet denken dan de kustwoestijn Paracas. Wat een fotogenieke zandduinen. Deze keer zitten we per tien in een buggy en rijdt een ervaren chauffeur. Sommige hellingen die we in volle vaart nemen, zijn wel héél spannend en de rit voelt eerder als een rollercoaster ride aan.
Op de top van een van de hogere zandduinen kijken we uit over de stad Ica, de woestijn en in de verte de Andes. We sandboarden de hellingen af, met onze buik plat op de plank. Anderen skiën of snowboarden naar beneden. Terug de buggy in en na alweer een korte dolle rit wacht ons in het midden van de woestijn een lange feesttafel met vruchten, hapjes, wijn en Inca Cola. We zetten ons in kleermakerszit rond die tafel en genieten van een van de allermooiste zonsondergangen ooit. Mijn God, die kleurschakeringen. Een weergaloze scharlaken schemering. Tijdens de laatste rit gaan de lichtjes van Ica in de diepte aan. Ook ons hostel zelf is een vermelding waard, al kan ik niet alle excellente hotels en restaurants hier noemen. Een heerlijke kleurrijke plek met een restaurant en bar aan het zwembad. De Cusqueña-biertjes gaan er vlot in.
Na een relatief rustige paar dagen in Paracas wordt vanaf maandag het tempo van de reis aanzienlijk opgevoerd. Onze chauffeur staat heel vroeg aan de deur voor een excursie naar de beroemde lijnen van Nazca. Die werden door de Duitse archeologe Maria Reiche in kaart gebracht. De mysterieuze lijnen vormen enorme figuren in het zand, in de trant van de kandelaar van Paracas.  Lang werd in bepaalde kringen gedacht dat de lijnen het werk van aliens was maar het waren de Nazca's die hier in de 8e eeuw voor hebben gezorgd, als onderdeel van ene gigantische astronomische kalender. Diep in de pampa van San José werd dus lang voor de Inca's een uitgestrekt netwerk van lijnen en en tekeningen aangebracht, voornamelijk dieren en planten, die je het best vanuit het vliegtuig kan bewonderen. Deze zomer sloeg het noodlot - niet voor het eerst - toe en stortte zo'n vliegtuigje neer. Wij blijven aan de grond. Vanaf een uitkijktoren kunnen we nauwelijks drie van de geogliefen zien: de handen, de boom en de hagedis, waarvan de staart ironisch genoeg wordt afgesneden door de Panamericana. Vooral het aapje en de kolibrie zijn favoriete mascottes in Nazca. Mijn sterrenbeeld blijkt de boom. Intrigerende plek.
Ook bezoeken we de piramides en tempels van Cahuachi, een belangrijk ceremonieel centrum voor de Nazca's en een van de grootste archeologische sites van Zuid-Amerika.Er werden menselijke offers aan de goden gebracht. De val van de Nazca's had wellicht te maken met extreme droogte. Het herinnert de gids aan de Super El Niño die binnen enkele maanden voor extreme problemen zal zorgen in Zuid-Amerika. We stoppen nog bij een werkplaats, waar we bijleren over textielnijverheid en steenbewerking, en enkele poppetjes voor neefjes en nichtjes kopen. Omwille van aardverzakkingen tussen Nazca en Arequipa moeten we, in plaats van een eenvoudige nachtbus van punt A naar B te nemen, eerst helemaal terug naar Lima, en dan per binnenlandse vlucht naar Arequipa. Veiligheid primeert, maar dat maakt wel dat we op maandag ongeveer elf uur in totaal onderweg zijn: Huacachina > Nazca > Cachuachi > Nazca > Huacachina > Lima. We zien nog een Nazcakat op de flank van een heuvel en buiten Palpa zien we in nog oudere geogliefen de voorstelling van een rijke Paracas-familie.
Aan de lagune nemen we afscheid van onze sympathieke chauffeur en van de regio Ica. Na een diner in Huacachina stappen we op een reisbus richting hoofdstad. We arriveren laat op de avond in Miraflores en vliegen vroeg naar Arequipa. De Witte Stad, tweede grootste van Peru, is omringd door maar liefst acht vulkaantoppen, toch in de wijde omgeving, waaronder de met eeuwige sneeuw bedekte Misti. Net als Ica is Arequipa in volle verkiezingskoorts, met een overdaad aan verkiezingsaffiches, met allerhande symbolen, mascottes en slogans, botox voor de hoop. Mensen zouden op een partij met een voetballende kip stemmen omdat ze graag kip eten en voor het voetbal supporteren. Er is ook een hondenpartij, want wie houdt er nu niet van honden? Populisme werkt. We steken de snel stromende Rio Chili over naar Plaza de Armas, het centrale plein met arcaden en de 17e-eeuwse neoclassicistische kathedraal. Op de hoek van het plein bezoeken we de fraaie kerk La Compañia uit 1650, met ornduit schitterende Sint-Ignatiuskapel en twee gezellige kloostergangen met bars, kunstgalerijen en zelfs een spa. Op sommige katholieke schilderijen zijn inheemse stammen te zien en op de plafondschilderingen de kleurrijke vogels van de Andes en het Amazonewoud. Op een terrasje bij d fontein drinken we mate de coca tegen de naderende hoogteziekte.
In het uitgestreke Monasterio de Santa Catarina wanen we ons in Sevilla of Granada. De felgekleurde kloostergangen, de individuele wijken met fleurige steegjes, de zonnige patio's zijn een streling voor het oog. We bezoeken de appartementen van de nonnen, die een streng en sober leven leidden, en bekijken de religieuze kunst en fresco's, waarin niet zelden papegaaien figureren. De straten van dit aristocratische klooster dragen de namen van Spaanse steden: Calle Málaga, Calle Toledo etc. Wat een fantastische plek is deze stad-in-stad. Op het einde van het bezoek wordt ons bij de koepel een uitzicht over de stad en de vulkaantoppen voorgeschoteld. Ook de steegjes van Arequipa zelf zijn gezellig. We slenteren rond en bekijken de overige kloosters van de buitenkant. Bovenin de zuilengalerijen drinken we vina caliente en chicha de jora, met zicht op Plaza de Armas. In de winkelstraten flaneert iedereen die huachafo wil zijn, mens en alpaca. M'as-tu-vu op zijn Peruaans.
 
Deel twee volgt later dit weekend.